lesidee kleuters juf Anke


Over Juf Anke

Sinds 2005 deel ik lesmateriaal op mijn site jufanke.nl. Ik wil anderen hiermee inspireren en enthousiasmeren. Daarnaast schrijf ik, samen met Els, voor Kleuteruniversiteit, Praxisbulletin, De Vier Windstreken en Lemniscaat. In 2017 is ons eerste eigen boek verschenen: Spelen met prentenboeken!


  • Lesbrieven & Projecten
  • De grote schaatswedstrijd
  • De kleine piraat
  • Delen is leuk
  • Igor Stippelkampioen
  • Ik vind je lief
  • Ik voel een voet
  • Ik wil een diamant
  • Kikker en een heel bijzondere dag
  • Kobe maakt een museum
  • Mama kwijt
  • Nog 100 nachtjes slapen
  • Platvoetje

 

Plezier met prentenboeken

De Grot van Bruine Beer

In de onderwijsnieuwsbrief 2 van Lemniscaat bespreken wij De Grot van Bruine Beer. Hier vind je de aanvullende lessuggesties.

--> Inschrijven! Schrijf je in voor de onderwijsnieuwsbrief van Lemniscaat om gratis tips in je mailbox te ontvangen! Klik hier.

Aanvullende ideeën bij De Grot van Bruine Beer

* Er zijn heel wat spullen om uit te kiezen. Beer gaat door tot ieder gaatje van zijn grot is gevuld.
Laat de kinderen spullen noemen die ...
- wielen hebben.
- handvaten hebben.
- in dozen passen.
- muziek maken.
- op elektriciteit werken.
- waar iets in kan.
- bedoeld zijn om mee in de tuin te werken.

* De vrienden van Bruine Beer komen langs, maar ze kunnen er niet meer bij. De grot is te vol met spullen.
Speel een spullen memo-spel. Verstop kleine spullen (van elk twee) onder bekers. Om de beurt draaien de kinderen twee bekers om. Zijn deze spullen hetzelfde, dan mogen ze nog een keer. Zij ze niet hetzelfde, dat worden de bekers en weer op gezet en is de volgende aan de beurt.

* Beer struikelde bijna over doos 79.
Zorg voor een flink aantal dozen of maak dozen door ze uit bruin papier te knippen. Nummer de dozen (bijvoorbeeld met de getallen 1 tot en met 12). Geef hierna opdrachten:
- zet de dozen in de volgorde van de getallenrij.
- pak doos 6, pak doos 10 enzovoorts.
- draai één doos om of zet hem weg. Welke doos is weg?
- maak een dozenstapel in de volgorde van de getallenrij. Blijft de stapel staan?
- tel de dozen met sprongen van twee.

* Beer en zijn vrienden besluiten dat het tijd is om alle spullen terug te brengen naar de mensen.
Kijk in het boek hoe Beer en zijn vrienden dit doen. Maak een lange rij en geef spullen door van het begin naar het eind van de rij. Het is leuk om dit functioneel te maken, bijvoorbeeld wanneer de kinderen hun tassen moeten pakken om te gaan eten. Maak dan een rij van de kapstok naar het lokaal of naar buiten en geef de tassen een voor een door. Varieer door ze over het hoofd of tussen de benen door te geven.

* Voor de allereerste keer voelt de grot als zijn thuis.
Neem het boek erbij en kijk hoe het komt dat Beer zich nu wel thuis voelt. Houd een kort gesprek over vriendschap.
- Wat zijn vrienden?
- Wie zijn jouw vrienden?
- Wat doe je graag met je vrienden?
- Komen ze ook wel eens bij jou thuis?
Speel een gezellig spel om elkaar beter te leren kennen. Groepsvormende spellen vind je hier.

Door: juf Anke en juf Els

Het geheugen van een olifant

In de onderwijsnieuwsbrief 1 van Lemniscaat bespreken wij Het geheugen van een olifant. Hier vind je de aanvullende lessuggesties.

--> Inschrijven! Schrijf je in voor de onderwijsnieuwsbrief van Lemniscaat om gratis tips in je mailbox te ontvangen! Klik hier.

Ideeën bij Het geheugen van een olifant
Ezeltje gaat naar de winkel van Olifant. Het dorp is ver weg, dus hij gaat al vroeg op pad.
Leg een pad van dertig dopjes of knopen in de kring. Zet na elk zesde dopje een plastic beker omgekeerd neer. Verstop een klein voorwerp onder elke beker. Laat de kinderen kort zien wat er onder elke beker zit. Hierna gooien ze om de beurt met de dobbelsteen. Als ze voorbij een beker komen, moeten ze stoppen. Wat ligt eronder? Wanneer dit juist geraden wordt, lopen ze verder. 
Weten de kinderen aan het eind van het pad alle zes de voorwerpen nog?

Onderweg komt Ezeltje verschillende dieren tegen. Doe bij elk van deze dieren een activiteit.

Leeuw
Leeuw slaapt onder de appelboom. Kijk in het boek hoeveel appels hierin hangen. Teken een boom op een groen vel papier en leg hier rode knopen of dopjes op. Dit zijn de appels. Laat de kinderen de appels tellen. Herhaal dit een aantal keer. Zorg voor een tweede boom met appels en oefen de begrippen meer, minder en evenveel.

Uil
Uil zit op de brug. Stel je voor dat de brug er niet was. Geef de kinderen de opdracht iets te maken of ontwerpen om de rivier over te steken.

Kat
Kijk naar Kat in het boek. Zet zit op een kleedje. Leg kleedjes of handdoeken neer. Bekijk hoeveel kinderen er op één kleedje passen. Laat de kinderen ervaren dat hoe kleiner het kleed, hoe minder kinderen erop passen. Doe een stoelendans. Haal telkens een kleedje weg. Op hoeveel kleedjes past de hele groep?

Aap
Aap houdt zijn handen op zijn hoofd. Zijn hoed is verdwenen. Vertel dat een hoed een hoofddeksel is. Kennen de kinderen nog meer hoofddeksels? Verzamel er een aantal. Vraag drie kinderen voor de groep te komen. Geef ze elk een hoofddeksel op. De andere kinderen kijken goed en sluiten hierna de ogen. Verwissel de hoofddeksels. Wat is er veranderd? Hebben de kinderen een goed geheugen?

Kikker
In de trompet van Kikker zit een dennenappel. Geef elk kind een muziekinstrument. Zorg ervoor dat elk instrument er twee of meer keer is. Vraag de kinderen hun stoel te draaien, zodat ze met de ruggen naar elkaar in de kring zitten. Tik een kind aan. Hij bespeelt zijn instrument. Kinderen die denken dat ze hetzelfde instrument hebben, spelen mee.

Ezeltje is bij de winkel van Olifant aangekomen. Vraag de kinderen wat hij moest halen. Weten zij het nog? Laat ze hierna de bijbehorende afbeelding in het boek zien en hier kort naar kijken.
Sla het boek dicht. Vraag wat Olifant verkoopt in zijn winkel. Hoeveel dingen kunnen de kinderen noemen?
Tip! Geef een omschrijving om het geheugen van de kinderen op te frissen.

Door: juf Anke en juf Els

Spelen met prentenboeken

In Spelen met prentenboeken vind je suggesties bij 22 prentenboeken van uitgeverij Lemniscaat. Het boek is het hele schooljaar te gebruiken. Voor elk seizoen is er wel iets in te vinden. In het boek vind je kringactiviteiten maar ook spelletjes voor een gezellig feestje. Het boek is zowel op school als thuis te gebruiken. Ook een leuke cadeautip voor een nieuwe leerkracht of stagiair(e). En wat nog leuker is ... Els en ik hebben dit boek geschreven!

Spelen met prentenboeken juf Anke Spelen met prentenboeken juf Anke

Projecten rondom prentenboeken

Op deze pagina vind je lesideeën bij allerlei mooie prentenboeken. Kijk bij de tabbladen hierboven of het boek waar jij mee aan de slag wilt gaan erbij staat.
Hieronder staan projecten bij prentenboeken die ik samen met juf Els maakte voor verschillende uitgevers en op de site van Kleuteruniversiteit te vinden zijn.

Rupsje Nooitgenoeg

“Op een mooie zondagmorgen ging de zon stralend en warm op en uit een eitje kroop een piepklein hongerig Rupsje. Hij ging op weg om eten te zoeken.”

Ga je mee op weg met Rupsje Nooitgenoeg? Dit pakket van 84 pagina’s bevat spellen en kringactiviteiten bij het wereldberoemde boek ‘Rupsje Nooitgenoeg’ van Eric Carle. Voor elke dag is er een reken- en taalactiviteit met de lekkernij die het Rupsje tegenkomt. Als de rups zijn buikje vol gegeten heeft, wordt het project met een verrassende activiteit afgesloten.
--> Bekijk het pakket bij Rupsje Nooitgenoeg

Rupsje Nooitgenoeg

Meten met Kleine Muis

Wat doet Kleine Muis als ze een grote appel vindt die niet in haar huisje past? Ze gaat op zoek naar een nieuw muizenhuis!

Zoek je mee met Kleine Muis? Dit pakket bevat meetactiviteiten bij het boek ‘Kleine Muis zoekt een huis’ van Petr Horáček. Er zijn kringactiviteiten en opdrachten voor de werkles, waarbij kinderen diverse meetactiviteiten uitvoeren.
--> Bekijk het project 'Meten met Kleine Muis'

Meten met kleine muis

 

Gewoon gek

‘Gewoon gek’ is de dierenwereld op zijn kop. In dit project vind je twaalf activiteiten waarin een tegenstelling centraal staat. Nat en droog, stout en lief, groot en klein, alleen en samen, ruzie en goedmaken, gewoon en… gek! Naast de tegenstellingen worden er meerdere doelen behandeld in dit pakket.
--> Bekijk het pakket 'Gewoon gek'

Gewoon gek

 

Het Zwarte Konijn

Konijn snapt er niks van. Hij wordt achtervolgd door een groot zwart Konijn. Konijn vindt het maar eng. Wat wil het zwarte Konijn toch van hem?

Volg het pad van Konijn en kom tot de ontdekking dat ook jij achtervolgd wordt… In het pakket 'Het Zwarte Konijn' van Kleuteruniversiteit ontdek je van alles over schaduwen en nog veel meer. Aan de hand van taal-, reken- en bewegingsactiviteiten neemt Konijn je mee. De activiteiten zijn door Els en mij geschreven bij het boek ‘Het Zwarte Konijn’ van Lemniscaat.
--> Download 'Het Zwarte Konijn' gratis op Kleuteruniversiteit

Het Zwarte Konijn

Kees van Dijk

Vier dinosaurussen.
Niks bijzonders. Heel gewoon.
Een vader en een moeder.
Een zoontje en een zoon.

Duik in het fantastische leven van de dinosaurussenfamilie van Dijk. In dit educatieve pakket van Kleuteruniversiteit vind je activiteiten bij het boek ‘Kees van Dijk’.
--> Bekijk het pakket 'Kees van Dijk'

Kees van Dijk

Schatje en Scheetje

Schatje en Scheetje zitten in het gevang. Ze hebben een paar blauwe sokken gestolen. En elkaars hart. Elke dag kruipt Scheetje door de tralies naar buiten. Daar steelt hij al het mooie van het leven voor zijn Schatje.

Maak het gezellig in de kerker van Katta Kombe, waar Scheetje en Schatje verblijven. Na elke reken- en taalactiviteit uit dit pakket van Kleuteruniversiteit wordt er iets moois de gevangenis in gebracht. De activiteiten zijn geschreven bij het boek ‘Schatje en Scheetje’ van Elle van Lieshout, Erik van Os en Mies van Hout.
--> Bekijk het pakket 'Schatje en Scheetje'

Schatje en Scheetje lespakket

Plons!

Floortje, het varken, heeft het heel warm. Ze ziet de eenden vrolijk spetteren in het water. En hoewel het niet normaal is voor varkens om het water in te duiken, neemt Floortje een aanloop en …

In het pakket 'Plons!' neem je, op een zomerse dag, een kijkje op de boerderij van boer Van der Pluim. Aan de hand van verschillende activiteiten maak je kennis met zijn dieren. De dieren krijgen het warm en duiken na elke activiteit, stuk voor stuk, de vijver in. Dit pakket is geschreven bij het boek ‘Plons!’ van Martin Waddell en Jill Barton en verkrijgbaar op Kleuteruniversiteit.
--> Bekijk het pakket 'Plons!'

Plons! lespakket

De schoenen van de zeemeermin

Op de laatste dag van haar vakantie vindt Ida een geheimzinnig paar schoenen op het strand. Wanneer ze ze aantrekt, weet Ida het zeker: ze is een zeemeermin.

Ga je met Ida mee op zoek naar een plek om zeemeermin te kunnen zijn? Dit pakket van Kleuteruniversiteit bevat twaalf activiteiten bij het prentenboek ‘De schoenen van de zeemeermin’ van Sanne te Loo.
--> Bekijk het pakket 'De schoenen van de zeemeermin'

De schoenen van de zeemeermin

Nee!

Het hondje van de familie doet erg zijn best om braaf te zijn.
Wat zullen ze veel van hem houden! Ze roepen immers altijd zijn naam: ‘Nee!’
Maar, toch is er één ding dat hij niet begrijpt…

In dit vrolijke pakket ontdek je, aan de hand van verschillende activiteiten, waarom de baasjes van de hond hem zó vaak roepen. De activiteiten zijn geschreven bij het boek ‘Nee!’ van Marta Altés.
--> Bekijk het pakket 'Nee!'

Nee!

Bij ons in de straat

Bij ons in de straat
van nummer 1 tot nummer 10
wonen hele rare mensen
kom, dan laat ik ze je zien!

Neem een kijkje in deze bijzondere straat. Bij de bewoners valt zoveel te beleven! Tel de vissen in de kom van Alie Kruik, dans net als Mooie Molly, brei klanken aan elkaar met Tante Truitje en help Kokkiewokke zijn bestelling te onthouden. In dit pakket vind je bij elk huis uit het boek ‘Bij ons in de straat’ van Koos Meinderts en Annette Fienieg een toepasselijke reken- en taalactiviteit.
--> Bekijk het pakket 'Bij ons in de straat'

Bij ons in de straat

 

Lesbrieven bij feestelijke boeken

Voor uitgeverij de Vier Windstreken schreven Els en ik lesbrieven bij prentenboeken over feest. De lesbrieven bevatten suggesties voor taal, rekenen, knutselen, spelletjes en meer. Je kunt de lesbrieven hieronder per prentenboek bekijken of als één bestand gratis downloaden op de site van de Vier Windstreken.
--> Download de lesbrieven bij de Vier Windstreken

Waar is Ko?

Cas krijgt een konijn cadeau op zijn verjaardag Maar de volgende dag is Ko uit zijn hok verdwenen. En tja, wat doe je dan? Dan ga je ’m achterna! Bij zijn zoektocht ontmoet hij Mol, en vindt hij elke keer als hij bovengronds komt een nieuwe verrassing. Zou hij zijn nieuwe vriendje weer vinden?

--> Bekijk de lesbrief op de site van de Vier Windstreken

waar is ko

De Smoezels vieren een verjaardag

Smoezels zijn groene wezentjes met een knobbelneus en 3 hoorntjes op hun kop. Ze houden van modder, stank, afval, autobandje gooien en eten graag glas, ijzer, hout en steen. Bijzondere wezentjes dus.

Deze keer maken de Smoezels zich zorgen om hun huisdraak
"Vuurkontje". Hij ligt stil en verdrietig in zijn hok. Om hem op te vrolijken organiseren ze een verjaardagsfeestje. Ze nodigen al zijn drakenvrienden uit.
Het wordt een geweldig feest met muziek, vuurwerk en een leuk spel.
Op het eind mag er zelfs iemand blijven slapen!

--> Download de lesbrief

De smoezels vieren een verjaardag

Een taart voor kleine Beer

Kleine Beer is jarig en Varkentje bakt een chocoladetaart voor hem. In het boek lees je precies hoe dit gaat en wat Varkentje hiervoor nodig heeft. Als de taart klaar is, komt Haas langs. Zo’n lekkere taart moet je eerst proeven. Haas neemt een stuk en later neemt ook Eend, die op bezoek komt, een stuk.
Langzaam raakt de taart op, hoe zou dit aflopen?

--> Download de lesbrief

Taart voor kleine Beer

Lang leve Olifant

In 'Lang leve Olifant' staat Olifant op zijn verjaardag in feestkleren voor de spiegel. Hij schrikt van zijn spiegelbeeld. Voor het eerst ziet hij dat zijn slurf niet recht in het midden hangt en dat hij flaporen heeft.
Ineens heeft hij geen zin meer om feest te vieren. Varken en Bever zijn niet welkom op zijn feest.
Uiteindelijk kan Olifant zich niet blijven verstoppen. Wanneer hij van Varken hoort dat zij het al weten van zijn flaporen en zijn slurf, durft Olifant weer te voorschijn te komen.

--> Download de lesbrief

Lang Leve Olifant

Taart voor iedereen

De thema’s ‘samenwerken’ en ‘delen’ staan centraal in het mooie prentenboek ‘Taart voor iedereen!’.
Op de kaft staat oma Kat. Zij heeft een appeltaart gebakken. Met het gezin Kat eet ze een lekker stuk taart. Er blijf een stukje over. Terwijl de familie Kat een dutje doet, ontdekt oma Muis het stuk taart. Zij deelt dat stuk met de familie Muis, totdat er een kruimeltje overblijft. De muizen doen ook een dutje. Oma Mier vindt het kruimeltje en deelt dat met haar familie. Dan is er niks meer over en besluit oma Kat de volgende dag nog een taart te bakken. Alle families helpen mee: Kat, Muis en Mier.

--> Download de lesbrief

Taart voor iedereen

Meneer Haas en Mevrouw Beer zijn jarig

Meneer Haas is jarig. Mevrouw Beer verheugt zich op het verjaardagspartijtje. Als ze merkt dat meneer Haas zijn verjaardag helemaal niet viert, maar dat hij wel een heleboel cadeautjes krijgt, wordt het haar te veel. Mevrouw Beer wil ook jarig zijn!

--> Download de lesbrief

Meneer Haas en mevrouw Beer zijn jarig

De grote schaatswedstrijd

Eve Tharlet en Kate Westerlund

De drie vrienden Floris het konijn, Roeland de schildpad en Pieter de eekhoorn doen mee aan een schaatswedstrijd. Floris wil dolgraag winnen en gaat als een speer van start. Vlak voor de finish ziet hij echter dat Roeland op zijn rug is terechtgekomen en dat Pieter door het ijs is gezakt. Meteen keert hij om om zijn vrienden te redden. Hij wint daardoor de wedstrijd niet, maar hij wordt wel door zijn vrienden op handen gedragen!

de grote schaatswedstrijd lesideeen

Bij dit prentenboek heb ik samen met juf Els lessuggesties voor de uitgever, De Vier Windstreken, geschreven. Deze suggesties passen helemaal binnen het thema winter.
De activiteiten variëren van kringactiviteiten rondom rekenen en taal tot beeldende activiteiten en leuke spelletjes.
De activiteiten zijn ook als compleet pakket met een mooie lay-out te downloaden op de site van De Vier Windstreken. Je moet de ideeën 'bestellen'. Dit is gewoon gratis. Veel plezier!

de grote schaatswedstrijd

Thema: winter, de wedstrijd, elkaar helpen
Vakgebieden: taal, rekenen, beeldende vorming, sociaal-emotionele ontwikkeling, natuuronderwijs
Duur: 2 weken
Doelstellingen: ruim genomen, kort omschreven
- letterkennis
- tegenstellingen
- woordenschatuitbreiding
- tellen t/m 20
- rekenbegrippen
- getallen herkennen
- ruimtelijk inzicht

Aanbieding van het boek

Doelen
- De kinderen maken kennis met het boek ‘De grote schaatswedstrijd’.
- De kinderen breiden hun kennis over het seizoen ‘winter’ uit.
- De kinderen breiden hun woordenschat uit.
- De kinderen luisteren kritisch naar het verhaal en beantwoorden er vragen over.

Benodigd materiaal
- Het boek ‘De grote schaatswedstrijd’
- Schaatsen
- Winterkleding (muts, sjaal, handschoenen)

Vóór het voorlezen
De leerkracht komt met schaatsen om de nek en winterkleding aan de klas binnen en zegt ‘ik ben klaar voor de start!’ en probeert zo reacties van kinderen te krijgen, waardoor er een gesprek ontstaat. Waar is de leerkracht klaar voor? Wat gaat hij/zij doen?
Hebben de kinderen ook wel eens geschaatst of aan een wedstrijd meegedaan?

Voorlezen van het boek
De leerkracht vertelt dat hij/zij aan de grote schaatswedstrijd meedoet, net als Pieter, Roeland en Floris. Laat het boek zien. Bekijk de kaft samen met de kinderen. Maak kennis met Pieter, Roeland en Floris die je op de kaft ziet.
Spannend, zo’n wedstrijd! Wie zou er gaan winnen? Luister maar eens naar het verhaal.

Na het voorlezen
Bespreek het verhaal samen met de kinderen.

  • Hoe hebben de dieren zich op de wedstrijd voorbereid?
  • Hoe verloopt de wedstrijd?
  • Wie denkt er dat hij gaat winnen?
  • Wie is er snel van start?
  • Wat gebeurt er met Pieter?
  • Hoe wordt hij gered?
  • Wie heeft er nu gewonnen?
  • Hoe komt het dat Floris niet gewonnen heeft, maar toch de held van de wedstrijd is?
  • Doe jij wel eens aan een wedstrijd mee / speel je wel eens een spelletje?
  • Vind jij het fijn om dan te winnen?
  • Wat gebeurt er als je niet wint? Vind je dat vervelend?

Taal

Winnaar of verliezer? - tegenstellingen
Laat de plaatjes van Roeland en Floris zien, bijlage 1.
de grote schaatswedstrijd lesideeen

Probeer hiermee de tegenstelling groot-klein bij de kinderen uit te lokken.
Heb je in de klas afbeeldingen van zomer en winter liggen, gebruik deze dan voor de tegenstelling zomer en winter. Bespreek zo een aantal tegenstellingen die ook in het boek voorkomen:

koud – warm
winnen – verliezen
snel – langzaam
slim – dom
groot – klein
start - finish
dapper – laf
spannend - saai
sterk – slap
boos – blij
goed – fout
moeilijk – makkelijk
dun – dik
begin – eind

Speel een spelletje met de tegenstellingen:
- Jij noemt een tegenstelling. Is dit een goede tegenstelling, dan mogen de kinderen gaan staan en doen alsof ze schaatsen. Wanneer de tegenstelling die je noemt niet goed is, blijven de kinderen zitten. Kunnen zij hierna de juiste tegenstelling noemen?

De w van winter – letter van de week
In het boek kom je verschillende woorden met de w tegen: winter, winnen, winnaar, wak, wedstrijd, warm, water.
Bedenk met de kinderen nog meer woorden die met de w beginnen.
Richt een ‘letter van de week’ tafel in (je kunt hier allerlei spulletjes op uitstallen die met de w beginnen) of gebruik de lettermuur.
Suggestie voor een motorische oefening:
Teken een trui op een A4tje. Kopieer de trui een aantal keer.
De kinderen vullen een lekker warm wintertruitje op met de w (een heleboel zigzaglijnen onder elkaar). Ze gebruiken hiervoor verschillende kleuren, zodat het truitje er vrolijk uitziet.

Pak m’n voet! - lichaamsdelen
De dieren in het boek liggen op de buik en maken een ladder door elkaar aan de voeten vast te pakken. Floris laat met zijn armen zien hoe sterk hij is. Roeland glibbert en slibbert en rolt op zijn rug. In het boek kom je allerlei lichaamsdelen tegen.
Bespreek de verschillende lichaamsdelen met de kinderen. Welke lichaamsdelen hebben we? Waar zitten ze?
Geef de kinderen daarna opdrachten, zoals:
- rol op je rug
- schaats met je voeten
- doe je armen op je rug
- laat met je armen zien hoe sterk je bent
- ga op je buik liggen
- ga op je rug liggen
- ga met je voeten in de lucht op de grond liggen
- doe je handen omhoog

Ga naar de speelzaal wanneer je voor deze activiteit te weinig ruimte in je lokaal hebt.

Pieter en zijn moeilijke woorden – woordenschat
Pieter gebruikt graag moeilijke woorden: perfectioneren, heroverwegen, techniek.
Kunnen de kinderen ook enkele moeilijke woorden leren?
Bied een woordcluster rondom de winter of rondom de wedstrijd aan.
Een woordcluster bestaat altijd uit meerdere ‘moeilijke’ woorden die met elkaar in verband staan. Enkele suggesties:
de wedstrijd, de deelnemer, de finish
het ijs, het wak, bevriezen
de schaats, de ski, de slee
vriezen, dooien
zenuwachtig, kalm

Bied de woorden aan door er een verhaaltje omheen te vertellen of door voorwerpen te laten zien. Gebruik de woorden hierbij heel vaak en vertel de betekenis in je verhaaltje.
Na het aanbieden van de woorden kun je spelletjes spelen om de woorden in te laten slijpen (consolideren), eerst passief, later actief.
* Neem een woord in gedachten. De kinderen mogen vragen stellen en zo proberen te raden wat jij in gedachten hebt.
* Zoek plaatjes bij de woorden die daar geschikt voor zijn. Leg de plaatjes op verschillende plekken in de speelzaal. Vertel iets over één van de woorden. De kinderen rennen naar de juiste afbeelding.
* Noem één van de woorden, bijvoorbeeld ‘de wedstrijd’. Rol de bal naar een kind. Dit kind probeert te vertellen wat een wedstrijd is. Daarna rol je de bal naar een volgend kind en je vraagt naar de betekenis van een ander woord dat je aangeboden hebt.

Rekenen

Wie redt me uit het wak? - tellen
Ga met de groep naar de speelzaal.
Alle kinderen staan achter een lijn. Leg een hoepel op een willekeurig plaats in de speelzaal. Dit is het wak. Eén van de kinderen is in het wak terecht gekomen. Hoeveel kinderen heb je nodig om dit kind uit het wak te halen?
De kinderen liggen plat op de buik, houden elkaars voeten vast en maken zo een ladder, net als in het boek. Tel hoeveel kinderen er nodig zijn.
Speel dit spel nu nog een keer, maar leg de hoepel op een andere plek in de speelzaal. Laat de kinderen van tevoren schatten hoeveel kinderen er nu nodig zijn. Zullen er meer kinderen nodig zijn of minder? We gaan eens kijken.

Snel of langzaam? – begrippen
Verzamel allerlei voorwerpen die kunnen rollen, schuiven of rijden. Denk hierbij aan een knikker, propje papier, kaartje, blok, autootje, potlood, schaar, kraal…
Neem een plank (uit de speelzaal of van het buitenspeelmateriaal) en leg deze in de kring. Leg de verzamelde voorwerpen ernaast.
In het boek willen Pieter en Floris allebei de snelste zijn. Ze doen er alles aan om de wedstrijd te winnen. Pieter heeft zijn schaatsen geperfectioneerd en Floris heeft flink getraind. Maar wie is de allersnelste?
Wij gaan eens kijken welk van deze voorwerpen het snelst is.
Leg één van de voorwerpen op de plank die plat op de grond ligt. Dit voorwerp wil je naar beneden laten rollen. Merk op dat er niets gebeurt. Hoe kan dit? Weten de kinderen het?
Zet de plank iets schuin, bijvoorbeeld op een blok uit de bouwhoek. Leg nu weer een voorwerp op de plank. Rolt het voorwerp nu wel?
Neem 2 voorwerpen en kijk welk voorwerp het snelst van de plank af rolt. Kunnen de kinderen van tevoren schatten wat er gaat gebeuren?
Lukt het ook om een kaartje naar beneden te laten glijden? Waarschijnlijk zal dit niet lukken omdat de plank niet schuin genoeg staat. Kunnen de kinderen bedenken wat er moet gebeuren om het kaartje te laten glijden? Zet de plank wat schuiner, bijvoorbeeld door hem op een stoel of tafel te laten steunen.
Hoe kun je voorwerpen sneller laten glijden? En hoe langzamer? Welke voorwerpen zijn het snelst? Hoe zou dat komen?
Stel de kinderen allerlei vragen die uitlokken tot onderzoek.
Kunnen de kinderen ook een voorwerp bedenken dat niet naar beneden zal glijden? Hoe komt dat?

De grote schaatswedstrijd – tellen en getallen herkennen
Print de afbeeldingen van Roeland, Pieter en Floris uit, zie bijlage 1.
Print de getallenlijn, bijlage 2, driemaal uit.
Lamineer deze materialen eventueel.
Leg Roeland, Pieter en Floris voor je in de kring, op de grond. Zorg ervoor dat de kinderen ze op de juiste manier zien en jij ze op de kop ziet.
Leg voor elk dier een getallenlijn t/m 20 neer, ook weer met de getallen naar de kinderen gericht.
Roeland, Pieter en Floris doen mee aan de grote schaatswedstrijd. Wie zou er winnen?
Om de beurt mag een kind voor één van de dieren met de dobbelsteen gooien.
Roeland begint. Eén kind dobbelt voor Roeland. Gooit dit kind 5? Dan mag Roeland 5 stapjes vooruit op de getallenlijn. Daarna is Pieter aan de beurt en mag een kind voor Pieter dobbelen.
Welk van de dieren is het eerst op of voorbij de 20?
Stel tijdens het dobbelen allerlei vragen als: wie staat er voor? Wie staat er achter? Hoeveel moet …. nu gooien om voor te staan? Hoeveel moeten we dobbelen om …. te laten finishen? Hoeveel is het verschil tussen …… en ……. ?

De grote schaatswedstrijd tijdens de werkles
Print de 3 pagina’s van bijlage 3 uit.
de grote schaatswedstrijd telspel

3 Kinderen spelen de grote schaatswedstrijd. Eén van de kinderen speelt met het blad van Roeland, een ander kind met Pieter en het derde kind speelt voor Floris.
Om de beurt rollen de kinderen met de dobbelsteen. Ze mogen het aantal stippen dat ze gegooid hebben inkleuren. Dan is de volgende aan de beurt. Wie heeft het eerst alle stippen ingekleurd en wint de grote schaatswedstrijd?
Tip! Speel met een dobbelsteen waar alleen 1, 2 of 3 stippen of de getallen 1 t/m 3 op staan, dan duurt het spelletje langer.

Help! Een wak – tellen en getallen herkennen
Print bijlage 1, de dieren Pieter, Roeland en Floris, uit.
Knip 10 of 20 cirkels uit een wit vel papier of gebruik ronde vouwblaadjes. Schrijf de cijfers 1 t/m 10 of 1 t/m 20 op de cirkels.
Leg de cirkels in de kring. Vraag de kinderen de cirkels op een rij te leggen, in de juiste volgorde.
De dieren schaatsen over het ijs, de cirkels. Maar… opeens is er een wak. Draai één van de cirkels om of haal deze cirkel weg. Zo ontstaat er een wak. Nu kunnen de dieren niet verder. Om ervoor te zorgen dat ze niet in het wak vallen, moeten de kinderen vertellen welk getal weg is. Raden de kinderen dit goed, dan wordt deze ijsschots weer teruggelegd en kunnen de dieren verder schaatsen.

Het wak in stukjes – inzicht
Het kraakt onder de voeten van Pieter. Het ijs breekt in heel veel stukjes en ineens ligt Pieter in een wak.
Suggestie 1
Teken een heel groot wak op een verfvel (het grootste witte vel dat je kunt vinden). Knip het wak uit, zonder het papier dat er omheen zit stuk te maken.
Leg het papier dat om het wak heen zit in de kring. Je ziet nu een groot gat in het vel papier.
Het papier dat je uit geknipt hebt, knip je in een heleboel stukken. Deze stukken leg je als puzzelstukjes in de kring, naast het wak. Kunnen we het wak weer dichtmaken met de stukken ijs, zodat er niet nog een keer iemand in valt?
De kinderen proberen puzzelstukjes te zoeken en in het wak te leggen.
Suggestie 2
Neem een heleboel witte A4tjes of witte vouwblaadjes. Knip in elk vel papier een gat, lijkend op een wak. Doe dit telkens op een andere manier, zodat je totaal verschillende wakken krijgt. Bewaar het wak dat je uit het papier knipt in zijn geheel. Je hebt nu een heleboel wakken en een heleboel stukken ijs dit in de wakken passen.
Geef elk kind een wak of een stuk ijs. De kinderen gaan op zoek naar hun maatje, dus naar het wak waar het ijs in past. Hebben 2 kinderen elkaar gevonden, dan gaan ze naast elkaar in de kring of op de grond zitten.
Je kunt de opdracht moeilijker maken door stukken ijs in tweeën te knippen zodat er niet 2, maar 3 kinderen naar elkaar op zoek moeten.

Beeldende activiteit

Versier je sjaal
De dieren in ‘De grote schaatswedstrijd’ dragen een lekker warme sjaal.
Versier je eigen sjaal. Plak lapjes of kleur de sjaal in een bepaald patroon.

Sociaal-emotionele ontwikkeling
In ‘De grote schaatswedstrijd’ redt Floris zijn vrienden Roeland en Pieter. Ineens is winnen niet belangrijk meer. Toch is Floris de held van de wedstrijd, omdat hij zo goed geholpen heeft.
Hier volgen enkele activiteiten waarbij ‘elkaar helpen’ centraal staat.


Op het eiland
Nodig: een heleboel tapijttegels of matjes (wat groter dan een hoepel, wat kleiner dan een gymmat), muziek
Ga met de kinderen naar de speelzaal. Als de muziek klinkt schaatsen de kinderen door de speelzaal. Stopt de muziek, dan wordt het gevaarlijk op het ijs. De kinderen moeten snel een veilige plek op een eiland zoeken. Maar… gedurende de activiteit haal jij telkens een eiland weg. De kinderen zijn nooit af, maar moeten elkaar helpen. Ze moeten samen op een eiland gaan staan. In het begin zullen er eilanden zijn waar 2 kinderen op staan, later wordt het steeds drukker op de eilanden. Speel het spel net zolang totdat de groep niet meer op de eilanden past. Lukt het de groep om met z’n allen op 3 eilanden te staan? Of op 2?

In het donker
Nodig: een blinddoek
Zet een parcours uit in de klas, bijvoorbeeld tussen stoelen door en onder een tafel door.
Blinddoek een kind. Een ander kind leidt dit kind door het parcours. Dit gebeurt door aanwijzingen te geven, zoals bukken, een beetje de andere kant op, langzamer etc.
Op elkaar vertrouwen en goed samenwerken is hierbij belangrijk.

Natuuronderwijs

Het smeltende ijsblokje

Nodig: meerdere ijsblokjes

Zet op een koude dag een kuipje water buiten of vries ijsklontjes in. Wat zou er gebeuren?
Kijk de volgende dag. Wat is er gebeurd? Hoe kan dat? Wat is dit? Wanneer krijg je ijs?
Wat gebeurt er als het ijs bij ons in de klas is? Het ijs smelt. Hoe snel gaat dat? Wat gebeurt er als we het ijs de kring rond geven?
De kinderen geven het ijsblokje aan elkaar door.
Stel de kinderen verschillende vragen:
- hoe vaak denk je dat het blokje de kring rond kan?
- hoe vaak kan het blokje daadwerkelijk de kring rond?
- wat gebeurt er als we zout op het blokje doen?
- wat gebeurt er als de kinderen telkens hun hand even om het ijsblokje vouwen?
- hoe lang doet een ijsblokje op de vensterbank erover tot het gesmolten is?

De kleine piraat

Silke Brix - Kirsten Boie

De kleine piraat leidt een spannend leven. Hij beroofd schepen en haalt dan een grote buit binnen. Maar de kleine piraat voelt zich eenzaam. Hij wil wel eens wat anders. Gewoon eens met de mensen praten. Maar of dat nou zo makkelijk gaat?

lesideeen kleine piraat

Bij dit prentenboek heb ik samen met juf Els lessuggesties voor de uitgever, De Vier Windstreken, geschreven. Deze suggesties gaan over piraten. De activiteiten variëren van kringactiviteiten rondom rekenen en taal tot beeldende activiteiten en een heus piratenfeest.
Dit boek en de suggesties zijn natuurlijk goed te gebruiken bij het thema piraten, maar ook tijdens de themas zomer, water of ter voorbereiding op een juffenfeest in piratenstijl.
De activiteiten zijn als compleet pakket gratis te downloaden op de site van De Vier Windstreken. Veel plezier!

Tip: Meer piratenideeën zoals leuke knutsels vind je op de piraten themapagina.

de kleine piraat lesideeen

Thema: piraten
Vakgebieden: rekenen, taal, beeldende vorming
Presentatievorm: juffenfeest in piratenstijl ter afsluiting van het thema
Duur: minimaal 2 weken
Doelstellingen: ruim genomen, kort omschreven
- seriëren
- tellen
- getalbeelden op de dobbelsteen
- getalsymbolen t/m 12
- patronen ontdekken
- visuele waarneming
- rijmen
- letterkennis

Aanbieding van het boek

Doelen

  • De kinderen maken kennis met het boek ‘De kleine piraat’.
  • De kinderen halen hun voorkennis over ‘piraten’ op.
  • De kinderen breiden hun woordenschat uit.
  • De kinderen luisteren kritisch naar het verhaal en beantwoorden er vragen over.

Benodigd materiaal
- Het boek ‘De kleine piraat’
- Een fles
- Een schatkaart (plattegrond van de school)

Vóór het voorlezen

Verstop het boek ‘De kleine piraat’ ergens in de school. Teken op een plattegrond waar het boek, de schat, ligt. Teken een spoor (route) van het lokaal naar de schat.  Stop de plattegrond in een fles.

In de kring ligt flessenpost. Wat zou er in de fles zitten? Waar komt de flessenpost vandaan?
De kinderen vinden de schatkaart. Wat is dit? Hé, er staat een spoor op!
Volg het spoor met de klas en ga op zoek naar de schat.

Voorlezen van het boek

Laat het gevonden boek in de kring aan de kinderen zien. Bekijk de kaft samen. Wat zie je op de kaft? Hoe ziet een piraat eruit? Wat doet een piraat? Ken jij een piraat? (Misschien hebben de kinderen een piraat op tv, in een boek of in een pretpark gezien).
Dit boek heet ‘De kleine piraat’. Zie je de kleine piraat? Kijk eens goed. Hoe voelt hij zich?
We gaan eens kijken wat er met de kleine piraat aan de hand is. Luister maar.

Na het voorlezen

Stel de kinderen na het voorlezen enkele vragen, zoals:

  • Waarom zijn de mensen bang voor de kleine piraat?
  • Wat vindt de kleine piraat daarvan?
  • Wat wil de kleine piraat graag?
  • De kleine piraat wil gewoon eens met de mensen praten. Wat doet hij daarom anders als hij het volgende schip gaat beroven?
  • Is er iemand die niet bang voor de kleine piraat is?
  • Aan het eind zie je de kleine piraat in de hangmat. Hoeft hij niet meer te roven?
  • Kijk eens naar het gezicht van de kleine piraat. Hoe voelt hij zich nu?
  • Op de laatste bladzijde staat: ‘Het is wel jammer van mijn kanon”. Wat is er gebeurd met zijn kanon?

Taal

Piraatje, zoek wat je mist uit de kist - geheugenspel
Leg enkele piratenspullen naast een schatkist in de kring. Praat er met de kinderen over. Wat zie je allemaal? Hoe heten de voorwerpen en wat kun je ermee doen?
Alle kinderen kijken goed naar de voorwerpen. De kinderen doen de ogen dicht. Er wordt een voorwerp weg geroofd. Dan mogen de kinderen weer kijken. Wat is er verdwenen?

De rijmende rover
Stop een heleboel spullen uit de klas in een schatkist. De piraat is vandaag in een rijmbui. Op alles wat hij ziet, verzint hij een rijmwoord. Luister maar eens. Doe dit een paar keer voor. Gebruik een hand-/vingerpoppetje van een piraat of een afbeelding van de kleine piraat. De kleine piraat rijmt erop los. Maar... soms komt er iets uit de kist waar de piraat geen rijmwoord op weet. Kunnen de kinderen een handje helpen? Rijm er samen op los.

Pa-pe-gaaien - auditieve analyse
Nodig: handpop van een papegaai (of andere vogel)
Tip! Werk je op school met 'Met sprongen vooruit', gebruik deze handpop dan.

Jij bent de piraat. Je zegt een moeilijk piratenwoord. Een kind heeft de papegaai vast en zegt het woord in stukjes na. Bijvoorbeeld: avonturen, a - von - tu - ren. Daarna wordt de papegaai doorgegeven aan een volgend kind.
Piratenwoorden: vlaggenstok, piratenvlag, enteren, kraaiennest, landrotten, schatkist, schatkistslot, schatkaarten, flessenpost, diamanten, geldstukken, goudstukken, zeerover, verrekijker, telescoop, golven, haaientand, hangmat, palmboom, eiland, slingertouw.

Een nieuwe letter
Bied een nieuwe letter aan.
Stop voorwerpen die beginnen met die letter in de schatkist.

Rekenen

Kralenkettingen
Rijg verschillende kralenkettingen met verschillende patronen. Deze kettingen zijn de buit van de piraat. Ze zitten in een schatkist.
Haal de kettingen één voor één tevoorschijn. Laat de kinderen de volgorde afmaken. Welke kraal komt nu? Rijg deze kraal aan de snoer.
Tel de kralen aan een ketting. Blijf rond tellen. Hoe kant dat nou? Deze ketting heeft wel heel veel kralen. Zien de kinderen waar het tellen mis gaat?

Roof de schatkist leeg
Zet 2 schatkisten met hetzelfde aantal diamanten in de kring. Gooi met de dobbelsteen en haal dat aantal diamanten uit de schatkist. Gooi nu voor de andere schatkist. Welke schatkist is het eerst leeg?

De 12 schatten van de kleine piraat - tellen

Doelen

  • De kinderen oefenen het tellen.
  • De kinderen oefenen de volgorde van de getallen in de telrij.
  • De kinderen herkennen de getalsymbolen t/m 12.
  • De kinderen herkennen de getalbeelden op een dobbelsteen.

Benodigd materiaal
- 12 dezelfde doosjes die als schatkist kunnen dienen
- 2 dobbelstenen
- diamanten (muntjes, glasstenen, kunststof diamantjes o.i.d.)

De activiteit

In de kring
Verzamel 12 dezelfde doosjes (tip: doosjes van de schatkistijsjes of Red Band schatkistjes).
Nummer de schatkistjes van 1 t/m 12.

De kleine piraat heeft een heleboel schatten geroofd. Maar… hij kan maar tot 12 tellen!
Hier volgen een aantal suggesties voor activiteiten met de schatkistjes en het tellen tot 12:

  • Leg de schatkistjes in de juiste volgorde.
  • Tel de schatkistjes. Tel verder vanaf een bepaald getal, tel terug, tel met sprongen.
  • Gooi met 2 dobbelstenen. Kijk wat je gegooid hebt en pak het desbetreffende schatkistje.
  • Leg bij elk schatkistje het juiste aantal diamantjes.
  • Tel het aantal diamantjes van 2 schatkisten bij elkaar op.
  • Speel diamantroof. De kinderen doen de ogen dicht. Er komt een piraat die één schatkistje weg mag pakken. De kinderen mogen weer kijken. Welk getal is weg?
    Maak het spel moeilijker door meerdere schatkistjes weg te halen. Welke getallen zijn weg én hoeveel schatkistjes zijn er nu weg?

Tijdens de werkles
Een klein groepje kinderen (ongeveer 4) speelt het spel ‘tel en kleur – diamantroof’.
De kinderen gooien om de beurt met een dobbelsteen waar alleen 1, 2 en 3 stippen op staan. De kinderen kijken wat ze gooien en kleuren het juiste aantal diamantjes in op hun werkblad. Wie heeft alle diamantjes het eerst gekleurd en zo geroofd?

piraat lesidee

Wanneer je alleen dobbelstenen met 6 stippen hebt kun je het werkblad op pagina 2, waar meer diamanten op staan, gebruiken.

Voor de oudste kleuters is het spel ‘Rol de dobbelsteen’ leuk. Ook dit spel wordt in kleine groepjes gespeeld.
De kinderen gooien met 2 dobbelstenen en kleuren het getal dat ze gooien in. Wanneer ze een getal gooien dat ze al ingekleurd hebben, gaat de beurt voorbij. Wie heeft het eerst alle getallen t/m 12 ingekleurd of wie heeft wanneer het spel stopt de meeste getallen in kunnen kleuren?

--> Download de werkbladen Tel en kleur & Rol de dobbelsteen

7 Schatkisten op een rij - seriëren

Doelen

  • De kinderen oefenen het seriëren van klein naar groot.
  • De kinderen oefenen het seriëren van licht naar zwaar.
  • De kinderen oefenen met het schatten en beredeneren.
  • De kinderen leren dat een voorwerp dat het grootst is niet perse het zwaarst is.

Benodigd materiaal
- 7 doosjes (schatkistjes) van verschillende grootte
- diamanten

De activiteit

Verzamel 7 doosjes van verschillende grootte. Voor de activiteiten is het het fijnst om niet al te grote doosjes te gebruiken. Denk aan een lucifer doosje, smartie-doosje en doosjes die telkens een beetje groter zijn.
Gebruik grote diamanten, zoals glasstenen.

De kleine piraat telt zijn schatten. Hij telt wel drie keer tot twaalf en dan nog eens tot zeven.
Hier volgen een aantal suggesties voor activiteiten met schatkistjes en het tellen tot 7:

  • Leg de doosjes neer van klein naar groot.
    Wat is het kleinste/grootste schatkistje?
  • Voor de volgende suggestie moeten de schatkistjes klein zijn en de diamantjes redelijk groot (bijv. glasstenen).
    Laat een handje diamanten zien. In welk schatkistje denken de kinderen dat deze diamantjes het best passen? Laat de kinderen raden, schatten en vertellen waarom ze dat denken. Probeer bij een paar schatkistjes of de diamantjes erin passen. In welk schatkistje passen ze uiteindelijk het best?
    Hoeveel diamantjes zitten er nu in dit schatkistje?
    Vraag de kinderen hoeveel diamantjes er zouden passen in een schatkist die een beetje groter is en een schatkist die een beetje kleiner is. Vul alle schatkistjes.
  • Weeg de schatkistjes met een balans. Welk schatkistje is het zwaarst en welk kistje het lichtst? Leg de schatkistjes van licht naar zwaar.
    Zijn er schatkistjes even zwaar?
    Vul daarna enkele schatkistjes met diamantjes. In elk kistje evenveel -diamantjes. Wat gebeurt er met het gewicht?
    Stop ook eens weinig diamantjes in de grootste schatkist en veel diamantjes in de kleinste schatkist. Welke schatkist zal het zwaarst zijn?

De buit van de kleine piraat – schatten en tellen

Doelen

  • De kinderen leren een schatting van een hoeveelheid te maken.
  • De kinderen oefenen de begrippen veel, weinig en evenveel.
  • De kinderen oefenen het tellen tot 12.

Benodigd materiaal
- een schatkist
- 12 diamanten
- fiches
- cijferkaartjes van de getallen 1 t/m ten minste 12

De activiteit

In de kring staat een schatkist. De buit van de kleine piraat. De kleine piraat is heel benieuwd hoeveel diamanten hij vandaag geroofd heeft. Maar ja, de kleine piraat heeft zo’n hekel aan tellen! Weet je wat, we gaan schatten hoeveel diamanten het zouden kunnen zijn.
Schud een keer met de schatkist. Zou er 1 diamant in zitten? Laat het cijferkaartje van de 1 zien. Als de klas vindt dat er 1 diamant in de schatkist kan zitten, leg je dit kaartje met de 1 naar boven in de kring. Vindt de klas dat dit niet kan, leg dit kaartje dan op de kop in de kring. Leg zo alle cijferkaartjes, tot ongeveer 15, in de kring.
Nu krijgen alle kinderen 1 fiche. Ze mogen bedenken hoeveel diamanten zij denken dat er in de schatkist zitten.
Om de beurt mogen een aantal kinderen hun fiche op het cijferkaartje komen leggen met het aantal dat zij in gedachten hebben.
Als alle fiches liggen bekijk je met de klas wat er neergelegd is. Welk cijfer is niet geraden? Waar liggen de meeste fiches en waar de minste?
Tijd om in de schatkist te gaan kijken. Wie heeft het juiste aantal geschat?
Maak dit spannend door de diamanten 1 voor 1 langzaam uit de schatkist te halen. Uiteindelijk komt de klas te weten wat er écht in de schatkist zit. Wie heeft dit aantal geraden?
De kleine piraat is blij dat zijn diamanten geteld zijn. Hij kijkt nog eens naar de diamanten, legt ze netjes in een rij en kan dan lekker gaan slapen.
Maar… ’s nachts komt er een zeerover langs die de diamanten ook wel erg mooi vindt. De kinderen in de kring slapen ook. De zeerover pakt een aantal diamanten weg. Als de kleine piraat ’s morgens wakker wordt schrikt hij zich een hoedje. Er zijn diamanten gestolen! Kunnen de kinderen raden hoeveel diamanten er weg zijn? Als dit lukt, brengt de zeerover de diamanten weer terug. Speel dit spelletje een aantal keer. Laat een kind de zeerover spelen.

Knutselen

Maak zelf een schatkist
Versier een schatkist. Neem hiervoor een schoenendoos, houten kistje, een doosje van papier dat je zelf vouwt of een doosje op het platte vlak.

Je eigen piratenvlag
Ontwerp een piratenvlag.

Teken jezelf als piraat

De hoofddoek van de piraat staat al voorgedrukt. De kinderen tekenen zichzelf hier als piraat onder. Bespreek met de kinderen hoe een piraat eruit ziet. Wat voor kleding heefthij aan? Welke attributen heeft hij bij zich? Waar is de piraat?
--> Download de tekenopdracht


In de hoeken

Op het piratenschip
Tover de huishoek om tot een piratenschip. Denk bij de inrichting aan:
- verrekijkers
- piratenkleding: ooglap, hoofddoekje, hesje, degen
- schatkisten met daarin kettingen, muntstukken en diamanten
- piratenvlag
- een papegaai
- een anker
- een stuurwiel
Gebruik de onderkant van de kast uit de speelzaal als schip of maak een schip van grote, kartonnen dozen.

Goudzoeken in de zandtafel
Zorg ervoor dat er zacht zand in de zandtafel zit. Verstop goudklompjes (bijv. goud gespoten steentjes of glasstenen) in de zandtafel. Leg enkele zeefjes bij de zandtafel. De kinderen gaan door het zand te zeven op zoek naar de goudklompjes.
Vertel de kinderen hoeveel goudklompjes er verstopt zitten, bijv. 10 of 20. Wanneer de kinderen alle klompjes gevonden hebben, mogen ze opnieuw beginnen of uit de zandtafel gaan. De opdracht is dan immers volbracht.

Piratenfeest - themadag

Zin in een feestje? Een gezellige themadag met de kleuters, een leuke afsluiting van het piratenthema of een piratenfeest ter gelegenheid van je verjaardag?
Vier feest met de kleine piraat!

Terwijl wij bezig waren met de lesideeën voor ‘De kleine piraat’ kregen wij het idee om voor onze juffendag een piratenfeest te organiseren. We gingen enthousiast aan de slag. Zie hier het resultaat.

Benodigdheden voor het piratenfeest
- een schatkist
- veel diamanten (glasstenen o.i.d.)
- de brief van de kleine piraat
- wat lekkers, bijvoorbeeld snoepsleutels, kleine schatkistjes met snoepjes, piratengezichten gemaakt van een eierkoek

De verhaallijn
De kleine piraat kwam terug van zijn reis op zee. Hij stapte de kade op met zijn buit, wel honderden diamanten! Maar o jee, de schatkaart lag nog in de kajuit. Snel rende de kleine piraat terug het schip op om zijn kaart te halen.
Toen de kleine piraat terug kwam, was zijn schatkist verdwenen…
De kleine piraat vraagt de hulp van de kinderen bij het zoeken naar zijn schat. Willen de kinderen rondom de school goed opletten of zij een spoor van de schat zien?

piratenfeest brief

Wanneer de kleuters in de kring zitten, ligt daar de brief van de kleine piraat. De brief kan ook als flessenpost aankomen.

--> Download de brief

Het is leuk om de randen van de brief af te branden en de brief op bruinig papier uit te printen, zodat hij er wat oud uitziet.
Lees de brief voor.

Daarna ga je met de klas op pad. Het leukst is het om naar het bos te gaan. Is er geen bos in de buurt, dan kan dit feestje ook prima gevierd worden in een park, een speeltuin of op de speelplaats van de school.

Activiteiten

Spel 1 – Diamanten zoeken

Een ongedwongen spel dat weinig voorbereiding vergt. De kinderen kunnen lekker buiten spelen en ondertussen wordt er naar de schat gezocht.

Ga met de kleuters naar een bos, park, speeltuin of de speelplaats van de school. Hier mogen de kinderen spelen. Natuurlijk letten ze ondertussen ook op of ze de schat van de kleine piraat zien.
Verstop van tevoren een heleboel diamanten op de plek waar je naartoe gaat of stop de diamanten in je zakken en laat er af en toe één ongemerkt vallen. Verstop de schatkist ook ergens.
De kinderen merken de diamanten vast op en dan kan het schatzoeken beginnen.
Verzamel alle diamanten in de schatkist, zo kunnen ze straks weer teruggegeven worden aan de kleine piraat.

Spel 2 – Het grote schatzoekspel

Benodigdheden
- fotokaartjes piraten, uitprinten en lamineren --> Download fotokaarten
- schatkaarten, voor elk kind 1, bijlage 6, printen op stevig papier
--> Download de schatkaarten
- stickerrondjes in de kleuren rood, groen, blauw en geel

piratenfeestje

schatkaart
In het bos, in het park of op de speelplaats (hier wordt uitgegaan van het bos) hangen fotokaartjes van dingen die met piraten te maken hebben. Hang de kaartjes met punaises aan bomen. Maak het niet te makkelijk, zodat de kinderen flink moeten zoeken.
Fotokaarten met elk een ander symbooltje.

Alle kleuters krijgen een schatkaart. De schatkaarten zijn allemaal verschillend. Wanneer je dit spel met meerdere kleuterklassen speelt, kun je zoveel kaarten als je nodig hebt afdrukken, waardoor er wat kinderen dezelfde kaart zullen hebben. Dit is niet erg.
De kleuters kijken naar de afbeeldingen op hun schatkaart. Ze volgen het spoor dat op de kaart staat en beginnen dus onderaan, bij plaatje 1. De kleuters gaan in het bos op zoek naar dat plaatje. Wanneer ze dezelfde afbeelding aan een boom zien hangen, zien ze daar een symbooltje bij staan. Een rode cirkel, een blauw vierkant etc. Dit symbool moeten de kinderen onthouden.

piratenfeest kleuters  
Deze kaart van de kleine piraat heeft als symbool een groene driehoek.

Hiermee komen ze terug naar jou. Ze vertellen welk symbooltje onder de afbeelding staat. Plak een stickerrondje op de schatkaart, bij de gevonden afbeelding. Nu gaat het kind op zoek naar afbeelding 2 en tenslotte naar het derde plaatje.

piratenfeest kleuters ideeen 
Plaatje 1, de kleine piraat, is gevonden!
Naar de leerkracht om te vertellen welk symbool erbij staat en dan op zoek naar de tweede afbeelding.

Afsluiting

De kleine piraat komt langs in het bos of in de klas. Het is leuk als je een ouder, leerling van groep 8 of stagiair(e) kunt regelen om de piraat te spelen.
Hebben de kinderen de schat al teruggevonden? Als dit gelukt is, is de kleine piraat super blij! Als beloning mogen alle kleuters een diamant uitzoeken.

Delen is leuk

Brigitte Weninger en Eve Tharlet

Micha Muis is van plan een geweldig appelfeest te geven nu de appels rijp zijn. Tot hij erachter komt dat Sam Slaapmuis alle appels uit de boom heeft geplukt. En die wil ze met niemand delen!
Net als Micha en zijn vrienden hebben besloten om er dan maar een pannenkoekenfeest van te maken, komt Sam berouwvol de appels terugbrengen. Dat vieren ze natuurlijk met een appelpannenkoekenfeest!

Delen is leuk lesidee

Bij dit prentenboek heb ik samen met juf Els lessuggesties voor de uitgever, De Vier Windstreken, geschreven. Deze suggesties gaan, zoals de titel al doet vermoeden, over delen en over appels. Dit boek past daarom ook goed bij het thema herfst, de tijd waarin de appels geplukt worden. We hebben lesideeën bedacht voor taal, rekenen, natuuronderwijs, beeldende vorming, sociaal- emotionele activiteiten en enkele bewegingsactiviteiten.
De activiteiten zijn ook als compleet pakket met een mooie lay-out te downloaden op de site van De Vier Windstreken. Je moet de ideeën 'bestellen'. Dit is gewoon gratis. Veel plezier!

Thema: herfst, appels, vriendschap, delen
Vakgebieden: taal, rekenen, beeldende vorming, sociaal-emotionele ontwikkeling, natuuronderwijs
Duur: 1 tot meerdere weken
Doelstellingen: ruim genomen, kort omschreven
- rijmen
- tegenstellingen
- auditieve oefeningen
- tellen
- seriëren
- sprongen van 2
- getalbeelden op de dobbelsteen

Aanbieding van het boek

Doelen

  • De kinderen maken kennis met het boek ‘Delen is leuk’.
  • De kinderen breiden hun woordenschat uit.
  • De kinderen luisteren kritisch naar het verhaal en beantwoorden er vragen over.
  • De kinderen ervaren dat het prettig is om te delen.

Benodigd materiaal
- Het boek ‘Delen is leuk’
- Uitnodiging

Vóór het voorlezen
Er ligt een uitnodiging in de klas voor het appelfestijn. Voor wie is deze uitnodiging? Voor de kinderen in de klas? Wat zou een appelfestijn zijn?
We lezen de uitnodiging. Hieruit blijkt dat deze hoort bij het boek ‘Delen is leuk’.

Voorlezen van het boek
De kinderen worden uitgenodigd naar het verhaal ‘Delen is leuk’ te luisteren.

Na het voorlezen
Bespreek het verhaal samen met de kinderen.

  • Voor wie was de uitnodiging bedoeld?
  • Wat hebben Micha en Erik nodig voor het appelfestijn?
  • Waar gaan ze deze appels plukken?
  • Wat zien Micha en Erik als ze in het bos aangekomen zijn?
  • Waar zijn de appels?
  • Wat gaat Sam met de appels doen?
  • Zijn Micha en Erik het daarmee eens?
  • Gaat het appelfestijn nog door?
  • Het wordt een pannenkoekenfeest. Hoe zijn de dieren op dit idee gekomen?
  • Waarom komt Sam terug bij Micha’s huis?
  • Hoeveel dieren helpen mee om het pannenkoekenfeest voor te bereiden?
  • Wat doen zij?
  • Iedereen helpt mee aan de voorbereidingen voor het feest. En Erik?
  • Wat wordt er allemaal gedeeld in het boek.
  • Deel jij wel eens iets?
  • Wat kun je goed delen?

Taal

Namenrijm
Micha Muis deelt zijn geheim met Erik Egel. De andere vrienden, Kasper Kikker en Maarten Merel weten de appelboom niet te vinden.
De schrijfster van het boek bedacht leuke dierennamen door te rijmen met letters.
Laat kinderen bij hun eigen naam een dierennaam verzinnen die met dezelfde letter begint. De kinderen kunnen elkaar vast helpen.

Het bord is te klein
Micha Muis is ontzettend blij en kladdert iets op een stuk karton.
Begin de activiteit met het schrijven van de uitnodiging op een klein stuk karton. Je komt tot de ontdekking dat het niet past. Het karton is te klein? Wat nu?
Zo wordt de tegenstelling ‘groot – klein’ geïntroduceerd.
Bespreek hierna een aantal tegenstellingen die ook in het boek voorkomen:

klein – groot
kort – lang
stevig – slap
omhoog – omlaag
leeg – vol
verdrietig – blij
vrolijk – boos
alleen – samen
zwaar – licht
dichttrekken – openmaken
hard – zacht
rond – hoekig
lekker – vies
eerste – laatste
dun – dik
snel – langzaam
voorzichtig – wild
vriend – vijand
boven – onder
leuk – saai 

Speel een spelletje met de tegenstellingen:
Jij noemt een tegenstelling. Is dit een goede tegenstelling, dan mogen de kinderen gaan staan en doen alsof ze appels plukken. Wanneer de tegenstelling die je noemt niet goed is, blijven de kinderen zitten. Kunnen zij hierna de juiste tegenstelling noemen?

Fruitspelletjes
Kasper Kikker pakt een kan water waar een abrikoos in drijft. ‘Wat is dat?’ vraagt Erik.
Weten de kinderen wat een abrikoos is? Welk fruit komt ook in het boek voor?
Kennen de kinderen andere soorten fruit?

* We spelen het fruitspelletje ‘Reactiewoorden herkennen’:
De kinderen gaan staan wanneer ze het reactiewoord horen.
appel, banaan, peer, appel, druif, abrikoos, appel, appel, bes, ananas, aardbei, appel, kiwi
peer, pruim, appel, banaan, peer, peer, kiwi, pruim, peer, bes, pruim, peer, aardbei, druif

Welk woord hoor je twee keer?
appel – banaan – peer – appel
druif – kiwikiwi - sinaasappel

* We spelen fruitmemory:
Verzamel kaartjes met verschillende soorten fruit erop en speel hier memory mee. Je kunt ook een memoryspelletje met ‘echt’ fruit spelen: zoek wat klein, plastic fruit. Alles twee keer. Stop dit fruit onder plastic bekertjes. De kinderen mogen telkens twee bekertjes omdraaien.
Dit materiaal kun je ook aan de kinderen uitdelen om het volgende spel te spelen. Zoek het kind met hetzelfde fruit.

Hm, wat ruik ik?
Kasper Kikker pakt een kan water waar een abrikoos in drijft. De zoete geur van de abrikoos bereikt de neusgaten van zijn vrienden.
Zoek verschillende dingen bij elkaar die de kinderen mogen ruiken. De kinderen krijgen een blinddoek om en raden wat ze ruiken. Vind je dat dit lekker ruikt? Wat denk je dat het is?
Suggesties: abrikozenjam, pindakaas, afwasmiddel, parfum, kaneel, worst, banaan.

Pannenkoeken bakken
De vrienden hebben alle spullen voor een pannenkoekenfeest. Uiteindelijk wordt dit een appelpannenkoekenfeest.
Bak pannenkoeken met de klas. Bekijk met de kinderen wat je nodig hebt. Je vindt een recept achterin het boek. Leg de juiste ingrediënten in de kring.
Stel tijdens het bakken van de pannenkoeken allerlei vragen die de kinderen aanzetten tot denken, zoals:
- Zoek iets waarmee je kunt schillen.
- Pak een grote en kleine maatbeker: wat is het verschil tussen deze twee maatbekers?
- Wat gebeurt er als je de ingrediënten gaat mixen?
- Wat gebeurt er als je boter in de koekenpan doet?
- Hoe kun je van het beslag een pannenkoek maken?
- We maken nu een appelpannenkoek. Ken je nog meer soorten pannenkoeken?
- Wat kun je op een pannenkoek strooien?

Tips! Laat een groepje kinderen onder begeleiding van een ouder op zoek gaan naar de ingrediënten in de supermarkt.
Vraag een ouder pannenkoeken thuis te bakken.

Woorden en zinnen
Terwijl Micha Muis aan het bakken is, zingt hij:
Delen, delen, maakt iedereen blij!
Als we allemaal delen is er genoeg,
genoeg voor jou en genoeg voor mij.

Schrijf het liedje uit op een vel papier. Gebruik eventueel tussenstreepjes voor de woorden met meerdere lettergrepen.
Kunnen de kinderen tellen uit hoeveel woorden het liedje bestaat? Zien de kinderen een zin staan? Welke zin is het langst? Doe zo enkele oefeningen met woorden en zinnen.

Auditieve oefeningen
Hieronder beschrijven we enkele oefeningen met voorbeelden.

Jij zegt een zin. Een kind legt voor elk woord een blokje in de kring.
Micha pakt een tas.
Erik loopt naar de boom.
Sam plukt een appel.
Kasper pakt een kan water.
Maaike haalt een zak bloem.
Maarten vult een emmer.
De vrienden bakken een pannenkoek.

Woorden klappen / Hoeveel stukjes heeft het woord?
Kasper Kikker
Maaike Mol
Micha Muis
Sam Slaapmuis
Erik Egel
Maarten Merel

feest
abrikoos
vijver
neusgaten
wormen
uitnodiging
emmer
pannenkoek
verrassing
boter
verstopplekje
appelpannenkoekenfeest
kruimeltje
vriendschapspoeder

Welk woord is het langst?
appel – appelfestijn
abrikoos – appel
pan – pannenkoek
pannenkoek – appelpannenkoek
plek – verstopplekje

Rijm maar mee. Wat rijmt er op…
tas
pan
boom
boos
pannenkoek
delen
feest

De d van delen
Delen, delen, maakt iedereen blij!
Als we allemaal delen is er genoeg,
genoeg voor jou en genoeg voor mij.

Stop de d in de lettermuur. Bedenk nog meer woorden met de d van delen. Schrijf de woorden op een kaartje of laat de kinderen een voorwerp van thuis meebrengen.

Activiteit tijdens de werkles:
De kinderen krijgen een werkblad vol appels. Op de appels staan letters. Zoek de letter ‘d’ en kleur deze.


Rekenen

Ronde appels
Micha Muis kijkt omhoog naar de lege takken. Eergisteren zaten alle takken nog vol met grote, ronde appels.
Bied een activiteit met de logiblokken aan. Welke vorm heeft een appel? Zie je deze vorm ook bij de logiblokken? Speel bijvoorbeeld het spel ‘k Heb een vorm in m’n hand.

Geef een logiblok, bijvoorbeeld een vierkant, de kring rond. Eén leerling zit in het midden met de ogen dicht. Zing het liedje:
'k Heb een vierkant in m'n hand
die gaat reizen door het land
is hij hier, is hij daar?
als je 'm ziet dan zeg je 't maar!

Als het liedje afgelopen is, stopt het kind dat het vierkant dan heeft, het vierkant in zijn handen. Alle kinderen doen de handen op elkaar. Het kind dat niet gekeken heeft mag 3 keer raden waar de vorm is.
Daarna begint het spelletje opnieuw met een andere vorm.

Fruitserie
Kasper Kikker pakt een kan water waar een abrikoos in drijft. ‘Wat is dat?’ vraagt Erik.
Weten de kinderen wat een abrikoos is? Welk fruit komt ook in het boek voor?
Kennen de kinderen andere soorten fruit?
Verzamel kaartjes met fruit erop of plastic fruit.
Leg een serie met het fruit, bijv. appel – peer – kers – appel – peer - kers.

Appels tellen
Sam Slaapmuis heeft alle appels van de boom geplukt.  
Teken een grote boom op een vel papier. Leg de boom in de kring. Gebruik voor deze activiteit teldopjes als appels.
Er hangen wat appels in de boom. Hoeveel appels hangen er? Sam Slaapmuis plukt een appel. Hoeveel appels hangen er nu in de boom? Doe zo enkele teloefeningen.
Daarna plukt Sam Slaapmuis meerdere appels tegelijk. Hoeveel appels heeft hij geplukt?

Egelspelletje
Micha Muis vindt Erik Egel opgerold onder een bosje. We spelen een egelspelletje.
Eén kind speelt Erik Egel en ligt als een bolletje, op handen en knieën in de kring. Het kind mag niet kijken. Naast het kind liggen 10 (of 5) wasknijpers. De leerkracht wijst kinderen aan die, om de beurt, heel stil een wasknijper op de rug (op de trui) van het kind mogen plaatsen. Dan mag het egeltje raden hoeveel stekels er op zijn rug zitten. Het egeltje mag kijken hoeveel wasknijpers er nog op de grond liggen.

Variatie om tijdens de werkles te spelen:
Maak egels van karton. Op deze egel staat een getal. De kinderen zetten de juiste hoeveelheid wasknijpers op de egel.

Takjes van klein naar groot
Erik Egel kruipt uit zijn verstopplekje. Zijn stekels zitten vol met takjes.
De kinderen gaan buiten op zoek naar takjes. Geef ze de opdracht dat ze allemaal 1 takje mogen zoeken en mee naar binnen mogen brengen.
Hoeveel takken hebben we nu in de kring?
Wie heeft een grote tak gevonden? Wie een kleine? Wie heeft een dikke tak gevonden en wie een dunne?
We gaan eens kijken wie de langste tak heeft. Hoe kunnen we dat doen?
En wie heeft de kortste tak?
We leggen de takken van alle kinderen op een rij van kort naar lang en/of van dik naar dun.

Pannenkoek verdelen
Micha Muis sprenkelt heel voorzichtig iets wits over de pannenkoek en verdeelt deze vervolgens in 6 even grote stukken.
Maak een pannenkoek van papier. Verdeel deze in 6 stukken. Twee kinderen mogen van deze pannenkoek eten. Hoeveel stukken krijgt ieder? Hoeveel stukken krijgt ieder wanneer je de pannenkoek met drie kinderen deelt? En met zes kinderen?
Verdeel de pannenkoek nu over twee kinderen, maar zo dat ze niet evenveel krijgen. Wie heeft de meeste stukken? Kun je deze 6 stukken nog op een andere manier over deze twee kinderen verdelen?

Kikkersprongen
Kasper Kikker is druk bezig zijn sprongen te oefenen.
Kunnen de kinderen dat ook? De kinderen springen als kikkertjes door de speelzaal. Begin met sprongen van 1. Spring tot 10 en tot 20. Probeer ook eens achteruit te springen en terug te tellen.
Nu gaan we het springen met sprongen van 2 oefenen. De sprongen worden wat groter. Spring weer tot 10 of 20.
We gaan het springen oefenen met de getallenlijn erbij.
Schrijf de getallen (tot 10 of 20) op A4-tjes. Plak de A4tjes in een lange rij achter elkaar op de grond. De kikkertjes gaan in een rij achter elkaar klaarstaan. Ze springen in één keer naar de 2, dan naar 4 etc. De kinderen zien en ervaren zo dat ze telkens één getal overslaan. Dit maakt het maken van sprongen van 2 wat makkelijker.
Tip! Laat de kinderen náást de getallen springen en niet óp de A4-tjes, dan zijn ze zo stuk. In plaats van A4-tjes kun je natuurlijk ook gewoon getalkaartjes gebruiken
Een spelletje ter afsluiting: haal de oneven getallen weg, zodat alleen 2, 4, 6, 8, 10 etc. te zien zijn. De kinderen doen de ogen dicht. Draai nu één van de even getallen om. Welk getal is omgedraaid?

6 In de cijfermuur
Zes vrienden zijn bezig met de voorbereidingen voor het appelpannenkoekenfestijn.
Bied het getal 6 aan in de kring. Suggestie: Leg 6 appels neer. Hoeveel appels liggen er? Kunnen de kinderen in de klas 6 voorwerpen vinden? Deze worden in de kring verzameld. Misschien zien de kinderen het cijfer 6 ook ergens staan (bijvoorbeeld op de klok of een dobbelsteen). Maak hier eventueel een foto van.

Op naar de appelboom
Micha Muis en Erik Egel lopen het bos in, op zoek naar de appelboom.
Leg met ronde vouwblaadjes een pad in de kring. Dit pad leidt naar de appelboom. Micha Muis en Erik Egel staan aan het begin van het pad. Gebruik voor Micha en Erik knuffels of de afbeeldingen uit het boek.
Om de beurt gooien de kinderen met de dobbelsteen. Micha en Erik mogen net zoveel stappen zetten als het aantal dat gegooid wordt. Kunnen de kinderen Micha en Erik naar de appelboom brengen?

Op naar de appelboom - werkles
Micha Muis en Erik Egel lopen het bos in, op zoek naar de appelboom.
Print het werkblad uit. De kinderen gooien met de dobbelsteen en kleuren de weg naar de appelboom. Dit spel kan zowel individueel als met een klein groepje gespeeld worden.


Kleikaart – de appelboom
Micha Muis vraagt Erik Egel om mee appels te gaan plukken.
Print de kleikaart, bijlage 3, uit. Lamineer hem. Schrijf met een whiteboard marker een cijfer in het lege hokje. Dit aantal appels moeten de kinderen in de boom hangen. Gebruik rode klei wanneer je deze hebt.


Bewegen

Kikkersprongen
Boos hinkt Micha Muis bij Sam Slaapmuis weg.
Erik rent naar Maaike toe. Samen lopen ze naar de vijver. Daar is Kasper Kikker bezig met het oefenen van zijn sprongen.
De dieren in het boek rennen, hinkelen, springen en lopen. Oefen deze bewegingen met de kinderen in de speelzaal. De kinderen gaan aan één kant van de zaal staan en doen één van de dieren met de bijbehorende beweging na.

Egeltikkertje
Erik Egel heeft zich verstopt. Hij ligt opgerold onder een bosje.
Eén van de kinderen is Erik Egel. Het egeltje ligt opgerold op een mat in de speelzaal. De andere kinderen lopen langzaam op de egel af. Als ze bij de mat aangekomen zijn, roepen ze: ‘Egel, kom tevoorschijn!’. Als Erik Egel zin heeft om tevoorschijn te komen, staat hij op en probeert de kinderen te tikken. De kinderen rennen naar de andere kant van de speelzaal, waar ze achter een lijn vrij zijn en even wachten.

Verstoppertje
Erik Egel heeft zich verstopt.
Kunnen de kinderen zich net zo goed verstoppen als Erik Egel?
Zet enkele toestellen in de speelzaal waar de kinderen zich achter kunnen verstoppen of speel het spel buiten.
Eén kind telt langzaam tot 10. De andere kinderen verstoppen zich.

Natuuronderwijs


De appel
De vrienden uit het boek geven een appelpannenkoekenfestijn.
Bekijk met de kinderen hoe een appel eruit ziet. Welke vorm heeft een appel? Waar komen appels vandaan? Waar groeit een appel aan? Hoe voelt de schil? Hoe zou de appel er van binnen uit zien? Hoe heet het gedeelte van de appel waar de pitjes in zitten?
Snijd de appel open en bekijk de binnenkant. Snijd de appel in stukjes en proef allemaal een stukje.

De abrikoos
Kasper Kikker pakt een kan water waar een abrikoos in drijft.
Bekijk met de kinderen hoe een abrikoos eruit ziet. Welke vorm heeft een abrikoos? Waar komen abrikozen vandaan? Waar groeit een abrikoos aan? Hoe voelt de schil? Hoe zou de abrikoos er van binnen uit zien? Snijd de abrikoos open en bekijk de binnenkant. Snijd de abrikoos in stukjes en proef allemaal een stukje.

Beeldende activiteiten

Appelschilderij
Teken een appel met zwart wascokrijt. Verf de appels vervolgens met rode ecoline of waterverf. Hetzelfde kun je doen met een appelboom in het bos.

Een appel met pitjes
Verzamel tijdens het fruit eten een aantal keer pitjes van de appels die kinderen bij zich hebben.
Teken een appel op een stevig vel rood papier. De kinderen prikken de appel uit. Teken een cirkel op de plaats van het klokhuis. De kinderen prikken deze cirkel ook uit. Leg enkele pitjes in de cirkel en plak de cirkel met boeklon (doorzichtig plakfolie) of plakband dicht. Klaar is je appel met pitjes.

Een appel borduren
Teken een appel op een stevig vel papier. Zet om de centimeter een stip. De kinderen prikken op de stippen. Daarna borduren ze de appel met rood garen.

Appeltjes in de boom
Teken een grote boom op een vel papier. Verf of kleur de boom.
Stempel vervolgens met je vingertop een heleboel appeltjes in de boom.

Erik Egel
Teken een grote egel, zonder stekels, op een vel papier. De kinderen knippen stekels van bruine stroken papier en plakken deze op Erik Egel.

Pannenkoeken versieren
Teken een pannenkoek op een bord. De kinderen versieren de pannenkoek en tekenen het bestek bij het bord.

Sociaal-emotionele ontwikkeling


Delen is leuk
Micha Muis organiseert een appelfestijn. Om dit feest te doen slagen brengen alle vrienden iets mee. Ze willen alles met iedereen delen.
Houd een kringgesprek over delen. Wat is delen? Wat deel je graag? Vind jij delen makkelijk? Is het fijn om te delen? Wat vind je moeilijk om te delen? Hoe voelt het als je iets deelt met een ander? Hoe voelt het als er niet gedeeld wordt? Wat deel jij thuis wel eens? Wat deel je op school?

Geheimen
Micha Muis vertelt Erik Egel zijn geheim. Erik hoort nu waar de appelboom staat. Micha is niet bang dat Erik zijn geheim doorvertelt, want vrienden delen geheimen.
Houd een kringgesprek over geheimen. Wat is een geheim? Heb je zelf een geheim? Kun jij een geheim goed bewaren? Welke dingen zouden geheim kunnen zijn? Mag je geheimen doorvertellen? Waarom wel of niet? Hoe voelt het om een geheim te hebben? Met wie zou jij een geheim wel willen delen? Wat voor gevoel krijg je als iemand achter jouw geheim komt?

Afsluiting

Pannenkoekenfeest
Micha Muis bakt een enorme pannenkoek. Hij sprenkelt er vriendschapspoeder overheen, dan smaakt de pannenkoek nog lekkerder. De vrienden genieten van de appelpannenkoek. Ze eten alles op tot het laatste kruimeltje.
Als afsluiting van dit boek of thema is het leuk om een pannenkoekenfeestje voor de klas te organiseren. Maak het beslag samen met de kinderen. Een recept voor een lekkere, dikke appelpannenkoek vind je achter in het boek.
Vraag een ouder te helpen bij het bakken van de pannenkoeken. Versier de pannenkoeken en smullen maar!

Igor Stippelkampioen

Guido van Genechten

De Stippelspelen is de allerbelangrijkste sportwedstrijd van de wereld voor gestippelde atleten. Igor heeft flink getraind dit jaar. Eindelijk gaat hij ook naar de Stippelspelen. Maar in welke sport zou zo'n piepkleine atleet uitblinken?

lesideeen kinderboekenweek

Igor Stippelkampioen is een erg leuk prentenboek om als leidraad te gebruiken tijdens het thema sport.
Hier vindt u een compleet uitgewerkte serie lesideeën bij dit boek, van kringactiviteiten tot knutselideeën, een leerarrangement 21st Century Skills en heuse Stippelspelen.
Veel plezier!
Juf Els en juf Anke

Koop Igor Stippelkampioen en ga direct aan de slag!


Aanbieding van het boek

Benodigd materiaal
- Het boek ‘Igor Stippelkampioen'
- Een brief
- Een klein, Nederlands vlaggetje

Vóór het voorlezen

In de kring ligt een brief. Daarbij liggen het vlaggetje en het boek. De brief is een uitnodiging voor de Stippelspelen. Die komen er namelijk weer aan. Er wordt gevraagd het vlaggetje mee te nemen voor de opening van de Stippelspelen. Lees de brief (zogenaamd) aan de kinderen voor. Misschien is er een kleuter die al wat woorden kan lezen?

Voor wie zou de brief zijn? En wat zouden Stippelspelen zijn? Misschien vinden we het antwoord wel in het boek. We gaan eens kijken...
Bekijk de kaft van het boek samen met de kinderen.

Na het voorlezen

Stel de kinderen enkele vragen over het verhaal, zoals:
- Weten we nu voor wie de brief bedoeld was?
- Voor wie zijn de Stippelspelen?
- Welke sporten zie je op de Stippelspelen?
- Hoe worden de Stippelspelen geopend en wat mag Igor dan doen?
- Igor is nog te klein om mee te sporten. Wat is zijn taak?
- Wat verdienen de atleten aan het eind van de Stippelspelen?
- Heb jij ook wel eens aan een wedstrijd meegedaan? Wat moest je toen doen?

Kringactiviteiten

Rekenen

De stippelrace - tellen, getalbeelden op de dobbelsteen
Nodig: 20 kleine cirkels, bijv. ronde vouwblaadjes, dobbelsteen, 2 afbeeldingen uit 'Igor Stippelkampioen', bijv. Igor en één van de andere atleten.

Leg de 20 vouwblaadjes (de stippels) achter elkaar in de kring. Dit is de hardloopbaan van de Stippelspelen. Igor en een andere gestippelde atleet lopen hier hun wedstrijd. Ze zijn klaar voor de start.
Leg de afbeeldingen van Igor en zijn tegenstander vóór de eerste cirkel.
Om de beurt mogen Igor en zijn tegenstander een stukje hardlopen. De kinderen gooien hiervoor met de dobbelsteen. Eerst voor Igor, dan voor de tegenstander. Wordt er 5 gegooid, dan mag Igor 5 stippels vooruit, wordt er 2 gegooid, 2 stippels etc.
Stel tijdens de race vragen als: wie staat er voor? Hoeveel staat .... achter? Hoeveel moeten we nu gooien om ervoor te zorgen dat .... voor staat? Hoe ver nog tot de finish?

igor stippelkampioen

Tip! Gooi met een dobbelsteen waar alleen 1, 2 of 3 stippen op staan om de race langer te laten duren.

Variatie: Leg op een aantal plaatsen stokjes of rietjes tussen de stippels. Dit zijn horden. Wanneer één van de hardlopers over een horde gaat, moeten de kinderen in de klas een opdracht doen. Dit kan het beantwoorden van een sportvraag zijn:
Welke sport beoefent Igor met een....
- korf
- stick
- goal
- shuttle
- cap
- badmuts
- helm

Stippelrace in de speelzaal - tellen, getalbeelden op de dobbelsteenNodig: 20 hoepels, dobbelsteen

De stippelrace in de speelzaal is dezelfde activiteit als hierboven beschreven, maar dan met kinderen i.p.v. afbeeldingen uit het boek.
Kijk hierboven voor extra tips en ideeën.

Leg 20 hoepels achter elkaar op de grond. Dit is de hardloopbaan. 2 Kinderen lopen een wedstrijd hard tegen elkaar. Zij gaan vóór de eerste hoepel staan. De andere kinderen komen naast de baan zitten. Zij mogen om de beurt met de dobbelsteen gooien. Eerst voor kind 1. Dit kind mag dat aantal hoepels vooruit lopen dat met de dobbelsteen wordt gegooid. Daarna wordt er voor kind 2 gegooid. Stel vragen als: wie staat voor? Hoeveel? Wat moeten we nu gooien om .... voor te laten staan? Hoe ver nog tot de finish?

Stippelkaartjes - telactiviteiten
Nodig: Stippelkaartjes

--> Download de stippelkaartjes

De stippelkaartjes zijn getalkaartjes met daarop Igor en de getallen 1 t/m 12. De kinderen kunnen, wanneer ze de getallen nog niet zo goed kennen, aan het aantal stippen op Igor zien welk getal er op het kaartje staat.

Enkele suggesties voor het werken met de stippelkaartjes:
* Leg de kaartjes in de juiste volgorde in de kring. Bedek telkens een kaartje. Welke gestippelde atleet is weg?
* Print de kaartjes twee keer uit en speel er memory mee.
* Print de kaartjes twee keer uit en deel ze uit onder de kinderen. De kinderen gaan op zoek naar het kind dat hetzelfde kaartje heeft.
* Voor de kleine kring: deel de kaartjes uit wanneer de kinderen nog aan tafel zitten. Vraag de kinderen in de juiste volgorde in de kring te komen zitten. Het kind met kaartje 1 moet naast jou komen zitten en het kind met kaartje 12.
* Geef 12 kinderen een stippelkaartje. Deze kinderen mogen op de stoel gaan staan. Zij houden het stippelkaartje duidelijk zichtbaar voor zich. De kinderen die geen kaartje hebben, doen de ogen dicht. Eén kind met kaartje stopt zijn kaartje weg en gaat zitten. De kinderen mogen weer kijken. Welk getal is weg?
* Leg de kaartjes midden in de kring. Laat de kinderen het juiste aantal voorwerpen bij elk kaartje leggen.
* Leg de kaartjes door elkaar in de kring. Maak de getallenlijn samen met de kinderen weer in orde.
* Ga naar de speelzaal. De kinderen staan verdeeld in de ruimte. Laat één kaartje duidelijk zien, bijv. de 3. De kinderen vormen groepjes van 3.

De roeiwedstrijd - tellen, getalbeelden op de dobbelsteen
Nodig: 2 afbeeldingen van de roeiboten uit het prentenboek, dopjes (bijv. van de Tel-Wel of het Pauwentelspel), een dobbelsteen

De roeiwedstrijd gaat beginnen! De 2 boten liggen klaar voor de start. De kinderen mogen dobbelen. Leg het aantal dopjes dat gedobbeld wordt in een rij neer. De eerste boot vaart deze afstand. Nu wordt er voor de tweede boot gedobbeld. Weer wordt dat aantal dopjes neergelegd en vaart de boot.
Leg een stuk verderop een lijntje dat de finish aangeeft. Welke roeiboot komt het eerst over de finish?
Stel tijdens de activiteit vragen die de kinderen aanzetten tot nadenken, zoals: wie ligt er voor? Hoe ver ligt deze boot voor? Wat moeten we nu gooien om de andere boot voorop te laten liggen? En om de boten gelijk te laten liggen. Kan deze boot in de volgende worp de finish halen? Waarom wel of niet?

igor stippelkampioen kring

Zwaar en licht - wegen
Nodig: balans, verschillende voorwerpen om te wegen

Op de Stippelspelen wordt ook aan gewichtheffen gedaan. Voor Igor is dit nog moeilijk, hij is nog niet zo sterk.
Biedt de begrippen zwaar en licht in de kring aan. Doe dit met behulp van de balans. Leg een aantal voorwerpen in de kring en weeg ze. Wat is het zwaarst? Welke voorwerpen zijn licht? Wat denken jullie dat het zwaarst zal zijn, de auto of het poppetje? Leg alle voorwerpen in de juiste volgorde, van licht naar zwaar.

Knutselen

Igor borduren
Vergroot een afbeelding van Igor uit het prentenboek en trek deze over op een wit A4-vel of teken Igor zelf.
Zet punten op de buitenste lijn. Op deze punten gaan de kinderen prikken en later borduren. igor borduren

Igor vouwen - 16 vierkantjes

Deze leuke Igor is van juf Janetigor vouwen

Igor vouwen - rechte vouw

Juf Sandra maakte deze mooie Igor.


De kleuters maakten Igor zelfstandig na.

Igor verven
De eerste Igor is op het verfbod gemaakt. De Igors op de tweede afbeelding zijn met wasco getekend en met waterverf opgevuld.igor verven

igor verven

Igor tekenen

Igor stempelen
De illustraties in het boek 'Igor Stippelkampioen' zijn gestempeld. Een leuke techniek, die de mooiste gestippelde atleten oplevert.
Stempel Igor en zijn vriendjes zelf. Dit kan bijvoorbeeld met een halve aardappel (in de lengte doorgesneden), een stuk spons dat je in de juiste vorm knipt, kurken, wattenstaafjes etc.

Knutsel een dobbelsteen
In 'Igor Stippelkampioen' kom je overal stippen tegen. Waar kom je nog meer stippen tegen? Onder andere op een dobbelsteen. Knutsel je eigen dobbelsteen van stevig papier.
Tip! Zoek op Google naar de uitslag van een dobbelsteen of kubus.

Motorische oefening

In de roeiboot - voorbereidend schrijven
Teken een roeiboot op een A3-vel. De kinderen mogen Igor samen met zijn teamgenootjes in de boot tekenen of verven.
Daarna maken de kinderen met een blauwe stift, wasco, kleurpotlood of verf zoveel mogelijk golven in het water (de golvende schrijfbeweging).

Werkbladen

Het Stippelboekje

Het Stippelboekje bevat 9 werkbladen rondom stippels en tellen.
--> Download het Stippelboekje

kinderboekenweek 2013 igor stippelkampioen

Stippelrace

Deze download bevat 2 leuke spelletjes om in een klein groepje te spelen. De kinderen oefenen het tellen en de getalbeelden op de dobbelsteen.

* Stippelrace: Gooi met de dobbelsteen en race zo snel mogelijk naar de finish! Elk kind krijgt een blad met daarop de stippelrace, ieder een andere kleur. De kinderen gooien om de beurt met de dobbelsteen en mogen het aantal stippels gelijk aan het getal dat ze gegooid hebben inkleuren. Wie heeft het eerst alle stippels ingekleurd?
* Rol de dobbelsteen: Alle kinderen krijgen het blad 'Rol de dobbelsteen'. Ze gooien om de beurt met de dobbelsteen en kleuren het getal dat ze kleuren in op hun lieveheersbeestje. Wie heeft het eerst alle getallen ingekleurd? Gooit een kind een getal dat al ingekleurd is, dan gaat de beurt voorbij.

--> Download de stippelspelletjes igor stippelkampioen lesidee

Sport en spel

De Stippelspelen - sport en spel op de speelplaats

Welkom op de Stippelspelen!
Organiseer gedurende een week Stippelspelen voor de kleuters.
Elke dag staat er een sport centraal die je tijdens het buiten spelen met de kleuters beoefent. Denk aan:

- hoogspringen
- verspringen
- hardlopen
- hordelopen
- gewichtheffen
- een bal tegen de muur laten stuiteren
- een bal in een korf gooien
- hockey door poortjes
- een bal over een net gooien
- paardrijden (met de paardenteugels)
- wielrennen (op kleuterfietsjes)

De kinderen mogen de opdrachten die jij bij de sport geeft uitvoeren en kunnen daarna zelf gaan spelen of mogen de sport nog vaker beoefenen, als ze dat leuk vinden.

De onderstaande download bevat 5 opdrachtkaarten voor de Stippelspelen. Zo kun je het spel van de dag elke dag in de klas introduceren.

stippelspelen igor stippelkampioen
--> Download de kaarten voor de Stippelspelen

Wanneer je met de klas weer binnen bent, kleuren de kinderen een stip op hun stippelkaart. Je kunt ook een ronde sticker op de stip plakken. Gedurende de week verzamelen de kinderen 5 stippen.
Tip! Hebben de kinderen de Stippelspelen goed volbracht? Dan verdienen ze een medaille of kleine beker. De Action en Hema hebben erg leuke, goedkope medailles en bekers.

igor stippelkampioen
--> Download de lege stippelkaart

Deze lege stippelkaart kun je zelf opvullen met de 5 sporten die je wilt gaan spelen.
Schrijf de namen van de sporten klein om de stippels heen. Teken een symbooltje van elke sport in de stippels. Na het beoefenen van een sport mogen de kinderen een stippel inkleuren.

stippelkampioen
--> Download een ingevulde stippelkaart

Dit is een Stippelkaart voor de sporten verspringen, hardlopen, gewichtheffen, hockey en korfbal. Print de kaart uit en schrijf de namen van de sporten klein om de stippels heen.

Het Stippellied
Begin de Stippelspelen uiteraard met het Stippellied, dat je in het prentenboek vindt.
--> Beluister het Stippellied
--> Bekijk de bladmuziek van het Stippellied

De Stippelvlag
Maak de Stippelspelen extra leuk door de Stippelvlag op te hangen. Teken een vlag zoals in het prentenboek 'Igor Stippelkampioen' en hang deze elke dag op bij het spel dat gespeeld gaat worden. De kinderen weten dan: dit spel hoort bij de Stippelspelen.

De Stippelspelen - gymles

De Stippelspelen, dé wedstrijd voor gestippelde atleten. Ach, daar kunnen kleuters toch ook wel aan meedoen?
Organiseer je eigen Stippelspelen op school en verdien stippels op je Stippelkaart.

Deze download bevat een compleet uitgewerkte gymles in hoeken. De kinderen gymmen in groepjes en beoefenen verschillende sporten.
Tijdens of aan het eind van de gymles verdienen zij stippen op de Stippelkaart. Lees meer in de download.

--> Download de Stippelspelen

Kinderboekenweek sport en spel

Leerarrangement 21st Century Skills

Voor de opleiding 21ste Century Skills hebben mijn collega Els en ik een leerarrangement voor kleuters ontwikkeld. We hebben gekozen voor activiteiten rondom Igor Stippelkampioen, omdat we ons arrangement tijdens de Kinderboekenweek uit gaan voeren.
Vaardigheden die in de 21ste eeuw belangrijk zijn en waar het dus ook om draait in ons leerarrangement zijn: samenwerken, kennis construeren en probleemoplossend en creatief denken. De vaardigheden ICT bij het leren en planmatig werken komen in mindere mate aan bod, omdat wij vinden dat dit vaardigheden zijn die minder bij kleuters passen.

Op naar de Stippelspelen

Gedurende een week introduceren we welke dag 1 'probleem' in de kring. We willen de kinderen veel mee laten denken, dus houden onze vraag heel open. Denk aan vragen als:
- Wat moet er allemaal gebeuren?
- Hoe gaan we dat nu regelen?
- Wat nu?
De kleuters overleggen wat zij willen gaan doen en hoe ze dat gaan doen.
Vervolgens gaat een groepje kleuters tijdens de werkles met het 'probleem' aan de slag. Dit is elke dag een ander groepje, zodat alle kleuters aan het eind van de week een 'probleem' opgelost hebben.

Lees het prentenboek 'Igor Stippelkampioen' vooraf voor.

Tip! Maak een Igor om gedurende deze week te gebruiken. Dit kan een Igor van karton zijn of een knuffel van een lieveheersbeestje. Dat maakt de 'problemen' extra echt.

Dag 1 - Naar de Stippelspelen

Voorbereiding
* Zoek een klein koffertje of kinderreistas.
* Leg een heleboel sportattributen van allerlei afmetingen in de huishoek (kleding, bal, tennisbal, hockeystick, racket, shuttle, zwemvliezen e.d.). Zorg ervoor dat hier ook reisbenodigdheden liggen, zoals een pyjama, een tandenborstel, een boek, een handdoek etc.

Igor is uitgenodigd voor de Stippelspelen. De Stippelspelen zijn ver weg, in een ander land. Igor wil er graag naartoe. Wat nu?
(Laat de kinderen overleggen en vertellen tot ze komen op het idee van 'het vliegtuig', 'vlucht boeken' o.i.d.)
Van de vliegtuigmaatschappij mag Igor 1 koffertje meenemen. Dat koffertje mag zo groot zijn (laat het koffertje zien).
Welke spullen kan Igor meenemen? Ga met een groepje naar de huishoek en pak het koffertje voor Igor in.
- Igor gaat één week
- het is mooi weer in het land van de Stippelspelen
- Igor wil aan veel sporten meedoen
Na de werkles mogen jullie vertellen wat Igor meeneemt naar de Stippelspelen.

De kinderen zullen ontdekken dat lang niet alle spullen in het koffertje passen. Zo kan de hockeystick niet mee en is ook een badmintonracket te groot. Wat hebben de kinderen wel ingepakt? Maak samen een foto van het ingepakte koffertje.

Dag 2 - In de stad

Igor heeft lang in het vliegtuig gezeten, maar hij is op de plaats van bestemming aangekomen. Een grote stad in een warm land. Igor zal hier een week verblijven. Wat nu? (Laat de kinderen overleggen en vertellen tot ze komen op het idee van 'het zoeken naar een plaats om te overnachten').

Igor moet ergens slapen. Hoe ziet zijn slaapplaats eruit?
(Dit kan een hotel zijn, maar ook een camping, een pension, een huisje. De kinderen maken de slaapplaats van Igor. Ze bepalen zelf hoe ze dat doen. Met klei, in de bouwhoek, met kleine blokken, knutselen, tekenen...)
Een groepje kinderen gaat aan de slag en laat na de werkles aan de klas zien waar Igor slaapt. Hier maken we een foto van.

Dag 3 - Hmmm!

Igor heeft honger. Wat nu?

Een groepje kinderen zorgt er tijdens de werkles voor dat Igor te eten krijgt. Hoe, dat mogen ze zelf bedenken. Laat na de werkles aan de klas zien wat/waar Igor eet. Hier maken we een foto van.

Dag 4 - Groot nieuws!

Igor is op de Stippelspelen. Natuurlijk komen deze belangrijke spelen ook in de krant én... Igor staat op de foto.
Wat is Igor aan het doen?
Na de werkles maken we een foto van Igor op de Stippelspelen. Deze foto komt in de krant. Hoe kunnen we regelen dat Igor in de krant komt?
(de kinderen kunnen gaan tekenen, maar ze kunnen ook een levensechte situatie nabouwen met blokjes en playmobil. Kunnen de kinderen zelf met een idee komen?)


Het Stippelbad van de andere kleutergroep

De Stippelkrant

Dag 5 - De prijsuitreiking

Igor heeft een prijs gewonnen! Hij is er heel trots op. De prijs gaat in het vliegtuig mee naar huis. Maar... zo'n prijs is wel breekbaar. Igor wil natuurlijk dat zijn prijs heel thuis aankomt. Geef het koffertje aan een groepje kinderen. Hoe nemen we de prijs én de spullen van Igor weer mee naar huis?
Laat na de werkles zien welke oplossing jullie bedacht hebben. Hier maken we samen een foto van.

Kralenplanken

kralenplank igor igor kralenplank 2

kralenplank igor

Ik vind je lief

Annita Wilschut en Kittie Markus

Het schattige knuffelaapje Jacobus houdt enorm van knuffelen, terwijl zijn zusje Fleur liever danst. Zij vindt dat geknuffel maar kriebelen. Tot ze het schattige muisje Suusje tegenkomen. Zij is zo lief! Fleur pakt haar vast en wil haar nooit meer laten gaan.

Bij dit prentenboek heb ik samen met juf Els lessuggesties voor de uitgever, De Vier Windstreken, geschreven. Deze suggesties gaan over knuffels en textuur. De activiteiten variëren van kringactiviteiten rondom rekenen en taal tot beeldende activiteiten en een heus knuffelfeestje.
Dit boek en de suggesties zijn goed te gebruiken tijdens dierendag of het thema dieren.
De activiteiten zijn ook als compleet pakket gratis te downloaden op de site van De Vier Windstreken. Veel plezier!

ik vind je lief

Thema: knuffels en knuffelen
Vakgebieden: rekenen, taal, zintuiglijke ontwikkeling, beeldende vorming
Presentatievorm: knuffelfeestje ter afsluiting van het thema
Duur: 1 tot meerdere weken
Doelstellingen: ruim genomen, kort omschreven
- seriëren
- tellen
- classificeren
- auditieve waarneming
- kritisch luisteren
- letterkennis
- kennismaken met de textuur van materialen en stoffen

Aanbieding van het boek

Doelen
- De kinderen maken kennis met het boek ‘Ik vind je lief’.
- De kinderen vertellen over hun eigen knuffels.
- De kinderen denken na over wat je met je knuffel doet.
- De kinderen zien dat er veel verschillende knuffels zijn, verschillende dieren, verschillende materialen waarvan ze gemaakt zijn.

Benodigd materiaal
- Het boek ‘Ik vind je lief’
- Een aantal knuffeldieren die je in het midden van de kring zet / legt.
Liefst verschillende knuffels (van verschillend materiaal en verschillende dieren).

Voor het voorlezen
De knuffels zitten of liggen in de kring. Start de les met een kringgesprek over de knuffels. Mogelijke vragen zijn:

Welke knuffels zie je hier?
Welke knuffel vind jij de liefste? Waarom deze knuffel?
Welke knuffel vind je niet zo leuk? Hoe komt dat?
Heb jij zelf een knuffel?
Heeft jouw knuffel een naam? Hoe heet je knuffel?
Waar is jouw knuffel? (In jouw bed, op je kamer, in de huiskamer?)
Wanneer zoek je je knuffel op? (Als je gaat slapen, als je verdrietig bent, als je moe bent…)
Gaat je knuffel wel eens ergens met je mee naartoe? Waar naartoe? (Vakantie, logeren, naar opa en oma, naar de winkel…)
Praat je met je knuffel? Praat jouw knuffel met andere knuffels? Waar praat je knuffel over?

Voorlezen van het boek

Vertel de kinderen dat je een boek meegenomen hebt. Dat boek gaat ook over een knuffel. Als je toevallig een knuffelrugzak hebt, kun je het boek hierin stoppen.
Laat de kaft zien. Wat is dit voor knuffel?
Vertel dat deze aap Jacobus heet. Het boek heet ‘Ik vind je lief’. Ik ben benieuwd waarom dat hier staat. Wie vindt deze knuffel lief? Zou Jacobus ook iemand heel lief vinden? We gaan eens luisteren. Lees het boek voor.

Na het voorlezen

Stel de kinderen na het voorlezen enkele vragen, zoals:

Wat vond je van deze knuffels?
Zou jij ze willen knuffelen?
Hoe komt het dat Jacobus wel wil knuffelen en Fleur niet?
Hoe komt het dat Fleur op het eind wel met Suusje wil knuffelen?Zou jij Suusje willen knuffelen?Jacobus, Fleur en Suusje zijn gebreid. Heb jij wel eens een gebreide knuffel gezien?
Of heb je misschien een sjaal of muts die gebreid is?
Laat de pagina met de breiende handen nog eens zien. Vertel dat iemand hier aan het breien is. Als je kunt breien, kun je mooie dingen van wol maken.

Kijk eens naar de knuffels in de kring. Zie je een gebreide knuffel?

Vertel de kinderen dat ze allemaal 1 knuffel mee naar school mogen nemen. Deze knuffels heb je nodig voor de volgende lessuggesties.

Afgeronde rechthoek:  Tips!     * Gebruik dit boek en de lessuggesties als leidraad voor een knuffelthema rondom dierendag.  * Nodig iemand uit die kan breien en dit in de klas wil laten zien. Misschien heeft één van de kinderen een oma die graag breit?   * Organiseer een knuffelfeestje! De kinderen brengen hun knuffel mee en spelen gezellige spelletjes.  * Maak een groepsknuffel, bijv. Suusje. Een breipatroon voor haar vindt u achter in het boek. Verstuur een geboortekaartje zodat iedereen weet dat er ‘iemand’ nieuw is in de klas!

Rekenen

Knuffels in de kring - seriëren

Doelen
- De kinderen leggen de knuffels in de juiste volgorde.
- De kinderen oefenen de begrippen groot, klein, groter, kleiner en even groot, even klein.
- De kinderen oefenen de begrippen lang, kort, langer, korter, even lang, even kort.
- De kinderen oefenen de begrippen dik, dun, dikker, dunner, even dik, even dun.

Benodigd materiaal
- Knuffels die de kinderen van thuis mee hebben mogen brengen. Elk kind 1 knuffel.

De activiteit

De kinderen zitten met hun knuffel op schoot in de kring. Wanneer je dit niet fijn vindt, kun je ervoor kiezen de knuffels in de kring te laten leggen.
Kies één van bovenstaande doelen. Wil je de begrippen groot en klein oefenen of lang en kort?
Vertel de kinderen dat we de knuffels in de juiste volgorde gaan leggen, van …… naar ……

Van klein naar groot
Vraag de kinderen wie vindt dat hij/zij een grote knuffel heeft. Vinden de andere kinderen dat ook? Deze knuffel mag in de kring gelegd worden.
Vraag nu wie een kleine knuffel heeft. Deze wordt ook in de kring gelegd.
Is er iemand die denkt dat hij/zij nog een kleinere knuffel heeft? Waar moet deze knuffel liggen, als we een rij maken van klein naar groot?
Vraag een kind waar hij/zij denkt dat zijn/haar knuffel moet liggen. Kan dit kind ook vertellen waarom hij/zij dat denkt?
Wie heeft er een knuffel die dicht bij deze knuffel mag liggen? Etc.
Leg zo alle knuffels in de juiste volgorde. Wanneer de kinderen het lastig vinden, kun je vragen of iemand tips heeft. Hoe kun je nu zien of deze knuffel op de juiste plek ligt (meten, de knuffels goed op of naast elkaar leggen, ervoor zorgen dat de knuffels op een rechte lijn liggen).
Liggen alle knuffels nu in de juiste volgorde? Waar ligt de kleinste knuffel? Van wie is die? En de grootste knuffel? Welke knuffel ligt in het midden?

Van lang naar kort
Als je de begrippen lang en kort wilt oefenen kunt u kijken naar de lengte van de oren van de knuffels of de lengte van de staarten.
Misschien kunt u alle knuffels met staarten in de juiste volgorde laten leggen en alle knuffels die geen staarten hebben weer op een andere plek van lange oren naar korte oren leggen.
De knuffels die overblijven kun je seriëren op hun lengte.

Van dik naar dun
Leg de knuffels in de juiste volgorde van dik naar dun of van dun naar dik. Kijk bij ‘van klein naar groot’ voor de beschrijving van de activiteit.

Knuffels in de kring – classificeren

Doelen
- De kinderen sorteren de knuffels op kenmerk.
- De kinderen zien dat knuffels iets hetzelfde hebben en ook anders zijn.

Benodigd materiaal
- Knuffels die de kinderen van thuis mee hebben mogen brengen. Elk kind 1 knuffel.
- Hoepels

De activiteit

De kinderen zitten met hun knuffel op schoot in de kring. Wanneer je dit niet fijn vindt, kun je ervoor kiezen de knuffels in de kring te laten leggen.

We gaan de knuffels sorteren. Sommige knuffels zien er hetzelfde uit. Deze knuffels leggen we bij elkaar. Wie ziet er iets dat hetzelfde is?
Classificeer de knuffels bijvoorbeeld op kleur of op het soort dier.

Later kun je zelf een opdracht geven, bijvoorbeeld:
* We kijken waar de knuffeldieren wonen. Wonen deze dieren bij je thuis, in de dierentuin of op de boerderij? We leggen elk soort in één hoepel.
* We kijken waar de knuffels van gemaakt zijn. We leggen de knuffels die van hetzelfde materiaal gemaakt zijn bij elkaar in de hoepel.

Ter afsluiting mogen de kinderen hun eigen knuffel weer pakken. Je geeft een opdracht, bijv. ‘zoek iemand die een knuffel heeft met dezelfde kleur als jouw knuffel’. De kinderen zoeken een maatje en gaan bij elkaar staan. Heeft iedereen iemand kunnen vinden?
Variaties:
- Zoek iemand met hetzelfde dier.
- Zoek iemand met een knuffel die evenveel poten als de jouwe heeft.
- Alle kinderen met een knuffel die dezelfde kleur heeft gaan in een groepje bij elkaar staan.

Knuffels in de kring – tellen

Doelen
- Opzeggen van de telrij tot ten minste 10.
- Kennismaken met de getalsymbolen.

Benodigd materiaal
- Knuffels die de kinderen van thuis mee hebben mogen brengen. Elk kind 1 knuffel.
- Cijferkaartjes van de getallen 1 t/m 10. Houd er rekening mee dat je bepaalde getallen meerdere keren nodig kunt hebben.

De activiteit

Suggestie 1

De knuffels liggen gesorteerd op eigenschap in de kring. Je kunt deze activiteit als vervolg op de vorige activiteit ‘classificeren’ aanbieden.
Bekijk met de kinderen hoeveel knuffels bij elkaar liggen en leg hier het bijbehorende getalsymbool bij.
Als alle groepjes geteld zijn en voorzien van een getalsymbool, kun je enkele spelletjes met de getalsymbolen spelen, zoals:
- De kinderen doen de ogen dicht. Verwissel 2 cijferkaartjes. De kinderen mogen weer kijken. Welke cijferkaartjes zijn verwisseld?
- Leg de groepjes knuffels in de juiste volgorde van het minst naar het meest.
- De kinderen doen de ogen dicht. U pakt één of meerdere cijferkaartjes weg. Wat is weg?

Suggestie 2

De knuffels liggen in de kring. We gaan de verschillende soorten knuffels tellen, bijvoorbeeld ‘hoeveel apen zijn er?’ Vraag waarvan er de minste knuffels zijn, waarvan de meeste, waarvan evenveel.
Wanneer de kinderen genoeg geteld hebben, kunt u de activiteit afsluiten met het volgende spel:
Neem 1 of 2 dobbelstenen. Eén kind mag gooien. Dit aantal knuffels gaat terug naar zijn/haar baasje. Dit spel speel je net zolang tot alle knuffels opgeruimd zijn.

Taal

Rijmen met Fleur en Jacobus

Suggestie 1

Doelen
- De kinderen oefenen het rijmen.

Benodigd materiaal
- Knuffels die de kinderen van thuis mee hebben mogen brengen. Elk kind 1 knuffel.
- Het boek ‘Ik vind je lief’

De activiteit

In het boek zagen we Fleur en Jacobus. Wie kent er een rijmwoord op Fleur?
En op Jacobus?
Wij hebben ook allemaal een knuffel meegebracht. We leggen de knuffels in de kring. Nu mag één kind zijn/haar knuffel pakken. Wat is dit voor knuffel? Hier gaan we op rijmen. Als je de knuffel vast hebt, mag je een rijmwoord bedenken.
Bijvoorbeeld: aap. De kinderen rijmen op aap. De knuffel gaat de kring rond of wordt willekeurig aan een kind dat een rijmwoord weet gegeven.
Rijm ook eens op de naam die het knuffeldier heeft.
Zo worden er verschillende knuffels de kring rondgegeven. Telkens wanneer we geen rijmwoorden meer weten, wordt er een nieuwe knuffel gepakt.

Suggestie 2

Doelen
- De kinderen oefenen het rijmen.

Benodigd materiaal
- Verschillende knuffels en materialen die daarop rijmen, bijvoorbeeld:
een aap en een schaap
een beer en een peer (plastic peer uit de huishoek)
een kat en een rat
een kip en een wip (Playmobil of een afbeelding van een wip)
een paard en een kaart
een haas en een vaas
een muis en een huis (klein huisje, eventueel bouwen met kleine blokjes)

De activiteit

Alle knuffels en het materiaal liggen in de kring. Vertel de kinderen dat de knuffels ontzettend van rijmen houden. Maar nu zijn ze helemaal in de war. Er ligt zo veel in de kring! De knuffels kunnen hun eigen rijmwoord niet meer vinden! De aap ziet de peer, maar dat rijmt niet. En de kat ziet wel een lekkere muis, maar ze zoekt de rat. Kunnen de kinderen alle dieren weer bij het juiste rijmwoord vinden?

Knuffels in de kring - auditieve waarneming

Doelen
- De kinderen zien / horen dat een woord uit letters bestaat.
- De kinderen oefenen in het horen en benoemen van de eerste letter van een woord.
- De kinderen vergelijken verschillende woorden en horen dat ze met dezelfde of een andere letter beginnen.
- De kinderen oefenen de auditieve analyse (hakken).
- De kinderen oefenen de auditieve synthese (plakken).
- De kinderen onthouden een reeks van 3 of 4 woorden.

Benodigd materiaal
- Knuffels die de kinderen van thuis mee hebben mogen brengen. Elk kind 1 knuffel.

De activiteit

In het boek zagen we de knuffels Fleur en Jacobus. Kunnen we de namen Fleur en Jacobus in stukjes klappen (klankgroepen)? Kunnen we Suusje in stukjes klappen? Welke naam is het langst? En welke het kortst? Waarom denk je dat?

Wij hebben ook allemaal een knuffel meegebracht. We leggen de knuffels in de kring.
Ik ga één knuffel opnoemen. Dat doe ik in stukjes. Jullie raden welke knuffel het is. Klap zo verschillende knuffelnamen en laat de kinderen raden. Kan één van de kinderen ook een naam klappen? De klas raadt.
Neem nu een aantal keer 2 knuffels en vraag welke knuffelnaam het langst is. Breid dit daarna uit naar 3 of 4 knuffels. Kunnen de kinderen dit groepje knuffels ook op de juiste volgorde leggen, van de kortste naar de langste?

Liggen er knuffels in de kring die met dezelfde letter beginnen? Hoe kunnen we dat weten? Leg de knuffels die met dezelfde letter beginnen bij elkaar. Hebben we ook kinderen in de klas waarvan de naam met die letter begint?

Je kunt ook nog enkele andere activiteiten doen om het auditieve waarnemen te oefenen, zoals:

- Noem 3 of 4 knuffeldieren op. Wie kan de knuffels nu in dezelfde volgorde opnoemen?

- Noem 3 knuffeldieren op. Doe dat nog een keer, maar laat er nu één weg. Welk knuffeldier heb je nu niet opgenoemd? Doe dit later met 4 namen.

- Noem een heleboel knuffeldieren op. De kinderen mogen iedere keer gaan staan als ze ‘aap’ horen.

- Vertel iets over de knuffels. Als het waar is wat je zegt, mogen de kinderen gaan staan. Als het onzin is, blijven ze zitten.

Ra, ra, wie is het? – kritisch luisteren

Doelen
- De kinderen oefenen het kritisch luisteren.
- De kinderen oefenen het omschrijven van de verschillende knuffels.

Benodigd materiaal
- Knuffels die de kinderen van thuis mee hebben mogen brengen. Elk kind 1 knuffel.

Activiteiten

Suggestie 1

De knuffels liggen in de kring. Je geeft een raadsel over één van de knuffels, de kinderen raden over welke knuffel je het hebt.
Bijvoorbeeld: Ze heeft een blauw broekje aan, ze heeft geen staart, ze heeft spitse oren.

Suggestie 2

De kinderen staan, met hun eigen knuffel in de hand, op een stoel in de kring. Je neemt één van de knuffels in gedachten. De kinderen mogen een vraag stellen, bijvoorbeeld: Heeft deze knuffel een staart? Je antwoordt met ja of nee. Is het antwoord ‘nee’, dan gaan alle kinderen met knuffels die een staart hebben op hun stoel zitten. De kinderen blijven vragen stellen, tot er nog maar één kind met knuffel op de stoel staat. Is dit de knuffel die je in gedachten had?

Suggestie 3

Eén kind komt op jouw stoel zitten. Dit kind is de directeur van de knuffelwinkel. Maar… de directeur is één van zijn knuffels kwijtgeraakt. Hij weet echt niet welke dat is! Kunnen de kinderen hem helpen? De directeur wil zijn knuffel echt heel graag terug!

Je kiest één van de knuffels uit de kring uit en houdt deze knuffel boven het hoofd van het kind. Dit is de knuffel die kwijt is. Gelukkig zien de kinderen in de klas welke knuffel kwijt is en kunnen ze aanwijzingen geven over deze knuffel. Telkens mag één kind een aanwijzing geven, zoals: hij heeft oren, hij heeft 4 poten, hij is geel. Kan de directeur, door goed te luisteren en na te denken, raden welke knuffel kwijt is?

Bewegen met de letter k – letterkennis en woordenschat

Doelen
- De kinderen maken kennis met of herhalen een aantal werkwoorden.
- De kinderen oefenen de letter k.

Benodigd materiaal
- handtrom

De activiteit

Voor deze activiteit heb je veel ruimte nodig. Ga naar de speelzaal.
De ‘k’ is van Knuffel! Wij gaan vandaag spelletjes doen met de letter ‘k’. Wie kan de letter ‘k’ met zijn lichaam maken? Laat de kinderen als een ‘k’ staan. Maak hier eventueel een foto van voor in de lettermuur.
Kunnen we ook een ‘k’ met meerdere kinderen maken, liggend op de grond?

Jacobus houdt van knuffelen. Fleur niet, zij vindt dat maar kriebelen. Hé, woorden met de ‘k’! Kunnen jullie elkaar kriebelen? En knuffelen?

De kinderen lopen door de speelzaal. Jij slaat op de trom. De kinderen staan stil. U noemt een beweging met de k. De kinderen laten dit zien, tot je weer op de trom slaat. De kinderen staan dan weer stil en je noemt het volgende werkwoord.

Speel het spel ‘Schipper mag ik overvaren’. Jij staat in het midden en noemt telkens een beweging met de ‘k’. De kinderen gaan al klappend, klimmend, kruipend of knuffelend naar de andere kant van de zaal.  

Bewegingen met de k:
knuffelen – kriebelen – kietelen – klappen – kruipen – klimmen

Letters voelen – textuur

Doelen
- De kinderen ervaren dat je voorwerpen, in dit geval letters, kunt voelen en aan hun vorm kunt herkennen.
- De kinderen oefenen de letters.

Benodigd materiaal
- Letters, geknipt uit schuurpapier.
- Voelzak of blinddoek

 

De activiteit

Deze activiteit kun je klassikaal in de kring doen, maar is misschien beter geschikt om in een klein groepje aan te bieden. De kinderen mogen dan vaker voelen en hoeven niet zo lang te wachten.

Gebruik enkele letters die de kinderen al aangeboden hebben gekregen.
Stop de letters in een voelzak. Laat een kind voelen. Kan dit kind raden
welke letter hij/zij in de handen heeft?

Zintuiglijke waarneming

Lapjes voelen – textuur

Doelen
- De kinderen ervaren dat voorwerpen van verschillend materiaal gemaakt zijn.
- De kinderen ervaren dat dit materiaal er anders uitziet en anders aanvoelt.
- De kinderen leren nieuwe begrippen, passend bij textuur.

Benodigd materiaal
- Verschillende staaltjes stof en vloerbedekking, zoals katoen, jute, flanel, tapijt, zeil, tule, spijkerstof.

De activiteit

Bekijk de verschillende staaltjes met de kinderen. Laat de kinderen het materiaal voelen en praat met ze over hoe het heet, waar je dit tegenkomt, of iemand dit in huis heeft, de eigenschappen van het materiaal. Bied begrippen aan als warm, koud, ruw, glad, zacht, hard.

Verzamel de staaltjes nadat ze goed gevoeld en bekeken zijn. Stop ze in een voelzak.
Laat kinderen één voor één voelen en geef ze daarbij opdrachten:
- Pak een staaltje dat glad is.
- Pak een staaltje dat warm aanvoelt.
- Zoek een staaltje dat je als vloerbedekking gebruikt.
- Welk lapje gebruik je voor een lange broek? Zoek dat staaltje.
- Voel in de zak en raad wat je vast hebt.

Een leuke afsluitende activiteit om hierna te doen is ‘lapjes plakken’, ook te vinden bij deze lessuggesties.

Beeldende vorming

Mijn lievelingsknuffel - tekenen

Benodigd materiaal
- Bijlage 1 – Tekenvel ‘Mijn knuffel’
- Eventueel bijlage 2 – Het knuffelpaspoort
- Kleurpotloden

De activiteit

De kinderen mogen, na het voorlezen van het boek en het kringgesprek over knuffels, hun eigen (lievelings)knuffel tekenen. Je kunt daarvoor het onderstaande tekenvel downloaden.
Wanneer de kinderen hun knuffel mee naar school gebracht hebben, kunnen ze hem bij zich op tafel zetten en natekenen.
Je kunt eventueel voor alle leerlingen een knuffelpaspoort invullen of dit mee naar huis geven, zodat ouders dit in kunnen vullen voor de knuffel van hun kind.

Tip!
Organiseer een grote knuffeltentoonstelling voor de ouders!
* De kinderen tekenen hun lievelingsknuffel en brengen deze mee naar school.
* Vul voor de knuffels het knuffelpaspoortje in.
* Zet alle knuffels in de klas / gang met daarbij de tekening en het paspoortje.


--> Bijlage 1 - Tekenvel 'mijn knuffel'


--> Bijlage 2 - Knuffelpaspoort

Lapjes plakken – knutselen

Benodigd materiaal
- Bijlage 3 – Fleur
- Allerlei lapjes, van tevoren geknipt
- Plak
- Kleurpotloden of stiften

De activiteit

Print Fleur uit. Vergroot haar tot A3 formaat, zo passen er meer lapjes op haar jurk.
Beplak haar jurk met allerlei stofjes.
Kleur de rest van Fleur in met kleurpotloden of stiften.


--> Bijlage 3 - Kleur- en knutselplaat Fleur

Mijn eigen knuffel – werken met textiel

Maak je eigen knuffel! Doe dit telkens met een klein groepje kinderen of vraag een ouder of stagiair(e) om met een groepje kinderen knuffels te komen maken.

Een eigen knuffel maken kan op verschillende manieren. Hier volgen enkele ideeën ter inspiratie.

Tip! Zoek op internet naar afbeeldingen of een filmpje van de werkwijze bij punniken en het maken van een pompon.

Suggestie 1 – Punniken

Benodigd materiaal
- punnikklosje
- haaknaald om mee te punniken
- wol
- schaar

Werkwijze

We beginnen eenvoudig: punnik een lange slang!

Start
Doe het begin van de bol wol door de punnikklos naar beneden. Klem het uiteinde van de draad met de pink vast in de handpalm (linkerhand). De hand (linkerhand) omklemt de punnikklos. Wikkel nu met de wol een lus om elke paperclip.
 
Leg nu een draad voor de volgende paperclip langs.
Klem de werkdraad tussen de klos en de vingers van de linkerhand.
Pak met duim en wijsvinger van de rechterhand de onderste lus bij de paperclip en trek deze een beetje naar je toe. Schuif de lus over de paperclip naar binnen
Laat nu de werkdraad en de begindraad los. De klos heb je nog in je hand (linkerhand).
Trek nu met je rechterhand aan de begindraad. De lus trek je nu naar het midden van de klos. Zet de draad daarna weer klem met je pink in de handpalm.
     
Afhechten van de draad
Til het punnikwerk met de rechterhand van de paperclips. Trek het werk door de punnikklos.
Maak aan de einddraad de stompe naald vast en steek de naald door de lussen. Schuif de naald weer van de einddraad. Trek nu de einddraad stevig aan.

Suggestie 2 – Maak een pompon

Benodigd materiaal
- wol
- karton
- schaar
- ronde vorm met doorsneden van min. 8 centimeter
- potlood
- versieringen voor de knuffel, zoals wiebeloogjes, vilt, stof, knopen

Werkwijze

Teken 2 cirkels op het karton. Knip de cirkels uit en maak in het midden een gat van 2 á 3 centimeter. Als je een grote cirkel hebt, dan mag het gat in het midden wat groter zijn.
Leg de 2 kartonnen cirkels op elkaar en maak aan één kant een knip naar het midden. Zo kun je de wol makkelijker om de cirkels wikkelen, zeker als je een flinke bol wilt gebruiken.
Wikkel de wol om de cirkels, netjes naast elkaar. Wanneer je geen karton meer ziet, begin je aan de volgende laag. Ga net zolang door tot het gat in het midden dicht is.
Knip nu tussen de 2 kartonnen cirkels in de wol kapot. Knip helemaal rond. Haal ondertussen het uiteinde van het touw ook tussen de 2 kartonnetjes door, zodat de pompon niet uit elkaar valt. Trek het touwtje stevig aan.
Klaar is je pompon! Maak 2 pompons voor een grotere knuffel. Versier de knuffel.

Suggestie 3 – Maak een sokpop

Benodigd materiaal
- sok
- stevige lijm
- karton
- versieringen zoals wol, knopen, vilt

Werkwijze

Plak op de voet van de sok een stuk karton, precies even groot als de onderkant van de voet.
Steek je hand in de sokpop en vouw het karton van binnenuit tot een bek.
Nu kun je je sokpop versieren.

Ideeën voor de hoeken

De knuffelwinkel

Ideeën voor spullen in de hoek
Knuffels, een kassa, speelgeld, tasjes, winkelwagen, plek op de knuffels mooi op uit te stallen, prijskaartjes, telefoon

Beschrijving van de hoek
Zet een heleboel knuffels in de knuffelwinkel. Zet de knuffels van hetzelfde soort bijvoorbeeld bij elkaar. Maak met de kinderen prijsjes en reclameposters voor de knuffels.

In de slaapkamer

Ideeën voor spullen in de hoek
Matrasje, omgekeerde bank uit de huishoek als bed, kussens, deken, veel knuffels, wekker, stoeltje of tafeltje als nachtkastje, pyjama of nachthemd, slaapmuts, prentenboeken.

Beschrijving van de hoek
Maak een gezellig kamertje waar de kinderen lekker met de knuffels kunnen ‘slapen’. Zorg ook voor voldoende boeken, zodat de kinderen elkaar en de knuffels voor het slapen gaan voor kunnen lezen.

Bij de knuffeldokter

Ideeën voor spullen in de hoek
Doktersspullen zoals pleisters, watjes, verband, spuit, stethoscoop.
Dokterskleding, stoelen om op te zitten, een tafel, een laptop of toetsenbord, een bench voor de dieren, knuffels, een wachtplek / wachtkamer.

Beschrijving van de hoek
De kinderen komen met hun knuffel op bezoek bij de knuffeldokter! Het is leuk als de leerkracht of een ouder de knuffeldokter speelt. De kinderen vertellen wat er aan de hand is en de knuffel wordt beter gemaakt met een spuitje, verbandje of pleister.

De knuffelhoek

Ideeën voor spullen in de hoek
Veel kussens, matrasje, knuffels

Beschrijving van de hoek
Maak een lekkere, zachte knuffelhoek, waarin de kinderen zich even terug kunnen trekken en lekker kunnen knuffelen!
Je kunt deze hoek ook uitbreiden tot lekker-leeshoek. De kinderen kunnen hier lekker liggen en in een boek kijken.

Afsluiting van het thema

Knuffelfeestje

Benodigd materiaal
- Knuffels die de kinderen van thuis mee hebben mogen brengen. Elk kind 1 knuffel.
- Eén knuffel van de leerkracht.
- Uitnodigingen

De activiteit

De leerkracht verstuurt een uitnodiging dat zijn/haar knuffel jarig is. Alle lievelingsknuffels van de kinderen mogen op het feestje komen.
Het wordt een gezellig knuffelfeestje waarin de k van knuffel centraal staat. We doen allerlei activiteiten met de k, zoals:

  • De knuffels zitten gezellig bij de kinderen op schoot in de kring. We zingen verjaardagsliedjes. De knuffels klappen mee op de maat van de muziek. Zo oefen je meteen het ritmegevoel.
  • Trakteer op lekkere koekjes of kaasblokjes.
  • Ga koekhappen.
  • Maak kikkersprongen of laat de knuffels springen.
  • Misschien hebben de kinderen wel een cadeautje voor de knuffel van de leerkracht gemaakt! Een kado met de k!
  • De knuffels mogen even in de hoeken spelen. Met de kapla, kralenplank, knutselen, kleuren, de kleine blokken, k’nex of de knikkerbaan?
  • Laat de knuffels kunstjes bedenken, zoals een koprol.
  • Als de kinderen naar huis gaan krijgen ze een kaartje mee naar huis met daarop een foto van de knuffel van de leerkracht.

Ik voel een voet

Marancke Rinck en Martijn van der Linden

Vijf dieren slapen 's nachts in een hangmat. Het is pikdonker. Plotseling hoort de schildpad iets. Wat zou dat zijn? Van schrik vallen ze uit de hangmat. Eén voor één gaan ze op onderzoek uit. Wanneer de dieren op onderzoek uitgaan naar het aanwezige wezen voelt Schildpad een voet. Vleermuis voelt een vleugel en Octopus voelt een tentakel. Vogel voelt een snavel en Bok voelt tot zijn verrassing een sik. Zal zich in het donkere veld een Schild-Muis-Octo-Vogel-Bok bevinden?



Thema: ontdekkingsreis, zintuigen
Vakgebieden: taal, zintuiglijke ontwikkeling, muziek, beeldende vorming, bewegingsonderwijs
Presentatievorm: tentoonstelling in de school
Duur: 1 tot meerdere weken
Doelstellingen: ruim genomen, kort omschreven
- zintuigen ervaren
- gevoelens en ervaringen uitdrukken m.b.v. dans, muziek en drama
- fantasie en creativiteit

Presentatie
Het boek 'Ik voel een voet' is prachtig geïllustreerd. De achtergrond is zwart en de dieren spatten met hun knalkleuren van de bladzijdes af. Dit boek is daarom goed geschikt voor het maken van prachtige kunstwerken. Deze kunstwerken kunnen aan het eind van het thema in de school opgehangen worden. De ouders worden uitgenodigd om naar de tentoonstelling van de 'Ik voel een voet' kunstwerken te komen kijken.


Boekaanbieding
Verf een doos zwart. Doe het prentenboek 'Ik voel een voet' in de doos. Maak een voelgat in de doos. Zet de doos midden in de kring. Maak het donker in de klas en zet geheimzinnige muziek op. Schijn met een zaklamp.
Wat staat er midden in de kring? Wat zou erin zitten? Hoe kunnen we dat te weten komen? De kinderen mogen in de donkere doos voelen. Het boek 'Ik voel een voet' komt tevoorschijn.


Taal

Verhaal voorlezen
Lees het prentenboek 'Ik voel een voet' voor. Je kunt het prentenboek hier alvast beluisteren ter voorbereiding:



Verhaal navertellen
Bekijk het boek nog een keer. Kunnen de kinderen het verhaal bij de platen vertellen?

Verteltafel
Maak een verteltafel met daarop het boek, de figuren uit het boek (kopiëren en op een wc rol plakken) en 2 bomen van papier of wc rollen met daartussen een hangmat (stuk stof of een mooi gekleurde sjaal).



Verhaal op volgorde leggen

Kopieer de platen uit het boek. Bespreek de platen in de kring en leg ze met de kinderen in de juiste volgorde.

Dieren en hun kenmerken
Schildpad, Vleermuis, Octopus (inktvis), Vogel, Bok, Olifant.
Bespreek op verschillende momenten de dieren afzonderlijk.
Verzamel afbeeldingen, verschillende speelgoeddieren en
vergelijk ze met elkaar. Benoem de kleur, de kenmerken (aantal
poten, staartlengte, schild, sik, enzovoort) en vertel iets over
de eigenschappen (kan het dier springen, vliegen, zwemmen?).
Welke geluiden maakt het dier? Hoe voelt de huid van het dier
(zacht, glad, stekelig, ruw)?
Imiteer de dieren zoals ze bewegen en maak er geluiden bij.
Zing liedjes over de dieren uit het verhaal.

Zintuiglijke ontwikkeling
Het boek 'Ik voel een voet' is een mooi uitgangspunt om het tijdens dit thema over onze zintuigen te hebben. Hieronder staan een aantal activiteiten beschreven die met onze zintuigen te maken hebben. Meer activiteiten vind je bij de gekke 5 minuten, drama (op de pagina voor groep 3, 4, 5) en het thema mijn lichaam.

Voelen in de voeldoos - kring
Benodigdheden: de zwarte doos die je voor de aanbieding van het boek gebruikt hebt en een heleboel voorwerpen.

Stop een voorwerp in de voeldoos. Laat verschillende kinderen voelen. Hoe voelt het? Voelt het hard of zacht? Is het groot of klein? Welke vorm heeft het? Is het glad of ruw? enz.
Wie kan raden wat er in de doos zit?
Als de kinderen het moeilijk vinden om te raden wat er in de doos zit, kun je ook voorwerpen nemen waar je er 2 van hebt. De dubbele voorwerpen staan in de kring en één voorwerp zit in de doos. De kinderen moeten dan kiezen uit de voorwerpen die ze in de kring zien staan.

Zet de voeldoos na de kring in de klas, zodat de kinderen er tijdens de werkles individueel of in tweetallen mee kunnen spelen.

Ra, ra wat zit er in de doos? - kring
Benodigdheden: de zwarte doos en enkele voorwerpen.

Stop een voorwerp in de doos. De kinderen moeten raden wat erin zit. Je kunt een keer met de doos schudden, zodat ze horen hoe het klinkt. De kinderen mogen bij deze activiteit níet voelen.
* Jij geeft een omschrijving, de kinderen raden.
* De kinderen stellen vragen, jij antwoordt met ja of nee.

Voelen, wat is het voorwerp? - kringspel
Benodigdheden: verschillende voorwerpen die kinderen kunnen voelen en kunnen raden.

De kinderen zitten in de kring op de grond. Ze hebben de ogen dicht.
De leerkracht loopt met een voorwerp om de kring en zingt het lied 'een, twee, drie vier, wat voel ik daar, wat voel ik hier?' Het lied staat een stuk naar onder op deze pagina. Als het lied bijna afgelopen is, legt de leerkracht het voorwerp achter een kind neer. Alle kinderen voelen of er iets achter hen ligt. Eén kind zal iets vinden. Dit kind moet voelen en raden wat het is. De kinderen mogen niet achterom kijken!

Vormen ervaren, ontdekkend leren - kring
Benodigdheden: Een aantal voorwerpen met een duidelijke vorm waar je er 2 van hebt, bijv. 2 grote knikkers, 2 vierkante bouwblokken, 2 driehoekige voorwerpen en 2 rechthoekige voorwerpen, bijv. balken uit de bouwhoek.
Verschillende rechthoekige, kartonnen dozen waar de voorwerpen in passen.

Van elk voorwerp zet je er één voor de klas en de andere voorwerpen stop je in dozen. Vertel de kinderen dat alle voorwerpen die ze zien ook in de dozen zitten. Zij moeten raden wat in welke doos zit.
Geef de dozen één voor één de kring rond. Laat de kinderen ermee schudden, de dozen op en neer bewegen, op de kop houden, luisteren enz. enz. Wat hoor je? Welke vorm zou het voorwerp hebben? Kan het rond zijn? Waarom wel/niet? Wat kan iets dat rond is wel en iets dat vierkant is niet?
Stel allerlei vragen en laat de kinderen onderzoeken en ontdekken.

Voelen van stof - kring
Verzamel diverse materialen (lapjes stof, stukjes tapijt,
luchtkussenfolie, schuurpapier) en laat de kinderen voelen. Hoe voelt het? Behandel begrippen als hard en zacht, glad en ruw.

Proeven - kleine groepjes
Benodigdheden: een hulpouder, een rustig plekje op de gang of in de klas, blinddoeken, schaaltjes met daarin dingen om te proeven zoals suiker, stroop, jam, kaas, boter of alleen producten met de smaken zoet, zuur, zout en bitter.

De kinderen gaan in kleine groepjes naar het proefhoekje. Ze krijgen een blinddoek voor en mogen verschillende dingen proeven. Hoe smaakt het? Vind je het lekker of vies? Smaakt het zoet of zout? Wat denk je dat het is?

Ruiken - kleine groepjes
Benodigdheden: een hulpouder, een rustig plekje op de gang of in de klas, blinddoeken, potjes met daarin dingen om te ruiken zoals parfum, zeep, kruiden, schoonmaakmiddel.

De kinderen gaan in kleine groepjes naar het ruikhoekje. Ze krijgen een blinddoek voor en mogen verschillende dingen ruiken. Hoe ruikt het? Vind je het lekker ruiken? Waar ruikt het naar? Wat denk je dat het is?

Horen, waar komt het geluid vandaan? - kring
* De kinderen in de kring doen de ogen dicht. Jij gaat ergens in de klas staan en maakt een geluid met een triangel, trommel, klappen o.i.d.
Dan loop je weer terug naar je plek. De kinderen mogen kijken. Waar kwam het geluid vandaan?
* Eén kind verstopt zich in de klas terwijl een ander kind op de gang staat. Als dat kind binnenkomt, maakt het kind dat verstopt zit een geluid (klappen, dierengeluid, instrument). Het kind raadt waar het geluid vandaan komt. De kinderen in de klas zijn zo stil mogelijk.

Geluidenbingo - klassikaal aan tafel
Juf Sanne heeft een mooie geluidenbingo gemaakt die je met de klas kunt spelen. Je vindt hem hier.

Horen, waf waf - kring
Dit is een spannend sluipspel, waarbij jonge hondjes het bot van de waakhond proberen te pakken.
Ga in een kring op de grond zitten. Wijs een waakhond aan. Deze gaat geblinddoekt in het midden van de kring zitten. Het is nacht en de waakhond waakt over een sappig bot.
Daag de "jonge hondjes" in de kring uit om geruisloos naar de waakhond te sluipen en het bot weg te pakken. Wanneer de waakhond iets hoort, wijst hij in die richting en blaft: wafwaf! Als hij rechtstreeks naar de sluipende hond wijst, moet deze weer terug in de kring gaan zitten.
Wie het bot in de wacht kan slepen, wordt de nieuwe waakhond en het spel begint van voren af aan.

Zien, blindelings vertrouwen - klassikaal
* De kinderen werken in tweetallen. Eén kind heeft de ogen dicht. De ander leidt dit kind door het lokaal.
* Doofhof: de helft van de groep wordt blind, de anderen zijn leider. De blinden gaan naar de gang. De leiders maken met stoelen en tafels een doohof in de klas (tussen stoelen door, onder stoelen of tafel door, over stoel heen enz.) Dan gaat elke leider zijn blinde halen en leidt hem of haar door het doolhof. De leider bepaalt hoe hij aanwijzingen geeft: met woorden, door vast te houden enz.

De zintuigenhoek
Juf Sharona zag op haar invalschool een leuke hoek met allerlei activiteiten rondom onze zintuigen. Wil je jouw huishoek ook omtoveren tot deze leuke zintuigenhoek? Kijk dan hier voor ideeën.

Beeldende vorming

Dieren inkleuren met wasco
Nodig: wasco in allerlei kleuren, kleurplaten van de dieren, zwart papier of zwarte ecoline.

De kinderen kleuren één van de dieren in met wasco. Gebruik knallende kleuren en zorg dat er geen wit meer te zien is.
Het dier wordt uitgeknipt en op een zwart vel papier geplakt of de achtergrond wordt met ecoline zwart geschilderd.

--> Download de kleurplaten
Je kunt de afbeeldingen zelf vergroten naar de gewenste grootte.

Kleuren en krassen
Nodig: wasco in allerlei kleuren, dekzwart, iets om te krassen (prikker).

Kleur een stevig wit vel papier helemaal in met wasco. Dekzwart erover en krassen maar! Kras een dier uit het boek 'Ik voel een voet'.

Hangmat kleuren
Nodig: stiften, afbeelding van de hangmat

Teken de hangmat met zwarte stift op een wit vel papier en kopieer dit voor alle kinderen.
De kinderen kleuren de hangmat met stift in met knallende kleuren. De kinderen tekenen bomen aan beide uiteinden van de hangmat.

Aanvulling: kleur de dieren uit het boek 'Ik voel een voet' in en plak ze in de hangmat.
--> Download de dieren
Je kunt de afbeeldingen zelf vergroten of verkleinen.

Hangmat versieren met gescheurde stukjes papier
Nodig: sitspapier, de hangmat

Teken de hangmat met zwarte stift op een wit vel papier en kopieer dit voor alle kinderen.
De kinderen scheuren stukjes uit sitspapier en plakken dit op de hangmat. (Propjes maken kan ook). De kinderen tekenen bomen aan beide uiteinden van de hangmat.

Aanvulling: kleur de dieren uit het boek 'Ik voel een voet' in en plak ze in de hangmat.
--> Download de dieren
Je kunt de afbeeldingen zelf vergroten of verkleinen.

Collage maken
Vul de dieren op met stukjes stof of stukjes cadeaupapier.

Fantasiedier

Vrolijke vleermuis

Dieren opvullen met gescheurde stukjes papier
Nodig: cadeaupapier en tijdschriften, afbeeldingen van de dieren
--> Download de dieren

Versier de dieren met gescheurde stukjes cadeaupapier en papier uit tijdschriften. Gebruik knalkleuren en plak de kleuren op de gekste plaatsen om bijv. een roze kop te krijgen en paarse poten.

Raamschildering
Schilder de contouren van Octopus op het raam. De kinderen
tamponneren daarbinnen met sponsjes en diverse kleuren verf.
Met dikke kwasten schilderen zij het water.

Meer op Pinterest
Kijk op mijn Pinterest pagina voor afbeeldingen bij knutselideeën die ik op andere sites vond.

Muziek

Ik voel een....
Op de wijs van 'Hoedje van papier'
Eén, twee, drie, vier
Wat hoor ik daar
Wat voel ik hier
Eén, twee, drie, vier
Ik voel een heel groot dier
Voelen hier en voelen daar,
Voelen voelen raden maar
Eén, twee, drie, vier
ik voel een (schildpad) hier.

Meer liedjes vind je hier:
• ‘De schildpad’ - De liedjesspeeltuin 1, Dirk Scheele
• ‘Mag ik even voelen?’ en ‘Wat hoor ik toch’ uit
Eigen-wijs (SMV)
• ‘Vogels’ en ‘De olifant’ uit Peuters dansen! Deel 1
(Stichting Nevofoon/Danskant vzw)
• ‘Beestenbende’ uit Wij maken muziek (SWP)
• ‘Rammelaar’ uit Zingen met duimelot (Van Tricht)
• ‘Stamp maar mee’ uit Zingen met likkepot (Van Tricht)
• ‘Oli oli olifant’ uit Kleuterwijs (SMV)
• ‘Jongens, meisjes, aan de kant’ uit Alle liedjes met een
hoepeltje erom (Van Holkema & Warendorf)

Bewegingsonderwijs

Olifantentikkertje
Er is één tikker, de olifant. Hij houdt met de linkerhand zijn neus vast en steekt zijn rechterarm door de opening. Op deze manier probeert hij andere kinderen te tikken.
Als een kind getikt is, wordt hij ook olifant en helpt mee met tikken.

Vleermuizen in het bos
Leg een flink aantal hoepels in de zaal en een mat in het midden. Op de mat slaapt de olifant. De overige kinderen zijn vleermuizen. Maak de lampen uit. Het is donker, nacht. De olifant slaapt en de vleermuizen vliegen door de speelzaal, ze zijn nieuwsgierig, wie ligt daar op de mat? Wanneer de lamp aan gaat, wordt de olifant wakker en probeert zoveel mogelijk vleermuizen te tikken, maar... de vleermuizen zoeken snel een boom (= een hoepel). Eén vleermuis per hoepel. Wanneer de lamp weer uit gaat is het nacht en gaat de olifant weer slapen. De vleermuizen lopen vrij rond.
Kinderen die getikt zijn gaan zitten (op de bank of in een hoepel) en mogen weer mee doen wanneer er een nieuwe olifant gekozen wordt.

Door de donkere gang
Maak een donker, geheimzinnig parcours in de speelzaal. Gebruik banken, kasten, het klimrek, kleden.
De kinderen kruipen door het parcours.

Wie zit daar in het donker?
Variatie op 'Vos kom uit je hol'.
Maak het schemerig in de speelzaal.
Eén kind, de olifant, zit onder een laken of achter de kast. De andere kinderen staan aan de andere kant van de zaal. Ze lopen op de olifant af en roepen: 'Wie zit daar in het donker?' De kinderen komen steeds dichter bij. Ze blijven roepen: 'Wie zit daar in het donker?'
Ineens komt de olifant tevoorschijn en probeert zoveel mogelijk kinderen te tikken. Wanneer de kinderen weer aan de andere kant van de zaal zijn en achter een lijn staan (van tevoren afspreken) zijn ze vrij.

De werkjes op deze pagina zijn gemaakt door kinderen van bs. 't Palet, Vlijmen en bs. Roald Dahl, Sint-Michielsgestel.

Ik wil een diamant

Jonathan Emmett en Vanessa Cabban

Mol is aangenaam verrast wanneer hij uit zijn holletje kruipt en voor het eerst sneeuw ziet. Hij gaat op onderzoek, glijdt uit en vindt een prachtige grote 'diamant'. Die neemt Mol mee naar huis. Maar de diamant in zijn handen verandert steeds van vorm. En bijna thuis is de diamant zelfs helemaal verdwenen. Hij is vast betoverd! Konijn, Egel en Eekhoorn vinden het een mooi verhaal, maar leggen Mol uit dat het om een ijspegel ging. Samen gaan ze naar het bos waar de zon net ondergaat en de bomen bedekt zijn met wel duizenden glinsterende ijspegels.
Geheel in de trant van het eerder verschenen prentenboek 'Ik wil de maan'.




Thema: winter
Vakgebieden: rekenen, taal, natuuronderwijs, dans, muziek, beeldende vorming, bewegingsonderwijs
Presentatievorm: verteltafel
Duur: 1 tot meerdere weken
Doelstellingen: ruim genomen, kort omschreven
- tijdsbesef en tijdsbeleving, seizoenen
- tellen
- ordenen
- logische volgorde
- gevoelens en ervaringen uitdrukken m.b.v. dans, muziek en drama
- de kinderen maken zich vertrouwd met dieren, planten en natuurverschijnselen.

Presentatie
Tijdens het project 'Ik wil een diamant', is er een verteltafel ingericht. De kinderen kunnen het verhaal bij deze tafel naspelen en eigen rollenspellen spelen met de dieren op de verteltafel.

Een idee voor de aankleding van de tafel:
Zet een groepstafel of 2 kleine tafels neer en bedek de tafel(s) met een wit laken. Maak eventueel bergen door een schoendoos onder het laken te zetten.
Leg wat piepschuimbolletjes op het laken (de sneeuw). Heb je een mini kerstboompje, dan kun je deze op de tafel zetten en bedekken met wat sneeuw.
Voor ijs kun je kleine spiegeltjes neerleggen.
Knip dieren. zoals mol, egel, eekhoorn en haas uit stevig karton of zorg voor kleine knuffeltjes / vingerpoppetjes van deze dieren.
Hieronder een verteltafel voor de winter. Deze kun je zelf omtoveren tot een verteltafel over mol en zijn vrienden.

winter2


Boekaanbieding
Zoek een mooie, glinsterende steen, fonkelend sterretje of glassteen die als diamant kan dienen.
Leg de diamant in de kring als de kinderen binnenkomen.
Wat ligt daar nu in de kring? Praat er even met de kinderen over en lees het boek vervolgens voor.

Natuuronderwijs

IJspegels, vriezen en dooien - kring
Benodigdheden: een bakje met water, een diepvries.
Indien er op school geen diepvries aanwezig is, neem je zelf een ijsblok mee.

* Hoe weet mol dat het winter is? Waar kan hij dat aan zien? Bespreek de veranderingen in het weer. De bomen worden kaal, het wordt koud, het sneeuwt, water bevriest en wordt ijs.
* Mol vond een diamant. Wat was dat voor een diamant? Een echte?
* Wat gebeurt er in de winter met het water? Hoe kan dat?
* We gaan zelf water laten bevriezen. Doe wat water in een bakje en zet dit in de vriezer (of buiten als het buiten vriest).
De volgende dag/middag kijken we wat er met het water gebeurd is.
* Het water is nu bevroren. Wat is het water nu geworden? Wat gebeurt er als we het ijs nu in de klas laten staan? Laat het ijs een tijdje staan, terwijl de kinderen spelen en kijk af en toe wat er gebeurt.
Kunnen we het ijs ook sneller laten smelten? Hoe zou dat kunnen? (Het ijs op de verwarming zetten).

Sporen in de sneeuw - kring
Voorbereiding: zoek platen van sporen van verschillende dieren (zoek bij Google op sporen sneeuw) of teken de sporen zelf (een vogeltje, een mens, een paard, een kat...)

Mol loopt door de sneeuw. Je kunt zien waar hij gelopen heeft. Hij laat sporen achter. Zijn de sporen van alle dieren hetzelfde? Waarom wel/niet?
Laat telkens een spoor zien en laat de kinderen raden van welk dier het spoor is. Als dit moeilijk is, kun je ook platen van de dieren neerleggen, zodat de kinderen kunnen kiezen.
Je kunt de dieren ook op het digibord laten zien, zodra ze gevonden zijn.
Als er buiten sneeuw ligt, is het leuk om met de klas een spoor te maken. Loop met z'n alleen een rondje door de sneeuw en laat een kind voorop lopen en volg zijn/haar spoor.

Winterspel - speelzaal
Benodigdheden: bij elk seizoen wat spulletjes.
Winter: wanten, handschoenen, das, oorwarmer
Zomer: zonnebril, zonnebrand, zwemband
Lente: bol, knuffel van een jong dier, zaadjes
Herst: paraplu, herfstblaadje, noot
Stop de spullen door elkaar in een tas/bak.

De kinderen zitten in de kring. Praat even over de seizoenen. Welke seizoenen zijn er? 
Eén kind mag wat uit de tas grabbelen. Wat is dit? Bij welk seizoen past dit? Leg het voorwerp in de kring.
Het volgende kind komt grabbelen etc.
Als er voldoende spullen uit de tas gehaald zijn, wordt alles in de speelzaal neergelegd. In één hoek komen de winterspullen, in één hoek de zomerspullen etc.
Nu noem jij een seizoen, voorwerp of iets anders dat bij het seizoen past op en de kinderen rennen naar de juiste hoek.

De winterslaap - kring
Benodigdheden: een handpop / knuffel van een dier dat een winterslaap houdt (egel, das).

Egel is zo moe! Ze voelt dat het al kouder wordt en denkt dat het tijd is voor haar winterslaap. Maar hoe doen egels dat, een winterslaap? Weten de kinderen dit? Kunnen de kinderen egel helpen?
Praat met de klas over de winterslaap, de voedselvoorraad, de winter en de dieren die een winterslaap houden.

Rekenen

Diamantjes - kring
Benodigdheden: glasstenen van verschillende kleuren

Leg de glasstenen in de kring. Hoeveel diamanten denken de kinderen dat hier liggen? De kinderen mogen schatten.
Hoeveel liggen er in werkelijkheid? Hoe kunnen we dat te weten komen?
Tel de diamanten. Wie zat er dicht bij met het schatten?
Leg verschillende patronen van de stenen, bijv. geel, geel, rood, geel, geel en dan komt...?

Sneeuwballen van groot naar klein - kring
Knip witte rondjes uit van verschillende groottes. De kinderen mogen deze sneeuwballen op volgorde van klein naar groot en andersom leggen.

Taal

Verteltafel - tweetallen
De kinderen ontwikkelen hun taalvaardigheid aan de verteltafel.
Zie 'presentatie' voor de aankleding van de verteltafel.

Verhaal op volgorde leggen - kring
Kopieer enkele platen uit het prentenboek. Leg deze in de kring. Wat gebeurt er op elke plaat? Welke plaat komt eerst in het verhaal? Welke plaat komt het laatst? Leg alle platen in de juiste volgorde. 

Dans

Sneeuwvlokjes in de wind - speelzaal
De kinderen liggen op de grond. Als de muziek begint zijn ze een klein sneeuwvlokje dat rustig op de grond heen en weer wiegt. De kinderen bewegen hun armen en benen rustig.
Als de muziek wat harder wordt (je kunt de muziek zelf harder zetten), rollen de sneeuwvlokjes door de sneeuw.
Wanneer de muziek nog harder wordt, gaan de sneeuwvlokjes dwarrelen. Dit kan door jezelf door de ruimte te bewegen, maar ook door je vingers en handen een dwarrelende beweging te laten maken.

Nu staan alle kinderen en zijn ze dwarrelende sneeuwvlokjes. De wind komt nu uit één richting van de zaal, bijv. vanuit de deur. Als de muziek begint te spelen, worden alle sneeuwvlokjes naar achter geblazen. De kinderen dwarrelen rustig naar achter. Als de muziek stopt, duwen de sneeuwvlokjes zichzelf terug in de richting van de deur.
Nu mogen de kinderen één lichaamsdeel weg laten blazen door de wind, bijv. de handen worden naar achter geblazen, totdat de muziek stopt. Dan de benen, het hoofd, de armen, de voeten etc.

Het dansen kan op vele instrumentale nummers. Dit nummer is bijvoorbeeld geschikt: http://youtu.be/KUv2gWgNnDI De vier jaargetijden van Vivaldi, winter.

Muziek

Sneeuwvlokje - liedje
Begin met een warming-up van de stem.
Blaas je handen warm. Fff, fff, fff.
Het is koud, brrr, brrr, brrr (de kinderen zeggen dit na).
Daar dwarrelt een sneeuwvlokje: ffffff, fffffff, prrrrr
De wind waait door de bomen: ssssss, ssssss, ssssss.

Sneeuwvlokje, sneeuwvlokje
dwarrel maar rond
kom met je vriendjes
bij ons op de grond
sneeuwvlokje, sneeuwvlokje
kom nu maar gauw
misschien maak ik straks
wel een sneeuwpop van jou!

De kinderen mogen met de handen en vingers dwarrelen, van boven naar beneden.
Zelf zing je het liedje ondertussen een paar keer voor.
Dan mogen de kinderen de woorden 'sneeuwvlokje' meezingen. Jij zingt zelf het hele liedje weer een paar keer. Zo zingen de kinderen telkens wat meer mee, tot ze het liedje kennen.

Bewegingsonderwijs

Diamantroof - tikspel
In het midden van de zaal liggen een aantal judomatten tegen elkaar aan (of de dikke mat) met daarop diamanten (pittenzakjes of blokken) Er is zijn 2 of 3 bewakers (de tikkers) en er zijn dieven (de andere kinderen). De dieven staan in hun huis (een hoepel) aan de rand van het speelveld. De dieven proberen de diamanten te stelen en naar hun huis te brengen. Ze mogen 1 diamant tegelijk pakken. Worden ze getik door een bewaker, dan moeten ze eerst weer terug naar hun huis (hebben ze op dat moment een diamant dan moet die weer op de mat). Het spel stopt als alle diamanten gestolen zijn. Eventueel wint het kind dat de meeste diamanten heeft gestolen.

 

Kikker en een heel bijzondere dag

Max Velthuijs

Kikker zat aan het ontbijt. Dit wordt een bijzondere dag, dacht hij opgewekt. Haas had het gisteren nog gezegd. Maar wat er zo bijzonder aan was, dat wist Kikker niet. Hij vroeg het aan zijn vriendjes. 'Vrijdag, geloof ik ', zei eend. 'Wasdag', zei varkentje. Maar dát bedoelde Haas niet...




Thema: feest
Vakgebieden: rekenen, taal, dans, drama, muziek, beeldende vorming, bewegingsonderwijs
Presentatievorm: Kikkerfeest
Duur: 1 tot meerdere weken
Doelstellingen: ruim genomen, kort omschreven
- tijdsbesef en tijdsbeleving
- meten en wegen
- ordenen
- beginnende geletterdheid
- gevoelens en ervaringen uitdrukken m.b.v. dans, muziek en drama
- ritme

Presentatie
Kikker en een heel bijzondere dag wordt uitgewerkt tot een heus Kikkerfeest! Dit feest kunt u zo groot of klein maken als u zelf wilt. Een feestje met de klas, een feest met ouders of grootouders, een feestje met alle kleutergroepen of de verjaardag van de leerkrachten. Het is ook mogelijk om het project te volgen en geen afsluitende activiteit te doen. Dit maakt het natuurlijk wel wat minder leuk.

Boekaanbieding
Kikker komt de klas binnen (pop, handpop, vingerpoppetje, afbeelding). Hij maakt zich zorgen. Welke dag is het toch vandaag? Haas heeft gezegd dat het een bijzondere dag zou zijn, maar kikker weet niet waarom. Weten de kinderen wat voor dag het vandaag is?
Vervolgens wordt het boek voorgelezen.
Daarna kunt u een keuze maken uit de onderstaande activiteiten voor het vervolg van het project.



Rekenen

Dagen van de week - kring
Kikker vraagt aan eend welke dag het is. Eend weet het niet zeker. Is het vrijdag? Is het woensdag? Weten de kinderen welke dag het vandaag is? En welke dag was het gisteren? Welke dag is het morgen? Wie kan de dagen van de week opnoemen?
Zing samen een liedje of zeg een versje op over de dagen van de week.

Toetjesweek - versje
Bert Beer heeft soms een toetjesweek
want hij houdt erg van zoet
dus weet je wat die bruine beer
elk jaar een weekje doet?

Dan eet hij maandag ijsjes
op dinsdag chocola
op woensdag eet hij slagroom
op donderdag wat vla

Op vrijdag stopt hij dan nog
zeven taartjes in zijn maag
op zaterdag wat honing
want dat lusten beter graag

Maar zondag wil hij - vaste prik
geen zoete toetjes meer
dan ligt hij kreunend in zijn bed:
zijn héle buik doet zeer!

Dagen van de week - liedje
Luister goed, ik heb een vraag
wat voor dag is het vandaag
is het maandag, dinsdag, woensdag
is het donderdag, vrijdag, zaterdag
of zondag
wie heeft er een idee?
Uit: Schatkist (oud)

Weekwijzer - creatief, in groepjes
Voorbereiding: voor elk kind een ronde cirkel, verdeeld in zeven vlakken. Plaatjes die passen bij de dagen van de week, bijv. dezelfde plaatjes als in de klas gebruikt worden voor de dagen van de week. 

De kinderen prikken of knippen de cirkel uit. In het midden van de cirkel komt een splitpen met wijzertje eraan. Dat wijzertje wijst de dag van vandaag aan. De 7 vlakken worden ingekleurd en op elke dag wordt een bijpassend plaatje geplakt.

Vlaggetjes ordenen - kring
Voorbereiding: maak enkele (papieren) vlaggetjes in de kleuren rood, geel, blauw en groen. Eventueel van verschillende grootte.

Kikker ziet het al helemaal voor zich. Een feest met vlaggetjes! Rode, gele, blauwe en groene. Leg een aantal vlaggetjes in de kring. Welke kleuren hebben de vlaggetjes? Welk vlaggetje is het grootst? En welke is het kleinst? Leg de vlaggetjes op volgorde van groot naar klein en leg patronen zoals rood - geel - rood - geel, groen, blauw, geel, groen, blauw... welke kleur komt nu? 

Taart bakken - kleine groepjes of kring
Bak een taart of cake met de klas! Maak alles zelf, zodat de kinderen veel kunnen meten en wegen. Sta bij elke handeling een tijdje stil. Wat moeten we doen? Wat hebben we daarvoor nodig? Hoeveel hebben we nodig?
Hoe lang moet de taart bakken? Hoeveel stukken moeten we eruit snijden, zodat iedereen wat krijgt? Hoe doen we dat? etc.
Als je deze activiteit met kleine groepjes uit wilt voeren, kun je ook ouders vragen om te komen helpen. Dan worden er meerdere (kleine) taarten of cakes gebakken. Het is ook leuk om dan mini-cakejes/ muffins te bakken.

Dagritme - kleine groep
Voorbereiding: zorg voor plaatjes die een dagritme weergeven, bijv. opstaan, aankleden, eten, naar school. Nacht, ochtend, middag, avond.
De kinderen knippen de plaatjes uit en leggen ze op de juiste volgorde. Dan plakken ze de plaatjes op een strook gekleurd papier.

Logische volgorde - tweetallen  
Kopieer enkele platen uit het prentenboek. Lamineer ze of plak ze op stevig karton. De kinderen mogen de platen, eventueel met behulp van een cd waarop het verhaal ingesproken is, op de juiste volgorde leggen.

Zandtaartjes bakken - tweetallen
De kinderen mogen in de zandtafel of buiten in de zandbak allerlei zandtaartjes bakken. Want bij een feest hoort taart!
Zorg voor wat versiering voor op de taartjes, zoals kralen, schelpen, glasstenen.

Kleurplaten

Taal

De verteltafel - tweetallen
Maak met de klas een tafel met daarop kikker, eend, varkentje, haas en rat. Hier kun je vingerpoppetjes van kopen, maar je kunt ze ook zoeken op internet en uitprinten of zelf maken.
Maak het huis van kikker en kleed de tafel aan met wat bomen en gras. Kinderen kunnen hier het verhaal in tweetallen naspelen. 

De leeshoek - tweetallen
Maak een gezellig leeshoekje, waarin de kinderen het boek nog eens kunnen bekijken. Zet er eventueel een cd speler bij met cd waarop het boek is ingesproken.

Uitnodigingen maken - kring, kleine groepjes
Houd een kringgesprek over uitnodigingen. Wat is een uitnodiging? Wanneer krijg je een uitnodiging? Wat moet er op een uitnodiging staan?
Wat zou er op de brief die bij Haas op de deur hing gestaan hebben?
De kinderen gaan in een klein groepje een uitnodiging maken. Dit kan op verschillende manieren.
- een uitnodiging die al geschreven is versieren en een mooie voorkant maken
- woorden nastempelen die nog ontbreken in de uitnodiging
- zelf, naar eigen fantasie, een uitnodiging maken
De uitnodigingen kunnen gebruikt worden voor de afsluiting van het project, het kikkerfeest. Zorg er dan voor dat het mooie, duidelijke uitnodigingen worden en heb van tevoren bedacht voor wie de uitnodigingen zijn.

Beeldende activiteiten

Beeldende vorming

Tekening van kikker
De kinderen tekenen kikker met wasco. Zet het prentenboek in de buurt van de tafel, zodat de kinderen hier inspiratie uit op kunnen doen.
Als kikker getekend en ingekleurd is, kun je met ecoline gras en lucht of water maken.


Tekening van de verjaardag van Kikker

Mijn bijzondere dag
Wat was voor de kinderen een bijzondere dag? Was dat ook hun verjaardag of een andere leuke dag? De kinderen maken een tekening van hun bijzondere dag. Schrijf erbij wat er op de tekening te zien is.

Feestversiering
Voor de afsluiting van dit project, het kikkerfeest, hebben we feestversiering nodig! De kinderen maken vlaggetjes en slingers van ringetjes. Je kunt de kinderen de opdracht geven dat er een patroon in de versiering moet zitten. Bijv. vlaggetjes die om en om rood, geel, blauw en groen zijn.

Instrumenten maken
Bij een feest hoort muziek! We maken onze eigen muziekinstrumenten, zoals een schudkokertje van een wc-rol met macaroni erin. De kinderen maken het instrument en verven/versieren het. De instrumenten hebben we nodig voor het kikkerfeest ter afsluiting van dit project. 

Bloemen
Bij een feest horen bloemen. Gezellige bloemen om op tafel te zetten. De kinderen maken papieren bloemen vast aan een satéprikker of rietje die in vazen op tafel gezet kunnen worden.

Mijn ontbijt
Kikker zit aan het ontbijt. Vandaag wordt een heel bijzondere dag...
Wat heb jij vanmorgen gegeten? Teken dat op een boterham van papier. Of zoek plaatjes in tijdschriften van dingen die je kunt eten en plak ze op een boterham van papier.

Kralenplanken

Muziek

De kikkertjes - kring
Zing onderstaand liedje een keer voor. Vervolgens mogen de kinderen meezingen. Welk stukje vinden de kinderen makkelijk? Laat ze dat stukje meezingen. Zelf zing je het liedje weer helemaal.
Daarna wordt het liedje weer gezongen en kunnen de kinderen misschien weer wat meer meezingen.
Nu mogen de kinderen telkens bij kwek, kwek, kwek 3 keer in hun handen klappen. Geef enkele kinderen een instrument of klankstaaf, zodat zij op kwek, kwek, kwek muziek kunnen maken.
Het klappen kan afgewisseld worden met stampen en op de knieën slaan.
Probeer ook eens of de kinderen kwek, kwek, kwek in hun hoofd kunnen zingen. Op dat moment is het dus stil in de klas en je hoort alleen telkens 'o'.
Kunnen de jongens en meisjes ook om de beurt o kwek, kwek, kwek zingen?



Kikker is jarig - liedje
O, wat zijn wij nu toch blij
kikker is jarig, kikker is jarig
o wat zijn wij nu toch blij
kikker is jarig en
dat vieren wij!

Kikkerfeest - muziek maken
De kinderen hebben als beeldende activiteit hun eigen muziek instrument kunnen maken. Tijdens dit liedje mogen de kinderen muziek maken met hun instrument.

2 Violen en een trommel en een fluit
want Kikker die is jarig
en de vlaggen hangen uit.
Ei, ei, ei
en we zijn zo blij
want Kikker die is jarig
en dat vieren wij!

Drama

Het verhaal naspelen - kring
Zorg ervoor dat het verhaal eerst meerdere keren voorgelezen is.
Speel het verhaal in de kring na. Enkele kinderen krijgen een rol, de andere kinderen kijken en luisteren. Daarna wordt er gewisseld. 

Dans

Volksdans
Op een feest wordt vaak gedanst. Het is leuk om de kinderen tijdens dit project kennis te laten maken met dansen uit andere landen. Zoek volksdansmuziek (bijv. op internet) en dans hier met de kinderen op.
Het is leuk om de volksdans in een grote kring, met de handen vast, te dansen. Hierbij kun je dan rondlopen, naar binnen en buiten lopen, met de armen ronde bewegingen maken, de voeten omhoog gooien etc.

Indische waterlelies
Zoek de muziek van de Indische waterlelies - Efteling. Op Youtube is hij sowieso te vinden.
Verdeel de klas in 2 groepen. Eén groep kinderen mag kikker zijn. De kikkers springen, op de maat van de muziek, door de speelzaal.
De andere groep kinderen is waterlelie. De waterlelies geven elkaar een hand en dansen door de zaal. De waterlelies proberen van een lange sliert een kring te maken. De kikker springen de kring in. Aan het eind van het lied vormen de lelies een kring waar alle kikkers inzitten. Dan wordt er van rol gewisseld.

Spiegeldans
De kinderen hebben allemaal een sjaaltje, doekje of stuk crepepapier vast waar ze makkelijk mee in het rond kunnen zwaaien.
De kinderen gaan in tweetallen tegenover elkaar staan. Eén kind gaat met het doekje bewegingen voordoen. Het andere kind doet ze na. Dit gebeurt op de muziek van bijv. de Indische waterlelies.

Thema

Bewegingsonderwijs

Kikkergym
Kikkers kunnen goed springen! Dat gaan wij ook eens oefenen tijdens de kikkergym! Begin met een warming-up. Laat de kinderen als kikker naar de overkant van de zaal springen. Laat ze daarna als eend waggelen, als varkentje op handen en voeten lopen en als rat, muisstil door de zaal lopen.

Dan gaan de kinderen in 4 groepjes aan de slag. Elk groepje doet een activiteit en na max. 10 min. wordt er gewisseld, zodat alle groepjes alle activiteiten doen.

1. Kikkersprongen over de bank.
Zet een paar banken achter elkaar neer. De kinderen plaatsen hun handen op de bank en maken een wendsprong over de bank heen. 
Makkelijke variant: niet in één keer over de bank springen, maar op de bank springen en er weer af springen.

2. Springen vanaf het wandrek.
De kinderen klimmen omhoog in het wandrek en springen naar beneden op een mat. Hang een lint in het wandrek tot waar de kinderen mogen klimmen.

3. Kikkertikkertje
Er liggen enkele hoepels in de hoek waar dit spel gespeeld wordt. Dit zijn de leliebladen. Hier kunnen de kikkers op uitrusten. Maar.. als ze van het ene lelieblad naar het andere springen, kunnen ze getikt worden door de tikker. Ofwel, in de hoepels ben je vrij, daarbuiten kun je getikt worden.
Word je getikt, dan word jij de tikker.

4. Kikkersprongen
Leg een aantal matten een stukje uit elkaar neer. De kinderen springen van mat naar mat. Uiteindelijk komen ze bij de lange mat. Hierop mogen ze kikkerkunsten maken.

Afsluiting van de gymles: De kinderen zitten in de kring. In het midden van de kring ligt een bal. Eén kind is de kikker en loopt om de kring heen. Een ander kind wordt als jager aangewezen, zonder dat de kikker weet wie. De kikker moet de bal die in de kring ligt proberen te pakken.
Wanneer de kikker zich in de kring begeeft, mag de jager de kikker gaan tikken. Als de kikker weer uit de kring is, is hij weer vrij. Lukt het de kikker om ongetikt de bal te pakken?

Afsluiting van het project - Kikkerfeest

Voor het feest zijn nodig:
- de uitnodigingen die de kinderen gemaakt hebben. Deel de uitnodingen uit aan degenen die naar het kikkerfeest mogen komen, bijv. ouders, grootouders, kinderen uit een andere kleutergroep of de kinderen van de klas zelf.
- versiering. De klas wordt versierd met de versieringen die de kinderen gemaakt hebben. Vlaggetjes, slingers, bloemen.
- instrumenten. De kinderen hebben allemaal een instrument gemaakt. Dit instrument gebruiken we tijdens het feest.

Activiteiten die tijdens het feest gedaan kunnen worden:

* taart of cake bakken of een stuk cake of eierkoek versieren met slagroom, smarties, dropveter etc.
* een dansje laten zien aan degenen die op het feest uitgenodigd zijn (zie boven bij dans).
* een liedje zingen en muziek maken met de instrumenten.
* feestspelletjes doen, zoals dropveter eten zonder handen, ballon trappen, peperkoek happen, spijkerpoepen, sjoelen

 

Kobe maakt een museum

Ashild Kanstad Johnsen

In alles is wel iets moois te zien en daarom is het soms moeilijk om dingen weg te doen. Dat vindt Kobe ook. Aan het eind van elke zoektochtdag is zijn verzameling spullen wéér gegroeid. Wat kan hij daar eens mee doen? Want nu zitten al zijn dozen en laden toch echt vol...
Juist, een museum beginnen! En als hij dat beu is, besluit Kobe zijn spullen een ander leven te geven: hij vereeuwigt ze op een foto en brengt ze daarna naar een antiekwinkel of naar de juiste afvalbak. Of hij knutselt er iets heel bijzonders van, iets wat bijna kunst is en in het museum thuishoort...

kobe maakt een museum lesideeën

Bij dit prentenboek heb ik samen met juf Els lessuggesties voor de uitgever, De Vier Windstreken, geschreven. Het prentenboek is verrassend veelzijdig en biedt meerdere onderwerpen om over door te praten, in de klas en thuis. Laat de kinderen bijvoorbeeld voorwerpen van dezelfde soort bij elkaar leggen en daarna van groot naar klein. En hoe maak je een museum van je eigen kamer of lokaal?
De activiteiten zijn ook als compleet pakket met een mooie lay-out te downloaden op de site van De Vier Windstreken. Je moet de ideeën 'bestellen'. Dit is gewoon gratis. Veel plezier!

kobe maakt een museum

Thema: kunst, kosteloos materiaal, verzamelen, museum
Vakgebieden: taal, rekenen, bewegingsonderwijs, wereldoriëntatie, beeldende vorming
Duur: 3 weken
Doelstellingen: ruim genomen, kort omschreven
- tijdsbesef
- logische reeksen
- ruimtelijk inzicht
- classificeren
- seriëren
- tellen
- waarnemen
- praten en luisteren
- woordenschat
- tegenstellingen

Aanbieding van het boek

Doelen

  • De kinderen maken kennis met het boek ‘Kobe maakt een museum’.
  • De kinderen breiden hun woordenschat uit.
  • De kinderen luisteren kritisch naar het verhaal en beantwoorden er vragen over.

Benodigd materiaal
- Het boek ‘’Kobe maakt een museum’
- Materiaal uit de natuur, zoals takjes, steentjes, bladeren, gras

Vóór het voorlezen
Leg, voordat de kinderen de klas in komen, wat materiaal uit de natuur in de kring.
Vraag de kinderen wat ze zien en waar dit vandaan komt. Zelf heb je geen idee.
Laat het boek ‘Kobe maakt een museum’ zien. Bekijk de kaft. De kinderen mogen vertellen wat ze zien.

Voorlezen van het boek
De kinderen worden uitgenodigd naar het verhaal ‘Kobe maakt een museum’ te luisteren.
Tijdens het verhaal zullen de kinderen ontdekken dat de spullen in de klas van Kobe afkomstig zijn.

Na het voorlezen
Bespreek het verhaal met de kinderen en stel de volgende vragen: Waar woont Kobe?

  • Wie is zijn beste vriend?
  • Wat doet Kobe op zoektochtdag?
  • Wat doet Kobe met de spulletjes die hij vindt?
  • Waarom belt Kobe naar oma?
  • Welke oplossing heeft oma?
  • Wat heeft Kobe nodig om een museum in te richten?
  • Hoe wil Kobe bezoekers naar zijn museum trekken?
  • Hoe leidt Kobe zijn gasten rond?
  • Hoe vindt Kobe het om een museum te hebben?
  • Waarom besluit Kobe het museum weer te sluiten?
  • Kobe weet niet wat hij met de spulletjes uit zijn museum moet doen. Hij belt oma opnieuw op. Welke oplossing heeft ze nu?
  • Het album is klaar. Wat gaan Kobe en Spar met de meegenomen spullen doen?
  • Wat doet Kobe met oude, kapotte spullen?
  • Ben jij wel eens in een museum geweest? Wat was daar te zien?
  • Verzamel jij spullen? Wat verzamel je?
  • Laat je vrienden / vriendinnen jouw verzamelde spullen wel eens zien?

Rekenen

Dagen van de week - tijdsbesef
Op dinsdag is het zoektochtdag. Kobe zoekt mooie en fantastische dingen in het bos.
Vraag de kinderen welke dag het vandaag is. Vraag de kinderen welke dag het morgen is en welke dag het gisteren was. Schrijf de dagen van de week naast elkaar op een groot vel papier. Laat de kinderen vertellen wat we vandaag in de klas gaan doen. Teken dit onder de dag van vandaag. Stel de kinderen vragen over activiteiten die gedurende de week plaatsvinden, zoals:
- Op welke dag gaan we naar de speelzaal?
- Op welke dagen moeten we twee keer naar school?
- Op welke dag komt er een andere juf/meester in de klas?
- Op welke dag kijken we tv?
- Is er deze week iemand jarig?
- Zijn er bijzonderheden deze week?

Fantastische dingen op een rij – logische reeksen
Voorbereiding: verzamel wat materiaal zoals een aantal takjes, spijkers, bladeren, paperclips.
Kobe vindt fantastische dingen. Hij raapt en raapt en raapt.
Leg met het verzameld materiaal een reeks in de kring, zoals: spijker, tak, spijker, tak...
Vraag de kinderen de reeks af te maken. Breid de reeks vervolgens uit met drie voorwerpen: spijker, blad, paperclip, spijker...  De kinderen maken de reeks weer af. Ga verder met vier voorwerpen.
Laat deze reeks liggen. De kinderen doen de ogen dicht. Haal een voorwerp uit de reeks. Vraag de kinderen wat er mist.

Een spoor van afval – route volgen
Voorbereiding: verstop een steen in de school of buiten. Teken een eenvoudige plattegrond van de speelplaats of het schoolgebouw.
Vandaag is het dinsdag, en dinsdag is zoektochtdag. Kobe heeft in het bos mooie en fantastische dingen gevonden. Als Kobe thuiskomt, legt hij alles wat hij gevonden heeft op de vloer van de woonkamer.
Kobe ontdekt dat er iets mist. Hij had een mooie steen gevonden, maar hij is deze onderweg verloren. Kobe wil terug het bos in om de steen te zoeken. Vraag een groepje kinderen Kobe te helpen. Laat de plattegrond van de speelplaats/het schoolgebouw zien. Teken de route die Kobe door het bos gelopen heeft in de plattegrond. Eindig bij de plaats waar de steen ligt. Geef de kinderen de plattegrond en laat ze de route volgen tot ze bij de steen uitkomen. 

In groepjes bij elkaar - classificeren
Kobe heeft buiten verschillende spullen gevonden. Hij legt ze in groepjes bij elkaar.
Geef de kinderen de opdracht buiten op zoek te gaan naar spullen. Alle kinderen mogen één ding zoeken en mee naar binnen brengen. Verzamel de gevonden spullen in de klas.
Vertel de kinderen dat ze, net als Kobe, groepjes van de spullen gaan maken. Vraag de kinderen wat bij elkaar past. Laat de kinderen vertellen waarom ze dat vinden. Leg de spullen die bij elkaar passen in een groepje bij elkaar en bedenk een naam voor elk groepje. Schrijf deze naam op een naamkaartje dat je bij elk groepje legt.
Laat de kinderen vervolgens de ogen dichtdoen. Haal één ding weg. Vraag de kinderen of ze weten bij welk groepje hetgeen jij weggehaald hebt hoort. 

Een kast vol dozen - seriëren
Voorbereiding: verzamel zes dozen van verschillende grootte en zes voorwerpen van verschillende grootte. Het kleinste voorwerp moet in de kleinste doos passen en het grootste in de grootste doos.
De spulletjes van Kobe kunnen natuurlijk niet de hele tijd op de grond blijven liggen. Daarom heeft Kobe een heleboel kasten met meer dan duizend laatjes en dozen erin.
Zet de dozen in de kring. Vraag de kinderen wat ze opvalt aan de dozen. Laat de kinderen vertellen welke doos het kleinst is en waarom en welke doos het grootst is.
Leg de zes voorwerpen in de kring. Vertel de kinderen dat Kobe in elke doos een voorwerp wil stoppen. Het grootste voorwerp moet in de grootste doos en het kleinste voorwerp in de kleinste doos. Laat de kinderen ontdekken hoe ze dit op een handige manier kunnen doen (de dozen van klein naar groot neerleggen en de voorwerpen ook van klein naar groot neerleggen).

Heel veel knopen – classificeren en seriëren
Er hangt een naamkaartje aan de doos. Kobe leest het kaartje: knopen.
Leg een heleboel knopen en wat hoepels in de kring. De knopen worden in de hoepels gesorteerd. Begin bijvoorbeeld met het sorteren op kleur. Leg in elke hoepel een andere kleur knoop. Laat een knoop aan de kinderen zien en vraag ze in welke hoepel deze knoop hoort en waarom. Geef een heleboel knopen een plekje in de juiste hoepel.
Vervolgens sorteer je op een andere eigenschap, zoals het aantal gaten in het midden, vorm of grootte. Je kunt de knopen ook van groot naar klein leggen of van licht naar donker.
Tip! Gebruik de knopendoos tijdens de werkles. De kinderen sorteren de knopen aan tafel en bedenken zelf hoe ze dat willen doen.

Lange veters - seriëren
Kobe heeft een lange veter op straat gevonden. Hij stopt hem in de doos bij de andere veters.
Leg veters of stukjes touw van verschillende lengtes in de kring. Kobe wil de veters graag netjes opbergen en legt ze naast elkaar, van kort naar lang. Vraag de kinderen welke veter zij denken dat de langste is en welke de kortste. Meet de veters door ze op of naast elkaar te leggen en te vergelijken. Maak een rij van kort naar lang. 

Een boekenkast vol - seriëren
Kobe heeft heel veel boeken waar plaatjes in staan. Die helpen hem om uit te zoeken hoe de dingen heten die hij heeft gevonden.
De boeken van Kobe liggen in de kring. Het zijn verschillende boeken, dik en dun. Kobe zet de boeken van dik naar dun in zijn boekenkast. Vraag de kinderen welk boek dik is en welk boek dun. Meet en vergelijk door de boeken naast elkaar te leggen. Maak een rij van dik naar dun.

Een superlange rij – tellen en meten
Eindelijk is het zaterdag. De grote dag waarop Kobes museum opengaat. Het is de eerste keer dat er zo diep in het bos een museum wordt geopend. Er staat een lange rij. Een SUPERLANGE rij.
Maak een superlange rij met de klas. Vraag de kinderen hoe ze dit kunnen doen. Tel de kinderen in de rij. Maak nu twee (super)lange rijen. De kinderen bedenken weer zelf hoe ze dit gaan doen. Tel de kinderen in elke rij. Vraag de kinderen in welke rij de meeste kinderen staan en in welke rij de minste kinderen. Het kan ook zo zijn dat er in de twee rijen evenveel kinderen staan. Wanneer dit niet het geval is, vraag je de kinderen nu twee rijen te maken waarin evenveel kinderen staan.
Hierna maak je zelf twee rijen die niet even lang zijn. Vraag de kinderen in welke rij de meeste kinderen staan en in welke rij de minste kinderen. Tel de kinderen. Doe dit een aantal keer.
Tenslotte maken de kinderen een korte rij. Dit kunnen ook meerdere korte rijen zijn. Vraag de kinderen welk rij het kortst is. 

Speciale spulletjes – standpunt innemen
Voorbereiding: zoek een voorwerp dat vier verschillende kanten heeft en aan elke kant anders is. Je kunt ook een bouwwerkje maken van blokken met een ander aanzicht aan elke kant. Maak foto’s van de zijaanzichten en het bovenaanzicht.
Kobe richt zijn museum in. Op kleden, tafels en stoelen stalt hij zijn spulletjes keurig netjes uit. De extra mooie dingen legt hij onder de glazen stolp.
Zet het voorwerp of het bouwwerkje onder een glazen stolp (of pot, glas, schaal) in de kring. De kinderen zitten rondom het voorwerp en zullen het elk anders zien. Laat de kinderen vertellen wat ze vanaf hun stoel zien. Vraag de kinderen of andere kinderen dit ook zien.
Laat één van de gemaakte foto’s zien. Vraag de kinderen waar jij stond toen je deze foto gemaakt hebt. De kinderen mogen, eventueel met een fototoestel in de hand, op zoek gaan naar de plek waar jij stond. Laat de kinderen vertellen wat ze zien en vanwaar de foto gemaakt is. Daarna wordt de volgende foto bekeken, enzovoort.

De mooiste stenen - seriëren
Voorbereiding: vraag de kinderen op dinsdag een steen van thuis mee te brengen.
Dinsdag is het weer zoektochtdag. De kinderen hebben vandaag hun eigen steen meegenomen. Bekijk de stenen van de kinderen. Laat de kinderen vertellen hoe hun steen eruit ziet. Laat enkele stenen voelen.
Vraag de kinderen wie er een kleine steen meegebracht heeft en wie een grote.
Maak samen een rij van klein naar groot.

Wat is het? - waarnemen
Voorbereiding: maak een heleboel foto’s van details van dingen in je lokaal of buiten (afbeelding op een poster, deurklink, stukje van een legoblok, kleding van een pop, kaartje van de lotto, stuk van de kaft van een boek).
Kobe is de hele zondag bezig geweest om alle spullen in zijn museum op de foto te zetten. Samen met oma gaat hij naar de fotozaak en laat de foto’s afdrukken. 
De foto’s van Kobe zijn niet zo goed gelukt. Kobe heeft de foto’s van te dichtbij genomen. Nu weet Kobe niet meer wat er op de foto’s staat. Vraag de kinderen Kobe te helpen.
De kinderen gaan in tweetallen, met een foto in de hand, op zoek naar het voorwerp waar de foto van gemaakt is. Wanneer ze het voorwerp gevonden hebben, ruilen ze de foto bij jou om voor een nieuwe foto.
Na een tijdje kom je bij elkaar in de kring. Laat de foto’s één voor één zien en vraag de kinderen wie het voorwerp op de foto gevonden heeft en wat het is.

Taal


Mijn verzameling – praten en luisteren
Voorbereiding: de kinderen nemen een voorwerp in een doosje mee. Dit mag iets van een verzameling zijn, een bijzonder voorwerp, iets waar ze trots op zijn.
Vandaag is het zoektochtdag. Kobe gaat op zoek naar mooie en fantastische dingen. Hij raapt en raapt en raapt. Als Kobe thuiskomt, legt hij alles wat hij heeft gevonden op de vloer van de woonkamer.
De kinderen zitten met hun meegebrachte voorwerp in de kring. Alle voorwerpen zitten nog in de doosjes. Eén voor één mogen de kinderen iets over hun voorwerp vertellen. De groep raadt wat er in het doosje zit. Voorwerpen die geraden zijn, worden in de kring gelegd.
Hierna kun je alle spullen uitstallen in de klas. Leg ze op een tafel met een mooi kleed erover. Maak naamkaartjes voor de spullen. Bijzondere spullen krijgen een speciaal plekje op tafel.

Waar hoort het thuis? – woordenschat
Voorbereiding: verzamel spullen uit de kamers in huis, zoals een wekker, soeplepel, afstandsbediening, shampoo, paraplu, hamer, waspoeder, handdoek, kaars enzovoort.
Kobe heeft veel ruimte nodig voor zijn museum. Hij verhuist alle lege dozen en de andere meubels van de gang en de woonkamer naar de keuken en de slaapkamer.
Vraag de kinderen waar de spullen van Kobe stonden en waar hij ze nu naartoe verhuist. Dit zijn kamers in huis. Laat de kinderen vertellen welke kamers er nog meer in huis zijn. Stel vragen als:
- Hoe heet de kamer helemaal boven in het huis (zolder)?
- Hoe heet het als er een kamer onder de grond is (kelder)?
- In welke kamer slaap je?
- In welke kamer wordt het eten gekookt?
- Heeft elk huis precies dezelfde kamers?
- In welke kamer speel jij thuis?
- In welke kamer eten jullie?
Leg de spullen die je meegebracht hebt in de kring. Vraag de kinderen bij elk voorwerp in welke kamer zij vinden dat het thuishoort. Sommige voorwerpen zullen duidelijk in één kamer thuishoren, voor andere voorwerpen zal dat verschillen.

Een klein en een groot huis - tegenstellingen
Voorbereiding: bouw met enkele blokken een klein en een groot huis in de kring.
Kobe woont midden in het bos in een klein houten huis. Zijn oma, op wie hij dol is, woont in de stad, in een groot huis.
Bekijk de huizen in de kring. Vraag de kinderen wat ze opvalt aan de huizen (een klein en een groot huis). Vertel dat klein en groot tegengestelden van elkaar zijn. Vraag de kinderen wat het tegengestelde is van:
Kobe woont in een klein houten huis.
Spar is zijn beste vriend.
Hij verzamelt mooie dingen.
In de boeken staan heel veel plaatjes.
Kobe maakt aan elk ding een kaartje vast.
Deze dinsdag zitten alle laatjes en dozen vol.
Kobe besluit zijn oma te bellen. Die is zo slim!
Kobe vindt het een goed idee om ook een museum te maken.
Hartstikke bedankt, lieve oma!
Kobe zet de tafels en stoelen achter elkaar.
Op kleden, tafels en stoelen stalt hij zijn spulletjes uit, keurig netjes.
De extra mooie dingen legt hij onder een glazen stolp.
Kobe maakt grote posters voor zijn museum.
Het is zaterdag. Het museum gaat open.
Er staat een lange rij.
Sommige dingen, zoals zeep, zijn zo glad dat hij ze bijna niet te pakken kon krijgen.
Kobe is blij als alle mensen klappen.
De mensen vinden zijn verhalen ontzettend leuk.
Kobe pakt oude spullen, zoals roestige wielen.
Van de kapotte spullen maakt Kobe rare figuren.

Wereldoriëntatie


Wat veel afval!
Voorbereiding: verzamel afval, zoals glas, plastic, papier, blik, hout en restafval of ga met de kinderen op zoek naar afval. Verzamel dit in de klas.
Kobe heeft zijn fotoalbum klaar. Spullen die nog heel mooi en bruikbaar zijn brengt hij naar een antiekhandelaar of naar de vlooienmarkt. De rest is afval.
In de kring ligt allerlei afval. Vraag de kinderen wat ze zien. Laat de kinderen vertellen wat ze thuis met het afval doen. Sorteer het afval dat in de kring ligt. Leg wat bij elkaar hoort, in groepjes bij elkaar, zoals het papier, het glas, het plastic. Dit afval wordt gescheiden.
Vertel de kinderen wat er met het afval gebeurt als het thuis opgehaald wordt.
Laat de kinderen hier een filmpje over zien, zoals: ‘Wat is vuilnis?’ op www.schooltvbeeldbank.nl

Bewegingsonderwijs


In het museum
Kobe leidt zijn gasten maar al te graag rond in zijn museum. Hij wijst op alle spullen en vertelt. Hij trekt gekke bekken, springt, danst, valt, loopt op zijn tenen en rent. Hij doet alles om zijn publiek te vermaken.
Ga met de kinderen naar de speelzaal. Sla op de handtrom. De kinderen lopen op het ritme van de trom door de zaal. Wanneer jij stopt met trommelen staan de kinderen stil en nemen, net als Kobe, een ‘gekke’ houding aan.
Laat de afbeeldingen uit het boek zien, op de bladzijde waar Kobe zijn gasten rondleidt. Doe de houdingen die Kobe aanneemt één voor één na.
Speel tenslotte het museumspel: één kind, Kobe, verlaat de speelzaal. De andere kinderen gaan als een standbeeld doodstil in de zaal staan. Kobe komt binnen en loopt door zijn museum. De beelden mogen een andere houding aannemen als Kobe niet kijkt. Ziet Kobe een beeld bewegen, dan tikt hij dit beeld aan en gaat dit kind op de bank zitten. 

Beeldende vorming

Kunst!
Kobe pakt oude, kapotte spullen zoals roestige wielen, lege viltstiften en gebarsten vazen en borden, en lijmt die aan elkaar. Hij maakt er rare figuren van.
’s Avonds is Kobe vreselijk moe, maar toch neemt hij de tijd om te kijken naar een van de figuren die hij eerder die dag heeft gemaakt. Dit is bijna KUNST, denkt hij bij zichzelf.

Wikkelkunst

* Verzamel wikkels van snoep/koek. Plak een wikkel op een vel papier. De wikkel ligt in het museum van Kobe. Laat de kinderen hier een tekening omheen maken.  
* Maak jezelf van een wikkel. Gebruik een wikkel voor het lijf. Teken hier een hoofd boven of plak er een foto van je gezicht boven.
* Maak een collage van wikkels.  

Afval
* Verzamel een heleboel doppen van flessen. Maak een doppenschilderij door allerlei doppen op en naast elkaar te plakken.
Tip! Spuit het schilderij hierna in één kleur.
* Laat de kinderen net als Kobe allerlei mooie en fantastische spulletjes verzamelen. Dit moeten kleine spulletjes zijn, zoals een takje, paperclip, stukje plastic, elastiekje... Laat de kinderen thuis, buiten of in de klas op zoek gaan.
De kinderen plakken de gevonden spulletjes op een vel papier.
* Maak een bloemenvaas van een melk-/yoghurtpak of een fles. Knip de bovenkant van het melkpak af. Beschilder of beplak het pak/de fles. Maak bloemen van rietjes en papier.
* Maak een waxinelichthouder van een melk-/yoghurtpak. Knip het pak doormidden. Maak een aantal ‘raampjes’ aan de zijkant. Plak hier vloeipapier achter. Beschilder of beplak het pak. Zet een waxinelichtje in het pak.
* Maak met de klas een dorp van melkpakken. Snijd raampjes in de pakken en plak hier vloeipapier achter. Beschilder of beplak de pakken. Zet de gemaakte huizen bij elkaar op een tafel. Maak het dorp af met wegen, bomen, bloemen, auto’s enzovoort.
* Sla enkele tegels kapot en maak een mozaïekwerkje.
* Maak jezelf met afval. Gebruik een touwtje voor het hoofd. Leg hier knopen in voor de ogen. Knip een stukje stof voor je lijf en gebruik spijkers voor de armen en benen. Maak haren van wol. Plak het werkje met sterke lijm op een stevig vel karton.

Stenen

* Laat alle kinderen een steen meebrengen die ze mogen beschilderen. Geef de stenen vrolijke kleurtjes en stel ze tentoon op een mooi plekje in de klas. 

Een museum in de klas

Tips voor het inrichten van een eigen museum

Kobe vraagt aan oma wat hij moet doen met de spullen waar hij geen plek meer voor heeft. ‘Hmmm,’ zegt oma. Dan moet ze opeens denken aan de keer dat ze met Kobe naar het stenenmuseum in de stad is geweest. ‘Weet je nog hoe leuk je dat museum vond?’ O ja! Kobe weet het nog. Alle stenen waren geboend en geborsteld en geordend en gesorteerd. Dat zag er mooi uit! ‘Misschien moet jij ook een museum maken,’ zegt oma. ‘Dat is een goed idee! Dan kan ik al mijn spulletjes laten zien aan wie maar wil komen kijken.

Kunst voor in het museum
* Het stenenmuseum
Laat de kinderen een voor hun bijzondere steen meenemen. Bekijk de stenen met de klas. Stel de volgende vragen:
Waar komt de steen vandaan?
Waarom heb je deze steen meegenomen?
Wie heeft de grootste steen?
Wie heeft een steen met een kleurtje?
Wie heeft de zwaarste steen?
Zijn er stenen bij die op elkaar lijken?
Laat alle kinderen een naam voor hun steen verzinnen. Schrijf of stempel de naam op een naamkaartje. Kies met de klas de meeste bijzondere steen uit. Deze krijgt een speciaal plekje in het museum, bijvoorbeeld onder een stolp.
Tip! Kies in plaats van een steen een ander voorwerp uit voor in het museum, zoals kopjes, knuffels, foto’s.
* Het kunstatelier
Verzamel kosteloos materiaal en laat de kinderen hier kunstwerken van maken. Kijk voor suggesties onder het kopje ‘beeldende vorming’. Stel de kunstwerken tentoon in het museum.
* Fantastische spulletjes tentoonstelling
De kinderen verzamelen gedurende het thema spulletjes die zij bijzonder vinden. Dit kan van alles zijn, materiaal uit de natuur, afval, iets wat ze van thuis meebrengen of iets wat ze vinden in de klas. De kinderen verzinnen hier een naam voor. Schrijf of stempel de naam op een naamkaartje. 

Het museum inrichten
Kies een ruimte die je enkele dagen niet nodig hebt en kunt inrichten als museum.
Zet enkele tafels en stoelen achter elkaar. Leg mooie kleden op de tafels en op de grond. Stal alle spullen keurig netjes uit. Geef de extra mooie dingen en bijzonder plekje. Leg de naamkaartjes bij de spullen.

Posters maken
Het museum kan bijna geopend worden, maar... er moeten nog bezoekers komen. Om te zorgen dat er zoveel mogelijk mensen van het museum afweten, maak je posters.
Bespreek met de klas wat een poster is en wat erop moet staan. Gespreksvragen:
- Voor wie gaan we de posters maken?
- Hoe groot maken we de posters?
- Wat moet er op de posters staan?
- Waarmee gaan we de posters maken?
- Waar hangen we de posters op?

Bezoekers in het museum
Eindelijk is het de grote dag, waarop het museum opengaat. Denk er met de kinderen over na hoe je de bezoekers wilt ontvangen.
- Moeten de bezoekers entree betalen? (Tip! Vraag een kleine bijdrage voor een goed doel)
- Is er een welkomstwoordje? Wie gaat dit doen?
- Krijgen de bezoekers een rondleiding of lopen ze zelf rond?

Mama kwijt

Chris Haughton

Uh-oh! De kleine uil is uit zijn nest gevallen. Waar is mama nu?

Thema: gevoelens - verdriet
Vakgebieden: sociaal-emotionele ontwikkeling, taal, muziek, dans, beeldende vorming, drama.
Presentatievorm: toneelstuk
Duur: 1 tot meerdere weken
Doelstellingen: ruim genomen, kort omschreven
- gevoelens leren kennen en benoemen
- gevoelens en ervaringen uitdrukken m.b.v. dans, muziek en drama
- ritmes spelen
- kennismaken met hoge en lange tonen

Presentatie
Na afloop van dit thema spelen de kinderen het verhaal uit het prentenboek na in een toneelstuk. Eén kind wordt de eekhoorn, één kind het konijn, één kind de beer, één kind de kikker en een kind mama uil. De andere kinderen zijn de kleine uiltjes. Zie dans en drama voor een beschrijving van het toneelstuk.

Boekaanbieding
Als je het vingerpopje van uil hebt, dat bij dit boek hoort, kun je dit gebruiken ter introductie. Je kunt ook zelf voor de kleine uil spelen.
De kleine uil zit op zijn nest (maak een nest of plek die als nest dient). Hij zit daar gezellig met zijn mama. Dan valt hij in slaap. Ineens valt de kleine uil uit het nest. Uh-oh! Boink, boink, boink. Verdrietig kijkt de uil om zich heen. Waar ben ik nou? Ik ben mijn mama kwijt!
Nu pak je het boek erbij en vraagt uil of je mag kijken hoe dit verhaal verder gaat.

Sociaal-emotionele ontwikkeling

Verdrietig zijn
Start deze activiteit met een kringgesprek over verdrietig zijn.
De kleine uil is zijn mama kwijt. Ben jij je papa of mama ook wel eens kwijt geweest? Waar was dat? Wat voelde je toen? Hoe kwam het weer goed? Hoe voelde je je toen?
Hoe kun je jezelf, behalve verdrietig ook voelen? Praat over de basisgevoelens boos, blij, bang en verdrietig.
Zoek bij elk van deze gevoelens een plaatje (bijv. een smiley). Hang de plaatjes in de speelzaal, één in elke hoek.
De kinderen staan in de zaal. Jij noemt een situatie, bijv. je hond is weggelopen, hoe voel je je dan? De kinderen lopen naar het gevoel wat zij dan hebben, etc.
Of: leg de gevoelens wat dichter bij elkaar in een vierkant. In dit vierkant gaan de kinderen in een kring staan. Ze lopen rond in deze kring. Jij slaat op de trom. Als de trom stopt, staan de kinderen stil en beelden ze het gevoel waar ze het dichtst bij staan uit. Eerst als een standbeeld uitbeelden, later met de handen bewegend erbij, nog later met het hele lichaam en ten slotte ook nog met geluiden die bij dat gevoel passen.

Taal

Prentenboek voorlezen en herhaald voorlezen
Lees het prentenboek meerdere keren voor. Stel vragen en laat de kinderen bij de platen vertellen. Misschien kan één van de kinderen het boek na een paar keer voorlezen wel aan de groep 'voorlezen'?

Versjes

Er was eens een uiltje dat sliep
toen kwam zijn mama en riep
uiltje, uiltje, je moet ontwaken
om voor mama een ontbijtje te maken!

Lieve mama
Mama met puntige oren
mama met grote ogen
mama met een scherpe snavel
mama met een lieve mond
mama... ik wou dat ik je snel vond!

Mama, waar ben je?
Een uiltje vliegt door de nacht
fladdert met zijn vleugels zacht
oehoe, oehoe, oehoe,
mama waar ben je? ik wil naar je toe
het is hier donker en kil
en zonder jou zo stil
oehoe oehoe oehoe
mama waar ben je? ik wil naar je toe

oehoe, oehoe, oehoe,
wat hoor ik nou?
uiltje ben jij dat? kom gauw

oehoe, oehoe, oehoe,
mama, daar ben je!! ik ben zo moe…

Uh-ow
Uh-ow, daar valt kleine uil
zijn veren worden vuil
uh-ow, waar ben ik nou?
mama, kom toch gauw!
uh-ow, welke kant moet ik op?
daar komt kikker
en roept 'uiltje stop'!
is dat jouw mama?
uh-ow, ja, ja, JA!

Dialoogversje
Uiltje twiet heeft verdriet
want hij ziet zijn mama niet

Uiltje: mama, mama, kom toch gauw
ik mis jou!

Mama: Oehoe, oehoe, wat hoor ik daar
dat is mijn kleine uiltje, nietwaar?
Mama is hier, kom maar gauw
ik hou van jou!

Muziek

Liedjes
Zing onderstaande liedjes samen met de kinderen.

Net als een uil
Melodie: London bridge is falling down, luister hier
We vliegen met onze vleugeltjes, vleugeltjes, vleugeltjes
we vliegen met onze vleugeltjes, net als een uil.

We kijken met onze o-ogen, o-ogen, o-ogen
we kijken met onze o-ogen, net als een uil.

We grijpen met onze klauwen, klauwen, klauwen
we grijpen met onze klauwen, net als een uil.

Begeleid dit liedje helemaal of gedeeltelijk met ritmestokjes.

Liedje bij het prentenboek 'mama kwijt' 

Op de site www.lekkerzingenproducties.nl vind je een leuke muziekles bij het boek Mama Kwijt. Deze les bevat een liedje waarbij de kinderen op trommels moeten slaan en kennismaken met hoge en lage tonen. Erg leuk!

Dans en drama

We gaan het prentenboek naspelen!
Kies een kind uit voor de rol van eekhoorn, haas, de rol van beer, kikker en mama uil. De rest van de kinderen speelt voor kleine uil.
Je kunt ervoor kiezen om het prentenboek letterlijk na te spelen. In dat geval moeten eekhoorn en kleine uil van alles zeggen. Pak het boek erbij en maak het toneelstuk met de klas.

Je kunt het toneelstuk ook op muziek naspelen. Zoek hiervoor enkele muziekstukken (klassieke muziek, instrumentale muziek).
- muziek met lage tonen, langzaam - voor de beer
- vrolijke muziek, snel- voor de haas
- muziek waar je goed op kunt springen - voor de kikker
- héél vrolijke muziek - voor mama uil
- verdrietige muziek - voor de uiltjes

De eekhoorn, beer, haas en kikker staan in deze volgorde in een rij in de hoek van het lokaal. De uiltjes staan in de kring. Dan vallen de uiltjes uit het nest. Ze gaan op de grond zitten en kijken verdrietig. Als de uiltjes vallen roepen ze: Uh-oh!! En één kind slaat op een trom: boink, boink, boink.
De verdrietige muziek klinkt. De uiltjes kijken verbaasd in het rond. Ze maken met de handen grote ogen en zoeken hun mama. De muziek stopt (wegdraaien).
Eekhoorn komt bij de uiltjes staan. Dan klinkt er zware, langzame muziek. De beer komt aansjokken. Eekhoorn wijst naar de beer en de uiltjes schudden 'nee', dat is onze mama niet. De beer gaat weg.
Dan klinkt er vrolijke muziek. De haas komt aanspringen. De uiltjes schudden weer nee. Dan komt de kikker met zijn muziekje. Daarna klinkt het verdrietige muziekje weer en zoeken de uiltjes hun mama. Ineens klinkt er vrolijke muziek en komt mama uil aanvliegen. De uiltjes kijken heel blij en knikken hard 'ja'! Dat is onze mama!

Voer het toneelstuk eventueel op voor ouders.

Beeldende vorming

Uil met patroon
Zoek een leuke kleurplaat van een uil of teken zelf de omtrek van een uil op een A4.
De kinderen tekenen met wasco patronen in de uil. Daarna met vrolijke kleuren waterverf of ecoline verven.

Uil van dennenappel
Maak een uiltje op een dennenappel! Doe dit door er poten, een snavel, vleugels en ogen van rubber op te plakken.
Of gebruik veertjes voor de vleugels (zie onderstaande foto).

Ballonuil
Maak een uiltje van een ballon, zie foto, schattig!

Uil van een doosje
Beplak een doosje met bruin papier. Gebruik voor de ogen papieren cupcakevormpjes.

Sneeuwuilen
Schattige uilen die je kunt maken met vingerverf of kunt stempelen met kurken. Gezien op de engelstalige site iheartcraftythings.blogspot.

Uiltje met bijzondere vleugels
Knutsel een uiltje en maak de vleugels met een afdruk van je handen.

Verfwerkje
Plak boomtakken (bruine stroken) op een zwart vel papier.
Zoek een leuke kleurplaat van een uiltje. De kinderen verven deze met waterverf. Plak de kleurplaat op het zwarte papier. Zie hier het resultaat:

Uil van stukjes gescheurd papier

Mal van een uil

Kralenplanken

 

Nog 100 nachtjes slapen

Milja Praagman

In 'Nog 100 nachtjes slapen' kan Dorus niet wachten tot ze jarig is, dus maakt ze zelf een feestje. Haar moeder heeft gezegd dat ze lekker mag gaan knippen, dus knipt ze mooie lapjes: uit het tafelkleed, uit de jurk aan de waslijn, door de hele stad…

nog 100 nachtjes slapen

Thema: feest, tellen, kleur en vorm
Vakgebieden: rekenen, taal, muziek, beeldende vorming
Doelstellingen: ruim genomen, kort omschreven
- tellen
- patronen herkennen en zelf kunnen leggen
- kritisch luisteren
- ontwikkelen van ritmegevoel

Digitaal prentenboek

 
Nog 100 nachtjes slapen op YouTube, voorgelezen door Mariska van Dijk.

--> Klik hier voor het prentenboek ingesproken door Lianne Bonte.

Taal

Het verhaal navertellen
Lees het verhaal eerst een (paar) keer voor. Daarna laat je de kinderen het verhaal (aan de hand van de platen) navertellen.
Kopieer enkele prenten en leg deze in de kring. Kunnen de kinderen de prenten op de juiste volgorde leggen en er een verhaaltje bij vertellen?

Versjes

Biggetje big knipt een slinger
Biggetje big pakt een schaar
knippen, knippen, knippen maar
driehoek, cirkel, paars en groen
wat kan je daar mee doen?
als alle stofjes geknipt zijn
legt biggetje big ze op een lijn
hé, een slinger, o dat is wel wat
maar in zijn broek zit nu een gat
Biggetje big, hoe moet dat nou?
straks krijg je blauwe billen van de kou!
Door juf Anke

Knipperdeknip
Knip, knip, knipperdeknip
hier een streepje, daar een stip
ik knip en knip de hele dag
tot ik mijn verjaardag vieren mag.
Door juf Anke

Rekenen

Patronen leggen met vlaggetjes
Voorbereiding: maak enkele (papieren) vlaggetjes in verschillende kleuren of met verschillende patronen. Voor nog meer variatie in de activiteit maak je deze vlaggetjes ook verschillend in grootte.

Dorus wil jarig zijn! Maar wat duurt het nog lang. Daarom gaat ze maar knippen. Ze knipt een mooie vlaggetjeslijn!
Leg de vlaggetjes in de kring. Hoe zien de vlaggetjes eruit? Welke kleuren of patronen hebben ze? Welk vlaggetje is het grootst? En welke is het kleinst? Leg de vlaggetjes op volgorde van groot naar klein en leg patronen zoals stippen, strepen, vierkantjes, stippen, strepen.... of groen, blauw, geel, groen, blauw... welke kleur komt nu? 

Vlaggetjesrace - tellen, getalbeelden op de dobbelsteen, meer / minder
Je hebt nodig: vlaggetjes (knip vlaggetjes uit kartonnen stroken), een grote dobbelsteen, handpoppen
lesidee feest
Leg de vlaggetjes zichtbaar in de kring, in een doorzichtig bakje of los op de grond.
Neem een handpop die (bijna) jarig is. Bij mij was dat Dorus, uit 'Nog 100 nachtjes slapen'. Dorus vertelde aan de kinderen dat ze niet kan wachten tot ze jarig is. Daarom wil ze graag een feestspelletje spelen! Ze kent een heel leuk spelletje en dat is 'vlaggetjesrace'. Bij de vlaggetjesrace gaat het erom wie de meeste vlaggetjes verzamelt. Je oefent tellen en het kijken op de dobbelsteen en je leert wat meer en minder is.
Dorus kan dit spelletje niet alleen spelen. Ze zoekt er een vriendje bij. Bij ons was dat de teltijger (behorend bij de Werkmap Gecijferd bewustzijn).
Leg Dorus en de teltijger op de grond. Om de beurt mag een kind met de dobbelsteen gooien. Eerst voor Dorus, later voor teltijger. Bekijk wat het kind gegooid heeft en leg dat aantal vlaggetjes bij de handpop. Ga door zolang je de betrokkenheid van de kinderen hebt. Wie wint de race?
Bij mij in de klas telde de teltijger zijn vlaggetjes regelmatig na en dan telde hij er behoorlijk naast, wat natuurlijk veel reacties van de kinderen opriep. Ook vroeg Dorus vaak, 'sta ik voor?' 'Hoeveel moet ik nu gooien om voor teltijger te staan?' 'Hoeveel sta ik voor? 'Hoeveel sta ik acher?' '' Hoeveel vlaggetjes heb ik al?' 'Wie heeft er de meeste?'
Stel allerlei vragen die uitlokken tot nadenken, tellen en redeneren.
Bekijk ook eens hoe de vlaggetjes neergelegd zijn. Kunnen we zo snel en makkelijk zien wie er de meetse heeft? Hoe kun je de vlaggetjes zo leggen dat je dat meteen ziet? (in een lange rij)

De logiblokken als cadeautjes - kleuren, vormen, tellen, kritisch luisteren
Je hebt nodig: logiblokken, vingerpoppetje van Dorus of groepsknuffel

Leg de logiblokken in de kring. De logiblokken zijn vandaag cadeautjes! Cadeautjes voor Dorus of de groepsknuffel die jarig is.
Geef de kinderen opdrachten, zoals: geef Dorus een geel, vierkant cadeautje. Breng een blauw cadeautje, breng Dorus een rechthoekig, dun, rood cadeautje, breng Dorus 3 cadeautjes waarvan er 2 dezelfde kleur hebben, geef een blauw, dun cadeau en een rood, vierkant cadeau, breng 3 cadeautjes in verschillende kleuren etc.
Leg alle cadeautjes die Dorus krijgt bij elkaar. Hoeveel cadeautjes heeft Dorus al gekregen? Hoeveel cadeautjes moet ze nog krijgen om er bijv. 10 te hebben?
Hoeveel rode cadeautjes zie je? Hoeveel gele? Hoeveel vierkante?
Stel allerlei vragen, tel, vergelijk en orden.

100 nachtjes
100, dat is veel! Maar hoeveel nu precies? Zijn er al kinderen die tot 100 kunnen tellen? Kijk samen hoe ver je komt.

Hoeveel jaar ben jij - versje
Versje “Hoeveel jaar ben jij”? 
Hoeveel jaar ben jij?
Steek je vingers op
en nu tellen wij
tellen wij hardop
Eén, twee, drie, vier, (vijf), (zes)

Het versje wordt opgezegd. Hierna mag één kind vertellen hoe oud het is en het juiste aantal vingers opsteken. De kinderen steken daarna ook dat aantal vingers op en tellen hardop.
Allerlei variaties van het opzeggen van de telrij naar aanleiding van de leeftijd van de kinderen. Bijvoorbeeld:
- de één hard, de twee zacht, de drie hard, enz.
- de leerkracht zegt één, de kinderen zeggen twee, de leerkracht zegt drie enz.
- jongens en meisjes noemen om de beurt een getal

Activiteiten met de leeftijd van de kinderen:
- ga staan als je vier jaar bent
- hoeveel kinderen zijn vier jaar? enz. 

Laat zien hoeveel jaar je bent!
Alle kinderen krijgen de opdracht in de klas iets te zoeken wat laat zien hoe oud ze zijn. Ze mogen niks opschrijven!
De kinderen zullen met dingen komen zoals:
5 voorwerpen
6 stippen op een dobbelsteen
het getal 6 op je trui
5 blokken uit de bouwhoek
het getal 5 aan de cijfermuur enz.
Daarna kun je met deze getallen een activiteit doen, zoals vergelijken op welke manieren je een hoeveelheid aan kunt geven (aantal, cijfer).

Muziek

Knippen met mijn schaar
Op de wijs van: Kortjakje
Knippen doe ik met mijn schaar
een knipje hier, een knipje daar
alles wat ik knippen kan
pakt mijn schaar en smult ervan
een stofje hier en een stofje daar
o wat mooi, ja ik ben klaar!
Door juf Anke

De slinger
Van Liesbeth van den Berg-Hermsen van Lekker Zingen Producties heb ik het volgende lied gekregen om op mijn site te zetten. Bezoek haar site voor meer liedjes.
Klik voor de muzieknoten en het muziekbestand

Ik knip een mooie driehoek
zeg knip je met mij mee
ik knip en knip en knip
van knippen word ik blij
wat is hij mooi geworden
ik hang het aan een touw
het wordt een mooie slinger
kom kijken, kom maar gauw!

Ik knip een mooie cirkel
zeg knip je met mij mee
ik knip en knip en knip
van knippen word ik blij
wat is hij mooi geworden
ik hang het aan een touw
het wordt een mooie slinger
kom kijken, kom maar gauw!

Ik knip een heel mooi vierkant
zeg knip je met mij mee
ik knip en knip en knip
van knippen word ik blij
wat is hij mooi geworden
ik hang het aan een touw
het wordt een mooie slinger
kom kijken, kom maar gauw!

Beeldende vorming

Een boekje maken
De oudste kleuters in mijn klas vinden het erg leuk om zelf boekjes te maken. Eén leerling heeft het boek 'Nog 100 nachtjes' uit zichzelf helemaal nagetekend!


Slingers maken
Maak zelf leuke verjaardagsslingers. Een slinger van driehoekjes, net als Dorus deed of, nog leuker, laat elk kind een driehoek van papier met stofjes beplakken en maak hier een slinger van die je in de klas ophangt.
Je kunt ook andere slingers maken, bijv. een slinger van stroken papier. Elke strook buig je tot een ring en zo plak je alle ringen in elkaar tot je een lange slinger hebt.

Een slinger van krantenpapier
Op http://www.artprojectsforkids.org zag ik dit leuke idee:

Op deze manier kun je ook een leuke verjaardagsslinger maken!
Je schildert krantenpapier met verschillende kleuren waterverf en knipt hier driehoeken uit (of je knipt de driehoeken eerst uit en schildert ze dan). De driehoeken plak je als slinger op een gekleurd vel papier of op een vel papier wat je ook eerst met waterverf beschilderd hebt.
Omlijn de driehoeken als je klaar bent met een zwarte stift voor een extra knallend effect.

Slingers vouwen
Vouw een vlieger. Vouw de korte punt naar binnen en plak deze vast. Nu heb je een driehoek (zie ook de foto van de verjaardagsmuts hieronder). Versier de driehoek.
Niet alle driehoeken aan een touw en klaar is je slinger.

Verjaardagsmuts vouwen
Vouw een muts van een vlieger en laat de kinderen de muts en het gezichtje eronder versieren.

Verjaardagstaart
Maak een taart van stroken. De kinderen moeten zelf goed meten en knippen. Versier de taart met plakfiguren (in patronen).


Werkbladen

Visuele waarneming
Uit welk kledingstuk is het stofje geknipt? Trek een lijn.

--> Download het werkblad

Werkbladen 'Nog 100 nachtjes'

100 nachtjes slapen
Gemaakt door Marian van den Boomen

--> Download de werkbladen (powerpoint bestand)

Tel en kleur - feest

Doel:
Tellen, getalbeelden op de dobbelsteen, kleuren herkennen, beurtgedrag.

Spelregels:
Het spel 'Tel en kleur' is al geschikt voor de jongste kleuters.
Je speelt het spel met max. 4 kinderen.
Het spel bevat 2 niveaus.
1: Gooi met de dobbelsteen en kleur het aantal vlaggetjes dat je gegooid hebt in. Wie heeft al zijn vlaggetjes het eerst gekleurd?
2: Gooi met de dobbelsteen en gooi met de kleurendobbelsteen. Je kleurt het aantal dat je gegooid hebt in met de kleur die je gegooid hebt, bijv. 5 rode vlaggetjes, 3 blauwe vlaggetjes. Wie heeft alle vlaggetjes het eerst gekleurd?

--> Download tel en kleur - feest

feest kleuters spel

Kleurplaat

Op de website van uitgever Leopold staat een leuke kleurplaat van Dorus, het meisje uit 'Nog 100 nachtjes slapen'.
Klik hier voor de kleurplaat.

100 nachtjes kleurplaat

 

Platvoetje

Ingrid & Dieter Schubert

Als Nikkie haar tanden gaat poetsen hoort ze iemand zacht snurken. Ze kijkt en kan haar ogen niet geloven. Achter haar tandenpoetsbekertje ligt een piepklein heksje te slapen. Het is Platvoetje. De heksen in het heksenbos lachen haar uit, omdat ze zulke grote voeten heeft. Iedere keer als Platvoertje een toverspreuk zegt mislukt deze en groeien haar voeten een beetje. Nikkie en Platvoetje maken met verf een waar kunstwerkje van de voeten van het heksje. Totdat de draak Jason komt en Platvoetje weer mee terug naar het bos neemt.




Thema: heksen, toveren
Vakgebieden: rekenen, taal, dans, muziek, beeldende vorming
Presentatievorm: Hoek
Duur: 1 tot meerdere weken
Doelstellingen: ruim genomen, kort omschreven
- uitbreiding van de woordenschat
- taalvaardigheid ontwikkelen
- meten en wegen
- vergelijken en ordenen
- beelden, taal, muziek, spel en beweging gebruiken om er gevoelens en ervaringen mee uit te drukken en ermee te communiceren

Presentatie
Tijdens het project werken we naar een echte heksen/toverhoek in het heksenbos toe. De basisaankleding van deze hoek kan bestaan uit:
* toverspreukenboek
* ketel
* toverstok
* heksenkleding
* aankleding met mooie kleden, doeken, accessoires 
Tijdens het project komen hier bij: bomen, heksjes van papier, nog meer toverspreuken, Platvoetje zelf.

Boekaanbieding
Luister eens! Volgens mij hoor ik daar iemand huilen. U snikt heel zachtjes. Ja, volgens mij komt het uit die hoek daar. U vraagt of er iemand wil gaan kijken. Dat kind vindt in die hoek een klein heksje. Dit kan een vingerpoppetje van Platvoetje zijn, een poppenkastpop van een heks of een klein heksje op papier.
Platvoetje komt bij de leerkracht op schoot zitten. Wie ben jij? En wat doe je hier? Wat denken de kinderen dat Platvoetje hier doet?
Platvoetje vertelt dat de heksen in het heksenbos haar uitlachen, omdat ze zulke grote voeten heeft. Ze is verdrietig weggevlogen en werd hier wakker. Platvoetje vraagt of ze een paar weekjes in de klas zou mogen blijven? Platvoetje zoekt een gezellig plekje in de klas op.
U leest het boek 'Platvoetje' voor.

Rekenen

De heksenapotheek - kring
Voorbereiding: glazen potjes, iets om te roeren, ingrediënten naar keuze, etiketten, keukenweegschaal.
In de heksenapotheek is vanalles verkrijgbaar. Pilletjes, pleisters en natuurlijk heel veel toverdrankjes. Platvoetje komt er regelmatig, maar ze kan niks vinden wat haar van haar grote voeten af helpt. Misschien hebben de kinderen een idee? 
Want... toverdrankjes, die gaan we vandaag maken! De kinderen mogen helpen bij het verzinnen en maken van de drankjes.
Wat dacht je van... varkenshersens (macaroni of spaghetti in water of sap), spinnenpoten (dropveter), rattenstaartjes, drakenbloed (sap, ketchup), paddenkeuteltjes (dropjes, pottertjes), gedroogde vlieg (rozijnen) etc.
Bedenk met de kinderen hoeveel er van iets in moet. Hoeveel stuks, hoeveel gram, hoeveel centimeter dropveter. Bereken dit telkens samen en voeg de ingrediënten toe.

De toverdrankjes kunnen eventueel in de heksenhoek gezet worden.

Heksensoep - kring
Nodig: ingrediënten voor de heksensoep, zie versje.
Zeg het volgende versje op en voer met de kinderen uit wat er gezegd wordt. Enkele kinderen kunnen voor heksjes spelen.

Zeven heksen bij elkaar, maken een heel vreemd soepje klaar
ze dansen om de ketel, maar wat een pech...
eentje neemt een slok.. floep! nou is ze weg!
spinnenkop met spruitjes, knekel met kandij
die soep is nog niet goed, ze doen er nog wat bij:
een verse regenwurm!

Zes heksen bij elkaar, maken een heel vreemd soepje klaar
ze dansen om de ketel, maar wat een pech...
eentje neemt een slok... floep! nou is ze weg!
spinnenkop met spruitjes, knekel met kandij
die soep is nog niet goed, ze doen er nog wat bij:
haar van een zwarte kat!

Vijf heksen... etc.
ze doen er nog wat bij:
een groene snottebel!

Vier heksen... etc.
ze doen er nog wat bij:
wattenschraapsel!

Drie heksen... etc.
ze doen er nog wat bij:
een paar konijnenkeutels!

Twee heksen... etc.
ze doen er nog wat bij:
een beetje voetschimmel!

Een heksje heel gemeen lacht:
Ha, die soep is nu van mij alleen
ze danst om de ketel, maar lacht te vlug
want daar zijn... floep, de anderen weer terug!
Spinnenkop met spruitjes, knekel met kandij.
Wat een goeie soep! Daar hoeft niets meer bij!

Voeten meten - kring
Platvoetje is erg verdrietig om haar grote voeten. Maar zijn ze wel zo groot? Hoe groot zijn de voeten van de kinderen? Platvoetje wil dit wel eens zien. Wie heeft de grootste schoenen van de klas? En wie de kleinste? Hier zijn allerlei leuke rekenactiviteiten mee te bedenken.

Laat alle kinderen de schoenen uitdoen en leg ze op een grote hoop. Hé, dat zijn veel schoenen! Platvoetje is verbaasd. 40 Schoenen en maar 20 kinderen in de klas. Hoe kan dat nu?
En wat zitten er hier voor gekke touwtjes aan de schoenen? Wat zijn dat? Platvoetje heeft ze niet, zij schiet zo in haar schoenen.
Hoeveel veterschoenen liggen er? Hoeveel paar veterschoenen zijn dat?
Hoeveel laarsjes liggen er? Hoeveel schoenen met klittenband en hoeveel sandalen? enz. Classificeer door de schoenen op kenmerk bij elkaar te leggen.
Na het tellen kun je de schoenen met de kinderen gaan seriëren, want Platvoetje wil nu toch echt weten welke schoenen het grootst zijn.
Welke schoenen zijn groot of hoog? Welke schoenen zijn kleiner of laag? Maak rijtjes van hoog naar laag of van groot naar klein. Hiervoor moeten de kinderen de schoenen goed tegen elkaar houden en meten welke het grootst is of welke het kleinst.
Als de klas de grootste schoenen gevonden heeft is Platvoetje opgelucht. Gelukkig, zo groot zijn haar voeten nu ook weer niet. Het is tijd om op te ruimen! Maar hoe moet dat nu? Wat een bende! Kunnen de kinderen de paren schoenen bij elkaar zoeken?

Tovertouw - kring
Nodig: een touw van een meter of 5 lang (bijvoorbeeld een springtouw).
Platvoetje komt de kring in. Ze sleept een lang touw achter zich aan. Dit is niet zomaar een touw. Het is een tovertouw. Als je de volgende toverspreuk zegt begint het touw te praten! Probeer het maar eens.

1 Stap naar voren, 2 stapjes terug
kruip onder het touw door en dan weer terug
touw, touw, tovertouw, spreek je nou?

Laat één leerling tijdens dit versje onder het touw doorkruipen.
Het touw begint te praten en doet allerlei uitspraken m.b.t. meten, zoals:
- ik wed dat ik langer ben dan de juf/meester
- ik wed dat ik langer ben dan alle kinderen uit de klas op een rij
- ik wed dat ik om het rode groepje heen kan
- ik wed dat ik langer ben dan de verwarming
- ik wed dat ik om de hele school heel kan
- ik wed dat ik om de zandtafel heen kan etc.
Vraag de kinderen hoe we dit te weten kunnen komen. Laat een paar kinderen vervolgens meten. Lok zo allerlei meetactiviteiten uit.
Als afsluiting wil Platvoetje weten hoe lang het touw is. Hoe kun je dat weten?
In mijn klas kwamen de kinderen met ideeën als: meten met een liniaal, meetlat e.d. Er naast gaan liggen, 2 kinderen ernaast leggen, meten met stappen, de juf ernaast leggen. Eén kind wist hoe lang ze was. Dit kind ging naast het touw liggen met een kind dat ong. even groot is.

Taal

Woordveld heksen - kring of kleine kring
Hoe ziet een heks eruit?
Wat gebruikt een heks?
Waar leeft een heks?
Praat met de kinderen over heksen en maak samen een woordveld. Kinderen die dat leuk vinden kunnen tijdens het werken tekeningen maken bij de woorden uit het woordveld.

Verhaal navertellen en naspelen - kring
Als het verhaal een paar keer voorgelezen is, kun je het met de klas proberen na te vertellen. Enkele kinderen kunnen een rol krijgen en het verhaal intussen in de kring naspelen.

Toverspreuken klappen - kring of kleine kring
Platvoetje vindt toveren zo moeilijk! Kunnen de kinderen haar helpen? Wie weet er een toverspreuk? Is dit een lange spreuk of een korte? Vergelijk spreuken op lengte. Klap de spreuken of loop op de woordstukjes rond in de kring.

Beeldende vorming

Bomen maken - voor de heksenhoek
Nodig: groot vel papier of 2 vellen aan elkaar of een stuk van een behangrol.
Teken een heel grote boom op een vel papier. De kinderen verven of kleuren de boom. De boom wordt uitgeknipt en in de heksenhoek opgehangen, zodat de heksenhoek op een heksenbos gaat lijken. Hang de boom aan de zijkant van een kast, tegen de muur, aan een prikbord, op het raam o.i.d.
Maak meerdere bomen voor een gezellig bos.

Heksjes maken - voor de heksenhoek
Maak grote heksen om op te hangen in het heksenbos. Print een eenvoudige kleurplaat van een heks uit en laat de kinderen deze kleuren en uitknippen. Of teken zelf een heks en laat de kinderen deze kleuren.
Je kunt ook heksen van papier knippen, zie foto.
Hang de heksen in de hoek.

Schoenen verven
Voorbereiding: Print onderstaande kleurplaat van Platvoetje uit. Knip Platvoetje uit. Knip de voeten er vanaf. Plak Platvoetje (klein) bovenin op een wit vel papier. Teken er nu zelf enorm grote voeten onder. Kopieer de plaat nu voor de kinderen in je klas.

De kinderen mogen de schoenen van Platvoetje heel mooi gaan verven. Platvoetje houdt van veel kleurtjes! Maar... alleen de primaire kleuren staan op tafel. De kinderen mogen zelf gaan mengen en de schoenen van Platvoetje zo omtoveren tot de allermooiste schoenen.

Of: Maak een mal van de schoen van Platvoetje. Trek deze over op licht gekleurd karton. De kinderen versieren de schoen.



Toverspreuken
De kinderen tekenen hun eigen toverspreuk op een strook papier. De spreuken worden in de klas opgehangen of verzameld in een toverspreukenboek voor in de heksenhoek. 

Brief aan Platvoetje
Op de laatste bladzijde van het prentenboek schrijft Platvoetje een brief aan Nikkie. En hoe denk je dat Nikkie terugschreef?
De kinderen mogen dit bedenken en tekenen. Kopieer de brief van Platvoetje en hang deze op, zodat de kinderen hier naar kunnen kijken.

Deze opdracht kan ook pas gegeven worden als Platvoetje de klas heeft verlaten. Ze heeft de brief uit het prentenboek dan naar de klas geschreven. Kopieer de brief en stop hem in een envelop. Verstop hem in de klas. 

Muziek

Timpe tampe tovenaar - liedje
Timpe, tampe tovenaar,
kom, vertoon je kunsten maar.
Timpe, tampe tovenaar,
wij zijn klaar.
Hotsie kiele kiele knotsie boem,
bim bam basie paardenbloem.
Ik maak van jullie..... [invullen]
bim bam bom!

De kinderen worden telkens tot iets omgetoverd. Dit kan door één kind dat de tovenaar of heks is gebeuren. Na het liedje mogen de kinderen even laten zien hoe ze betoverd zijn.

Dans

Bewegen - in de speelzaal
Platvoetje mist haar bezemsteel. Nu suist ze op de tandenborstel van Nikkie rond. Maar ze wil wel eens wat anders. Kunnen de kinderen misschien een bezemsteel van zichzelf maken? Hoe zou dat kunnen?
Als bezemsteel ben je stijf en moet je toch nog een beetje kunnen bewegen. De kinderen lopen, springen, huppen als bezemsteel door de speelzaal. Laat ze ook alle lichaamsdelen een keer apart stijf bewegen, dus alleen een arm, alleen een been, de romp.  
Als je zo stijf bent, is het niet handig om tussen de bomen en de takken door te vliegen. De kinderen moeten de bewegingen strak blijven uitvoeren, maar wel wat soepeler. Alle vormen worden nogmaals herhaald.

Daarna gaan de kinderen, net als Platvoetje, op platte voeten lopen, snel en langzaam, met sprongetjes en rare bewegingen ertussen. Ook proberen ze hard te stampen en zachtjes te stampen met platte voeten.

Tenslotte wisselen de kinderen af tussen de bezemsteel en Platvoetje. Jij blaast op een fluitje. Wanneer je een vloeiend deuntje fluit, zijn de kinderen Platvoetje, wanneer je een hoekig deuntje fluit, zijn de kinderen bezemsteel.

Heksenmuziek
De kinderen zweven als heksen door de speelzaal op het ritme/tempo van deze muziek: http://youtu.be/YvLErVQPNH8
Dit is de openingszang van de heks aan het begin van de show van de Indische Waterlelies in de Efteling. 
Artiest is Yma Sumac met het nummer Taita Inty (Virgin of the Sun God).

Enkele kinderen kunnen voor boom spelen en op een plek in de speelzaal stilstaan. Zij mogen hun armen (de takken) rustig laten bewegen op de muziek. De heksen zweven tussen de bomen door.

Afsluiting van het project
Platvoetje zegt dat ze het erg fijn heeft gevonden in de klas. Ze is ontzettend blij met haar vrolijke schoenen, die de kinderen voor haar gemaakt hebben. Ze vond het ook heel gezellig in het heksenbos in de klas, maar begint het echte bos nu toch wel te missen. Platvoetje gaat weer naar huis.  

 

 





facebook juf Anke