lesidee kleuters juf anke

  • Kringactiviteiten
  • Liedjes en versjes
  • Hoeken
  • Knutselen
  • Downloads


Thema kleur en vorm

Kringactiviteiten

Het thema kleur en vorm zit, gecombineerd met 'supermarkt' in Piramide. Werkt u met dit thema, kijk dan ook eens bij de ideeën voor de supermarkt.

De kleurenweek - tip!
Vraag de kinderen om één week lang in een bepaalde kleur naar school te komen. De broek mag deze kleur hebben of de trui, de schoenen, een sjaal etc. Natuurlijk kom je zelf ook gekleurd naar school.

Maandag - rood
Dinsdag - blauw
Woensdag - oranje
Donderdag - groen
Vrijdag - geel

Tijdens de kleurenweek komt Elmer de olifant elke dag langs met een opdracht. De opdracht heeft met de kleur van de dag te maken.
Zo gaan de kleuters op de oranje dag op zoek naar oranje dingen in de school en leren ze op de rode dag het kleurenliedje van rood.
elmer lesidee
--> Download de opdrachtkaarten
Zoek op internet naar een kleurplaat van Elmer.
Print deze uit en gebruik hem als mal bij het maken van de kartonnen Elmers.

kleur en vorm kleuters rode dag kleur en vorm blauwe dagoranje dag kleur en vorm
Wat vonden we op de oranje dag veel oranje dingen in de school!

Om het kleurenfeest helemaal compleet te maken kun je de kinderen iedere dag op iets in de kleur van de dag trakteren. Bijv. een stukje komkommer, een cherrytomaat, een stukje banaan, een druifje en een stukje mandarijn.
thema kleur en vorm kleuters

Elmer & Het Kleurenwinkeltje - tip!
De verhalen van Elmer, de kleurrijke olifant, zijn mooi om als rode draad door dit thema te gebruiken. Op deze themapagina vind je verschillende Elmer materialen.
Ook het boek 'Het kleurenwinkeltje' van Marianne Busser en Ron Schroder is erg geschikt als uitgangspunt voor dit thema. Het boek gaat over kleuren en vormen. Maak zelf een kleurenwinkeltje in de klas!


Taalactiviteiten

Ik zie, ik zie wat jij niet ziet...
Ik zie, ik zie wat jij niet ziet en de kleur is...
Ik zie, ik zie wat jij niet ziet en de vorm is...
Kunnen de kinderen raden wat jij in gedachten hebt?

'K heb een vorm in m'n hand
'k Heb een vierkant in m'n hand
die gaat reizen door het land
is hij hier, is hij daar?
als je 'm ziet dan zeg je 't maar!

Geef een vierkant (bijv. een logiblok) de kring rond. Eén leerling zit in het midden met de ogen dicht. We zingen het liedje.
Als het liedje afgelopen is, stopt het kind dat de vorm dan heeft de vorm in zijn handen. Alle kinderen doen de handen op elkaar. Het kind dat niet gekeken heeft mag 3 keer raden waar de vorm is.
Daarna begint het spelletje opnieuw met een andere vorm.

Auditieve oefeningen met kleuren
* Zeg 2 kleuren achter elkaar (blauw, blauw - rood, groen - geel, rood), de kinderen zeggen jou na. Zeg daarna een reeks van 3 kleuren (rood, geel, blauw - groen, rood, rood), dan 4 kleuren, 5 kleuren etc.
* Noem allerlei kleuren op en spreek met de kinderen af: als je 'rood' hoort, ga je staan.
* Wat rijmt op rood? Wat rijmt op groen? En op geel?

Wat is weg?
Leg enkele ronde en hoekige voorwerpen in de kleuren geel, rood en blauw in de kring (bijv. de logical blocs).
Laat de kinderen er goed naar kijken en dan de ogen dicht doen. Haal een voorwerp weg en laat de kinderen weer kijken. Wat is weg?

Kleurendobbelsteen
Nodig: een grote kleurendobbelsteen of een gewone dobbelsteen waar je met ronde vouwblaadjes zelf de kleuren op plakt.
De kinderen gooien om de beurt met de dobbelsteen. Daarbij spreek je af wat de kinderen bij welke kleur moeten doen. Bijvoorbeeld:
* bij geel springen we omhoog
* bij groen geven we de buurman een hand
* bij rood draaien we een rondje
* bij blauw gaan we op onze stoel staan
* bij oranje gaan we op een andere plek zitten
* bij paars gaan we op de grond zitten

Rekenactiviteiten

Vormenspel op de speelplaats
Voorbereiding: Teken op de speelplaats de vormen cirkel, vierkant, rechthoek en driehoek. Teken de vormen zo groot dat de hele klas erin kan staan.
De kinderen gaan naar buiten.
Laat de kinderen van vorm naar vorm rennen door opdrachten te geven. Vraag telkens aan één van de kinderen: in welke vorm staan jullie nu?
Opdrachten:
* je noemt een vorm, de kinderen rennen naar die vorm
* je omschrijft een vorm, de kinderen rennen naar de vorm
* je noemt een voorwerp dat die vorm heeft, de kinderen gaan er naartoe (bijv. een bal, de zon, een blokje om mee te bouwen).
* je tekent een vorm denkbeeldig in de lucht, welke vorm is het?

Op zoek naar vormen in de omgeving
Ga met de kinderen op pad. Wandel over de speelplaats of leuker nog, een rondje door het dorp / de wijk. Ga op zoek naar vormen. Denk aan een deur in een huis, een raam, een knikkerpotje op de speelplaats, een rond geknipt boompje, verkeersborden...
Maak foto's van de vormen die je ziet. Hang de foto's later op in de klas. Bewerk deze foto's eventueel op de computer door de vorm in de foto een kleurtje te geven of laat kinderen de vormen in de foto's een kleurtje geven met een stift.

Vormen in de speelzaal
Kunnen we met de klas een cirkel van kinderen maken? Kunnen we ook een vierkant maken? En een rechthoek en een driehoek?

Vormen wegen
Nodig: een balans, logiblokken, eventueel gewichtjes
Zet de balans in de kring. Vraag de kinderen wat dit is. Wat kun je ermee en hoe heet dit (weegschaal)? De kinderen in mijn klas vertelden dat het is om fruit in de winkel mee te wegen.
Wat zou er gebeuren als ik deze cirkel in dit bakje op de weegschaal leg? (De schaal gaat omhoog of omlaag). Hoe komt dit?
Leg de cirkel in het bakje en kijk wat er gebeurt. Is deze cirkel nu zwaar of licht?
Wat zou er gebeuren als ik een groot, dun vierkant in het bakje leg?
Wat gebeurt er als ik nu een dik, klein vierkant in het andere bakje leg? Laat de kinderen veel verwoorden, uitleggen, voorspellen en nadenken!
Leg één vorm in het bakje en vraag de kinderen de weegschaal nu in evenwicht te brengen door in het andere bakje ook een vorm/vormen te leggen.
Leg een gewicht in het ene bakje en laat de kinderen raden hoeveel logiblokken er nu in het andere bakje moeten om de weegschaal in evenwicht te brengen. En hoeveel om de weegschaal aan de kant van de blokken zwaarder te maken? Probeer dit allemaal uit.
Kunnen de kinderen ook een voorwerp in de klas zoeken dat zwaarder weegt dan het gewichtje?
Bedenk zo allerlei vragen waardoor de kinderen goed moeten nadenken, voorspellen, vormen moeten benoemen en wegen.

Vormen voelen
Nodig: een voelzak (of plastic zak) en logiblokken
Stop een vorm in de voelzak. Laat een aantal kinderen voelen. Hoe voelt het? Hard of zacht? Dik of dun? Groot of klein? Welke kleur heeft het? Kun je dit voelen? Wat voor vorm zou het zijn? Waarom denk je dat? Kijk in de zak of het klopt.
Stop daarna een andere vorm in de zak en laat weer een aantal kinderen voelen etc.
Leg de voelzak na deze kringactiviteit in de klas, zodat de kinderen er tijdens de werkles nog mee kunnen spelen.

Vormen ervaren
Nodig: Een aantal voorwerpen met een duidelijke vorm waar je er 2 van hebt, bijv. 2 grote knikkers, 2 vierkante bouwblokken, 2 driehoekige voorwerpen en 2 rechthoekige voorwerpen, bijv. balken uit de bouwhoek.
Verschillende rechthoekige, kartonnen dozen waar de voorwerpen in passen.

Van elk voorwerp zet je er één voor de klas en de andere voorwerpen stop je in dozen. Vertel de kinderen dat alle voorwerpen die ze zien ook in de dozen zitten. Zij moeten raden wat in welke doos zit.
Geef de dozen één voor één de kring rond. Laat de kinderen ermee schudden, de dozen op en neer bewegen, op de kop houden, luisteren enz. enz. Wat hoor je? Welke vorm zou het voorwerp hebben? Kan het rond zijn? Waarom wel/niet? Wat kan iets dat rond is wel en iets dat vierkant is niet?
Stel allerlei vragen en laat de kinderen onderzoeken en ontdekken.

De parachute
Nodig: de parachute (groot, rond gekleurd doek)
De kinderen houden voor deze activiteiten niet de lussen vast, maar het doek, zodat ze bij één kleur staan.
Speel allerlei kleurenspelletjes met de parachute, zoals:
* We tellen tot 3 en houden de parachute hoog in de lucht. De kinderen die bij rood staan mogen er onderdoor rennen en een ander plekje zoeken. Laat zo alle kleuren aan de beurt komen.
* Een kleurrijke jurk: Eén kind kruipt naar het midden van de parachute. Hier zit een gat. Dit kind gaat in het gat staan. De andere kinderen staan om de parachute heen. Zij lopen rustig rond, zodat de parachute draait. Wat heeft het kind in het midden een mooie jurk aan!  

Schatzoeken met Kikker
Download het Kikkerspel dat je ook kunt vinden onder het tabblad 'werkbladen'. Speel dit spel een keer in de kring (met groep 1). De kinderen kunnen het daarna tijdens de werkles zelf spelen.
De beschrijving van het spel zit in de download.

Activiteiten met logiblokken

Bij het thema kleur en vorm komen de logiblokken goed van pas. Hier vind je een aantal suggesties voor het gebruik van de logiblokken.
logiblokken opdracht

Vormenpoppetjes
Stop de logiblokken in een voelzak. Laat enkele kinderen voelen. Wat zou er in de zak zitten? Tover de blokken zo één voor één tevoorschijn. Leg ze op de grond, in een rijtje op kleur of vorm.
In mijn klas waren er meteen kinderen die zeiden: 'Hé, een boom!' (Een cirkel op een rechthoek). Vraag de kinderen of ze nog meer figuren kunnen maken. Leg zo enkele figuren neer. Geef daarna opdrachten als: wie kan iets maken van een driehoek en een vierkant? Wie kan iets maken van 2 cirkels en een rechthoek? We hebben een huis. Kunnen we nog meer vormen bij het huis gebruiken? (Een rechthoek voor een deur en een cirkel voor een raam).
Wie kan er een dier maken van deze vormen?
logiblokken activiteiten
raket, huis, boom, varken

Vormen leggen
Leg vormen na van een voorbeeldkaart.
logileggers

--> Download de logi-leggers

Classificeren en ordenen
Bespreek aan de hand van logiblokken verschillende vormen en kleuren. Vraag de kinderen welke vorm ze zien en leg uit waarom de vorm zo heet: een driehoek heeft drie hoeken, tel maar mee.
Leg een aantal hoepels in de kring. Leg in elke hoepel een logiblok, gesorteerd op vorm, kleur, grootte of dikte. Kunnen de kinderen ontdekken hoe jij de blokken gesorteerd hebt en er de andere blokken bij leggen? Laat de kinderen telkens benoemen wat ze neerleggen. Welke kleur heeft de logiblok en/of welke vorm?
Als alle blokken gesorteerd zijn, kun je deze activiteit nog een keer doen, maar met een ander kenmerk van de logiblokken, bijv. nu sorteer je op dikte.

Meervoudige opdrachten - geheugen
De logiblokken liggen in de kring. De kinderen moeten jou een logiblok brengen. Begin met enkelvoudige opdrachten, zoals 'breng mij een geel blok', 'breng mij een cirkel'. Breid de opdrachten daarna uit: 'breng me een rode driehoek', breng me een blauwe, dikke rechthoek' en tenslotte 'breng me een geel, dik, groot vierkant.
Lukt het de kinderen de opdracht te onthouden en de juiste blok te brengen?
Je kunt de kinderen ook opdrachten geven als: 'zet je voet op een geel blok', 'leg je elleboog op een rood vierkant', 'raak met je duim een blauwe cirkel aan' etc.

Tip! Je kunt de betrokkenheid bij deze opdracht vergroten door een leuk verhaal om de opdracht heen te vertellen. Breng een handpop mee of een knuffel van Elmer de olifant die een kleur- en vormenspelletje met de kinderen wil spelen.

Vormen voeldoos
Stop enkele verschillende logiblokken in een voeldoos of voelzak. Introduceer de voeldoos in de kleine kring. De kinderen mogen om de beurt voelen en raden welke vorm ze vast hebben. Waarom denken ze dat het deze vorm is?

Raden maar
Nodig: cadeaudoos en logiblokken
Leg van de logiblokken van elke vorm één blok in de kring: een groot, dik vierkant, een kleine, dunne rechthoek, een grote, dikke driehoek en een kleine, dunne cirkel. Bespreek de vormen met de kinderen. Hoe zien de vormen eruit?
Stop een precies dezelfde vorm als in de kring ligt in een (kleine) doos. Laat de doos de kleine kring rondgaan. De kinderen mogen met de doos schudden, hem op en neer bewegen etc. Ze mogen luisteren, maar niet kijken! Hoe klinkt de vorm in de doos? Zou het een grote vorm zijn of een kleine? Een dikke of een dunne? Zou de vorm hoeken hebben?
Welke vorm zou het kunnen zijn?
cadeaudoos

Logi-lijstjes
De logi-lijstjes zijn kleine opdrachtkaarten voor de logiblokken (te vergelijken met boodschappenlijstjes). Ze lopen op in moeilijkheidsgraad. Op één logi-lijstje staan 3 of 4 opdrachten. Introduceer de logi-lijstjes in de kring.

logiblokken

2 grote cirkels, kleur maakt niet uit

3 kleine driehoeken

4 grote rechthoeken

De muisjes staan voor klein en groot


Laat een lijstje zien en vraag een kind hier de juiste blokken bij te pakken. Wanneer dit goed lukt, kunnen de kinderen zelfstandig met de logi-lijsjtes aan de slag, tijdens de werkles of tijdens het winkelen in het kleur- en vormenwinkeltje.
logiblokken opdracht
--> Download de logi-lijstjes

Wat is weg?
Leg enkele logiblokken op een rijtje in de kring. Begin bijvoorbeeld eerst met de vier vormen: cirkel, rechthoek, vierkant en driehoek. De kinderen doen de ogen dicht. Dan komt de vormendief. Hij haalt een vorm weg. Welke vorm is weg?
Breid het spel uit door van elke vorm een grote en een kleine logiblok neer te leggen en speel het spel opnieuw.
Wanneer dit goed gaat kun je het spel weer verder uitbreiden door ook te variëren in dikke en dunne blokken. De vormendief kan ook meerdere blokken weghalen. Kunnen de kinderen nog steeds raden wat weg is?

'K heb een vorm in m'n hand
Geef een logiblok, bijvoorbeeld een vierkant, de kring rond. Eén leerling zit in het midden met de ogen dicht. Zing het liedje:
'k Heb een vierkant in m'n hand
die gaat reizen door het land
is hij hier, is hij daar?
als je 'm ziet dan zeg je 't maar!

Als het liedje afgelopen is, stopt het kind dat het vierkant dan heeft het vierkant in zijn handen. Alle kinderen doen de handen op elkaar. Het kind dat niet gekeken heeft mag 3 keer raden waar de vorm is.
Daarna begint het spelletje opnieuw met een andere vorm.

Logiblokkenrace
Bewegen jouw kleuters graag? Dan is dit een leuke activiteit met de logiblokken. Geen activiteit in de kring, maar een logiblokkenrace in de speelzaal.

* Geef alle kinderen een logiblok. De kinderen gaan aan de ene kant van de speelzaal tegen de muur staan. Jij geeft opdrachten:
- alle kinderen met een geel blok rennen naar de overkant
- alle kinderen met een blauw blok rennen naar de overkant
- alle kinderen met een dikke vorm rennen naar de overkant
- alle kinderen met een kleine vorm rennen naar de overkant

* Geef de kinderen opdrachten, zoals: alle kinderen met een geel blok springen in de lucht, alle kinderen met een driehoek rollen over de grond. De kinderen staan hierbij verspreid in de speelzaal.

* Alle kinderen rennen door de speelzaal, met een logiblok in de hand. Wanneer jij de vorm noemt die ze vast hebben, springen ze omhoog. Bijvoorbeeld: jij roept vierkant, alle kinderen met een vierkant springen omhoog en rennen weer verder.

* Zet muziek op. De kinderen lopen met een logiblok in de hand door de speelzaal. Wanneer de muziek stopt, moeten zij stil staan en de logiblok op een leuke manier vasthouden of ergens op een lichaamsdeel leggen.

* Laat de kinderen groepjes maken. Alle kinderen met een cirkel gaan bij elkaar staan of alle kinderen met een dikke vorm of rode vorm gaan bij elkaar staan etc.

Wie is het?
Geef alle kinderen een logiblok. De kinderen gaan op hun stoel staan, met de logiblok duidelijk zichtbaar voor zich.
Jij neemt één van de logiblokken in gedachten.
De kinderen mogen raden. Is het een cirkel? Nee? Dan gaan alle kinderen met een cirkel in de hand zitten. Is de vorm dik? Nee? Dan gaan alle kinderen met een dikke vorm ook zitten. Er blijven steeds minder kinderen over en de vorm die jij in gedachten hebt zal een keer geraden worden.

Detectivespel met logiblokken
Hetzelfde principe als bij het spel 'wie is het', hierboven. Bij de detective hebben de kinderen zelf geen logiblok vast. Je kunt de blokken wel in de kring op de grond leggen.
Neem een blok in gedachten. De kinderen mogen vragen stellen. Jij antwoordt alleen met ja of nee. Kunnen de kinderen in ... keer raden welk blok jij in gedachten hebt?

Zoek iemand die...
Een leuke start of juist afsluiting van een activiteit met de logiblokken:
Geef alle kinderen uit de groep een logiblok. Geef ze vervolgens de opdracht iemand te zoeken die hetzelfde kenmerk van logiblok heeft als zij zelf. De leerkracht bepaalt het kenmerk, op vorm, op kleur of op dikte. Dus geef de opdracht: "zoek iemand die dezelfde vorm heeft als jij en ga bij elkaar staan". De kinderen gaan op zoek en langzaam ontstaan er groepjes kinderen met hetzelfde kenmerk. Misschien hebben 2 kinderen hetzelfde, misschien wel 4. Als alle kinderen een maatje of meerdere maatjes gevonden hebben, kijk je met de hele groep of het klopt. Iedere groep mag zijn kenmerk noemen en laten zien.

Wie heeft 'm?
Een leuk spelletjes ter afsluiting. De kinderen gaan één voor één weer uit de kring voor het werken of mogen hun jas gaan halen.
De kinderen hebben allemaal een logiblok in hun hand. Ze verstoppen deze in hun handen of onder hun trui. Jij noemt een logiblok, bijvoorbeeld de rode, grote, dikke rechthoek. Het kind dat deze logiblok heeft, brengt hem naar jou en mag de kring uit gaan.
Wil je de activiteit wat sneller laten verlopen dan noem je alleen een kleur, dikte of vorm. Zo komen er meer kinderen tegelijk naar je toe.

Tijdens de werkles
* Geef de kinderen logiblokken om om te trekken. Zo kunnen de kinderen mooie vormentekeningen maken.
* Leg figuren van de logiblokken zoals poppetjes, een trein...
* Doe boodschappen in het kleur- en vormenwinkeltje met de logi-lijstjes (zie boven).
* Speel logiblok domino of maak een logiblok trein. De logiblokken mogen alleen op kleur en vorm aan elkaar gelegd worden. Naar de dikte en grootte hoeft niet gekeken te worden.

Prentenboeken