Over Juf Anke

Leuk dat je mijn site bezoekt! Ik ben Anke van Boxmeer, leerkracht van een kleutergroep in Sint-Michielsgestel. Sinds 2005 deel ik lesmateriaal op jufanke.nl. Ik wil hiermee inspireren en enthousiasmeren. Daarnaast ben ik werkzaam als educatief auteur voor Kleuteruniversiteit, Praxisbulletin en Lemniscaat. Dit doe ik samen met Els. In 2017 verscheen ons eerste eigen boek: Spelen met prentenboeken!


Bewegend leren

Kleuters zijn beweging!

In de eerste levensjaren van een kind en zelfs al voor de geboorte vloeit alles voort uit beweging. De baby beweegt in de buik van de moeder en wurmt zich later naar buiten. Hij wordt aangemoedigd om te grijpen, te rollen en te ontdekken. Als peuter en kleuter loopt hij, rent hij, speelt hij en ontdekt de wereld. Maar eenmaal op school gekomen wordt er van de kleuter verwacht dat hij stil op zijn stoel zit. Het stilzitten wordt beloond en het kind leert niet langer met handen en voeten, terwijl beweging juist deel uitmaakt van de natuur van het kind. Hij leert om te ervaren, om nieuwe dingen in te prenten. Beweging voedt het jonge brein en maakt hem alert en weerbaar.
Uit: Eerst bewegen, dan leren

Toen ik dit tijdens een workshop hoorde was ik meteen gegrepen. Dit is helemaal waar! Waarom verwacht ik van mijn beweeglijke groep kleuters dat ze stilzitten? Dat ze een werkje maken aan tafel? Ze hebben altijd bewegend geleerd en nu moeten ze stilzitten? Stilzitten is bovendien ook nog eens slecht voor je gezondheid. Dat ga ik anders doen. Ik wil ze laten onderzoeken, laten ontdekken én laten bewegen tijdens kringactiviteiten!

Bewegend leren

De laatste tijd is er veel onderzoek gedaan naar het effect van fysiek actieve lessen. Direct na deze lessen zijn de leerlingen meer gericht op hun taak en hun vaardigheden verbeteren. Door bewegen vinden acute en structurele veranderingen plaats in de hersenstructuur. Deze hebben een positief effect op de executieve functies (planning, besluitvorming, bijsturing van gedrag) van een kind en vermoedelijk ook op de aandacht en concentratie. Een hard en definitief bewijs voor een positieve invloed op de lange termijn is (nog) niet gevonden.
Wat wel bewezen is: peuters en kleuters hebben vijf tot acht uur beweging per dag nodig. Leren door dans, spel en beweging kan voor hen dus zeker geen kwaad. Daarbij is het niet alleen goed en leuker, het is noodzakelijk om het kinderbrein zich optimaal te laten ontwikkelen. Jonge kinderen leren door te ervaren, met het lijf en de zintuigen. Aan de slag!

Activiteiten voor bewegend leren

Onderstaande activiteiten zijn geschreven voor de groepen 1 t/m 4. Een aantal activiteiten is naar een moeilijker of makkelijker niveau aan te passen.

Activiteiten met letters

Naar letters rennen
Schrijf de letters die je aangeboden hebt met stoepkrijt op de speelplaats. Noem een letter. De kinderen rennen er naartoe. Noem een volgende letter. De kinderen rennen verder. Ga zo door. Oefen het auditief geheugen door twee of meer letters na elkaar te noemen. De kinderen luisteren eerst en rennen dan van de ene naar de andere letter.
Variatie: schrijf de tweetekenklanken op de speelplaats. Schrijf elke klank meerdere keren op. Noem een woord met een tweetekenklank. De kinderen rennen naar de juiste klank en gaan erbij staan.

Van plaatje naar letter
Print een flink aantal afbeeldingen van woorden die je aangeboden hebt. Doe deze afbeeldingen in een bak. Schrijf de letters van het alfabet op de speelplaats.
De kinderen krijgen een kaartje, kijken naar de afbeelding en rennen naar de letter (de klank) waar het woord mee begint. Hierna komen ze terug naar jou en grabbelen een nieuw kaartje uit de bak.

Mikspel met letters
Maak een letterveld met daarin alle letters van het alfabet op de speelplaats. De kinderen gaan rondom het letterveld staan en krijgen allemaal een pittenzakje. Noem een letter. De kinderen mikken hun pittenzakje op deze letter. Is dit de juiste letter? De kinderen halen het zakje weer op. Noem een andere letter en ga zo door.
Variaties: Noem een woord, de kinderen mikken het pittenzakje op de eerste, middelste of laatste letter (klank) van het woord.

Rennen en benoemen
Schrijf de letters die je aangeboden hebt met stoepkrijt op de speelplaats. De kinderen rennen langs de letters en benoemen ze.

Letterproppen gooien
Beid een letter aan. De kinderen bedenken woorden die met deze klank beginnen. Schrijf de woorden op stukken papier en maak er een prop van. Gooi de proppen het lokaal in. Schrijf ook enkele woorden op die met een andere letter beginnen. Maak er ook een prop van en gooi ze het lokaal in. Op jouw teken lopen de kinderen door het lokaal, eventueel op de maat van muziek. Als de muziek stopt, of als jij een teken geeft, pakken ze een prop, maken deze open en kijken naar het woord. Begint dit met de aangeboden letter? Wanneer dit zo is, laten ze dit weten. Spreek hier een teken voor af. Ze maken weer een prop van het papier, laten deze vallen en lopen verder. Ga zo door.
Dit idee kun je ook gebruiken bij rijmwoorden, woorden die bij een bepaald thema horen, het uit elkaar houden van letters en cijfers en nog veel meer.

Letterrun
Schrijf letters op vellen papier en maak er proppen van. Leg de proppen aan één kant van de speelzaal of de speelplaats. Zet bakken met letters aan de andere kant. De kinderen gaan in vier rijen staan. De eerste kinderen van elke rij pakken een prop, maken deze open, rennen naar de andere kant en doen hem in de letterbak met dezelfde letter als op de prop. Ze rennen terug. De volgende kinderen mogen starten. Wanneer alle proppen weggebracht zijn, controleer je of de proppen in de juiste bak zijn gedaan.
Variatie: Print afbeeldingen en maak ze tot een prop. De kinderen kijken naar de afbeeldingen en bepalen met welke klank dit woord begint. Ze rennen naar de bak met deze letter erop en mikken de prop erin.

Woorden rennen
Schrijf de letters van het alfabet verspreid over de speelplaats op. Noem een woord en laat de kinderen naar de letters van dit woord rennen. Ze starten bij de eerste letter van het woord en rennen door naar de volgende letter. Zo worden de letters van het woord gerend.

Spring!
Ga in een kring zitten. Noem de letter van de week. Noem hierna woorden. Wanneer het woord met de letter van de week begint, springen de kinderen op.
Eenvoudiger: Noem letters. Als de kinderen de letter van de week horen, springen ze op.

Letterdans
Schrijf evenveel letters als het aantal kinderen in je groep met stoepkrijt op de speelplaats (letter mogen vaker voorkomen). Zet muziek op en laat de kinderen rondom de letters dansen. Als de muziek stopt, zoeken ze een letter op en beelden deze uit. Dit kan met de armen, benen, handen, vingers of met het hele lichaam gedaan worden. Bekijk de letters die de kinderen vormen en start de muziek opnieuw. De kinderen dansen verder. Bedek op een gegeven moment enkele letters door er een pion op te zetten. Wanneer de muziek stopt, zijn er kinderen die geen letter kunnen vinden. Zij gaan bij een ander kind op de letter staan en vormen deze letter samen.
Er worden steeds meer letters bedekt en er komen steeds meer kinderen samen op één letter te staan. Kunnen zij deze letter uitbeelden door goed samen te werken?
Tip! Gebruik buiten een geluidsbox die je via bluetooth met je smartphone verbindt om muziek te hebben.

Letters meppen
Schrijf de aangeboden letters op blaadjes. Leg ze op een tafel of op de grond. Eén kind noemt een letter en een ander kind slaat met een vliegenmepper op de genoemde letter.
Variatie: Houd een wedstrijd. Twee of meer kinderen hebben een vliegenmepper. De spelleider noemt een letter. Wie slaat het eerst op de letter? Hij mag het kaartje met de letter hebben. Noem een volgende letter. Wie heeft, wanneer alle kaartjes op zijn, de meeste kaartjes verzameld?

Woorden springen
Schrijf de letters van het alfabet dicht bij elkaar op de speelplaats.
Laat één kind een woord zien dat op een strook geschreven is. Het kind springt op de letters van dit woord en de andere kinderen raden welk woord gesprongen wordt. Ga zo verder met een volgend woord.

Klankgroepen rapen
Verspreid volop woordkaarten in de ruimte. De kinderen lopen door de ruimte. Als jij één keer in je handen klapt, rapen ze een woord op dat uit één klankgroep bestaat. Ze houden de woordkaart omhoog, zodat iedereen deze kan zien en kan controleren of het juist is. Hierna leggen ze de woordkaart weer neer. Als jij twee keer klapt, pakken ze een woord met twee klankgroepen en zo verder.

Letterveld
Maak een veld van zes bij vier letters op de speelplaats. In totaal schrijf je vierentwintig verschillende letters op (de dubbelklanken mogen ook).
Schrijf de letters die je op de stoep geschreven hebt ook elk op een blaadje en stop deze in een bak.
Print afbeeldingen van de lichaamsdelen knie, voet en hand op kaartjes en stop deze in een andere bak.
De spelers gaan bij het letterveld staan en de spelleider grabbelt een letter en een lichaamsdeel. De spelers raken met dit lichaamsdeel deze letter aan. Hierna stopt de spelleider de letter en het lichaamsdeel terug in de bakken en grabbelt nieuwe kaartjes. Wie kan het langst blijven staan en wie valt het eerst om?

Oversteken
Maak een letterveld op de speelplaats met daarop zes willekeurige of aangeboden letters. Schrijf deze letters meerdere malen op. Bevestig deze zes letter ook op de vlakken van een dobbelsteen. De kinderen staan bij het letterveld. Het eerste kind gooit met de dobbelsteen en springt naar de overkant van het letterveld. Hij mag alleen op de letter springen die hij gedobbeld heeft. Lukt het om de overkant te bereiken?

Letterrace
Maak een speelveld door twee lijnen een flink stuk van elkaar vandaan op de speelplaats te tekenen. Schrijf evenveel letters als de helft van het aantal kinderen in je groep bij de ene lijn (schrijf de letters naast elkaar) en schrijf dezelfde letters bij de andere lijn. Alle kinderen gaan bij een letter staan.
Leg een vlaggetje precies in het midden van het speelveld.
Roep een letter. Aan beide kanten van het speelveld staat er één kind bij deze letter. Deze kinderen rennen zo snel mogelijk naar de vlag. Wie het eerst met de vlag zwaait, wint een punt voor zijn team. Roep een volgende letter en ga zo verder.
Tip! Laat de kinderen regelmatig van plek wisselen (binnen hun team), zodat ze bij een andere letter staan.  

Activiteiten met cijfers

Naar cijfers rennen
Schrijf de cijfers met stoepkrijt op de speelplaats. Noem een cijfer. De kinderen rennen er naartoe. Noem een volgend cijfer. De kinderen rennen verder. Ga zo door. Oefen de volgende van de getallenrij door twee of meer cijfers na elkaar te noemen. De kinderen luisteren eerst en rennen dan naar het getal dat het meest / grootst is.

Getalbeelden en getalsymbolen match
Maak kaartjes met daarop de getalbeelden (bijv. dobbelsteenstructuur) en kaartjes met daarop de bijbehorende getallen. Doe dit vaker wanneer je een grote groep hebt (bijv. een setje kaarten per tien kinderen).
Leg de kaartjes met getalbeelden buiten of in de speelzaal neer en leg de kaartjes met de getalsymbolen een stukje verderop. Ga met de groep een stuk van de kaartjes vandaan staan. Maak twee rijen. Het eerste kind van elke rij rent naar de kaartjes. Het ene kind rent naar de getalsymbolen en het andere naar de getalbeelden. Met één kaartje in de hand komen ze terug naar de groep. Past het kaartje met het getalsymbool bij het kaartje met het getalbeeld? Is dit zo, dan worden de kaartjes bij de groep neergelegd. Is dit niet zo, dan rennen de kinderen terug en leggen de kaartjes op hun plek. Hierna mogen de volgende twee kinderen rennen.
Bij een grote groep speel je dit spel in groepjes van tien. Elke groep heeft zijn eigen set kaarten, zodat iedereen volop kan rennen.

Mikspel met getallen
Maak een getallenveld met daarin getallen naar keuze, bijvoorbeeld tot en met 12, tot en met 20, tot en met 50 of tot en met 100. De kinderen gaan rondom het getallenveld staan en krijgen allemaal een pittenzakje. Noem een getal. De kinderen mikken hun pittenzakje op dit getal. Is dit het juiste getal? De kinderen halen het zakje weer op. Noem een ander getal en ga zo door.
Variaties:
- Gooi met één of twee dobbelstenen. De kinderen mikken hun pittenzakje op het getal gelijk aan het aantal gegooide ogen.
- Noem een som. De kinderen mikken hun pittenzakje op de uitkomst van de som.
- Noem een getal. De kinderen mikken hun pittenzakje op één van de buurgetallen.
- Noem een getal. De kinderen mikken hun pittenzakje op het getal dat één meer is.

Springen als een kikker
Spring met sprongen van twee door de speelzaal of over de speelplaats. Leg hoepels neer of teken vakken met stoepkrijt waar de kinderen in kunnen springen. Laat ze iets zijn dat bij het thema past: een kikker, een paard, een paashaas, een auto op een hobbelweg, een astronaut op de maan, een dwarrelend herfstblad, een eekhoorn, een lammetje, een sprinkhaan ...
Terwijl de kinderen springen, tellen ze hardop met sprongen van twee. Leg eventueel de cijfers neer ter ondersteuning of verrijking.

Oversteken
Maak een cijferveld op de speelplaats met daarop de cijfers één tot en met zes. Schrijf de cijfers meerdere malen op. De kinderen staan bij het cijferveld. Het eerste kind gooit met de dobbelsteen en springt naar de overkant van het cijferveld. Hij mag alleen op het cijfer springen dat hij gedobbeld heeft. Lukt het om de overkant te bereiken?

Cijferdobbelspel
Schrijf de cijfers één tot en met zes achter elkaar op de speelplaats. Zet zes pionnen voor het cijfer één. De kinderen gaan in een rij staan. Het eerste kind gooit met de dobbelsteen en telt het aantal ogen. Hij pakt een pion en rent ermee naar het cijfer gelijk aan het aantal gegooide ogen. Hier zet hij de pion op. Het volgende kind gooit met de dobbelsteen. Hij zet de pion op het cijfer dat hij gegooid heeft en zo verder. Ga door tot alle cijfers bedekt zijn.
Variatie: Als een kind een cijfer gooit waar al een pion op staat, rent hij hier naartoe, pakt de pion en brengt deze terug naar het startpunt. Het cijfer moet nu weer gedobbeld worden. Lukt het om alle cijfers bedekt te krijgen?
Tip! Laat twee groepen een cijferrace houden. Elke groep maakt een rij voor het speelveld, krijgt een dobbelsteen en zes pionnen in één kleur. De eerste kinderen van elke rij dobbelen, pakken een pion en zetten deze op het cijfer gelijk aan het aantal gegooide ogen. Daarna is het tweede kind van elke rij aan de beurt. Wie heeft zijn cijfers het eerst bedekt?

Op naar de uitkomst
Maak kaartjes met sommen erop. Teken met stoepkrijt een getallenlijn op de speelplaats. De kinderen gaan in een rij staan. Het eerste kind grabbelt een som uit een bak, bekijkt deze en rent naar het antwoord. Hij tikt het antwoord aan en sluit achteraan in de rij. Het volgende kind grabbelt een som.

Wasknijperspel
Bedenk een flink aantal sommen. Zorg ervoor dat de uitkomst van elke som één van vier vooraf bepaalde getallen is, bijvoorbeeld 20, 25, 30 of 35. Schrijf deze uitkomsten op grote vellen papier en schrijf de sommen elk op een wasknijper. Stop de wasknijpers in een bak.
De kinderen gaan in een rij staan. Leg de uitkomsten een flink eind verderop. Om de beurt grabbelen de kinderen een wasknijper, rekenen de som uit, rennen naar de uitkomsten en knijpen de wasknijper op de kaart met het juiste antwoord.
Tip! Schrijf de uitkomsten op T-shirts en laat vier kinderen deze shirts aandoen. De wasknijpers worden op de shirts geknepen en de kinderen met een shirt aan controleren de antwoorden.

De kring in beweging
Maak een kring en geef elk kind een hoepel. Hier gaat hij in staan. Noem een som met een uitkomst die niet al te hoog is. De groep rekent de som uit en iedereen springt evenveel hoepels als de uitkomst verder (in dezelfde richting!). Noem de volgende som.

Cijferrun
Schrijf cijfers (tot en met negen) op vellen papier en maak er proppen van. Leg de proppen aan één kant van de speelzaal of de speelplaats. Zet bakken met dezelfde cijfers aan de andere kant. De kinderen gaan in vier rijen staan. De eerste kinderen van elke rij pakken een prop, maken deze open, rennen naar de andere kant en doen hem in de cijferbak met hetzelfde cijfer als op de prop. Ze rennen terug. De volgende kinderen mogen starten. Wanneer alle proppen weggebracht zijn, controleer je of de proppen in de juiste bak zijn gedaan.
Variatie: De kinderen doen de prop in de bak met het cijfer dat één meer is.

Cijfers rapen
Verspreid volop cijferkaarten in de ruimte. De kinderen lopen door de ruimte. Als jij één keer in je handen klapt, rapen ze het cijfer één op. Klap je twee keer, dan pakken ze de twee, klap je drie keer, de drie enzovoorts. De kinderen houden de cijferkaart duidelijk zichtbaar omhoog, zodat gecontroleerd kan worden of het klopt. Hierna leggen ze de cijferkaart weer neer en lopen verder.

Activiteiten met meten

Cirkeldans
Leg cirkels in allerlei maten in de speelzaal of buiten. Denk aan hoepels, autobanden, ringen. De kinderen dansen op muziek om de cirkels. Wanneer de muziek stopt, kruipen ze door een cirkel en gaan er vervolgens in zitten. Start de muziek en haal enkele cirkels weg. De muziek stopt en de kinderen zoeken een cirkel. Enkele kinderen zullen geen cirkel hebben. Zij gaan bij een ander kind in de cirkel zitten, als dat past of wachten aan de kant.
De kinderen zullen ervaren dat sommige cirkels te klein zijn en zijn op deze manier bezig met de begrippen klein en groot. Benoem deze begrippen tijdens de activiteit regelmatig.

bewegend leren kleuters activiteiten

De voorkennis activeren & de woordenschat uitbreiden

Doorgeef-estafette
Haal de voorkennis bij een nieuw thema op door een doorgeef-estafette. Ga met de kinderen naar buiten of naar de speelzaal. Maak groepjes. De groepjes verdelen zich over de lengte van de zaal. Het eerste kind van elke groep bedenkt een woord dat bij het thema hoort, rent naar het tweede kind en vertelt zijn woord. Dit kind rent naar het derde kind en vertelt een woord dat hij bedacht heeft. Het derde kind rent naar het vierde kind en zo verder. Vraag na afloop welke woorden de kinderen gehoord hebben en maak een mindmap.
Dit idee kun je ook gebruiken bij rijmwoorden, woorden met een bepaalde beginklank, de volgorde van de telrij en vast nog veel meer.
Tip! Maak de estafette spannender, door hindernissen toe te voegen.

De bal gaat rond
Ga in een kring staan en gooi een bal de kring rond. Noem woorden die bij het thema horen en haal de voorkennis op of noem woorden in een bepaalde categorie en breid de woordenschat uit. Het kind dat de bal krijgt, noemt een woord.

Boeken bekeken

Tijdens mijn zoektocht naar meer informatie over bewegend leren kwam ik het boek Leren in beweging tegen. De auteurs van dit activiteitenboek hebben als doel de kinderen meer te laten bewegen, beter te laten bewegen en de cognitieve doelen beter te laten bereiken.

Leren in beweging
Marie Vandebroek, Dorien Wassink, Cindy Rutten - Acco

Leren in beweging

Leren in beweging start met een heel kort stukje theorie waarin de auteurs je vertellen waarom bewegen zo belangrijk is. Bewegen is gezond! Onderzoek toont aan dat reeds op zeer jonge leeftijd een fysiek actieve levensstijl kan bijdragen aan de gezondheid. Fysieke activiteit bij kinderen is geassocieerd met onder andere minder overgewicht en een betere motorische ontwikkeling.
We weten allemaal dat voldoende beweging belangrijk is en dat kinderen steeds minder bewegen. Als we daar op school een bijdrage aan kunnen leveren, waarbij we ook nog eens de cognitieve doelen meenemen, dan doen we dat! Dat is precies wat Leren in beweging doet. Beweging wordt gekoppeld aan de cognitieve doelen. Uit onderzoek is hier gebleken dat kinderen beter scoren op bepaalde testen wanneer de lesinhoud bewegend wordt aangeboden. Bovendien blijkt dat kinderen ook aandachtiger en meer betrokken zijn bij de taak wanneer bewegingsintegratie wordt toegepast.

In het tweede deel van het boek vind je activiteiten waarbij bewogen wordt, ingedeeld in de vakgebieden Nederlands, wiskunde, wetenschap en techniek, mens en maatschappij en muzische vorming.
Per vakgebied vind je volop activiteiten die overzichtelijk op één en soms twee pagina's beschreven worden. Bij de activiteiten vind je het cognitief doel dat centraal staat, maar ook het bewegingsdoel, zowel motorisch als psychomotorisch. Dat vind ik een pluspunt aan dit boek. Vaak gaan we, als we bewegend leren, uit van het cognitieve doel dat we willen bereiken. We willen de cijfers bewegend aanleren, we willen de beginklank in een woord oefenen. Dat we ook super goed motorisch bezig zijn en dus meerdere dingen tegelijk aanbieden en oefenen, vergeten we misschien.
De activiteiten die beschreven staan bij Nederlands en wiskunde spreken me het meest aan. Daar was ik ook het meest benieuwd naar. Bij veel activiteiten die ik doe, zoals muziek, mogen de kinderen bewegen. Juist bij de taal- en rekenactiviteiten in de kring, zitten ze te veel stil. Dáár wil ik verandering in brengen. Het boek geeft me goede suggesties, die op elk moment in te zetten zijn en aan te passen naar mijn eigen thema en het niveau van m'n groep. Sommige activiteiten zijn bekend, andere zijn nieuw en geven inspiratie.

Leren in beweging is een handig boek voor iedereen die met bewegend leren wil starten. Ben je er al volop mee bezig, dan vind je misschien iets te weinig nieuwe inspiratie in dit boek.

 



facebook juf Anke