Juf Anke lesidee groep 3 4 5 taal rekenen spelling lezen thematisch werken gouden weken start schooljaar



facebook juf Anke



Technisch- en begrijpend lezen
vanaf groep 4

Technisch lezen

Dagelijks lezen zonder methode

Er zijn verschillende aanpakken/ideeën voor het (vrij) lezen, zonder methode. Hier enkele ideeën:

* Vrij lezen - de leerlingen lezen iedere ochtend 20 min. / een half uur in een eigen leesboek. Dit boek is verplicht op het AVI-niveau van de leerling of juist bewust niet. De leerling mag dan kiezen wat hem/haar leuk lijkt om te lezen.
De kinderen kunnen eventueel na het lezen van het boek een blad invullen met daarop vragen als 'wat is de titel van het boek?' 'wat vond je van het boek?' 'Maak een tekening bij het boek.' 'Zou je een ander aanraden dit boek te lezen? Waarom?'

* De voorleesstoel - Laat na het (vrij) lezen enkele kinderen een stukje voorlezen op de voorleesstoel. Dit kan de bureaustoel zijn of een andere leuke, bijzondere stoel. Natuurlijk mogen alleen kinderen die goed geoefend hebben voorlezen (een stimulans!). Leer de kinderen bij het voorlezen op bepaalde dingen te letten, zoals intonatie, tempo, volume, de klas in kijken...

* Toneellezen - Toneellezen bestaat uit een serie boeken, uitgegeven door Zwijsen, waarbij kinderen samen lezen. 2 Kinderen nemen de rol van een personage op zich en lezen de teksten hardop. De lezers voeren eigenlijk een toneelstukje op, maar dan zonder podium en spullen. De teksten bestaan voornamelijk uit dialogen.

* Mandjes lezen - Stel voor je groep een aantal mandjes samen met in ieder mandje een bepaald soort boeken/thema. Bijvoorbeeld een mandje met strips, een mandje met informatieve boeken over dieren, een mandje met tijdschriften, een mandje met prentenboeken, een mandje met versjes, een mandje over de ruimte etc. Rouleer de mandjes tussen de groepjes in je klas. Bijv. elke dag een ander mandje voor elk groepje, of iedere week een ander mandje.
Laat de kinderen iedere dag een bepaald aantal minuten vrij lezen met boeken uit de mandjes.

* Niveaulezen - Maak groepjes van 2 of 3 kinderen op AVI-niveau. De groepjes gaan 2 keer in de week niveaulezen. Elk groepje wordt begeleid door een ouder of leerling van een hogere groep. Elk groepje heeft een mandje met een x aantal dezelfde boeken op niveau erin, een lijst om aan te tekenen welke boeken gelezen zijn en een potlood. De groepjes lezen 30/45 min. De kinderen lezen om de beurt een zin of om de beurt een bladzijde.

* Duo-lezen - Elke ochtend lezen de kinderen een half uur in tweetallen. De kinderen zitten naast hun maatje en hebben hetzelfde boek. De kinderen lezen om de beurt een zin of om de beurt een bladzijde. Op een aftekenlijst houden de kinderen bij welke boeken ze gelezen hebben. Dit kan onder begeleiding van 1 leerkracht. Er zijn dus geen ouders nodig.

* RALFI lezen - RALFI is gericht op het verhogen van het leesniveau en het vloeiend lezen. Er wordt gewerkt met tekensten die aansluiten bij de leeftijd van de kinderen. Ralfi lezen is voornamelijk bedoeld voor de zwakkere lezers. De aanpak kan natuurlijk ook voor de hele klas gebruikt worden.
Een leescyclus wordt het liefst vijf keer per week met dezelfde kinderen uitgevoerd.
RALFI staat voor:
R = repeated
In vijf sessies, verspreid over vijf dagen wordt een stukje tekst gelezen.
A = assisted
De eerste vier keer leest de leerkracht de tekst eerst zelf voor. De kinderen wijzen bij. Na het voorlezen lezen de kinderen de tekst zelf. De vijfde keer lezen de kinderen de tekst meteen zelf. Er wordt in koor gelezen d.w.z. iedereen tegelijk op hetzelfde tempo.
L = level
De teksten passen bij de leeftijd van de kinderen. Er kunnen allerlei teksten gekozen worden.
F = feedback
Feedback is bij Ralfi lezen heel belangrijk. Laat een kind weten wat goed gaat.
I = Interactie / Instructie

Sessie 1 (45 minuten)
De leerkracht of leesspecialist leest een tekst voor, waarbij gebruik wordt gemaakt van open vragen. De leerlingen wijzen bij. De moeilijke of onbekende woorden uit de vorige sessies kunnen terugkomen.
Twee moeilijke woorden worden besproken met behulp van CUVAR.
De leerkracht of leesspecialist leest de tekst voor en de leerlingen wijzen bij.
De leerlingen lezen de tekst hardop in koor, waarbij de leerkracht of leesspecialist meeleest.
De leerlingen lezen de tekst in duo's om en om. De leerkracht of leesspecialist loopt rond en observeert.

Sessie 2 (25 min.)
De leerkracht of leesspecialist leest een tekst interactief voor, waarbij gebruik wordt gemaakt van open vragen. De leerlingen wijzen de tekst bij.
De leerlingen lezen de tekst hardop in koor.
De leerlingen lezen de tekst in duo's om en om, waarbij de leerkracht of leesspecialist rondloopt en observeert.

Sessie 3 (25 minuten)
De leerkracht of de leesspecialist leest een tekst interactief voor waarbij gebruik wordt gemaakt van open vragen. De leerlingen wijzen de tekst bij. De moeilijke of onbekende woorden uit de vorige sessies kunnen terugkomen.
De leerlingen lezen de tekst hardop in koor.
De leerlingen lezen de tekst in duo's om en om, waarbij de leerkracht of leesspecialist rondloopt en observeert.

Sessie 4 (20 minuten)
De leerkracht of leesspecialist leest een tekst interactief voor waarbij gebruik wordt gemaakt van open vragen. De leerlingen wijzen de tekst bij. De moeilijke of onbekende woorden uit de vorige sessies kunnen terugkomen.
De leerlingen lezen de tekst in duo's om en om, waarbij de leerkracht of leesspecialist rondloopt en observeert.

Sessie 5
Er wordt door alle leerlingen 'vrij gelezen' waarbij de leerkracht of leesspecialist de leerlingen individueel de tekst laat lezen en waar nodig besluit tot aanpassing.
(Bron: Protocol Leesproblemen en Dyslexie Speciaal Onderwijs)

Tip! Wissel de voorleessessies af door foutjes te lezen. De kinderen moeten de hand opsteken als ze de fout horen. Je kunt ook afwisselen door hard/zacht te lezen, langzaam/snel. De kinderen mogen dit nadoen.
Of door kinderen op tafel te laten tikken als ze het woord (......) horen (bijv. ik, en).

RALFI lezen is één van de aanpakken om kinderen die moeite hebben met lezen te begeleiden. Er zijn meerdere aanpakken, bijv. het ELLO programma en Drie Sterren Lezen.

* Woordrijtjes lezen - lees vier dagen lang iedere dag 20/30 min. dezelfde woordrijtjes met de kinderen. Dit kunnen rijtjes zijn uit Speciale Leesbegeleiding van Luc Koning, woordrijtjes uit de technisch leesmethode, woordrijtjes uit Vloeiend & Vlot van Estafette of andere rijtjes, bijv. woorden die bij een thema passen.
'Onderwijs maak je samen' heeft woordrijtjes op thema ontwikkeld, die ook nog eens de woordenschat vergroten. Kijk hier voor meer informatie http://www.onderwijsmaakjesamen.nl/actueel/werken-met-woordlijsten-2/

Om het lezen leuk te houden, kun je op de volgende manieren afwisselen:
- voor-koor-door. De leerkracht leest het rijtje voor, dan allemaal samen, dan één leerling.
- woorden bespreken. Welke woorden ken je niet. Leg de kinderen uit wat de woorden betekenen.
- samen in koor lezen, steeds sneller. Lees een rijtje eerst heel langzaam, dan sneller.
- om de beurt 1 woord lezen, alle leerlingen doen mee.
- in duo's om de beurt een woord lezen.
- de rijtjes van beneden naar boven lezen.
- opdrachten bij de rijtjes, zoals kleur alle woorden die .................... zijn blauw. Kleur alle dieren geel, kleur alles wat met Kerst te maken heeft rood. Wat er gekleurd moet worden is natuurlijk afhankelijk van de woorden in de woordrij.
- zet de lidwoorden voor de woorden in de woordrij.
- zet een vraagteken achter de woorden die je niet kent.
- op tijd lezen. Zet de zandloper (time-timer) op het digibord, bijv. op 1 minuut. Hoe ver komen de kinderen in een minuut? Laat de kinderen daarna even oefenen en lees dan nog een keer een minuut. Hoe ver kom je nu? Laat een paar kinderen de klas horen hoe ze lezen.
- lees de rijtjes voor, lees expres fouten. Wie ontdekt de fout?
- galgje met een woord uit de woordrijtjes.
- zoek het rijmwoord. De leerkracht of een kind zoekt een woord en bedenkt hier een rijmwoord op. Het rijmwoord wordt aan de groep verteld. Wie vindt het juiste woord?
- in koor lezen. Hoeveel lezen we in een minuut?
- lezen met de stopwatch. Hoe lang doet de klas over de hele woordrij? En de tweede keer? En de derde keer?
- kinderen individueel laten lezen met de stopwatch.

Voorlezen
Voorlezen is leuk en laat de kinderen kennismaken met verschillende boeken! Wie weet willen ze het boek dat u voorleest zelf ook gaan lezen.

De leeshoek
Maak een gezellig hoekje in je klas met een boekenkast of mand met boeken. Een matrasje, fijne leesstoel of bankje. Hier kunnen de kinderen lekker ontspannen een boek lezen.

Lezen en spellen met BLOON
B = bekijken
L = lezen
O = omdraaien
O = opschrijven
N = nakijken

Laat een woord zien dat op een flitskaart staat, of schrijf een woord op het bord. De kinderen mogen het woord bekijken (kort) en lezen. Haal het woord weg (omdraaien). De kinderen schrijven het woord op, of een paar kinderen mogen het woord spellen. Een woord wordt weer getoond. Was het goed?

Een cadeautje in de boekenhoek
Presenteer de boeken die de kinderen mogen lezen op een aantrekkelijke manier. Pak ze in met mooi papier en schrijf enkele steekwoorden op een briefje dat je op dit papier plakt. Aan de steekwoorden zien de kinderen wat voor boek het is. Is het een avonturenboek? Is het spannend? Gaat het over paarden of over tennis? Is het een boek met veel illustraties of juist veel tekst?

Lezen met leuke opdrachten
Om voor wat afwisseling te zorgen tijdens het vrij lezen, mandjes lezen of duo-lezen, kun je kaartjes maken met leuke opdrachten erop, bijv.:
- Zoek een woord op de bladzijde waar je gebleven bent. Je maatje moet raden welk woord jij gekozen hebt, door je vragen te stellen.
- Schrijf alle letters van het alfabet van boven naar beneden op een vel papier. Zoek bij elke letter een woord. Dat woord moet je zoeken op de bladzijde waar je aan het lezen bent.
- Kies een woord van de bladzijde die je aan het lezen bent. Bedenk er een rijmwoord op. Zeg het rijmwoord. Je maatje moet nu het woord zoeken waar jij op gerijmd hebt.
- Kies een woord van de bladzijde die je aan het lezen bent. Schrijf het woord achterstevoren op een blad. Je maatje raadt welk woord er staat en zoekt het woord op de bladzijde.
- Galgje. Kies een woord van de bladzijde. Speel galgje met je maatje.
- Lees de zinnen op 1 bladzijde van achter naar voren. Je zegt het laatste woord dus als eerste.
- Lees alle zinnen van 1 bladzijde op deze manier: je leest de zin en zegt in plaats van het laatste woord PIEP.
- Lees op deze bladzijde overal waar het woord EN staat PIEP.
- Lees 1 bladzijde en sla op de tafel als je een woord leest waar een k in zin.
- Lees 1 bladzijde en sla op de tafel als je een woord leest waar s in zin (etc.)
- Lees op deze bladzijde in plaats van de namen van de hoofdpersonen je eigen naam en de naam van je maatje.
- Zoek op de bladzijde waar je gebleven bent alle woorden die beginnen met een .... (letter) en schrijf ze op.

Voor - koor - door
Een goede manier om klassikaal te lezen is het gebruiken van voor- koor - door. Dit is vooral fijn voor de zwakkere lezers. Het biedt veiligheid doordat er van tevoren geoefend wordt. De kinderen hebben dus al kennis gemaakt met de te lezen woorden. 
Voor: de leerkracht leest een tekst of woordrij voor.
Koor: de hele klas leest dezelfde tekst of woordrij in eenzelfde tempo hardop.
Door: één kind leest nu de tekst of woordrij.

Remedial Teaching
Ideeën voor RT wanneer het lezen niet zo vlot verloopt:
* speciale leesbegeleiding van Luc Koning. De map bevat veel bladzijden met woordrijtjes, op AVI-niveau. Bij elk blad met woordrijtjes hoort een tekst waar de geoefende woorden in terug komen. Bij elk woordrijtje staat een strip met tips hoe je het woord moet lezen en onthouden.
www.pravoo.com
* woordlijsten & woordrijtjes. Zoek op internet naar 'woordrijtjes', bijv. in de leermiddelendatabase van kennisnet. Er zijn ook kant en klare mappen met woordrijtjes op thema te koop.
* ringboekjes Veilig & Vlot en Vloeiend & Vlot met daarin woordrijtjes van Zwijsen
* Samen lezen. Samen lezen in een leesboek voor - koor - door en volgens de RALFI aanpak.
* De Zuidvallei - leesbladen
* Tutorprogramma 'Samen Beter Lezen', een uitgave van het CPS

Begrijpend lezen

Nieuwsbegrip
Nieuwsbegrip werkt met actuele, informatieve teksten. Ze sluiten aan bij iets wat de afgelopen week bijv. in het nieuws was.
Voor Nieuwsbegrip heb je een inlogcode nodig.
Je ziet iedere week welke teksten er zijn en kunt deze uitprinten. Elke tekst beslaat 1 A4. Daarnaast zijn er bij elke tekst opdrachten voor het begrijpend lezen. Deze kun je downloaden en uitprinten.
De AA teksten zijn het makkelijkst en te gebruiken in groep 4. Dan zijn ze soms nog pittig, maar klassikaal lukt dat.
Wij gebruiken op dit moment in groep 4 geen begrijpend leesmethode. We lezen wel iedere week met Nieuwsbegrip en behandelen samen de vragen die daarbij horen. Dit werkt goed. De kinderen zijn vaak enthousiast over de onderwerpen en toetsen begrijpend lezen die we maken worden ruim voldoende gemaakt.

Eigen teksten
Begrijpend lezen kan ook goed met eigen teksten. Zo kun je tijdens Sinterklaas of Kerstmis leuke voorleesverhalen zoeken, bijv. de verhalen over Iris en Michiel/ Wouter en Mieke voor de middenbouw. Kopieer voor elk kind een verhaal en bedenk er enkele eenvoudige vragen bij. De kinderen oefenen zo op een leuke manier met begrijpend lezen!