lesidee kleuters juf Anke


Over Juf Anke

Sinds 2005 deel ik lesmateriaal op mijn site jufanke.nl. Ik wil anderen hiermee inspireren en enthousiasmeren. Daarnaast schrijf ik, samen met Els, voor Kleuteruniversiteit, Praxisbulletin, De Vier Windstreken en Lemniscaat. In 2017 is ons eerste eigen boek verschenen: Spelen met prentenboeken!


  • Kringactiviteiten
  • Liedjes en versjes
  • Hoeken
  • Knutselen


Lesideeën voor kleuters | thema mijn lichaam

Project 'Mijn lichaam'

Met je ogen kun je kijken en met je neus kun je ruiken, weet jij waar je al je lichaamsdelen voor kunt gebruiken?

Neem je kleuters mee op een ontdekkingstocht naar hun eigen lichaam. Voor Kleuteruniversiteit schreven Els en ik een pakket vol reken- en taalactiviteiten, een dramales, een sociaal-emotionele activiteit, een les Engels en suggesties voor de hoeken aan de hand van het mooie boek Willewete ‘Zo zie ik eruit’ van Pierre Winters en Eline van Lindenhuizen.

--> Bekijk het project 'Mijn lichaam'

project mijn lichaam kleuters

Kringactiviteiten thema mijn lichaam

Proeven, ruiken, voelen, horen
* Kinderen uit een doosje of van een bordje iets laten proeven. Smaakt het zoet, zout of zuur?
* Kinderen iets laten ruiken. Wat denk je dat het is?
* Geluiden laten horen. Wat is dit? Is het geluid hard of zacht?
* Luisterlotto, speelleermateriaal
* Geluidenbingo, een leuke bingo vind je op de site van Juf Sanne
* Tik, tik, wie ben ik?
* Het spelletje 'hoeveel kinderen zitten er achter je?'
* Waar komt het geluid vandaan? De kinderen in de kring doen de ogen dicht. Jij gaat ergens in de klas staan en maakt een geluid met een triangel, trommel, klappen o.i.d.
Dan loop je weer terug naar je plek. De kinderen mogen kijken. Waar kwam het geluid vandaan?
* Blindemannetje: Eén kind heeft een blinddoek om. Leid dit kind naar een ander kind in de kring en laat het kind met de blinddoek voelen. Wie denk je dat dit is? Zou het een jongen of een meisje zijn? Heeft hij/zij kort of lang haar? Een bril of geen bril?
* Voelspel of voeldoos: Laat de kinderen allerlei voorwerpen voelen. Hoe voelt het? Wat zou het zijn?
Of zet een voeldoos in een hoek in de klas. De kinderen mogen hier tijdens de werkles spelen. Wat voelen ze? Wat zou er in de doos zitten?
* Neem een veertje of iets anders dat kriebelt. Doe één kind de blinddoek om. Kietel met het veertje. Waar kietel ik jou? Het kind moet de lichaamsdelen benoemen.

Geboortekaartjes in de kring
Vraag de kinderen een geboortekaartje van zichzelf mee te brengen.
Bekijk de geboortekaartjes samen met de kinderen. Wat staat erin?
Leg de kaartjes in de kring. Hoeveel kaartjes zijn er? Hoeveel kinderen hebben we in de klas? Hoeveel kaartjes van jongens zijn er? En hoeveel van meisjes? Hoeveel is dat meer/minder?
Staan er getallen in de kaartjes? Welke getallen?
Stel allerlei vragen en tel er samen op los.

Lichaam omtrekken
Een kind gaat op een stuk behangpapier liggen. De leerkracht of een ander kind trekt het kind om. Daarna worden de lichaamsdelen benoemd en eventueel erbij geschreven. De kinderen kunnen het afgebeelde kind daarna in gaan kleuren.
Dit kan ook op de speelplaats met stoepkrijt.

We zien er niet hetzelfde uit
De kinderen vergelijken elkaar aan de hand van meegebrachte foto's of gewoon zo. Wat is hetzelfde, wat is anders? Is iedereen even groot? Welke kleur ogen heeft iedereen? Hoe zitten de haren? Wat voor kleren hebben jullie aan? enz.

Ik hou van kinderen die...
Een spelletje waarbij kinderen goed moeten kijken hoe ze eruit zien en overeenkomsten en verschillen tussen zichzelf en anderen zien.
De kinderen zitten in de kring op een stoel. Jij staat in het midden. Je zegt: ik hou van kinderen die... een spijkerbroek aan hebben. De kinderen met een spijkerbroek staan op en zoeken een andere stoel. Nu noem je iets anders wat je aan de kinderen ziet, bijv. ik hou van kinderen die een staart in hebben. Deze kinderen staan op en zoeken een andere stoel.
Vervolgens ga je zelf meedoen. Je zegt: ik hou van kinderen die oorbellen dragen. De kinderen die dit hebben staan op en zoeken een andere stoel. Ook jij probeert nu een stoel te bemachtigen. Nu blijft er één kind over. Dat kind staat in het midden van de kring en zegt: ik hou van kinderen die..... en probeert daarna ook een stoel te bemachtigen enz. enz.

Spiegel spinnenweb
Nodig: bol wol
De kinderen zitten in een ruime kring. De leerkracht noemt een overeenkomstig kenmerk van zichzelf en een ander kind: "ik heb een bril op, Joris heeft ook een bril op". De bol wol gaat van de leerkracht naar Joris. De leerkracht houdt het uiteinde vast. Nu is Joris aan de beurt om een overeenkomst te zoeken: ik heb.... en ...... heeft dat ook. De bol wol gaat verder. Zo ontstaat er een spinnenweb.

Jongen en meisje
Een jongen en een meisje vergelijken. Wat zijn de verschillen en overeenkomsten?
Verhaal wat hier bij past: "Jip is een meisje", uit Jip en Janneke 1.

Wie heb ik in gedachten?
De leerkracht neemt een kind in gedachten. De kinderen mogen vragen stellen om er zo achter te komen welk kind het is. Je krijgt dan vragen als: is het een jongen? Is het een meisje? Heeft hij/zij een staart? Heeft hij/zij een spijkerbroek aan?

Lichaamsdelen raden
Neem een lichaamsdeel in gedachten. De kinderen mogen vragen stellen die jij met ja en nee beantwoordt. Je kunt ook over een lichaamsdeel vertellen, zonder het te noemen, waarna de kinderen moeten raden over welk lichaamsdeel je het hebt.

De bom
Nodig: tik tak boem
De kinderen zitten in de kring. Ze nemen allemaal een lichaamsdeel in gedachten. De bom gaat rond. Het kind dat de bom heeft, noemt een lichaamsdeel. Gaat de bom af, dan draait het kind dat de bom op dat moment heeft zijn/haar stoel om. Hij/zij mag even niet meer mee doen.
Spreek af of lichaamsdelen 2 keer genoemd mogen worden.
Je kunt de kinderen ook woordkaarten van lichaamsdelen geven. De kinderen moeten dan, wanneer ze de bom hebben, vertellen wat er op het kaartje staat.

Meten
Een leuke en geschikte activiteit rondom "mijn lichaam" is het meten van de kinderen uit de klas. Hoe lang is iedereen? Wie denken wij dat het grootst is? Wie zou het kleinst zijn? Hoe kunnen we weten of dit klopt?
Zet verschillende kinderen tegen elkaar en kijk telkens wie het grootst of kleinst is. Plak een stuk behangrol tegen de deur en laat de kinderen hier tegen staan. Streep aan hoe groot het kind is en schrijf de naam van het kind erbij.

Van groot naar klein
Laat een kind 3 of 4 kinderen op volgorde zetten van klein naar groot of van groot naar klein. Klopt het? Nu mag een ander kind 3 of 4 andere kinderen in de juiste volgorde zetten.

Wegen
Hoeveel zouden we wegen? Wie is zwaar en wie is licht? Hoe kunnen we weten hoeveel we wegen? Pak een weegschaal en laat de kinderen erop staan. Kunnen we ook 2 kinderen samen wegen? Kunnen we de groepsknuffel wegen? etc.

De schoenenwinkel
Laat alle kinderen de schoenen uitdoen en leg ze op een grote hoop. Doe nu allerlei activiteiten met de schoenen. Ga ze bijvoorbeeld tellen en kom dan tot de conclusie dat er iets niet klopt. Er zitten 20 kinderen in de klas en er liggen 40 schoenen? Dat kan toch helemaal niet! Weten de kinderen hoe dit kan?
Hoeveel veterschoenen liggen er? Hoeveel paar veterschoenen zijn dat?
Hoeveel laarsjes liggen er? Hoeveel schoenen met klittenband en hoeveel sandalen? enz. Classificeer door de schoenen op kenmerk bij elkaar te leggen.
Na het tellen kun je de schoenen met de kinderen gaan seriëren. Welke schoenen zijn groot of hoog? Welke schoenen zijn kleiner of laag? Maak rijtjes van hoog naar laag of van groot naar klein. Hiervoor moeten de kinderen de schoenen goed tegen elkaar houden en meten welke het grootst is of welke het kleinst.
Tenslotte mogen de kinderen de paren schoenen bij elkaar zoeken zodat alles weer klopt.
Als afsluiting is een raadspelletje leuk. Je beschrijft een paar schoenen en de kinderen moeten raden over welk paar jij het hebt of je houdt een paar schoenen omhoog en de kinderen moeten raden van wie dit paar is. (De eigenaar mag uiteraard niks verklappen!)

Bewegen
Maak bewegingen met je benen, voeten, armen, handen, hoofd etc. die de kinderen na moeten doen.
Geef de kinderen opdrachten: leg je elleboog op... doe je benen.... leg je handen naast... etc.

Bewegen op muziek met linten
Ga naar de speelzaal. Geef elk kind een lint van crêpepapier. Maak bewegingen op de maat van de muziek. Gaat de muziek hard, beweeg dan wild, gaat de muziek zacht, beweeg dan rustig.
Speel 'dansen in de spiegel' (zie hieronder) met de linten.

Pittenzakjes
Ga naar de speelzaal. Geef elk kind een pittenzakje. Geef opdrachten, zoals: we lopen met het pittenzakje op ons hoofd door de speelzaal. Het zakje mag niet vallen. We leggen het pittenzakje op onze elleboog en lopen rond. We leggen het pittenzakje in onze nek, we leggen het op ons voorhoofd, op de knie, voet, hand, schouder etc.
Maak het moeilijker door hindernissen in de speelzaal te zetten, zoals een bank waar de kinderen overheen moeten lopen, hoepels en horden.

Dansen in de spiegel
De kinderen werken in tweetallen. De kinderen gaan tegenover elkaar staan. Het ene kind maakt een beweging, het andere kind doet hem/haar na. Zo lijkt het alsof je in de spiegel naar jezelf kijkt.

Boeken thema mijn lichaam






facebook juf Anke