lesidee kleuters juf anke


  • Kringactiviteiten
  • Liedjes en versjes
  • Hoeken
  • Knutselen


Lesideeën voor kleuters | thema ziek zijn

Kringactiviteiten bij het thema ziek zijn

Kringgesprek
Praat met de kinderen over ziek zijn. Ben je wel eens ziek geweest? Wie is er wel eens in een ziekenhuis geweest? Wat deed je daar? Wat zag je daar? etc.
Speel vervolgens een situatie bij de dokter of in het ziekenhuis na in de daarvoor bestemde hoek (zie het tabblad hoeken). Zo is de hoek meteen geïntroduceerd.

Woordveld ziek zijn
Wat kunnen de kinderen vertellen over ziek zijn? Maak een woordveld. Teken plaatjes bij de woorden of laat kinderen er tijdens de werkles plaatjes bij tekenen.

Ra, ra, wat zit er in de koffer?
Neem een dokterskoffertje en verzamel hier spullen in die met dokter/ziekenhuis te maken hebben zoals: een spuit, pleisters, stethoscoop, pyjama, hoestdrank, medicijn, beterschapskaart, thermometer, verkoudheidssnoepjes e.d.
Beschrijf iets uit het koffertje door te vertellen waar het voor dient. Kunnen de kinderen het raden? Wanneer een voorwerp geraden is mag één kind komen om het voorwerp uit het koffertje te halen. Breng dit spannend!
Wanneer alle voorwerpen in de kring liggen kun je er andere spelletjes mee doen zoals taaloefeningen: lettergrepen, hakken en plakken, rijmen, zinnen maken etc.

Tellen met pilletjes
Neem snoepjes die op pilletjes lijken mee naar school. Doe er een telactiviteit mee. Stop de pilletjes in een potje. Hoeveel pilletjes denken jullie dat er in het potje zitten? Laat alle kinderen raden.
Hoe kunnen we nu zeker weten hoeveel pilletjes er zijn?
Tel de pilletjes. Bedenk samen met de kinderen hoe je dat handig kunt doen.
Zijn er genoeg pilletjes voor alle kinderen uit onze klas? Tel de kinderen, geef elk kind een pilletje. Hoeveel pilletjes zijn er nog over? Of komen we tekort?
Je bent ziek en moet iedere dag 3 pilletjes slikken. Leg de pilletjes in groepjes van 3. Hoeveel dagen kun je pilletjes slikken voordat ze op zijn?
Bedenk meer van dit soort telopdrachten.

De 'z' van ziek
Schrijf de z op een vel papier. Kunnen de kinderen woorden die met de z beginnen verzinnen? Schrijf de woorden op. Geef de z een andere kleur. Hak de woorden met de kinderen in stukjes. Klap en stamp de stukjes. Welk woord is lang? Welk woord is kort? Zijn er ook woorden met een z in het midden?

Pompom is ziek
Pompom is ziek. Bespreek met de kinderen hoe jullie kunnen onderzoeken wat hij heeft. Luister met een stethoscoop, geef hem een prikje, voel aan zijn hoofd en neem zijn koorts op.
Leg Pompom lekker in zijn bedje.
Nu kijken we iedere dag of Pompom nog koorts heeft. Teken hiervoor een thermometer en kleur in wat de temperatuur van Pompom is. Laat de kinderen de temperatuur iedere dag aflezen. Hang de thermometers in de klas. Zakt de koorts van Pompom? Stijgt de koorts? Hoeveel dagen heeft hij al koorts?

De fruitschaal
Neem allerlei soorten fruit mee of verzamel plastic fruit. Stop het fruit in een mand en zorg ervoor dat de kinderen het fruit nog niet zien (leg er een theedoek over). Speel een raadspelletje. Jij omschrijft het fruit en de kinderen raden of één kind mag komen voelen en raden.
Sorteer het fruit daarna, bijv. op kleur of vorm. Oefen de namen van het fruit.