lesidee kleuters juf anke


rupsje nooitgenoeg kleuters

  • Kringactiviteiten
  • Liedjes en versjes
  • Hoeken
  • Knutselen


Lesideeën voor kleuters | Rupsje Nooitgenoeg

Kringactiviteiten rondom Rupsje Nooitgenoeg

Boek 'Rupsje Nooitgenoeg' voorlezen
Lees het boek aan de kinderen voor. Bespreek het verhaal met de kinderen. Wat is er gebeurd? Wat deed rupsje op maandag? En op dinsdag? etc.

Verhaal navertellen
De kinderen zitten in de kring of er zit een klein groepje kinderen voor je. Laat de bladzijdes van het boek 'Rupsje Nooitgenoeg' één voor één aan de kinderen zien. Bij elke bladzijde vertellen de kinderen wat er gebeurt. Wat zien ze op de plaat? Wat doet rupsje? Weten de kinderen nog wat jij verteld hebt tijdens het voorlezen?

Fruit tellen en sorteren - rekenactiviteit
Voorbereiding: verzamel plastic fruit. Dit kunnen appels, peren, pruimen, aardbeien, of sinaasappels zijn. Deze fruitsoorten komen ook in het boek voor.

Leg al het fruit op een grote berg in de kring neer. Hoeveel fruit zou hier nu liggen? Laat de kinderen raden en schatten. Vraag of de kinderen ook precies te weten kunnen komen hoeveel fruit er ligt. Hoe doe je dat? Tellen! Is het makkelijk om al het fruit dat op een hoopje ligt te tellen? Hoe kun je het makkelijker tellen? Verzin met de groep een manier om het fruit makkelijk te kunnen tellen, zonder dat je dubbel telt of iets vergeet.
Hoeveel fruit is er? Hoeveel appels zie je? Hoeveel peren? etc. Van welk fruit is er het meest? Van welk fruit het minst?
Sorteer het fruit op soort. Leg het fruit in rijen bij de eigen soort.
Afsluitend spel: de hongerige rups. Al het fruit ligt keurig gesorteerd in de kring. De kinderen doen de ogen dicht. Eén kind is rupsje nooitgenoeg. Dat kind haalt één soort fruit of één stuk fruit weg. De kinderen kijken weer. Wat is opgegeten?

Telactiviteit voor peuters
Nodig: 1 appel, 2 peren, 3 pruimen, 4 aardbeien, 5 sinaasappels
Laat de appel zien. Wat is dit? Hoeveel appels zie je? 1 appel! Leg de appel in de kring.
Laat nu de peren zien. Wat zijn dit? Hoeveel peren zijn dit? 1 Kind mag eerst komen tellen. Andere kinderen mogen daarna ook komen tellen. Hoeveel hebben we er geteld?
Leg de peren in de kring.
Pak de pruimen. Hoeveel pruimen hebben we? En zo verder...
Je kunt het fruit ook door elkaar tevoorschijn halen, dus bijvoorbeeld eerst 4 aardbeien en dan 1 appel.
Als al het fruit in de kring ligt, tel je het met de groep nog eens, één voor één. Eerst de appel, dan de peren, dan de pruimen etc.
Spelletje: de peuters doen de ogen dicht. Je haalt één fruitsoort helemaal weg. De peuters mogen weer kijken. Wat is weg?

Van rups tot vlinder - taalactiviteit
Rupsje nooitgenoeg wordt op een gegeven moment een vlinder. Hoe kan dat? Wat gebeurt er allemaal voordat een rups een vlinder wordt?
Praat hier met de kinderen over. Maak eventueel van tevoren kaarten met de stadia 'van rups tot vlinder' erop. De kinderen kunnen vertellen wat ze op de kaarten zien en deze in de juiste volgorde leggen.

Dagen van de week
Rupsje nooitgenoeg heeft het zo druk met eten! Elke dag eet hij wat. Wat eet hij op maandag? En wat de dag daarna? Hoe heet die dag? Welke dag komt dan? Wie kent alle dagen van de week? Hoeveel zijn er dat?
Leer de kinderen het versje over rupsje nooitgenoeg en de dagen van de week:

Versje
Op maandag at rupsje zich dwars door een appel
maar genoeg had hij nog altijd niet
op dinsdag at hij zich dwars door 2 peren
maar genoeg had hij nog altijd niet
op woensdag at hij zich dwars door 3 pruimen
maar genoeg had hij nog altijd niet
op donderdag at hij zich dwars door 4 aardbeien
maar genoeg had hij nog altijd niet
op vrijdag at hij zich dwars door 5 sinaasappels
maar genoeg had hij nog altijd niet
op zaterdag at hij chocoladetaart, roomijs, een zure bom, jonge kaas, worst, een lolly, kersenvlaai en watermeloen
die nacht had hij toch buikpijn
de volgende dag was het weer zondag
rupsje at een klein, groen blaadje.

Spel: 'k Heb een vlinder in mijn hand
De kinderen staan of zitten in de kring. Eén kind loopt rond door de kring met een nepvlinder in de hand. De kinderen zingen ondertussen:
'k Heb een vlinder in mijn hand,
die gaat vliegen door het land
bloempje hier, bloempje daar
als hij landt dan zeg je 't maar.
De vlinder landt op de hand van het kind waar hij het dichtst bij is als het lied stopt. Dit kind pakt de vlinder aan en mag nu door de kring gaan lopen.