lesidee kleuters juf anke
  • Liedjes
  • Inspiratie
  • Tellen & getalbegrip
  • Meten & meetkunde
  • Downloads

 

Rekenen met kleuters | Lesideeën

Tel- en rekenliedjes

Eén aapje in de slagroom
Eén aapje in de slagroom
twee beren vol met zeep
drie geiten in een pudding
vier zebra's zonder streep
vijf neushoorns met een feestneus
zes wolven in de trein
en zeven dikke kikkers die snipverkouden zijn.

Acht zingende giraffen
wel negen kangoeroes
en tien gestampte muisjes
die dansen voor de poes
en zing je vaak dit liedje
dan leer je bovendien
eenvoudig alle cijfers
van één, twee, drie tot tien!
Uit: Het grote liedjesboek

Tel eens...
Tel eens hoeveel sprietjes je kunt vinden in het gras
tel eens hoeveel druppels je kunt vangen in een glas
tel eens hoeveel sterren boven aan de hemel staan
en hoeveel mensen snurken als ze 's avonds slapen gaan.

Tel eens alle korrels in een schepje vol met zand
tel eens hoeveel schelpjes je kunt vinden op het strand
tel eens hoeveel mieren kunnen wonen in een hoop
dan raak je bij het tellen echt ontzettend in de knoop.
Uit: Het grote liedjesboek

De zevensprong
Heb je wel gehoord van de zeven, de zeven
heb je wel gehoord van de zevensprong?
Ze zeggen dat ik niet dansen kan
ik kan dansen als een edelman.
Dat is één, dat is twee, dat is drie, dat is vier,
dat is vijf, dat is zes en dat is zeven!

Eén: rechtervoet stap naar voren
Twee: linkervoet stap naar voren
Drie: knielen met rechterknie
Vier: knielen met linkerknie
Vijf: rechterelleboog op de grond
Zes: linkerelleboog op de grond
Zeven: hoofd buigen naar de grond

Getallenlied
Vijf, vijf, ken je 'm al.
Dat is echt een mooi getal.
Vijf, vijf het is fijn
dat jij ons getal mag zijn!

Vijf appels in de bomen
vijf koeien in de wei
vijf meisjes in een rijtje
van vijven word ik blij!

Vijf, vijf ken je 'm al.
Dat is echt een mooi getal.
Vijf, vijf het is fijn
dat jij ons getal mag zijn!

Liesbeth van den Berg van kinderboekenmuziek.nl schreef dit getallenlied speciaal voor jufanke.nl.
Met dit lied kun je eindeloos variëren. Je kunt steeds een ander getal invullen, maar ook de tekst van het middengedeelte kun je steeds veranderen, bijvoorbeeld:

Acht peren in de bomen
acht schapen in de wei
acht juffen in een rijtje
van achten word ik blij!

--> Bladmuziek van het getallenlied
--> Getallenlied ingezongen
--> Instrumentale versie



Van één tot tien - versje
Eén konijntje met zijn oren in de knoop
twee kabouters met hun billen in de stroop
drie slakken op een hoofd met weinig haar
vier sappige augurken in een oude kandelaar.

Vijf bakkers met een kikker in hun brood
zes dames met een monster op hun schoot
wel zeven beren op een rode autoped
en acht Bengaalse tijgers in een super-stapelbed.

Negen spinnen in de zakken van je jas
tien blote krokodillen in het gras
en wanneer je dit straks zingen gaat in bad
dan heb je alle cijfertjes van één tot tien gehad!
Uit: Het grote versjesboek

Aftelliedjes en -versjes

Vijf kleine konijntjes - versje + vingerpoppetjes
Vijf kleine konijntjes zie je hier
één springt er weg
nu zijn er nog vier.

Vier kleine konijntjes op mijn knie
één springt er weg
nu zijn er nog drie.

Drie kleine konijntjes zitten heel tevree
één springt er weg
nu zijn er nog twee.

Twee kleine konijntjes kijken om zich heen
één springt er weg
nu is er nog maar één.

Eén klein konijntje is helemaal alleen
hij springt weg
nu is er geen een!

Van: Lil' Country Kindergarten

7 Kleine geitjes
7 Kleine geitjes alleen in huis
daar komt de wolf en moeder is niet thuis
hap, hap, hap, wat een pech
geitje nummer 1 is weg!

6 Kleine geitjes alleen in huis
daar komt de wolf en moeder is niet thuis
hap, hap, hap, wat een pech
geitje nummer 2 is weg!

5 Kleine geitjes... enz.

1 Klein geitje alleen in huis
daar komt de wolf en moeder is niet thuis
maar nu heeft de wolf verdriet,
't laatste geitje vindt hij niet!

10 Kleine visjes
10 Kleine visjes die zwommen naar de zee
da's goed zij de moeder, maar ik ga niet mee
ik blijf liever in die vieze oude sloot,
want in de zee zwemmen haaien en die bijten je
blub, blub, blub, blub, blub, blub.

9 Kleine visjes die zwommen naar de zee
da's goed zij de moeder, maar ik ga niet mee
ik blijf liever in die vieze oude sloot,
want in de zee zwemmen haaien en die bijten je
blub, blub, blub, blub, blub, blub.

8 Kleine visje... enz.

1 Klein visje dat zwom naar de zee
da's goed zei de moeder, maar ik ga niet mee
ik blijf liever in die vieze oude sloot
want in de zee zwemmen haaien en die bijten je... BLUB!

5 Kaboutertjes
5 Kaboutertjes die dansten in het bos
één gaat er weg, op visite bij de vos.

4 Kleine kaboutertjes die dansten in het bos
één gaat er weg, om te slapen in het mos.

3 Kleine kaboutertjes die dansten in het bos
één gaat er weg, want zijn vetertje zit los.

2 Kleine kaboutertjes die dansten in het bos
één gaat er weg, want die werd moe van dat gehos.

1 Kleine kaboutertje danst nu helemaal alleen
hij kruipt vlug in zijn paddenstoel
en nu zie je er geen één.

De rondedans van de konijntjes
Op de wijs van: Ik stond laatst voor een poppenkraam
Er waren vier konijntjes, zo, zó klein
zij maakten samen een rondedans, piek, piekfijn
konijntje vier, kom jij eens hier
en doe eens wat voor ons plezier
(één kind maakt een beweging)
Toen waren er nog drie (3x).

Er waren drie konijntjes, zo, zó klein
zij maakten samen een rondedans, piek, piekfijn
konijntje drie, kom jij eens hier... enz.

Tips voor beginnende gecijferdheid
& het aankleden van je lokaal

* Zorg voor veel getallen in en om je lokaal. Maak een "getallenlijn" met in ieder geval de getallen t/m 10 en hang losse getallen op in het lokaal. Hangen er 2 schilderijen naast elkaar aan de muur? Hang daar dan het getal 2 bij. Heb je 10 kapstokken aan één muur, hang daar dan het getal 10 bij, het je 5 plantjes voor het raam staan, hang daar dan het getal 5 bij enz. Zo is er vanalles te nummeren en te tellen!
* Integreer getallen in de hoeken. Denk aan het prijzen van spullen in het winkeltje, een klok in de huishoek, een agenda in de huishoek etc.
* Zorg voor voldoende gezelschapsspelletjes in je klas. Zo leren de kinderen getalbeelden op dobbelstenen herkennen en stappen zetten (tellen) op een spelbord.
* Zorg voor veel variatie in je zand- en watertafel. Maak eens een zand-/ of watertafel met allerlei soorten maatbekers erin of een zandtafel die gericht is op het wegen van zand.
* Start de kring af en toe met een getallenopdracht. Bijvoorbeeld: pak je stoel en ga op volgorde van leeftijd zitten. Of geef de kinderen allemaal een getal in de hand en geef de opdracht dat ze op volgorde moeten gaan zitten. Geef de oudste kleuters hogere getallen en de jongste kleuters de makkelijkere getallen of kaartjes waarop bijv. 5 ballonnen staan voor het getal 5.

Getallen aanbieden in de kleutergroep

Wij stellen op school tijdens elk thema een getal centraal. Dit zijn voornamelijk de getallen tussen 5 en 10, omdat dit de getallen zijn die de kleuters het minst goed (her)kennen.
Bij het getal dat we kiezen zoeken we materiaal dat bij het thema past, bijvoorbeeld tijdens de lente 6 bloemen voor het getal 6, tijdens het thema boerderij 8 eendjes voor het getal 8 en voor het thema sprookjes 7 kleine geitjes voor het getal 7. Deze voorwerpen komen later, samen met het getal (opblaasbare getallen van de Xenos) in het lokaal te hangen. De kleuters zijn ontzettend enthousiast over de activiteiten die we met de getallen doen. Daarom hier enkele suggesties voor het werken met een 'themagetal'.cijfer 5

cijfermuur

* Stop een cijferkaartje van het aan te leren getal en dat aantal voorwerpen in een schatkist. Introduceer het getal zo op een spannende manier bij de kinderen.
* Leg het opblaasbare getal en dat aantal voorwerpen in de kring. Zing het getallenlied (zie onder) ter introductie.
* Ga meteen na het aanbieden van het getal op zoek naar het getal in de klas. De kinderen mogen het getal zoeken, maar ook het juiste aantal. Maak foto's van alles wat de kinderen vinden. Print de foto's uit en hang ze op in de klas (bijvoorbeeld in de Cijfermuur van Schatkist).
getallen kleuters
* Zoek verder naar het getal tijdens het buitenspelen. Maar ook hier weer foto's voor in de klas.
Bij ons zijn de kinderen zo enthousiast dat ze vervolgens de hele week blijven roepen: Juf, kijk hier, de 8!! Ook sturen de ouders ons foto's van de kinderen, wanneer ze het getal thuis vinden.
* Maak voor de oudste kleuters een cijferboekje met wat opdrachten over het getal.
* Zoek liedjes die bij het getal passen. Liesbeth van den Berg van kinderboekenmuziek.nl schreef voor mij het Getallenlied.

Getallenlied

Vijf, vijf, ken je 'm al.
Dat is echt een mooi getal.
Vijf, vijf het is fijn
dat jij ons getal mag zijn!

Vijf appels in de bomen
vijf koeien in de wei
vijf meisjes in een rijtje
van vijven word ik blij!

Vijf, vijf ken je 'm al.
Dat is echt een mooi getal.
Vijf, vijf het is fijn
dat jij ons getal mag zijn!

Met dit lied kun je eindeloos variëren. Je kunt steeds een ander getal invullen, maar ook de tekst van het middengedeelte kun je steeds veranderen, bijvoorbeeld:

Acht peren in de bomen
acht schapen in de wei
acht juffen in een rijtje
van achten word ik blij!

--> Bladmuziek van het getallenlied
--> Getallenlied ingezongen
--> Instrumentale versie

Getallenlijn

Onderstaande download bevat een getallenlijn met de getallen 1 t/m 15.

getallenlijn pompom Print de kaartjes op stevig papier uit. Knip alleen over de buitenste lijnen en vouw de kaartjes in drieën. Plak de randjes vast met plakband of een klein beetje lijm. Hang de kaartjes als driehoeken aan een lijn in de klas. Begin bijvoorbeeld met de getallen aan de voorkant.
Draai een getal weg dat de kinderen moeten kennen. Nu zien de kinderen het plaatje van Pompom (Schatkist) of Raai (Kleuterplein). Welk getal zit er achter Pompom / Raai?
getallenlijn kleuters


--> Download de getallenlijn met Pompom
--> Download de getallenlijn met Raai

Activiteiten met getalkaartjes

Onder het kopje 'downloads' hierboven vind je getalkaartjes met daarop de getallen 0 t/m 20 passend bij verschillende thema's. Handig om de getalsymbolen te leren kennen en om het koppelen van getallen aan hoeveelheden te oefenen.
Print de getalkaartjes uit en lamineer ze.

Hier geef ik enkele suggesties voor activiteiten met de getalkaartjes.

* In de juiste volgorde in de kring De kinderen zitten aan tafel. Iedereen krijgt een getalkaartje. De kinderen krijgen de opdracht om in de kring te komen zitten op de juiste volgorde. Getal 1 moet naast de juf zitten, daarnaast 2, dan 3 etc. en het laatste getal, getal nummer... zit ook weer naast de juf. De kinderen zullen naar je toe komen om te vragen waar ze moeten zitten. Vertel ze dat ze hulp mogen vragen van klasgenootjes. Jij zegt niks. Er zullen altijd kinderen zijn die gaan regelen.
Als iedereen zit vertellen de kinderen één voor één welk getal ze hebben en steken dit omhoog. Zitten we allemaal goed? Zo niet, welke kinderen moeten nog wisselen? Speel het spel nog een keer.

* De getallenrij De kinderen zitten in de kring. Jij hebt de getalkaartjes vast. Je laat een willekeurig kaartje zien en legt dit kaartje in de kring. Daarna laat je het volgende kaartje zien. Waar zou dit kaartje moeten liggen. Maak samen een getallenrij van alle kaartjes in de kring.

* Hoeveel is het? Koppel hoeveelheden aan de getallen. Leg een aantal getalkaartjes in de kring en leg hier voorwerpen bij. In de herfst leggen de kinderen eikels bij de getallen, met Sinterklaas pepernoten en met Pasen paaseieren.

* Wat is weg? Leg de getallen in de juiste volgorde in de kring. De kinderen doen de ogen dicht. Haal een getal weg of verwissel twee getallen. Kunnen de kinderen ontdekken wat er niet goed is?
Speel dit spel ook een keer met alleen de even of de oneven getallen.

* Wat is bedekt? Leg de getallen in de juiste volgorde in de kring. Gebruik een handpop waar de kinderen aan vertellen welke getallen ze zien. De handpop speelt een verstopspelletje met de kinderen. Hij gaat op één of meerdere getallen liggen. Welke getallen zijn bedekt?

* Spring! Maak een stapeltje van de getalkaartjes. Stop hier één kaartje tussen met daarop een kind dat de lucht in springt. Flits de getalkaartjes. De kinderen zeggen welk getal ze zien. Wanneer de kinderen het 'spring' kaartje zien, springen ze hoog de lucht in.
Variatie: spreek met de kinderen af dat het getal van de week het kaartje is waarbij ze mogen springen. Bijvoorbeeld elke keer als de kinderen de 5 zien, springen ze de lucht in.
--> Download de 'spring' kaartjes

* Rennen naar getallen Hang enkele getalkaartjes zichtbaar op in de speelzaal. Noem een getal of laat een hoeveelheid zien (bijv. door te flitsen met je vingers of door een getalbeeld op een grote dobbelsteen te laten zien). De kinderen rennen naar het getal dat ze zien.

* Groepjes maken De kinderen lopen door de speelzaal. Jij laat een getal zien. De kinderen vormen groepjes gelijk aan het getal dat ze zien.

* Getallenmemory Print de getalkaartjes twee keer uit. Leg ze op de kop in de kring en speel memory. Het is ook leuk om memory met de getallen en de bijbehorende hoeveelheden te spelen. Stop de getalkaartjes van de getallen 1 t/m 10 onder een bekertje en stop hoeveelheden, bijv. fiches onder bekertjes. Zoek het getal bij de juiste hoeveelheid.

* Zoek je maatje Print de getalkaartjes twee keer uit. De kinderen zoeken het kind met hetzelfde getal en gaan naast elkaar in de kring of op de grond zitten.
Variatie: Gebruik de getalkaartjes en kaartjes met daarop het getalbeeld (bijv. stippen of vingers die een aantal aangeven). De kinderen zoeken het getal bij het getalbeeld. Laat de kinderen ook eens van kaartje wisselen en speel het spel dan opnieuw.

* Verstoppertje Dit spel is vooral leuk wanneer de afbeeldingen op de getalkaartjes zich voor verstoppertje lenen, bijv. het verstoppen van paaseieren, de sprookjeskaartjes met daarop de 7 geitjes etc.
De kinderen zitten in de kring en hebben hun getalkaartje zichtbaar in de hand. De getallen staan in de juiste volgorde.
De kinderen doen de ogen dicht. Jij tikt één kind aan. Dit kind verstopt zich met het kaartje. Dan mogen de kinderen weer kijken. Welk getal is verdwenen? De kinderen moeten gaan tellen of naar hun eigen getal kijken en verder-/terugtellen om dit te weten te komen. Wanneer de kinderen een getal noemen kijken we of dit getal terug komt. Wordt het juiste getal genoemd, dan komt het kind dat dit kaartje heeft weer in de kring zitten.
Breid dit uit door meerdere kinderen in één ronde aan te tikken. Zij verdwijnen en wanneer hun getal genoemd wordt, komen ze terug in de kring.

* Het geheime getal Jij neemt een getal in gedachten. In dit voorbeeld 18. De kinderen gaan allemaal op hun stoel staan, met hun getalkaartje zichtbaar in de hand. Ze mogen het geheime getal raden. Als een kind 20 raadt, zeg jij 'lager' en moeten alle kinderen die 20 of hoger dan 20 hebben gaan zitten. Nu raadt een kind 5. Jij zegt 'hoger' en alle kinderen die 5 of lager hebben gaan zitten. Wie raadt het getal?
Je kunt het spannend maken door te zeggen dat de kinderen het getal moeten raden, voordat er nog maar één kind over is. Wanneer er nog maar één kind staat, heeft dit kind natuurlijk het juiste getal vast. Dan heb jij gewonnen. Raden de kinderen het getal eerder, dan wint de klas.
Zorg ervoor dat de kinderen hun getal goed zichtbaar vast blijven houden. Zo kunnen de kinderen de telrij en getalsymbolen tijdens dit spel goed oefenen.
--> Merk je of denk je dat de kinderen deze activiteit nog lastig vinden, speel dan eerst een keer het spel Kikker & Haas. Dit spel maakt de activiteit inzichtelijk.

* Kaartjes terugleggen De kinderen zitten in de kring (op volgorde van de getallen) en hebben hun getalkaartje vast. Jij noemt een getal. Dit kind mag zijn/haar getalkaartje in de kring komen leggen. Wanneer een kind zijn getal niet herkent of niet reageert, zullen de buren dit misschien wel opmerken. Je kunt immers tellen wie welk getal heeft.

De cijfertafel

Op de site van 't Palet in Vlijmen kwam ik deze cijfertafel tegen. Telkens staat er een cijfer centraal op de cijfertafel.

Het cijferboek

Ook kwam ik dit leuke cijferboek tegen. Eens wat anders dan de cijfermuur!

Bijzondere cijfers

Al zoekend op internet kwam ik deze cijfers tegen van The First Grade Parade. Leuk om de cijfers op deze manier te oefenen en in de klas op te hangen als getallenlijn.

Het rekenkastje

Maak zelf een rekenkastje, zo hoef je geen dure rekentoren aan te schaffen. Zoek leuke spelletjes op internet die je in het kastje kunt doen. Bijv. een la met knopen om te tellen en te sorteren, een la met spullen om te wegen etc.

Dit kastje is te koop bij IKEA. Verf het zelf in vrolijke kleurtjes en plak er foamstickers van cijfers op.

Handpoppen

Gebruik een handpop bij sommige rekenactiviteiten. Laat de handpop vragen aan de kinderen stellen en laat de handpop de kinderen om oplossingen voor rekenproblemen vragen.
Ik gebruik regelmatig een kleine, kleurrijke vogel: de rekenvogel. De rekenvogel vertelt de kinderen iedere keer wat ze gaan oefenen/leren en geeft opdrachten. De rekenvogel denkt mee en komt af en toe ook met heel domme antwoorden ;). De kinderen zijn zo meteen betrokken!

Rondvliegende dobbelstenen

Rondvliegende dobbelstenen? Nu niet meer! De kinderen mogen met het bakje schudden en zetten het dan, op de kop, op tafel. Lijm het deksel eventueel vast.
Of laat de kinderen op een (vaat)doekje gooien, geen dobbelsteenherrie!

Boekentips voor rekenen met kleuters

Het Cijferwinkeltje
Ken je 'Het Letterwinkeltje' van Marianne Busser en Ron Schröder? Zij hebben nu een nieuw boek geschreven: 'Het Cijferwinkeltje'! Een gezellig, vrolijk boek met mooie illustraties, boordevol cijfers. Leuk voor in elke kleuterklas en natuurlijk ook voor groep 3.



Het Cijferwinkeltje ziet er op het eerste gezicht heel vrolijk uit, met mooie heldere kleuren. Wanneer je het boek openslaat kom je in het Cijferwinkeltje van oma Blom terecht. In dit winkeltje is vanalles te zien. Op elke bladzijde staat een leuke telopdracht, waarbij de kinderen allerlei dingen op die bladzijde moeten zoeken en tellen. Daarnaast zie je overal cijfers en andere dingen die met rekenen en tellen te maken hebben, zoals een klok, dobbelstenen, een rekenrek, hinkelmat...
Daarnaast komen ook de rekenbegrippen in dit boek aan bod. Wat is het grootst? Waar zie je er meer? Wat is de helft? Wie zit er boven en wie zit er onder? Ook leren de kinderen eenvoudige sommetjes maken.
Je kunt met het boek dus alle kanten op en de kinderen zullen er zeker van leren!

Door het lezen van dit boek wordt rekenen nóg leuker!

Want - zegt oma - op de wereld
dat kan ik je wel voorspellen
zou ontzettend veel verkeerd gaan
als geen mens zou kunnen tellen...

Het verhaal is wel wat lang, zeker voor de jongste kleuters. Hierom en omdat er zóveel te zien is in het boek, is het fijn om het boek aan een klein groepje kinderen aan te bieden. Het is ook mogelijk het boek eerst aan de hele groep voor te lezen en het boek later in kleine groepjes uitgebreider te bekijken en alles te tellen.
Voor groep 2 en groep 3 is het boek goed te gebruiken en... wat is er leuker dan na het voorlezen van dit boek een echte letterwinkel in de klas te maken!

Bij het boek zit een cd met cijferliedjes.

Jonge kinderen leren rekenen - Tussendoelen Annex Leerlijnen door het TAL-team.
In dit boek staan de leerlijnen beschreven voor het jonge kind, van de voorschoolse periode t/m groep 4. Daarnaast staan er een aantal voorbeelden en ideeën voor activiteiten in het boek die bruikbaar zijn in je eigen groep.

Spelend rekenen met peuters en kleuters
Spelend rekenen slluit aan bij de behoefte van leidsters en leerkrachten om de reken-wiskunde ontwikkeling van kinderen door spel te stimuleren. De rekenroutines kunnen binnen elke visie of werkwijzen worden ingezet.

Een gat in mijn emmer - Ingrid en Dieter Schubert
In dit boek komen bouwen en construeren en het ontwikkelen van een maat naar voren. Beer wil de platen water gaan geven, maar ontdekt dat er een gat in zijn emmer zit. Hoe lost hij dit op?

Ik wil die! - Imme Dros en Harrie Geelen
Ella mag nieuwe schoenen gaan kopen. Ze kiest veel te kleine schoenen uit. Dit prentenboek kan aan een activiteit over meten gekoppeld worden.

Waar is Dikkie Dik? - Jet Boeke
Dikkie Dik speelt verstoppertje. Hij telt tot 10 en later tot 20.

 

Educatieve rekenspelletjes

Onderstaande spelletjes zijn goed voor het inzicht. Het zijn echte denkspelletjes. De spelletjes bevatten opdrachtkaartjes die de leerling moet voltooien. De kaartjes zijn er voor beginners, gevorderden en experts. De spelletjes kunnen door één leerling gespeeld worden, maar natuurlijk kunnen meerdere leerlingen hier ook samen aan werken. Laat de hersens maar eens kraken en pas op dat je niet aan deze spelletjes verslaafd raakt! 

Een spelletje kopen? Scroll naar onder voor de links.

- Rush hour: rijd de rode auto van het spelbord. De overige auto's mogen alleen verschoven worden, niet opgetild!

- Rush hour Safari, variant op bovenstaand spel, maar dan met dieren i.p.v. auto's.

- Tipover: Het doel van dit puzzelspel is de tuimelaar van de startkrat naar de finishkrat te helpen, zonder dat hij moet springen of de grond raakt. Je moet daarbij gebruik maken van het kantelen van de kratten.

- River Crossing: door het handig verleggen van planken de wandelaar naar de overkant van de rivier brengen.

- Hide & Seek: Laat precies de aangegeven dieren uit het oerwoud komen, niet meer en niet minder.Bij dit spel zitten opdrachtkaartjes die aangeven welke dieren tevoorschijn moeten komen.

 

Tellen & getalbegrip
- Lesideeën voor rekenen met kleuters -

Tellen en getalbegrip

De leerlijn voor tellen:
* Akoestisch tellen (= hardop tellen, bijv. in een versje)
* Synchroon tellen (= de telnamen gelijktijdig met het één voor één aanwijzen van de voorwerpen opnoemen)
* Resultatief tellen (= het tellen van een aantal voorwerpen met als doel de hoeveelheid van dit aantal te bepalen)
* Verkort tellen (= een vorm van resultatief tellen waarbij alle voorwerpen niet meer één voor één geteld worden)


Robbie de rover
Deze activiteit kan in de kring gedaan worden, met een groepje kinderen of in tweetallen.
Leg een aantal blokjes op tafel of in de kring. Wijs een rover aan. De kinderen doen de ogen dicht. De rover haalt een aantal blokjes weg. Hoeveel blokjes zijn verdwenen?
In plaats van blokjes kunnen ook andere materialen gebruikt worden, die aansluiten bij het thema waar je op dat moment mee bezig bent.

Toverbekertje
Leg een aantal voorwerpen, bijv. heel kleine blokjes in de kring. Pak een bekertje. Hoeveel blokjes liggen er op tafel? Houd de beker boven de blokjes en zet hem op een aantal blokjes. De kinderen mogen gewoon kijken. Hoeveel blokjes zie je nog liggen? Hoeveel blokjes zitten er nu onder de beker? Hoe kun je dat weten? Kijk onder de beker. Klopt het?

Telefoonnummers in de kring
Alle kinderen in de kring krijgen, op volgorde, een nummer toegewezen. Dit kan één kind doen. De kinderen moeten hun nummer goed onthouden. Dan wordt er één kind gebeld. Dat kind mag gaan staan en een kort gesprekje voeren. Daarna wordt er een ander nummer gebeld. Als er niets gebeurt, kunnen de kinderen gaan tellen wie er op had moeten nemen. Hoe tellen de kinderen? Beginnen ze vooraan bij nummer 1? Tellen ze door of weten ze dat hun buurman/buurvrouw dat nummer heeft?
Dan mag een ander kind de nummers uitdelen. Het kind moet bij iemand anders beginnen. Hé, nu heb je weer hetzelfde aantal nummers, hoe kan dat?? En wat gebeurt er als er iemand weg gaat? Of als er 2 kinderen weg gaan?
Nu geven we de eerste persoon wel telkens nummer 1, maar er gaat een kind weg. Wat gebeurt er? Vanaf waar worden de nummers anders? Hoeveel nummers hebben we minder?

7 Zoete zuurtjes in een fles
Nodig: een doorzichtige fles of pot en 10 zuurtjes.

Stop 7 zuurtjes in de fles/pot. Vraag de kinderen hoeveel ze denken dat erin zit. De kinderen moeten schatten. Ze mogen (nog) niet aan de fles komen. Waarom denken de kinderen dit? Kan het ook 100 zijn? Nee, waarom niet? Kan het dan 1000 zijn? Hoeveel zou dat zijn?
Hoe kunnen we nu echt tellen of het er ..... zijn? (Uit de fles halen).
Stop de zuurtjes één voor één terug in de fles. Tel ze met de kinderen. Lees daarna het volgende versje voor:

Zeven zoete zuurtjes in een fles,
maar ééntje rolde in de goot, nu zijn het er nog maar...
Zes zoete zuurtjes. Daar kwam een heel oud wijf,
die heeft er eentje weggepikt. Toen waren er nog...
Vijf zoete zuurtjes. Toen kwam mijn nicht Marie,
die heeft er twee gekregen. Toen waren er nog...

Drie zoete zuurtjes. Toen kwam de kruidenier,
die bracht voor mij een zuurtje mee, toen waren er weer...
Vier zoete zuurtjes, en toen kwam tante Mien,
die deed zes zuurtjes in de fles en toen waren het er...

Tien zoete zuurtjes, ik at ze allen op,
nu is het hele flesje leeg. Nou heb ik er geeneen.

Laat de kinderen het raadseltje iedere keer oplossen en de handeling uitvoeren.
Tenslotte heb je 10 zuurtjes uit de fles gehaald. Hiermee kun je een afsluitend spelletje spelen. Leg de 10 zuurtjes in de kring. De kinderen doen de ogen dicht. Haal een paar zuurtjes weg. Hoeveel zijn er weg? Hoe weten de kinderen dat? Laat de verschillende manier van rekenen/tellen aan bod komen.

Verdelen
Met verdelen zijn ook allerlei leuke opdrachtjes te bedenken. Denk aan het verdelen van een chocoladereep. Is er genoeg voor de hele klas? Waarom wel/niet? Hoeveel blokjes zijn er? Hoe kun je de reep eerlijk in tweeën verdelen? Nu zijn er 3 kinderen. Hoeveel krijgen ze elk? En als er 5 kinderen zijn?
Als ik het zo verdeel, is dat dan eerlijk? Wie heeft er meer/minder? Wat is het meest?

In de winter is het leuk om een broodkorst in stukjes te breken. Ik heb 1 broodkorst, maar er zijn 10 vogeltjes die honger hebben. Hoe lossen we dat op? Laat de kinderen vanalles bedenken. Als een kind met breken komt, vraag je hoe je dat dan eerlijk kunt doen? Eerst in 2 stukken etc.
Als je 10 stukjes hebt: en wat nou als er 20 vogeltjes komen? Kunnen alle kinderen in de klas ook een stukje brood krijgen? Hebben we dan genoeg. Probeer het maar uit! Geef iedereen een stukje en kijk of het genoeg is. Wie heeft er meer? Wie heeft er niks? etc.  

Het rekenmonster
Knutsel van een schoendoos een leuk rekenmonster met een slurf van een wc-rol.
Het monster heeft zo'n honger! Kunnen de kinderen hem 5 .....(bijv. macaroni) geven? En dan nog 1? Hoeveel zit er nu in zijn buik? En als je er nog 1 bij doet? Nu wil het monster 10 dingen in zijn buik hebben. Hoeveel moet er nog bij?
Bedenk op die manier allerlei eenvoudige "sommetjes".

 

Dropjes tellen
Leg 2 rijen van 10 dropjes op tafel. Kunnen de kinderen al synchroon tellen? Laat ze maar eens tellen hoeveel dropjes er liggen. Kunnen ze ook al resultatief tellen? Tel de eerste rij dropjes en vraag even later hoeveel dropjes er in totaal liggen. Beginnen de kinderen eerst opnieuw bij rij 1 of tellen ze door vanaf rij 2?

Stekelvarken
Doel: overzien van hoeveelheden tot 10
Eén kind, het stekelvarken, ligt als een bolletje, op handen en kniën in de kring. Het kind mag niet kijken! Naast het kind liggen 10 wasknijpers. De leekracht wijst kinderen aan die, om de beurt, heel stil een wasknijper op de rug (op de trui) van het kind mogen plaatsen. Dan mag het stekelvarken raden hoeveel stekels er op zijn rug zitten. Het stekelvarken mag kijken hoeveel wasknijpers er nog op de grond liggen.

De reus en kabouter in het getallenbos
In het getallenbos wonen een reus en een kabouter. De kabouter is klein en kan niet zo snel lopen. Hij zet kleine stapjes. 1, 2, 3, 4 enz. Loop door het bos en speel de kabouter. Wie kan dat ook? Wie kan tot 10 lopen? En weer achteruit, terug naar je huisje? Wie kan tot 20 lopen? Wie kan vanaf 5 verder lopen? etc.
Dan komt de reus. Boem, boem, boem. De reus loopt met grote stappen door het bos. Beeld de reus uit. De reus loopt met sprongen van 2, 5 of 10. Ligt eraan wat het niveau van de kinderen is. 2, 4, 6, 8, 10, daar komt de reus. Wie kan dat ook? En kun je ook verder gaan vanaf 4? enz. Laat de kinderen maar lopen!

Spelen met cijfers - op de juiste volgorde in de kring komen zitten
Geef alle kinderen een kaartje met een cijfer erop. Bijvoorbeeld van 1 t/m 20. Als een getal te moeilijk is voor een kind, zeg je welk cijfer het kind heeft. Nu moeten de kinderen met hun cijfer in de kring komen zitten. Jij wilt cijfer 1 naast je hebben en cijfer 20. Laat de kinderen het maar regelen. Zou het lukken?
In de kring kun je allerlei spelletjes met de cijfers doen. Bijvoorbeeld de cijfers op volgorde in de kring leggen en er telkens één wegpakken wanneer de kinderen de ogen dicht hebben. Welk cijfer is weg?

Cijfers herkennen - kleine kring/ gezelschapsspel
Nodig: Dobbelsteen, fiches, 5 tot 10 plaatjes van iets dat met je thema te maken heeft, bijv. met Sinterklaas juten zakken, met Kerst kerstbomen, met feest ballonnen. In elk van de plaatjes schrijf je een cijfer, 1 t/m 5 of 10.

Dit spel speel je met een groepje van ongeveer 5 kinderen. Geef elk kind een plaatje met cijfer. Gebruik de cijfers 1 t/m 5 of 5 t/m 10.
Om de beurt gooien de kinderen met de dobbelsteen. Het kind met het plaatje met het cijfer erop dat gegooid is krijgt een fiche( het kind moet het dus vaak aan een ander kind geven).
Zo gaat dit een paar rondes en dan kijken wie heeft de meeste fiches.
De kinderen leren zo de cijfers, aantallen, samen spelen, tegen hun verlies kunnen, rekenbegrippen, meer-minder.
Een idee van juf Marga



Groepjes maken
Zorg voor veel ruimte, bijv. de speelzaal, of schuif alle stoelen in de klas aan de kant.
De kinderen lopen door de ruimte. Dan noem je een getal. De kinderen vormen groepjes van het genoemde aantal. Als iedereen in het groepje staat, mogen de kinderen weer vrij rondlopen.
Iemand te weinig om een groepje te maken? Ga er dan zelf bij staan en laat de groepsknuffel invallen.
Laat de kinderen zo groepjes maken van verschillende aantallen.

Extra moeilijk: Noem de aantallen niet, maar laat cijferkaartjes zien.
Variatie: Steek een kaartje met de dobbelsteen- of turfnotatie omhoog.

Telspelletjes tijdens de werkles
Bij het tabblad 'downloads' op deze pagina vind je allerlei leuke en leerzame tel- en rekenspelletjes die de kinderen tijdens de werkles kunnen spelen.


Een leerling uit groep 1 speelt 'Tel en Kleur'.

Hoe oud ben jij?
Alle kinderen krijgen de opdracht in de klas iets te zoeken wat laat zien hoe oud ze zijn. Ze mogen niks opschrijven!
De kinderen zullen met dingen komen zoals:
5 voorwerpen
6 stippen op een dobbelsteen
het getal 6 op je trui
5 blokken uit de bouwhoek
het getal 5 aan de cijfermuur enz.
Daarna kun je met deze getallen een activiteit doen, zoals vergelijken op welke manieren je een hoeveelheid aan kunt geven (aantal, cijfer).

Getaldozen
Kies het getal waar je de getaldoos van wilt maken. In dit voorbeeld is dat 4. Neem een kleine schoendoos en teken hier vier stippen op met daarnaast het cijfer 4. Zoek kleine spullen om in de getaldoos te doen. Dit moeten er telkens 4 zijn: 4 kralen, 4 wasknijpers, 4 ballonnen, 4 kaartjes, 4 blokken enz.
Gooi de doos om in het midden van de kring. Laat een kind iets pakken en de dingen die hetzelfde zijn zoeken. Zo heb je er telkens 4.
Hoger niveau: Maak een doos van 4 en een doos van 6. Zorg ervoor dat er in de doos een paar dingen hetzelfde zijn, maar ook veel dingen anders. Stel: er zitten in beide dozen rietjes. Gooi beide dozen om op tafel. Nu heb je niet 4 of 6 rietjes, maar 10 rietjes!! Vraag de kinderen hoe je dit op kunt lossen. Ze kunnen niet alle 10 in één doos!
Zo kun je meer variaties bedenken en dozen maken voor de getallen 1 t/m 10.

Tellen met de trom
De leerkracht heeft de trom vast. De kinderen tellen mee op het ritme van de trom. Sla eerst telkens 5 keer. De kinderen tellen mee. Begin met een normaal tempo, sla daarna heel snel of heel langzaam, heel hard of heel zacht. Het tellen van de kinderen wordt daarop aangepast.
Daarna kun je tot 10 gaan tellen. Wanneer dat goed gaat tot 15 en misschien zelfs tot 20!
Kunnen de kinderen ook afwisselend hard en zacht tellen? De 1 heel hard, de 2 zacht, de 3 hard, de 4 zacht enz.
Spelletje: de kinderen doen de ogen dicht. De leerkracht slaat een aantal keer op de trom. Hoe vaak is er geslagen?

Pakken tot je plakt
Zet een lage tafel in de kring. Leg daar 12 verschillende, niet te grote voorwerpen uit de klas op. Bijv. een blok, een pen, een knuffeltje..
Eén kind gaat naar de gang. Met de klas spreek je een voorwerp af dat 'plakt'. Laat één kind dit voorwerp even aanwijzen.
Dan komt het kind van de gang terug. Hij/zij probeert zoveel mogelijk voorwerpen te pakken, zonder het plakkende voorwerp aan te raken. Doet het kind dit wel, dan roept de klas 'plakt!'
Samen met de kinderen tel je hoeveel voorwerpen het kind gepakt heeft. Hoe meer, hoe beter. Schrijf het aantal op door middel van stippen of streepjes. Schrijf er eventueel het cijfer ook bij.
Stel het kind vragen: hoeveel had je er als je er nog 1 bij gepakt had? En als je er 1 minder gepakt had? Wie heeft de meeste dingen gepakt?
Het is ook leuk om, wanneer het kind voorwerpen pakt, al met de hele klas te tellen. 1, 2, 3, 4, 'plakt'! Op deze manier telt iedereen mee!

De straat van 10
Maak met de kinderen een straat van 10. Hierbij is zoveel mogelijk 10: 10 huizen in de straat, de huizen zijn gebouwd van 10 blokken, 10 auto's, 10 bewoners, 10 bloemen in elke tuin, 10 bomen in een tuin, 10 kippen in een tuin, 10 struiken in de berm, 10 strepen op de weg enz. enz.
Geef de kinderen rekenopdrachten bij deze straat. Rekenopdrachten met optellen en aftrekken tot 10, het maken van bouwtekeningen, het natekenen van de huizen, het maken van groepjes, turven enz.
Als er een tijdje met de straat van 10 gewerkt is kan de straat omgetoverd worden tot een straat van 20. Doe alsof de burgemeester de kinderen een brief heeft geschreven waarin hij om uitbreiding van de stad vraagt. De huizen moeten groter worden en de straat moet verlengd worden. Nu kun je allerlei opdrachten bedenken rondom het rekenen tot 20.

Vingers flitsen
Laat kort een aantal vingers zien en houd ze dan achter je rug. Hoeveel vingers zagen de kinderen? Flits een heleboel keer. Vraag de groep wie het weet en geef kinderen individueel beurten.
Gebruik eventueel getalkaartjes. Zoek het getal dat geflitst werd en leg het zichtbaar in de kring. 

Getallenmemory
Een spannend spel voor in de kring! Zorg voor cijferkaarten t/m 10 en kaarten met een aantal ballonnen, stippen o.i.d. erop van 1 t/m 10. (Schatkist heeft deze kaarten bij de cijfermuur zitten).
Laat de kaarten zien en vraag de kinderen hoeveel erop staat.
Leg alle kaarten op z'n kop, door elkaar, in de kring. Eén kind mag rustig twee kaarten (één voor één) omdraaien. De kinderen mogen er even naar kijken. Passen deze kaarten bij elkaar? Als een kind een getal nog niet kent, mogen de andere kinderen helpen.
Als het goed is, mag het kind deze kaarten vasthouden en is een volgend kind aan de beurt. Als het niet klopt, worden de kaarten omgedraaid en mag een ander kind proberen.

Rangtelwoorden
Zorg voor 5 kopjes of bekers (koffiekopjes uit de personeelskamer bijv.).
Zet de kopjes of bekers in de kring. Hoeveel zijn het er? Zet ze in een rij. Spreek met de kinderen af welke de eerste is, welke de tweede enz.
Nu moeten de kinderen de ogen dicht doen. Jij verstopt iets onder één van de kopjes. De kinderen mogen weer kijken. Vraag wie denkt dat het voorwerp onder het eerste kopje zit? Wie denkt onder het tweede kopje? Wie denkt onder het derde? etc.
Of vraag een kind onder welk kopje hij/zij denkt dat het voorwerp zit. Zo oefenen de kinderen de rangtelwoorden.

Telspel in de kring
De kinderen zitten in de kring op hun stoel. De stoel van de leerkracht staat ook in de kring en wordt eventueel laag gezet. We tellen steeds van 1 t/m 10 en daarna weer terug. Meestal zeggen we als laatste bij het terugtellen de nul erbij. De leerkracht noemt een getal en bij dat getal schuift iedereen een stoel naar rechts. Het cijfer komt bij het tellen 2 keer voorbij; op de 'heenweg' en op de 'terugweg'. Kinderen herhalen zo op een speelse manier de telrij tot 10 en terug vele malen. Als laatste noemt de leerkracht het getal 0. Bij dat getal moet iedereen weer naar zijn eigen stoel terug. Omdat dit getal alleen aan het eind wordt genoemd werkt dit prima.

Ingestuurd door Antoinette

 

Meten & meetkunde
- Lesideeën rekenen met kleuters -

Meten

Meten = het met meetgetallen beschrijven van de wereld.
Spelenderwijs en door aangeboden activiteiten leren kinderen meten. Zij doorlopen daarbij de volgende fasen:
- vergelijken en ordenen (waar kan meer in, welke is langer?)
- meten met een maateenheid/afpassend meten (stap, voet, enz.)
- werken met een meetinstrument/standaardmaat (bijv. liniaal)

Begrippen bij vergelijken en ordenen:
Seriëren = op volgorde leggen, ordenen van bijv. groot naar klein
Classificeren = verzamelen op kenmerk
Ordenen = groepjes maken

Vergelijken en ordenen

Seriëren - willekeurige voorwerpen
Verzamel een aantal voorwerpen van verschillende grootte. De kinderen moeten ze op volgorde leggen, bijv. van groot naar klein of van klein naar groot of van dik naar dun en van dun naar dik etc.
Dit kan ook gedaan worden met het speelleermateriaal "Seriant".

Seriëren - 3 op een rij
Maak een rijtje van 3 kinderen. De kinderen staan achter elkaar. 
Geef de groep opdrachten, zoals "het middelste kind moet op de hurken gaan zitten, wie is dat?" "Het eerste kind loopt naar de deur en terug, wie is dat?" Het laatste kind..." "Het tweede kind..." etc.
Maak daarna een nieuw rijtje van 3 kinderen en geef weer opdrachten.
Als dit goed lukt, kun je de rij steeds langer maken en zo ook de rangtelwoorden oefenen.

Seriëren - takjes uit de schooltuin
Geef elk kind de opdracht buiten, op de speelplaats of in de schooltuin, 1 tak te zoeken. (Als er rondom de school geen takjes te vinden zijn, laat de kinderen dan bijv. allemaal een kleurpotlood pakken). 
De kinderen gaan met hun tak in de kring zitten.
Wie heeft er een grote tak gevonden? - Wie heeft een lange tak gevonden?
Wie heeft een kleine tak gevonden? - Wie heeft een korte tak gevonden?
Wie heeft een dunne tak? Wie een dikke tak?
We gaan de takken seriëren van groot naar klein / lang naar kort.
Eén kind mag zijn/haar tak in de kring leggen. Dan mag het volgende kind zijn/haar tak erbij leggen. Is deze tak kleiner of groter? Waar moet hij dan liggen? Vervolgens is het derde kind aan de beurt. Bekijk telkens met de klas waar de tak moet liggen. Soms zal er een tak tussen de takken moeten die er al liggen. Hebben de kinderen dit in de gaten? Kan de groep een rij van lang naar kort maken? Zijn er ook takken evenlang of evenkort?
Hoeveel takken liggen er nu in de kring? Hoeveel kinderen zitten er in de klas?
Zijn er kinderen die het aantal kinderen niet gaan tellen, maar dit a.d.v. het aantal takken meteen weten?
Tenslotte kun je de kinderen hun tak weer laten pakken en 3 takken met elkaar gaan vergelijken en op volgorde leggen, of je laat de rij takken liggen, de kinderen doen de ogen dicht en jij pakt er één tak tussenuit. Je maakt de rij netjes. De kinderen kijken. Wie kan de tak op de juiste plaats in de rij leggen?

Seriëren - Babuschkapoppetjes
Als je thuis of op school babuschkapoppetjes hebt, is het leuk om hier een activiteit mee te doen. Je kunt de kinderen vragen stellen zoals:
Welk poppetje is het grootst?
Welk poppetje is het kleinst?
Zoek de poppen die even groot zijn.
Zet de poppen in een rij van groot naar klein.
Welk poppetje is groter/kleiner dan dit poppetje?
Hier zijn 2 poppetjes, welke hoort er tussenin?

Classificeren en ordenen - logiblokken
Nodig: logiblokken
Bespreek aan de hand van logiblokken verschillende vormen en kleuren. Vraag de kinderen welke vorm ze zien en leg uit waarom de vorm zo heet: een driehoek heeft drie hoeken, tel maar mee!
Leg een aantal hoepels in de kring. Leg daar een paar logiblokken in, bijvoorbeeld in elke hoepel een andere kleur. Vraag de kinderen hoe de blokken gesorteerd zijn en laat ze er blokken bij leggen. Laat de kinderen telkens de kleur benoemen.
Daarna sorteer je de blokken op vorm, grootte of dikte en laat de kinderen er weer blokken bijleggen.
De logiblokken liggen in de hoepels. Geef de kinderen opdrachten: breng mij een blauw vierkant, pak 2 cirkels, geef iets roods, zet je voet op een rode blok, leg je elleboog op een geel vierkant, raak met je duim een blauwe cirkel aan enz.

Vorm en kleur - Zoek iemand die...
Nodig: logiblokken
Een leuke start of juist afsluiting van een activiteit met de logiblokken:
Geef alle kinderen uit de groep een logiblok. Geef ze vervolgens de opdracht iemand te zoeken die hetzelfde kenmerk van logiblok heeft als zij zelf. De leerkracht bepaalt het kenmerk, op vorm, op kleur of op dikte. Dus geef de opdracht: "zoek iemand die dezelfde vorm heeft als jij en ga bij elkaar staan". De kinderen gaan op zoek en langzaam ontstaan er groepjes kinderen met hetzelfde kenmerk. Misschien hebben 2 kinderen hetzelfde, misschien wel 4. Als alle kinderen een maatje of meerdere maatjes gevonden hebben, kijk je met de hele groep of het klopt. Iedere groep mag zijn kenmerk noemen en laten zien.

Vormen ervaren
Nodig: Een aantal voorwerpen met een duidelijke vorm waar je er 2 van hebt, bijv. 2 grote knikkers, 2 vierkante bouwblokken, 2 driehoekige voorwerpen en 2 rechthoekige voorwerpen, bijv. balken uit de bouwhoek.
Verschillende rechthoekige, kartonnen dozen waar de voorwerpen in passen.
Van elk voorwerp zet je er één voor de klas en de andere voorwerpen stop je in dozen. Vertel de kinderen dat alle voorwerpen die ze zien ook in de dozen zitten. Zij moeten raden wat in welke doos zit.
Geef de dozen één voor één de kring rond. Laat de kinderen ermee schudden, de dozen op en neer bewegen, op de kop houden, luisteren enz. enz. Wat hoor je? Welke vorm zou het voorwerp hebben? Kan het rond zijn? Waarom wel/niet? Wat kan iets dat rond is wel en iets dat vierkant is niet?
Stel allerlei vragen en laat de kinderen onderzoeken en ontdekken.

Classificeren en ordenen - knopen
Met knopen kun je leuke classificeer-, sorteer- en ordenspelletjes doen. Nodig: veel knopen, allerlei soorten
Leg een knoop in de kring. Hoe ziet deze knoop eruit? Vertel de kinderen dat ze gaan leren knopen te 'sorteren' - knopen in groepjes te leggen.
Pak nog een knoop. Past deze knoop bij de knoop die al in de kring ligt? Waarom vinden de kinderen van wel of niet? Past de knoop erbij, leg hem er dan naast, past hij er niet bij, leg hem op een andere plek in de kring. Pak zo telkens een knoop en leg hem bij een groepje of apart. Herhaal hoe de knopen eruit zien, waarom een knoop bij een groepje hoort of juist niet.
De kinderen gaan na deze activiteit in groepjes aan tafel zitten. Ze krijgen per groepje een heleboel knopen. Deze gaan ze sorteren, maar... anders dan zojuist in de kring. Heb je de knopen in de kring op aantal gaatjes gesorteerd, dan moeten de kinderen nu iets anders bedenken! Laat ze zelf op ideeën komen. Er is van alles mogelijk (kleur, vorm, doorzichtig of niet, grootte).

Na de sorteeractiviteit wilden een aantal kinderen tijdens de werkles verder gaan met sorteren. Ze hebben ontzettend veel dezelfde knopen bij elkaar gezocht.

Classificeren en tellen - de schoenenwinkel
Laat alle kinderen de schoenen uitdoen en leg ze op een grote hoop. Doe nu allerlei activiteiten met de schoenen. Ga ze bijvoorbeeld tellen en kom dan tot de conclusie dat er iets niet klopt. Er zitten 20 kinderen in de klas en er liggen 40 schoenen? Dat kan toch helemaal niet! Weten de kinderen hoe dit kan?
Hoeveel veterschoenen liggen er? Hoeveel paar veterschoenen zijn dat?
Hoeveel laarsjes liggen er? Hoeveel schoenen met klittenband en hoeveel sandalen? enz. Classificeer door de schoenen op kenmerk bij elkaar te leggen.
Na het tellen kun je de schoenen met de kinderen gaan seriëren. Welke schoenen zijn groot of hoog? Welke schoenen zijn kleiner of laag? Maak rijtjes van hoog naar laag of van groot naar klein. Hiervoor moeten de kinderen de schoenen goed tegen elkaar houden en meten welke het grootst is of welke het kleinst.
Tenslotte mogen de kinderen de paren schoenen bij elkaar zoeken zodat alles weer klopt.
Als afsluiting is een raadspelletje leuk. Je beschrijft een paar schoenen en de kinderen moeten raden over welk paar jij het hebt of je houdt een paar schoenen omhoog en de kinderen moeten raden van wie dit paar is. (De eigenaar mag uiteraard niks verklappen!)

Classificeren - overeenkomsten en verschillen
Zoek telkens 2 materialen op die iets met elkaar te maken hebben, maar ook verschillend zijn. Bespreek met de kinderen de overeenkomsten en verschillen van elk paar. Bijv. een poes en een hond: beide zijn huisdieren, maar ze zien er anders uit, maken een ander geluid, eten wat anders. Een pen en een potlood: met beide kun je schrijven, maar in de pen zit inkt, in het potlood niet.
Een beker en een bord: je heb ze allebei nodig voor het ontbijt. Een bord is plat, je kunt er iets opleggen, een beker is hoger en je kunt er iets indoen.

Classificeren - draden van wol
Een spelletje met wol. Hiervoor heb je draden nodig van verschillende kleuren, lengtes en diktes. Geef elk kind een draadje.
Geef de kinderen vervolgens opdrachten, zoals de draden op kleur sorteren, de draden op lengte sorteren, de draden op dikte sorteren.
De draden op 2 of 3 kenmerken sorteren, zoals dik en rood, lang en blauw.
Iemand zoeken die en even lange draad heeft, iemand zoeken die een kortere draad heeft.
Meetopdrachtjes met de draad, zoals: past hij om je hoofd? Past hij om je arm? En om je buik?

Meten

Meten - meet de school
Vertel de kinderen een verhaaltje als inleiding op deze activiteit. Bijvoorbeeld dat er een schilder komt die wil weten hoe groot de school is, omdat hij de buitenmuur gaat verven.
Hoe kun je weten hoe groot de school is? Hebben de kinderen een idee? Verzamel ideeën en ga ze uitproberen! Bijvoorbeeld een lange rij van kinderen maken, tegen de muur aan gaan staan en kijken hoe ver je komt. Een bol wol pakken, deze helemaal uitrollen en kijken of hij om de school heen past. Lukt dit? Hoeveel kom je te kort? Lukt het met 2 of 3 bollen wol?
Stappen zetten om de school, tellen hoeveel stappen je zet.
Als de school heel groot is kun je een deel nemen, bijv. een stuk buitenmuur van het eigen klaslokaal, een schuurtje e.d.

Meten - in het klaslokaal
Laat de kinderen vanalles in het klaslokaal opmeten met behulp van een stuk touw, een liniaal, hun handen etc.
Wat hebben ze gevonden wat heel lang was? Wat was kort? Wat is ongeveer net zo lang als 3 handen? Wat als 1 hand? Wat als 10 handen?

Meten - meet jezelf
Meet de kinderen in de klas. Zet ze naast elkaar, maak een rij van groot naar klein, laat de kinderen schatten wie het grootst is etc.
Plak een stuk behang tegen bijv. een deur en laat alle kinderen er tegenaan staan. Zet een streepje bij hoe groot het kind is + de naam van het kind. Zo zien te kinderen op één vel de hele klas en kunnen ze vergelijken.

Meten - het tovertouw
Zorg voor een touw van een meter of 5 lang (bijvoorbeeld een springtouw).
Het touw ligt in de kring. Je vertelt dat je 's morgens wakker werd en dat het touw naast je bed lag. Er zat een briefje bij, waarop stond dat het touw een tovertouw is. Het touw kan praten als je het levend maakt!
Daarvoor moet je de volgende toverspreuk zeggen:
1 Stap naar voren, 2 stapjes terug
kruip onder het touw door en dan weer terug
touw, touw, tovertouw, spreek je nou?
Laat één leerling tijdens dit versje onder het touw doorkruipen.
Het touw begint te praten en doet allerlei uitspraken m.b.t. meten, zoals:
- ik wed dat ik langer ben dan de juf/meester
- ik wed dat ik langer ben dan alle kinderen uit de klas op een rij
- ik wed dat ik om het rode groepje heen kan
- ik wed dat ik langer ben dan de verwarming
- ik wed dat ik om de hele school heel kan
- ik wed dat ik om de zandtafel heen kan etc.
Vraag de kinderen hoe we dit te weten kunnen komen. Laat een paar kinderen vervolgens meten. Lok zo allerlei meetactiviteiten uit.
Als afsluiting kun je vragen hoe lang het touw zou zijn. Hoe kun je dat weten?
In mijn klas kwamen de kinderen met ideeën als: meten met een liniaal, meetlat e.d. Er naast gaan liggen, 2 kinderen ernaast leggen, de juf ernaast leggen. Eén kind wist hoe lang ze was. Dit kind ging naast het touw liggen met een kind dat ong. even groot is.
Het touw meten met stappen.

Meetkunde

Meetkunde gaat om het begrijpen van de ons omringende ruimte.
De volgende aspecten zijn belangrijk bij de kleuters:
- oriënteren en lokaliseren
- construeren
- opereren met vormen en figuren

Oriënteren en lokaliseren

In de dierentuin
Zorg voor enkele plattegronden van een dierentuin of pretpark. Je kunt de kinderen ook zelf een plattegrond laten tekenen. Laat de kinderen een route tekenen in de plattegrond. Stel vervolgens vragen over de routes. Langs welke dieren/attracties kom je? Hoe lang zou het duren om jouw route te lopen? Wie heeft de kortste route, wie de langste? Hoe ver is het van… naar … Kom jij langs de …… als je de route volgt? Hoe kun je het snelst van …… naar ……? Etc.

Een route door de klas
Geef een kind aanwijzingen of laat de kinderen elkaar aanwijzingen geven voor het lopen van een route door de klas. Bijv.: zoek de kortste route naar de deur. Loop naar het bureau via de taalkast, langs hoeveel hoeken kom je als je naar de wasbak loopt? Loop de langste route naar de gang… etc.
Geef de kinderen de opdracht een plattegrond van de klas te tekenen.

Een plattegrond in de bouwhoek
Vaak heeft een kind iets gemaakt in de bouwhoek wat hij/zij graag wil laten staan. Je kunt hier een foto van maken ter inspiratie voor andere kinderen die later in de bouwhoek komen.

Ook kun je het kind vragen zijn bouwwerk te tekenen. Het kind maakt dan een plattegrond van zijn eigen bouwwerk. Ook kleuters kunnen al een eenvoudige tekening maken van hun werk.

Hang de plattegronden in de bouwhoek.

Blindemannetje
Blinddoek één kind. Dit kind gaat een route door de klas lopen. Vraag het kind van tevoren waar het graag naartoe geleid wil worden.

Vervolgens gaat het kind lopen. De kinderen in de klas mogen het kind niet vastpakken, maar geven mondelinge aanwijzingen, bijv. naar voor, links, rechts, naar achter, omlaag.
Maak tweetallen. Van elk tweetal doet één kind de ogen dicht of wordt één kind geblinddoekt. Het ene kind leidt de ander naar de afgesproken plaats.

In huis

Kamers in huis
Verzamel spullen die in een bepaalde kamer in huis thuishoren, zoals bestek uit de keuken, een das uit de hal, een wekker uit de slaapkamer enz.
Praat met de kinderen over de verschillende kamers in huis. Laat de kinderen vertellen over hun eigen huis. Hoe ziet hun huis eruit? Welke kamer vinden ze het mooist/leukst? Hebben ze thuis een zolder of kelder? Zijn alle huizen hetzelfde?
Leg vervolgens alle voorwerpen die je verzameld hebt op tafel of laat de kinderen ze één voor één uit een tas halen. Wat is het? In welke kamer hoort het volgens jou thuis? Sorteer de voorwerpen. Leg ze bij de juiste kamer. Sommige voorwerpen zullen niet voor alle kinderen in dezelfde kamer thuishoren. Praat hierover.
Als alle voorwerpen een plekje gekregen hebben, kun je een spelletje doen over het huis, bijvoorbeeld enkele raadsels.

Geluiden in huis
Neem geluiden op in huis. Zorg dat je geluiden uit allerlei kamers hebt, zoals de telefoon, de waterkoker, de computer, de wekker, een hamer, de klok, de tv, spelende kinderen enz. Laat de kinderen raden uit welke kamer het geluid komt. Gebruik hier eventueel een praatplaat van het huis bij, waar de kinderen naar kunnen kijken terwijl ze luisteren. Sommige geluiden kun je in meerdere kamers horen.

Ruimtelijke oriëntatie lotto
Groepeer de kaartjes van de ruimtelijke oriëntatie lotto in de kring. Op deze kaartjes staan plaatjes die voor, achter, onder, boven en in voorstellen. Laat telkens één kaartje zien, bespreek met de kinderen wat dit is (de kip staat voor het hek) en leg het kaartje in de kring. Zo ontstaan er 5 groepjes met kaartjes in de kring.

Vervolgens geef je alle kinderen één kaartje in hun hand. Geef de opdracht: zoek de kinderen die hetzelfde kaartje (begrip) als jij hebben. Nu gaan de kinderen zelf op zoek en maken ze groepjes die op, in, onder etc. vertegenwoordigen.

Blokkenbouwsels (innemen van een standpunt)
Midden in de kring staan enkele blokkenbouwsels opgesteld. De kinderen kijken uit hoeveel blokken de bouwsels bestaan. Wat denken de kinderen? Hoe komt het dat er verschillende antwoorden zijn? Laat de kinderen vertellen hoe ze geteld hebben. Vervolgens zoek je met de groep een manier om de blokken makkelijker te tellen (uit elkaar halen). Nu kun je goed zien hoeveel blokken het zijn.
Zo kunnen er meerdere bouwsels gemaakt worden en vragen gesteld worden.
Bekijk de bouwsels met de kinderen van verschillende kanten. Hoeveel blokken staan er bij jou voorop? En hoeveel bij jou? Ook dit kan verschillen.
Tenslotte is het volgende spelletje leuk om te doen: leg 10 blokken naast elkaar, een stukje uit elkaar, in de kring. De kinderen doen de ogen dicht. Jij haalt een blok weg. De hoeveelste blok is weg? De eerste, de tweede, de derde... ? Spreek wel even met de kinderen af welk blok nummer 1 is en welke nummer 10!

De fotograaf
Voorbereiding: maak verschillende foto’s van dingen/hoeken in je klas of van plekken in en rondom de school.
De kinderen gaan in tweetallen op zoek naar de plek waar de foto gemaakt is. Ze moeten via redeneren en voorstellen uitzoeken waar de fotograaf moet hebben gestaan om de foto te maken.

Construeren - Bouwen met blokken

Nabouwen
Leg enkele plattegronden van eenvoudige bouwwerken in de bouwhoek. De kinderen kunnen deze nabouwen. Zorg ook voor foto’s van gebouwen die ter inspiratiebron kunnen dienen.
In groep 3 kun je werken met plattegronden met hoogtegetallen.
Op o.a. deze site vind je bouwplattegronden. Je moet wel lid zijn van de Community 12.
http://digischool.kennisnet.nl/community_po12/abcvandesite/bouwen

Bouwen met aanwijzingen
Dit spelletje wordt door 2 kinderen gespeeld. Zorg voor 2 werkplekken en een tussenschot.
Eén kind maakt een eenvoudig bouwwerkje van maximaal 5 blokken. Het andere kind mag dit niet zien. Vervolgens gaat het kind wat een bouwwerk gemaakt heeft omschrijven hoe zijn/haar blokken staan. Het andere kind heeft ook 5 blokken en probeert aan de andere kant van het tussenschot hetzelfde bouwwerk te maken. Lukt dit?

Hoeveel blokken?
Midden in de kring staan enkele blokkenbouwsels opgesteld. De kinderen kijken uit hoeveel blokken de bouwsels bestaan. Wat denken de kinderen? Hoe komt het dat er verschillende antwoorden zijn? Laat de kinderen vertellen hoe ze geteld hebben. Vervolgens zoek je met de groep een manier om de blokken makkelijker te tellen (uit elkaar halen). Nu kun je goed zien hoeveel blokken het zijn.
Zo kunnen er meerdere bouwsels gemaakt worden en vragen gesteld worden.

Tenslotte is het volgende spelletje leuk om te doen: leg 10 blokken naast elkaar, een stukje uit elkaar, in de kring. De kinderen doen de ogen dicht. Jij haalt een blok weg. De hoeveelste blok is weg? De eerste, de tweede, de derde... ? Spreek wel even met de kinderen af welk blok nummer 1 is en welke nummer 10!

Opereren met vormen en figuren

Wat voor een doosje is dit?
Zoek van verschillende vormen doosjes telkens 2 dezelfde (bijv. 2 pakken hagelslag, 2 kleine doosjes thee). Haal 1 doosje uit elkaar, zodat je de uitslag van het doosje hebt. Het andere doosje laat je heel. Zet alle doosjes in de kring en leg de uitslagen er op z’n kop bij (anders zien de kinderen aan het opschrift al wat er in het doosje zat). Bij welk doosje hoort welke uitslag? Dit gaan we samen met de kinderen onderzoeken. Welk doosje zou bij deze uitslag passen? Waarom denk je dat? Welke vorm zou deze uitslag krijgen als je hem in elkaar vouwt? etc.

Vouw enkele uitslagen weer tot doosjes zodat de kinderen zien dat je van een plat stuk karton een doosje kan maken. Laat de kinderen tijdens de werkles zelf “kapotte” doosjes weer heel maken.

Tangrammen, mozaïek en vouwblaadjes
Laat kinderen figuren leggen met mozaïek of laat ze vlakken opvullen door vormen uit vouwblaadjes te knippen.

Wegen

De weegschaal (balans)
Nodig: een speelgoedweegschaal (balans), gewichtjes, voorwerpen om te wegen.
Zet de weegschaal in de kring. Vraag de kinderen wat dit is. Wie weet hoe dit heet? Wat kun je ermee doen?
Weeg gewichtjes. Welk gewichtje is het zwaarst? En het lichtst? Wat zal er gebeuren als....? Welk gewicht denk je dat het zwaarst is?
Stel zo allerlei vragen.
Zet één gewicht op de weegschaal. Wie kan iets vinden in de klas dat zwaarder weegt dan dit gewicht? Pak het voorwerp erbij en zet het op de weegschaal. Wie kan iets vinden dat lichter is dat dit voorwerp?
Hoeveel knikkers zouden we in de weegschaal kunnen leggen zodat de weegschaal in evenwicht komt?


Spiegelen, symmetrie en transformeren

Ontdekdoos spiegelen
Maak een ontdekdoos met allerlei materialen om te spiegelen. Denk hierbij aan:
spiegels, groot en klein, vergrootspiegel, lepel, 2 spiegels die in een hoek aan elkaar zijn getapet, blokjes en ander materiaal om te spiegelen, autospiegel, tandartsspiegel.

Doel: de kinderen laten experimenteren met spiegels, waardoor ze leren dat je met spiegels kunt verdubbelen als je in de spiegel kijkt. Je kunt ook dingen zien die je anders niet ziet, zoals jezelf.

Iin het kleuterdoeboek “Handen uit de mouwen” staan enkelen uitwerkingen van leuke ontdekdozen (bijv. magneten en water & zeep).

Licht en schaduw

Ontdekdoos licht & schaduw
Ook licht en schaduw is een zeer geschikt onderwerp om mee te experimenteren. Hier heb je voor nodig: een zaklamp, doorzichtig, gekleurd papier, een pot met water, een ontdekdoos met 2 gleuven aan de zijkant waar de lichtstralen van de zaklamp doorheen kunnen vallen.

Kijk voor proefjes met licht op: www.proefjes.nl

Meetkundige verhoudingen

Hokken voor dieren
Welk hok is voor welk dier? Bouw met blokken hokken voor dieren. Hierbij is het belangrijk te letten op de grootte van elk dier. Hoeveel ruimte heeft het dier nodig, hoe groot is het dier etc.

Hoe groot ben jij?
Hang een stuk behangrol op de deur. Hier gaan de kinderen om de beurt tegenaan staan. Meet alle kinderen op die manier.
Doe in de kring een activiteit waarbij je de lengte van kinderen vergelijkt. Kies 2 kinderen uit en vraag hoe we nu kunnen zien wie het grootst is? En wie is het grootst van de hele klas? Hoe kunnen we dat te weten komen? Wie is het kleinst? Kunnen we een rij maken van groot naar klein? Etc.

Madurodam
Zoek dingen in de klas die in het echt groter/kleiner zijn. Waarvan de verhoudingen dus niet kloppen. Hiermee kun je een mini-stad maken. Denk aan: dieren, auto’s, huizen van lego, playmobil.

Vooraan en achteraan
Zet de kinderen in een treintje en behandel de begrippen vooraan en achteraan. Wanneer dit makkelijk is, kun je ook "in het midden" behandelen. Laat de kinderen rijen maken met voorwerpen. Geef daarbij opdrachten: zet de auto vooraan, zet de blok achteraan.
Als afsluiting kun je met de kinderen een liedje zingen over een bus of trein. Laat de kinderen hierbij in een trein door de klas lopen. Wie loopt voorop? Wie loopt achteraan? Herhaal deze begrippen vaak.

 

Rekenen met kleuters - werkbladen, spelletjes en meer

Werkbladen

Bij verschillende thema's zijn werkbladen te vinden met zowel taal- als rekenactiviteiten in één download. Werk je met een thema? Kijk dan eerst of er bij jouw thema een tabblad 'werkbladen' of 'downloads' te vinden is.

Getalkaartjes

Getalkaartjes - hartjes
In deze download vind je de getallen 0 t/m 10 en kaartjes met daarop 0 t/m 10 hartjes. De kinderen leggen de kaartjes met de getallen bij de kaartjes met de juiste hoeveelheid hartjes.


--> Download cijfers & hartjes

--> Getalkaartjes herfst
--> Getalkaartjes herfst met aantallen
--> Getalkaartjes herfst (bladeren van The Very Busy Kindergarten)
--> Getalkaartjes Sinterklaas
--> Getalkaartjes Sinterklaas met aantallen
--> Getalkaartjes winter
--> Getalkaartjes Kikker
--> Getalkaartjes sprookjes - geitje Benjamin
--> Getalkaartjes Pasen
--> Getalkaartjes Igor Stippelkampioen

Activiteiten met de getalkaartjes

* In de juiste volgorde in de kring De kinderen zitten aan tafel. Iedereen krijgt een getalkaartje. De kinderen krijgen de opdracht om in de kring te komen zitten op de juiste volgorde. Getal 1 moet naast de juf zitten, daarnaast 2, dan 3 etc. en het laatste getal, getal nummer... zit ook weer naast de juf. De kinderen zullen naar je toe komen om te vragen waar ze moeten zitten. Vertel ze dat ze hulp mogen vragen van klasgenootjes. Jij zegt niks. Er zullen altijd kinderen zijn die gaan regelen.
Als iedereen zit vertellen de kinderen één voor één welk getal ze hebben en steken dit omhoog. Zitten we allemaal goed? Zo niet, welke kinderen moeten nog wisselen? Speel het spel nog een keer.

* De getallenrij De kinderen zitten in de kring. Jij hebt de getalkaartjes vast. Je laat een willekeurig kaartje zien en legt dit kaartje in de kring. Daarna laat je het volgende kaartje zien. Waar zou dit kaartje moeten liggen. Maak samen een getallenrij van alle kaartjes in de kring.

* Hoeveel is het? Koppel hoeveelheden aan de getallen. Leg een aantal getalkaartjes in de kring en leg hier voorwerpen bij. In de herfst leggen de kinderen eikels bij de getallen, met Sinterklaas pepernoten en met Pasen paaseieren.

* Wat is weg? Leg de getallen in de juiste volgorde in de kring. De kinderen doen de ogen dicht. Haal een getal weg of verwissel twee getallen. Kunnen de kinderen ontdekken wat er niet goed is?
Speel dit spel ook een keer met alleen de even of de oneven getallen.

* Wat is bedekt? Leg de getallen in de juiste volgorde in de kring. Gebruik een handpop waar de kinderen aan vertellen welke getallen ze zien. De handpop speelt een verstopspelletje met de kinderen. Hij gaat op één of meerdere getallen liggen. Welke getallen zijn bedekt?

* Spring! Maak een stapeltje van de getalkaartjes. Stop hier één kaartje tussen met daarop een kind dat de lucht in springt. Flits de getalkaartjes. De kinderen zeggen welk getal ze zien. Wanneer de kinderen het 'spring' kaartje zien, springen ze hoog de lucht in.
Variatie: spreek met de kinderen af dat het getal van de week het kaartje is waarbij ze mogen springen. Bijvoorbeeld elke keer als de kinderen de 5 zien, springen ze de lucht in.
--> Download de 'spring' kaartjes

* Rennen naar getallen Hang enkele getalkaartjes zichtbaar op in de speelzaal. Noem een getal of laat een hoeveelheid zien (bijv. door te flitsen met je vingers of door een getalbeeld op een grote dobbelsteen te laten zien). De kinderen rennen naar het getal dat ze zien.

* Groepjes maken De kinderen lopen door de speelzaal. Jij laat een getal zien. De kinderen vormen groepjes gelijk aan het getal dat ze zien.

* Getallenmemory Print de getalkaartjes twee keer uit. Leg ze op de kop in de kring en speel memory. Het is ook leuk om memory met de getallen en de bijbehorende hoeveelheden te spelen. Stop de getalkaartjes van de getallen 1 t/m 10 onder een bekertje en stop hoeveelheden, bijv. fiches onder bekertjes. Zoek het getal bij de juiste hoeveelheid.

* Zoek je maatje Print de getalkaartjes twee keer uit. De kinderen zoeken het kind met hetzelfde getal en gaan naast elkaar in de kring of op de grond zitten.
Variatie: Gebruik de getalkaartjes en kaartjes met daarop het getalbeeld (bijv. stippen of vingers die een aantal aangeven). De kinderen zoeken het getal bij het getalbeeld. Laat de kinderen ook eens van kaartje wisselen en speel het spel dan opnieuw.

* Verstoppertje Dit spel is vooral leuk wanneer de afbeeldingen op de getalkaartjes zich voor verstoppertje lenen, bijv. het verstoppen van paaseieren, de sprookjeskaartjes met daarop de 7 geitjes etc.
De kinderen zitten in de kring en hebben hun getalkaartje zichtbaar in de hand. De getallen staan in de juiste volgorde.
De kinderen doen de ogen dicht. Jij tikt één kind aan. Dit kind verstopt zich met het kaartje. Dan mogen de kinderen weer kijken. Welk getal is verdwenen? De kinderen moeten gaan tellen of naar hun eigen getal kijken en verder-/terugtellen om dit te weten te komen. Wanneer de kinderen een getal noemen kijken we of dit getal terug komt. Wordt het juiste getal genoemd, dan komt het kind dat dit kaartje heeft weer in de kring zitten.
Breid dit uit door meerdere kinderen in één ronde aan te tikken. Zij verdwijnen en wanneer hun getal genoemd wordt, komen ze terug in de kring.

* Het geheime getal Jij neemt een getal in gedachten. In dit voorbeeld 18. De kinderen gaan allemaal op hun stoel staan, met hun getalkaartje zichtbaar in de hand. Ze mogen het geheime getal raden. Als een kind 20 raadt, zeg jij 'lager' en moeten alle kinderen die 20 of hoger dan 20 hebben gaan zitten. Nu raadt een kind 5. Jij zegt 'hoger' en alle kinderen die 5 of lager hebben gaan zitten. Wie raadt het getal?
Je kunt het spannend maken door te zeggen dat de kinderen het getal moeten raden, voordat er nog maar één kind over is. Wanneer er nog maar één kind staat, heeft dit kind natuurlijk het juiste getal vast. Dan heb jij gewonnen. Raden de kinderen het getal eerder, dan wint de klas.
Zorg ervoor dat de kinderen hun getal goed zichtbaar vast blijven houden. Zo kunnen de kinderen de telrij en getalsymbolen tijdens dit spel goed oefenen.
--> Merk je of denk je dat de kinderen deze activiteit nog lastig vinden, speel dan eerst een keer het spel Kikker & Haas. Dit spel maakt de activiteit inzichtelijk.

* Kaartjes terugleggen De kinderen zitten in de kring (op volgorde van de getallen) en hebben hun getalkaartje vast. Jij noemt een getal. Dit kind mag zijn/haar getalkaartje in de kring komen leggen. Wanneer een kind zijn getal niet herkent of niet reageert, zullen de buren dit misschien wel opmerken. Je kunt immers tellen wie welk getal heeft.

Cijferblad

Cijfer 5
Een werkblad voor het cijfer 5, waarbij de kinderen hun hand om moeten trekken.
cijfer 5 kleuters
--> Download het werkblad

Cijfer 7
Voor het thema sprookjes heb ik een werkboekje gemaakt waarin het cijfer 7 centraal staat.
--> Download het werkboekje van de 7

Cijferboekje

Juf Sharona van jufsharona.bekijknu.nl en ik hebben samen een cijferboekje gemaakt. In dit boekje komen de cijfers 1 t/m 10 aan bod.
Kleuters oefenen d.m.v. dit boekje het herkennen van de cijfers en het schrijven ervan (of stempelen).
Daarnaast leren zij hoe de cijferbeelden eruit zien op een dobbelsteen, in een eierdoos en met je vingers.
Ook zoeken de kinderen het cijfer dat centraal staat op alledaagse foto's.
De werkbladen zijn los te gebruiken, er staat bijv. elke week één cijfer centraal dat geoefend wordt.
De tekeningen bij de cijfers passen bij het liedje 'Eén aapje in de slagroom' uit Het grote liedjesboek.

Elk cijfer heeft 2 werkbladen.
* Werkblad 1: Schrijf het cijfer zelf nog eens in het grote cijfer.
Schrijf het cijfer meerdere malen onder het grote cijfer (met begeleiding, zodat de kinderen de juiste schrijfrichting leren) óf stempel het cijfer meerdere malen.
* Werkblad 2: Kleur het juiste aantal vingers, teken stippen op de dobbelsteen en kleur de eieren in de eierdoos. Zoek het cijfer op de foto's. Omcirkel het.

--> Download het cijferboekje

Getallenlijn

Download de getallenlijn met daarop Pompom (Schatkist) of Raai (Kleuterplein). Vouw de kaartjes met getallen tot een driehoek en hang ze op in de klas. Je kunt de getallen wegdraaien.
getallenlijn
--> Download de getallenlijn met Pompom
--> Download de getallenlijn met Raai

Tellen - hokjes

Materiaal om uit te printen en te lamineren. Om de getallen en het tellen te oefenen, zie download.

tellen

--> Download de getallen en hokjes

Opdrachtkaarten tellen & getalsymbolen

Deze opdrachtkaartjes zijn een aanvulling voor de thematafel of themahoek/huishoek. De kinderen kunnen zelfstandig met de kaartjes aan de slag. Er zijn opdrachtkaartjes in de volgende thema's:

--> Download de logi-lijstjes (logiblokken)
--> Download de wintermaaltjes (herfst)
--> Download de heksensoepjes (herfst)
--> Download schoentjes vullen (Sinterklaas)
--> Download de warme wintertruitjes (winter)
--> Download de kerstkaartjes (Kerst)
--> Download paaseieren zoeken (Pasen)
--> Download vee voeren (lente en boerderij)
--> Download de cactusbloemen (wilde westen)

cactusbloemen cactusbloemen tellen

Logiblokken

logilijstjes
--> Download de logi-lijstjes

logileggers
--> Download de logi-leggers

Bij het thema 'kleur en vorm' vind je meer suggesties voor de logiblokken.

De hongerige haai, tel- en rekenspel

Doel:
Tellen, het herkennen van de getallen t/m 5, getalbeelden op de dobbelsteen, eenvoudige aftreksommen t/m 6, beurtgedrag, inzicht.

Spelregels:
Dit spel wordt met 2 kinderen gespeeld. Je hebt het spelbord (gelamineerd) nodig, 2 dobbelstenen en voor elk kind 10 fiches of blokjes (of stenen van 4 op een rij), voor elk kind een andere kleur. Speler 1 speelt bijv. met geel en speler 2 met rood.
Gooi om de beurt met de dobbelstenen. Leg het hoogste getal dat je gegooid hebt voorop en leg het kleinste getal daarachter. Trek het laagste getal van het hoogste getal af. Leg een fiche op een visje met die uitkomst. Dan wisselt de beurt.
Maar: wanneer je dezelfde uitkomst weer gooit, mag je een fiche bovenop je fiche leggen. Visjes waar 2 fiches van dezelfde kleur op liggen zijn veilig!! Ligt er op een visje waarvan jij de uitkomst gegooid hebt een fiche van de andere speler? Dan mag je dit fiche weghalen en terug aan de speler geven. Je mag er dan een fiche van jouw kleur op leggen.
Wie is zijn 10 fiches het eerst kwijt?

--> Download het spel

Piratenrace - telspel

Doel: getalbeelden op de dobbelsteen, tellen, beurtgedrag.

Spelregels:
Dit spel kan met maximaal 4 spelers gespeeld worden.
Zet je pion op start. Gooi om de beurt met de dobbelsteen. Loop het aantal ogen dat je gooit. Wanneer je nummer 12 bereikt (je hoeft niet precies uit te komen)
mag je een gouden munt pakken en zet je je pion weer op start.
Je begint weer opnieuw en vaart naar een volgende gouden munt!
Wie verzamelt de meeste gouden munten? Het spel stopt als de munten op zijn of de tijd om is.


--> Download de piratenrace

Kriebelbeestjes - patronen leggen met Verti-fix

Leg patronen met gekleurde Verti-fix blokjes (of andere gekleurde blokjes). Kleur de patronen daarna in op het werkblad.

--> Download het werkblad

Voor de jongste kleuters

Schatzoeken met Kikker - kleuren en vormen

Een spelletje voor de jongste kleuters om de kleuren en vormen te oefenen. Het schatkaartje wordt onder een kikkerkaartje verstopt. Het kind noemt de vorm en kleur die op het kaartje staan. Is dit goed, dan mag het kind kijken of de schat onder het kikkerkaartje ligt. Wie vindt de schat? Een uitgebreidere uitleg vind je in de download.

--> Download het spel

Tel en kleur - telspel

Doel:
Tellen, getalbeelden op de dobbelsteen, kleuren herkennen, beurtgedrag.

Spelregels:
Het spel 'Rol de dobbelsteen' is vooral geschikt voor groep 2.
Dit spel 'Tel en kleur' is ook erg leuk voor de jongste kleuters!
Je speelt het spel met ongeveer 4 kinderen.
Het spel bevat 2 niveaus.
1: Gooi met de dobbelsteen en kleur het aantal .... dat je gegooid hebt in. Wie heeft al zijn ..... het eerst gekleurd?
2: Gooi met de dobbelsteen en gooi met de kleurendobbelsteen. Je kleurt het aantal dat je gegooid hebt in met de kleur die je gegooid hebt, bijv. 5 rode ..., 3 blauwe ..... Wie heeft alles het eerst gekleurd?

tel en kleur

--> Downlaod tel en kleur - herfst
--> Download tel en kleur - Sinterklaas
--> Download tel en kleur - Kerst
--> Download tel en kleur - winter
--> Download tel en kleur - Carnaval
--> Download tel en kleur - feest
--> Download tel en kleur - lente
--> Download tel en kleur Pasen
--> Download tel en kleur - krokodil

Voor de oudste kleuters

Kikker en schildpad - positie op de getallenlijn

Doel:
Tellen, ordenen en positioneren op de getallenlijn.
Herkennen van de getallen t/m 10 / 20 / 30.
Begrippen meer, minder, hoger, lager, te veel, te weinig, groter, kleiner.

Speluitleg:
Dit spel kan klassikaal gespeeld worden. Later kunnen de kinderen het spel ook in kleine groepjes spelen.
Bepaal van tevoren je doel: Wil je de getallenrij tot 10 oefenen, tot 20 of tot 30?
Print de benodigde getallen uit of schrijf de getallen op kaartjes. Leg de getallen met de kinderen op de juiste volgorde in de kring.
Leg de kikker aan het begin van de getallenlijn (voor de 1) en de schildpad aan het eind (achter de 10, 20 of 30).
Neem een getal in gedachten. De kinderen mogen raden. Vertel of het geraden getal te hoog of te laag is. Verplaats de kikker naar rechts wanneer het getal meer moet zijn en verplaats de schildpad naar links als het getal minder moet zijn.
Bijv. Jij hebt 7 in gedachten. Een kind raadt 4. Dit is te laag. Verplaats de kikker, schuif hem over de 1, 2, 3 en 4. De getallen tussen de schildpad en de kikker kunnen nog geraden worden. Nu wordt 8 geraden. Dit is te hoog. Verplaats de schildpad naar de 8. De getallen tussen 4 en 8 blijven over. Ga zo verder. Wie raadt het getal?


--> Download het spel


--> Download het spel in de paasvariant


--> Download het spel in de variant met Kikker en Haas

Bellen blazen, tel- en rekenspel

Doel:
Tellen, het herkennen van de getallen t/m 18, getalbeelden op de dobbelsteen, optelsommen t/m 18, beurtgedrag, inzicht.

Spelregels:
Dit spel wordt met 2 kinderen gespeeld. Je hebt het spelbord (gelamineerd) nodig, 3 dobbelstenen en voor elk kind 10 fiches of blokjes (of stenen van 4 op een rij), voor elk kind een andere kleur. Speler 1 speelt bijv. met geel en speler 2 met rood.
Gooi om de beurt met de dobbelstenen. Tel de ogen van de 3 dobbelstenen bij elkaar op.
Leg een fiche op de uitkomst. Dan wisselt de beurt.
Maar: wanneer je dezelfde uitkomst weer gooit, mag je een fiche bovenop je fiche leggen. Bellen waar 2 fiches van dezelfde kleur op liggen mogen niet meer door een andere speler ingepikt worden!! Ligt er op een bel waarvan jij de uitkomst gegooid hebt een fiche van de andere speler? Dan mag je dit fiche weghalen en terug aan de speler geven. Je mag er dan een fiche van jouw kleur op leggen.
Wie is zijn 10 fiches het eerst kwijt?

Dit spel kan ook individueel of in een groep gespeeld worden. De regels zijn dan wat anders. Je gooit om de beurt met 3 dobbelstenen, telt de ogen op en kleurt het getal dat je gooide in op het werkblad. Gooi je een getal dat al gekleurd is, dan heb je pech en is je beurt voorbij.
Wie heeft het eerst alle getallen of een van tevoren bepaald aantal (bijv. 10) ingekleurd?

--> Download het spel

Rol de dobbelsteen - telspel

Doel:
Leren tellen, het herkennen van de getallen t/m 12, getalbeelden op de dobbelsteen, beurtgedrag.
Voor dit spel heb ik 2 niveaus gemaakt. Werkbladen met de getallen 1 t/m 6 en werkbladen met de getallen 2 t/m 12.

Spelregels:
Speel dit spel met een groepje van ongeveer 4 kinderen.
Print het werkblad voor elk kind uit.
Eén kind gooit met de dobbelsteen/dobbelstenen en kleurt het getal dat gegooid is in op zijn/haar werkblad.
Gooit het kind de volgende beurt hetzelfde getal? Dan gaat de beurt naar de volgende en kun je niks kleuren.
Wie heeft al zijn getallen het eerst ingekleurd?

--> Download Rol de dobbelsteen - herfst

--> Download Rol de dobbelsteen - Sinterklaas

--> Download Rol de dobbelsteen - Kerst

--> Download Rol de dobbelsteen - winter

--> Download Rol de dobbelsteen - carnaval

--> Download Rol de dobbelsteen - Pasen

--> Download Rol de dobbelsteen - feest

--> Download Rol de dobbelsteen - Igor Stippelkampioen