lesidee kleuters juf anke
  • Muzieklesjes
  • Bewegen op muziek
  • Thema muziek
  • Boeken & Sites


Inspirerende workshop muziek, zang en beweging

Zingen met kleuters, dansen, gezellig muziek maken...
Wil je meer uit je muzieklessen halen? Meer dan alleen het zingen van liedjes? Ben je op zoek naar korte, aansprekende kleuterliedjes?
In de basistraining muziek, zang en beweging worden je praktische ideeën aangereikt.
Ik nam deel aan deze trainingsdag en ben enthousiast!

Tijdens het eerste gedeelte van de dag gingen we aan de slag met bewegen op muziek. Aan de hand van makkelijke te zingen kleuterliedjes, instrumenten en muziekfragmenten ontdekten we wat je met kleuters aan dans kunt doen. En dat is helemaal niet moeilijk! Met een beetje fantasie kun je werkelijk alles uitbeelden. Een kuiken in een ei, een fietstocht de berg op, een warme dag in de woestijn, het leven onder water... Bij elk thema is wel iets passends te bedenken.
Daarna richtten we ons op zang. Hoe kun je je stem goed gebruiken? Op welke toonhoogte zing je met kleuters? We kregen praktische tips en oefenden erop los.
Tenslotte werden ons lessuggesties bij prentenboeken aangereikt. Bewegingsactiviteiten, tips voor het gebruik van muziekinstrumenten, nieuwe liedjes... Leuk om meteen mee aan de slag te gaan!
Kortom, een leerzame dag vol ideeën om in de praktijk toe te passen. Er valt zoveel meer te doen met muziek!
Ben je enthousiast geworden? In oktober organiseren Liesbeth van den Berg en Daniëlle Lous weer een cursusdag. Klik hier voor meer informatie.


Lesideeën voor muziek met kleuters

Het aanleren van een lied

Inleiding
Wanneer je de klas een lied aan wilt leren, kun je dit in 3 fasen doen. De eerste fase is de inleiding. Je bereidt de kleuters voor op de inhoud of betekenis van het lied. Dit kun je doen door er een verhaal over te vertellen of door een gesprek met de kinderen te voeren. Hierin kun je ook de moeilijke woorden uit het lied aan bod laten komen.

Aanleren van het lied
Na de inleiding volgt de aanleerfase. Het lied wordt aan de kinderen geleerd. Doe je dit door voor- en nazingen? Nee! Het kan veel leuker!
Zing het liedje eerst een keer, zodat de kinderen horen waar het lied over gaat en de melodie leren kennen. Zeg de tekst van het lied eventueel een keer op, zodat de kinderen de inhoud goed kunnen horen. 
Vervolgens zing je het lied heel vaak opnieuw. Iedere keer geef je de klas hierbij een opdracht. Je kunt beginnen met: 'wat vinden jullie makkelijk in het lied?' Dit kan bijvoorbeeld een woord zijn dat telkens terugkeert. De kinderen mogen dit woord dan meezingen.
Dit kun je uitbreiden door de kinderen de 2de keer 2 woorden of zinnen mee te laten zingen.
Ook kun je ervoor zorgen dat de kinderen actief naar het lied luisteren. Dit kun je doen door gerichte opdrachten te geven. Iedere keer als je ..... hoort, mag je......

Andere opdrachten:
- bepaalde herhalingen in het lied niet hardop zingen, maar playbacken. De rest van het lied wordt hardop gezongen.
- klappen, stampen, gaan staan etc. bij een bepaald woord
- een bepaald woord vervangen door een klank, zoals lala, mmmm, pfff pfff
- om de beurt een regel zingen. De leerkracht en de kinderen of de jongens en de meisjes
- de jongens en meisjes om de beurt het hele lied laten zingen
- woorden uitbeelden
- het lied heel zacht zingen en heel hard zingen. Zinnen afwisselend hard en zacht zingen.
- het hele lied neuriën
Het is geen probleem om het lied in deze fase heel vaak te zingen. Kleuters houden van herhaling en met bovenstaande variaties kun je gerust 10 keer hetzelfde zingen!

Uitbreiding
In deze fase kun je het lied uit gaan breiden met een dansje, een spel dat bij het lied past, bewegingsactiviteiten of begeleiding met muziekinstrumenten. 

Inzingen

Misschien vind je het leuk om voordat je gaat zingen met de groep in te zingen. Dit is sowieso goed om altijd te doen en voor kleuters ook nog eens goed voor de (mond)motoriek.
Ga bij het inzingen staan. Verzin een verhaal om de inzingoefeningen heen, het liefst een verhaal dat hij de muziekactiviteit die je gaat doen past. De volgende inzingoefeningen kun je in je verhaal gebruiken:
- jezelf losschudden, eerst je voeten draaien en schudden, je benen, je armen, handen, vingers, hoofd, schouders etc. (Deze oefening is leuk om te doen op het liedje 'Douchedruppel' op de cd 'Dansspetters'.
- rekken: op je tenen gaan staan, je armen omhoog reiken, jezelf lang maken en bukken.
- stemloze geluiden maken: ffffff, ffffff (wind), ssss, ssss (een ballon die leeg loopt. Maak een hele lange sssssss en houd je handen hierbij op je buik).
- stemhebbende geluiden: vvvvvvvvvv, vvvvvvvv, zzzzzz, zzzzzz, brrrr, brrrrr
- mimiek: een boos gezicht maken, een schrikgezicht, een lachend gezicht.
- articulatie: ptkptkptkptk, iejaiejaieja, lililili
- verschillende toonhoogtes: lalalalala op verschillende hoogtes zingen

Muziekles in de kring

U kunt met de kinderen gezellig liedjes zingen in de kring, maar er is veel meer mogelijk! Hier vindt u een aantal ideeën voor een muziekles met peuters en kleuters.
beer4        

De liedjeskoffer
Een prachtige koffer vol liedjes! Leuk voor een muziekles, voor de herhaling van al aangeleerde liedjes, voor het zingen van liedjes die bij een thema passen of om wat minuutjes op te vullen aan het eind van een dagdeel.
Deze liedjeskoffer is gemaakt door juf Sharona, naar een idee van Marianne Busser en Ron Schröder. Wil je ook een liedjeskoffer maken, kijk dan op de site van juf Sharona voor liedjes, de uitleg en nog meer foto's.

Kinderboekenmuziek.nl
Op de site kinderboekenmuziek.nl vindt u een heleboel leuke muzieklessen bij prentenboeken. De muzieklessen bestaan niet alleen uit liedjes die bij het prentenboek passen, maar ook allerlei leuke opdrachten rondom ritme, volume, muziekinstrumenten, emoties etc. Erg leerzaam, afwisselend en heel leuk! Een tip om hier eens een lesje te kopen.

Kennis maken met muziekinstrumenten
Verzamel een aantal muziekinstrumentjes die op school aanwezig zijn. Stop ze in een bak of leg ze onder een doek.
De kinderen zitten in de kring. Om de beurt mag een kind een instrument onder het doek vandaan halen. Laat het geluid dat het instrument maakt horen en vertel de kinderen hoe het instrument heet. Leg het instrument vervolgens in de kring. Het volgende instrument wordt tevoorschijn gehaald en benoemd etc.
Als alle instrumenten in de kring liggen noem jij een instrument en laat je een kind het instrument aanwijzen of er even muziek mee maken (passieve woordenschat). De andere kinderen kunnen eventueel op de maat mee klappen of stampen.
Daarna doen de kinderen de ogen dicht. Jij maakt muziek met een instrument. Welk instrument was het? De kinderen hoeven de naam nog niet te kennen, ze mogen het instrument ook aanwijzen in de kring of pakken en het geluid nog eens laten horen.

Op de maat lopen - Lopen, lopen en... bevries!
De kleuters bij mij in de klas vinden het erg leuk om op de maat van de muziek te lopen, vooral als de muziek af en toe stopt.
Ik zet een liedje aan of sla op een trom. De kinderen lopen kris kras door de klas, op de maat (het tempo) van de muziek. Als de muziek stopt, bevriezen de kinderen. Ze staan dan als een standbeeld stil. Als de muziek weer klinkt, lopen de kinderen verder.

Hoge tonen, lage tonen
Nodig: xylofoon of online piano op kindersongs.nl
Laat de xylofoon (of piano) horen en laat een aantal kinderen er eens op slaan.
Sla nu van links naar rechts of andersom, zodat de kinderen een toonladder horen. Wat horen ze? Kan een kind uitbeelden wat hij hoort?
Vertel de kinderen dat de tonen van laag naar hoog (of andersom) gaan. Dat kun je horen. Als het hoog klinkt (voordoen), mogen de kinderen op de stoel gaan staan. Als het laag klinkt (voordoen), gaan de kinderen op de hurken zitten.
Sla een toonladder van laag naar hoog. De kinderen beginnen op de hurken en eindigen op de stoel. De kinderen "groeien" als het ware tijdens de toonladder. Doe dit een aantal keer. Op een gegeven moment kun je variëren in het tempo. Snel of juist langzaam. Ook kun je een keer van hoog naar laag gaan, zodat de kinderen "groeien" en weer kleiner worden.
Het is ook leuk om een keer de hoogste toon aan te slaan en meteen daarna de laagste. De kinderen moeten nu meteen op de hurken gaan zitten. Een aantal kinderen zullen dit in de gaten hebben.
Afsluiting: Eén kind gaat naar de gang. Twee kinderen verstoppen zich in de klas. Eén kind met een hoge klankstaaf en één kind met een lage klankstaaf. Het kind komt weer terug in de klas. De verstopte kinderen slaan om de beurt op de klankstaaf. Waar zit hoog verstopt en waar zit laag?

Ritme
Doe een ritme voor (klappen, stampen, met een instrument) en laat de kinderen dit nadoen. Varieer in hard, zacht, snel en langzaam. Wil één van de kinderen ook een ritme voordoen? Wij doen het na.
Als je een djembee hebt, al is het maar een kleintje, is het leuk om deze mee te nemen. Slaan op een trommel kan natuurlijk ook.
Het is ook leuk om een zin bij het ritme te zeggen, zoals "ik ben (naam) en wie ben jij?" Het volgende kind antwoordt met "ik ben (naam) en wie ben jij?" zo ga je de kring rond. Of: "Het is fijn, het is fijn, om hier in de klas te zijn". Zo kun je zelf een leuke rijmzin bedenken.
Een leuke ritmeoefening is ook: jij begint met een eenvoudig ritme, het volgende kind gaat meedoen, dan het derde kind, dan het vierde etc. (wijs de kinderen die mee moeten doen aan). Uiteindelijk doet heel de kring mee. Vervolgens wijs jij een kind aan dat mag stoppen en zo klappen/stampen/slaan steeds minder kinderen het ritme. Uiteindelijk is het weer stil in de klas.  

De echoput - ritme
Zet een mooie doos in de kring. Vertel dat je deze doos in de tuin vond en dat het een hele bijzondere doos is, let maar eens op...
Roep "Haaaalo" in de put en luister dan aandachtig of je iets hoort. Hé, wat vreemd, je hoort niks, het blijft stil. Roep nog eens "haaaaalo!" Hoor je nu iets? Luister weer aandachtig. Ga zo even door. Op een gegeven moment zullen er kinderen zijn die "hallo" terugroepen. Hé, hoor ik dat goed? Een echo! Yes, mijn echoput doet het weer! Eens even kijken wat hij nog meer kan... Je roept vanalles in de put wat de kinderen nadoen. Roep heel hard en fluister een keer.
Laat vervolgens enkele kinderen in de echoput (doos) roepen. Doet de put het nu ook?
Daarna ga jij in de put klappen. Je klapt 1x, 2x, 5x... De kinderen doen dit na. Dan klap je een aantal keer snel en de kinderen doen het na. Dan een aantal keer heel langzaam enz. Zo ga je langzaam naar het klappen van een ritme.
Als dat lukt mogen de kinderen weer in de put klappen en klapt de klas het ritme na. Een leuke, spannende ritmeoefening!

De slak en de haas - tempo
Vertel een verhaal over een slak en een haas die een wedstrijd hielden. De haas was ontzettend snel, maar de slak ging zoooo langzaam. De slak kroop en kroop en toen werd het donker... De slak kroop verder en pas toen het weer licht was kwam hij bij de eindstreep. Waar was haas? Haas was allang thuis, hij lag lekker in zijn bed.
Kennen de kinderen meer dieren die heel snel zijn? Hoe gaat dat als je snel bent? Kan een kind uit de klas heel snel rennen? Kunnen de kinderen ook heel snel klappen? Stampen, het hoofd aantikken, rennen op de plaats, schudden met de handen, het hoofd knikken etc.?
Welk dier is langzaam? Kunnen de kinderen heel langzaam gaan zitten? Heel langzaam klappen? Heel langzaam stampen, een stukje lopen etc.?
Vervolgens spreek jij met de kinderen een beweging af, bijv. klappen. Dan noem je een dier. Is dit een snel dier, dan klappen de kinderen heel snel. Is dit een langzaam dier? Dan klappen de kinderen langzaam.

Muziek en emoties
Zoek enkele muziekfragmenten waarin duidelijk een emotie te horen is, zoals een fragment met zware, harde tonen (boos), een fragment met hoge, korte noten (vrolijk), een verdrietig fragment en een bang/angstig fragment. Denk aan klassieke muziek en andere instrumentale muziek (filmmuziek, panfluitmuziek) of liedjes van de Efteling.
Laat de kinderen een fragment horen en houd er vervolgens een kringgesprek over. Wat hoorden de kinderen? Hoe vonden zij dit klinken? Waar denken ze aan? Hoe kun je dit uitbeelden (blij rondspringen, boos kijken).
Voorwaarde voor deze activiteit is wel dat deze basisgevoelens eerder behandeld zijn, zodat de kinderen ze kunnen herkennen.
Ook is er bij emoties niks fout. Als een kind een bang fragment ziet als boos, is dat goed. Alles kan en is zoals jij het voelt.

De poppenmaker - klankduur
Nodig: een pop en een instrument waarvan de klank lang te horen kan zijn, zoals de xylofoon, de triangel of een blokfluit.
Vertel een verhaal over de poppenmaker. In een dorp hier ver vandaan woont een poppenmaker. Hij heeft heel veel poppen. Houten poppen, plastic poppen, knuffelpoppen. Op een dag wilde de poppenmaker een pop maken die kan bewegen. Hij probeerde en probeerde, maar het lukte hem niet. Maar toen, op een dag kwam er een jongetje uit het dorp langs. Hij had voor zijn vader een mooi muziekinstrument gekocht (laat het instrument horen) en nu wilde hij voor zijn zusje een pop uitzoeken. De poppenmaker zag het instrument en vroeg de jongen wat dat was. De jongen bespeelde het instrument en plots begon er een pop zijn hoofd te bewegen. (Bespeel het instrument en laat de pop bewegen). Toen het geluid weg was, stond de pop weer stokstijf stil. Hé, zei de poppenmaker. Doe dat nog eens! De jongen sloeg een andere toon aan en ja hoor, de pop bewoog weer. Deze keer met zijn armen.
Nu zijn wij in de klas de poppen van de poppenmaker. De poppenmaker wilde weten of de benen van de pop ook kunnen bewegen. Hij slaat een andere toon aan en.... de kinderen bewegen de benen. Sla de toon de ene keer lang aan en de andere keer kort. De kinderen mogen bewegen zolang ze de toon horen. Laat zo de ene arm bewegen en de andere arm, ene been, andere been, romp, hoofd, voeten, hele lijf etc.

Keteltje dik van buik
Nodig: een fluitketel (of plaatje daarvan) of theepot, kopjes, een suikerpotje, lepeltjes
Inleiding: in de kring staat een tafeltje of ligt een picknickkleed met daarop een fluitketel of theepot, theekopjes etc.
Vraag de kinderen wat ze zien. Benoem wat er allemaal staat. Wat kun je hiermee doen? Hoe moet je thee maken? Wat heb je dan nodig?
Wie heeft er thuis een fluitketel (als je geen fluitketel meegebracht hebt, laat dan een plaatje zien)? Welk geluid maakt de fluitketel als het water kookt? Wie heeft een waterkoker? Wat gebeurt er als het water kookt? Wat doe je daarna als je thee wilt drinken? etc. Je kunt eventueel demonstreren hoe de waterkoker of fluitketel werkt en hoe je thee zet.
Kern: Leer de kinderen het liedje "Keteltje" aan. Doe dit op de manier zoals je gewend bent.
Vervolgens komen er gebaren bij het liedje. Zie hieronder.

Keteltje dik van buik
Met je handen een dikke buik maken
dit is mijn oor
rechterhand in de zij zetten
en dit is mijn tuit
linkerarm opheffen en buigen in de vorm van een tuit
als het water kookt dan roep ik luid:
Til me op en schenk me uit!
op je tenen gaan staan en naar links buigend (met je tuit) een schenkbeweging maken.

Nu zijn we allemaal een fluitketel en we zingen het liedje.
Afsluiting: samen thee drinken of het liedje een laatste keer zingen, eventueel enkele kinderen alleen of in kleine groepjes.

Luisterspelletje
Vertel een verhaaltje over de boskaboutertjes.
Het is herfst. Een hele drukke tijd voor de boskabouters. Ze moeten blaadjes verven, eikels, kastanjes en beukennootjes verzamelen, de paddenstoelen verzorgen... Wie weet wat de boskaboutertjes nog meer doen?
Wij gaan wat dingen zoeken in het bos. Heel stil, want alle mensen slapen. Zoek maar wat en doe het in je emmertje. De kinderen lopen met een emmertje door de klas en mogen er 1 ding indoen. Kom maar weer terug kabouters, in de kring. Wat hebben jullie gevonden? We kunnen het niet zien, want het is zo donker in het bos. Maar, we kunnen het wel... horen!
Nu zijn wij de kabouters van de boskabouterschool. We willen met onze oren leren kijken. We gaan steeds twee dezelfde kokers bij elkaar zoeken. Luister goed.
Zoek telkens twee dezelfde gehoorkokers van Montessori bij elkaar.

Gehoorkokermemory
Voorbereiding: neem een aantal wc rolletjes. Stop er iets in en plak ze dicht. Zorg ervoor dat er telkens 2 rolletjes zijn met hetzelfde erin. Denk aan knikkers, paperclips, wattenstaafje, rijst, suiker.
Zet de kokers in de kring en laat ze allemaal een keer horen. Vervolgens mag een kind een koker aanwijzen en er een andere koker bijkiezen. Zo speel je met de hele groep memory.

beer3

Bewegen op muziek

Deze activiteiten zijn zeer geschikt om tijdens een spelles te doen en daarom ook te vinden bij "Spel en buitenspel".

Leuk om te doen:
* Bewegen op het ritme van de trom. De leerkracht slaat hard, zacht en snel, langzaam op de trom. De kinderen lopen, rennen, huppelen, springen op het ritme van de trom.
* Kleuters vinden het leuk om dieren na te doen. Laat één kind een dier bedenken. Alle kinderen doen dat dier na. Als jij fluit, klapt, op de trom slaat, bevriezen de dieren en mag een ander kind een dier bedenken.
* Dansen en bewegen met linten. Geef elk kind één of twee linten van crêpepapier. Dans hiermee rond in de speelzaal. Geef de kinderen opdrachten en doe voor wat ze kunnen doen. (Met de armen zwaaien, ronddraaien als een molen, grote cirkels maken, kleine cirkels, naar voor en achter zwaaien, cirkels maken boven je hoofd, rennen en springen met de linten, bewegen op muziek etc.)
* Dansen. Zoek leuke dansliedjes en dans hier met de kinderen op. De Animatie Compagnie heeft leuke liedjes waarbij gezongen wordt wat de kinderen moeten doen, zoals Tjoe Tjoe Wa, Ochtendgymnastiek, Superman, Cowboy Joe, Hockey Cockey, Doe maar lekker mee etc.
Misschien heeft een kind in de klas zo'n cd. Deze liedjes worden in de zomer op campings gedraaid bij het animatieprogramma.
Je kunt de cd hier bestellen of downloaden.
* Bewegingsonderwijs in het speellokaal. Bij deze map met gymlessen voor kleuters zit een cd met liedjes om op te bewegen. Bijv. circuspaarden of de trein.
In deze map staan ook allerlei activiteiten die met bewegen op muziek te maken hebben, zoals op tijd stilstaan, verschillende routes stappen, in de maat, met z'n tweeën.

Liedjes
Lopen lopen allemaal,
lopen lopen, ga maar lopen.
Lopen lopen allemaal,
sta nu even stil.
Springen, springen allemaal,
springen springen enz.
Hinkelen, kruipen, rollen enz.

De leerkracht zingt dit lied terwijl de kinderen uitvoeren wat er gezongen wordt. Als de kinderen stil moeten staan, worden ze een standbeeld.

Alle kinderen gaan nu zwemmen,
zwem, zwem, zwem, zwem, zwem.
Alle kinderen zijn nu kikkers
kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak.
Alle kinderen gaan marcheren,
mars, mars, mars, mars, mars.
Alle kinderen gaan nu springen,
spring, spring, spring, spring, spring.
Alle kinderen... etc

De leerkracht verzint iedere keer iets wat de kinderen moeten doen. De kinderen lopen in een lange rij achter elkaar. De leerkracht zegt dit of maakt er en simpel liedje van.

Liedjes in de kring
Enkele leuke liedjes van vroeger.

Daar zat een klein zigeunermeisje
huilend op een steen.
Huilend, huilend, helemaal alleen.
Sta op, meisje lief, en droog je traantjes af
en kies een kindje uit de kring
want anders ben je af.
Tralalalala, tralalalalala etc.

Een grote kring maken. Alle kinderen wijzen naar het kind dat in de kring zit te huilen. Bij de vierde regel staat het kind op en kiest iemand uit om een dansje mee te maken.

Heb je wel gehoord van de zeven, de zeven
heb je wel gehoord van de zevensprong?
Ze zeggen dat ik niet dansen kan
ik kan dansen als een edelman.
Dat is één, dat is twee, dat is drie, dat is vier,
dat is vijf, dat is zes en dat is zeven!

De kinderen hebben de handen vast en lopen rond in een kring.
Bij één: los laten en rechtervoet in de kring zetten.
Het lied wordt vervolgens opnieuw gezongen.
Het lied wordt zeven keer gezongen en bij elke herhaling komt er iets bij.
Twee: linkervoet vooruit in de kring.
Drie: knielen op rechterbeen, vier: knielen op linkerbeen
vijf: rechterelleboog op de grond, zes: linkerelleboog op de grond
zeven: met het voorhoofd de grond aanraken.

Jan Huigen in de ton
met een hoepeltje erom
Jan Huigen, Jan Huigen,
en de ton die begon te buigen, te buigen
en die ton die viel... kapot!

De kinderen lopen rond in een kring. Bij buigen, buigen ze voorover en bij kapot vallen de kinderen achterover op de grond.

Joepie, Joepie is gekomen
heeft mijn meisje weggehaald
maar ik zal er neit om treuren
gauw een ander weer gehaald.
Tralalalalala etc.

De meisjes staan in de kring. Achter elk meisje staat een jongen. Eén jongen loopt rond en kiest een meisje met wie hij de kring ronddanst. Als het lied voor de tweede keer gezongen wordt, mag de overgebleven jongen een meisje uitzoeken en gaan de twee dansers op de opengevallen plaats staan. Als alle meisjes een keer gekozen zijn, is het spel uit.

Zakdoekje leggen, niemand zeggen
'k Heb de hele nacht gewaakt,
twee paar schoenen heb ik afgemaakt
één van stof en één van leer
hier leg ik mijn zakdoek neer.
Ik weet het al, ik weet het al,
waar ik mijn zakdoek leggen zal.
En van je 1, 2, 3!

Het kind wat de zakdoek nu achter zich ziet liggen, staat op en probeert het kind dat de zakdoek gelegd heeft te tikken. Dat kind probeert op de lege plek in de kring te gaan zitten, voordat hij getikt wordt.

Zeg, ken jij de mosselman
de mosselman, de mosselman
zeg, ken jij de mosselman
die woont in Scheveningen.

Ja, ik ken de mosselman,
de mosselman, de mosselman
Ja, ik ken de mosselman
die woont in Scheveningen.

Samen kennen wij de mosselman
de mosselman, de mosselman
samen kennen wij de mosselman
die woont in Scheveningen.

De kinderen staan in de kring. Twee kinderen staan in de kring tegenover elkaar. Het ene kind begint terwijl hij op de muziek zijn benen beurtelings opgooit en de handen klappend langs elkaar slaat. Bij het 2de couplet is de ander aan de beurt en hij antwoordt met dezelfde gebaren. Bij "samen" kruisen de twee de armen en dansen ze heen en weer door de kring. Nu kiezen beide kinderen een partner en begint het lied opnieuw. Het gaat door totdat iedereen in de kring een partner heeft.

't Regent op de brug
en ik word niet nat
ik ben nog iets vergeten
maar ik weet niet wat
Kom, mijn zusje dans met mij
beide handjes in de zij
heen en weer, op en neer
drie maal in de rondte
en ik dans niet meer.

De kinderen staan in een rij. Eén kind staat ervoor. Dat kind kiest een "zusje" uit. Beiden dansen dan met de handen in de zij heen en weer. Bij "drie maal in de rondte", haken ze de armen in elkaar en dansen in het rond.

Witte zwanen, zwarte zwanen
wie gaat er mee naar Engeland varen?
Engeland is gesloten
de sleutel is gebroken
is er dan geen smid in 't land
die de sleutel maken kan?
Laat doorgaan, laat doorgaan
wie achter is moet voor gaan.

Schipper mag ik overvaren, ja of nee?
Moet ik dan nog geld betalen, ja of nee?

'k Heb een brilletje al voor mijn ogen
om te zien wie er dansen mogen.
'k Heb een brilletje al voor mijn ogen
'k zie het al, ik dans met jou.

Wie gaat er mee, wie gaat er mee
naar de berg van Sint André?
En daar wonen zoveel kindertjes
en die leven daar in gloria, victoria!

Wie gaat er mee, wie gaat er mee
naar de berg van Sint André?
En daar wonen zoveel hondjes
en die leven daar in gloria, victoria!

De kinderen staan in een kring. Om de beurt mogen ze zeggen wie er op de berg wonen. Aan het eind van het couplet maken ze het geluid van dat dier.

Twee emmertjes water halen
twee emmertjes pompen
meisjes op de klompen
jongens op een houten been,
rij maar door mijn straatje heen
en van je ras ras ras
rijdt de koning door de plas
en van je voort voort voort
rijdt de koning door de poort
en van je erre, erre, erre
rijdt de koning door de kerk
van je één, twee, drie!

De kinderen staan in twee rijen tegenover elkaar, en houden elkaars handen kruislings vast en bewegen hun armen heen en weer. Bij "van je ras ras ras" laten ze elkaar los en doen een stapje naar achter, zodat de achterste twee rijen door naar de andere kant kunnen dansen.

Thema muziek met kleuters

Instrumenten maken

Schudkokertjes
Elk kind versiert een wc rolletje (door het met een gekleurd vouwblaadje te beplakken, door er plakfiguurtjes op te plakken, door het met aluminiumfolie te omwikkelen). Plak een stevig blaadje om het uiteinde van het rolletje heen. Doe er eventueel nog een stiek omheen ter versteviging. Schud wat macaroni of rijst in het rolletje en maak daarna de andere kant dicht. Klaar is het instrumentje!

Gitaar
Teken een gitaar op karton (mal), knip hem uit en trek hem een heleboel keer over. De kinderen kunnen de gitaar uitknippen. Vervolgens mogen ze hem verven of beplakken met plakfiguurtjes. Tenslotte worden er snaren op de gitaar geplakt (touw).

Gitaar vouwen
Neem het grootste formaat bruin vouwblad. Vouw het in 16 vierkantjes. Precies in het midden knip je aan twee kanten (tegenover elkaar) 1 vakje in. Dan vouw je de hoekjes daarnaast naar binnen. De hoekjes aan de buitenkant vouw je ook naar binnen. Vouw eventueel de punten die nu ontstaan ook een stukje naar binnen.

muziek

Trommel vouwen
Neem 4 vierkante vouwblaadjes en vouw ze alle vier schuin dubbel (schuine vouw). Leg de 4 driehoeken die je nu hebt zo tegen elkaar dat er een vierkant ontstaat (alle vier de punten naar het midden). Plak dit figuur (de trommel) midden op een vel papier. Plak er een strook onder en een strook boven, even breed al de trommel is. Plak er twee strookjes met aan de uiteinden een rond plakfiguurtje bij als stokjes.

Sambabal
Neem een waterballon, vul hem met rijst en blaas hem op.
Beplak hem met lijm en krantenpapier (papier maché). Maak er een stokje aan vast. Laat de ballon drogen en versier hem tenslotte.

sambabal

Rammelaar
Sla gaten in bierdopjes. Laat de kinderen de bierdopjes aan een ijzerdraad rijgen. Buig de ijzerdraad. Doe er een versierd wc rolletje aan als handvat. Maak de ijzerdraad dicht. 

Xylofoon

xylofoon

Accordeon of piano
Op dezelfde wijze als de xylofoon kun je ook een accordeon of piano maken met zwarte en witte stroken.

Enkele leuke liedjes

Kijk voor meer liedjes bij de verschillende thema's.

Een grote banaan uit Afrika
Een grote banaan uit Afrika
die danste de hele dag
van je bie boe ba bananana
en iedereen die hem zeg, zei:
Hé, waar komt die banaan vandaan
hé waar gaat die naar toe?
we dansen die banaan achterna
van je bie boe ba la loe.

De spoorwegbaan
Pinda liep langs spoorwegbaan
daar kwam toen een treintje aan
pinda keek niet uit, helaas
tuut tuut tuut, pindakaas.

Besje liep langs spoorwegbaan
daar kwam toen een treintje aan
besje kreeg een reuzeklap
tuut tuut tuut, bessesap.

Appel liep langs spoorwegbaan
daar kwam toen een treintje aan
appel zag niet wat-ie-moes
tuut tuut tuut, appelmoes.

Erwtje liep langs spoorwegbaan
daar kwam toen een treintje aan
erwtje kon niet op de stoep
tuut tuut tuut, erwtensoep.

Eitje liep langs spoorwegbaan
daar kwam toen een treintje aan
eitje had niet opgelet
tuut tuut tuut, omelet.

Dikkertje Dap
Dikkertje Dap klom op de trap.
's Morgens vroeg om kwart over zeven
om de giraf een klontje te geven.
Dag giraf, zei Dikkertje Dap,
weet je wat ik heb gekregen?
Rode laarsjes voor de regen!
't Is toch niet waar, zei de giraf,
Dikkertje, Dikkertje, ik sta paf.

Tjoep, zegt de vlieger
Tjoep zegt de vlieger
en hij vliegt de lucht in
tjoep, zegt de vlieger
en hij vliegt omhoog.
Zie je de vlieger vliegen
steeds maar hoger vliegen?
Tjoep, zegt de vlieger
en hij vliegt de lucht in.
Tjoep, zegt de vlieger,
en hij vliegt omhoog.

Advokaatje
Advokaatje ging op reis, tiereliereliere,
advokaatje ging op reis, tierelierelom.

Met zijn hoedje op zijn arm, tiereliereliere,
met zijn hoedje op zijn arm, tierelierelom.

Bij een herberg bleef hij staan, tiereliereliere,
bij een herberg bleef ij staan, tierelierelom.

Stokvis kreeg hij bij 't ontbijt, tiereliereliere,
stokvis kreeg hij bij 't ontbijt, tierelierelom.

't Graatje schoot hem in zijn keel etc.
Dokter werd erbij gehaald etc.
Maar de dokter was te laat etc.
Zo ging 't advokaatje dood etc.
't Gras dat groeit nu op zijn buik etc.
Zing nog eenmaal tot besluit etc.

In de maneschijn
In de maneschijn, in de maneschijn
klom ik op een trapje naar het raamkozijn
en je raadt het mis en je raadt het mis
zo doet een vogel en zo doet een vis
zo doet een duizendpoot die schoenenpoetser is
en van je één, en van je twee
en van je dikke dikke dikke tante Kee
en dat is recht, en dat is krom
en nu draaien we het wieltje nog eens om
rombom.

Moriaantje
Moriaantje zo zwart als roet
ging eens wandelen zonder hoed
en de zon scheen op zijn bolletje
daarom droeg hij een parasolletje.


beer1

 

Prentenboeken | muziek voor kleuters

Sofie wil bij een orkest - Anne Holt, Harriet Griffey
Wij hebben een orkest - Dick Bruna
Koeienletters - Ivo de Wijs & Nicolle van den Hurk
Dat klinkt als muziek in mijn oren - Nanda Roep, Barbara de Wolf
Wie maakt daar muziek - Alain Crozon
Met de muziek mee - Vivian den Hollander
Foliantje maakt muziek - Eddy van Dijk
Vosjesmuziek - Helme Heine
Een huis vol muziek - Claudia Verhelst
Een fluit voor Nijntje - Dick Bruna
Olivia begint een band - Ian Falconer
Het maanconcert - Chisato Tashiro
Dribbels vrolijke optocht - Eric Hill

 

Een liedje bij een prentenboek

Het letterwinkeltje
Bij dit leuke prentenboek voor groep 2 en 3 zit een cd met veel letter- en leesliedjes.

De mooiste vis van de zee
Visje, visje, in het water
visje, visje in de kom
visje, visje, kan niet praten
visje, visje, draai eens om.

Slompie, een spin met 5 poten
Mooi prentenboek over een spin die gepest en genegeerd wordt door zijn familie, omdat hij niet zo snel kan lopen. Slompie sjokt achteraan. Op een dag ontmoet hij de oude langpootmug die een idee heeft. Slompie mag het grote, zwarte gat in de badkuip bewaken en zo telt hij weer mee.
Het liedje over Slompie staat op een cd van Trefwoord. Als je de muziek graag wilt hebben, laat het dan even weten.

Couplet 1
Slompie wiebelt op zijn pootjes
1, 2, 3, 4, 5
maar de andere spinnen hebben
8 kriebelpoten aan hun lijf.
Slompie kan dus niet snel lopen,
hij sjokt achteraan.
Schiet toch op, mopperen de andere spinnen
Slompie, blijf niet staan!
1 - 2, 1 - 2, 1 - 2, 1 - 2 
1- 2, 1 - 2 maar Slompie kan niet mee.



De Wiebelbillenboogie Prentenboek van het jaar 2010
Liesbeth Hermsen schreef een liedje en een dansinstructie bij het prentenboek van het jaar 2010: De Wiebelbillenboogie.

Liedje:
Wiebelbillenboogie, go, go, go!
Wiebelbillenboogie, go, go, go!
Lager met die billen! Hoger met die billen!
Wiebelbillenboogie, go, go, go!
Wiebelbillenboogie, go, go, go!

Klik hier voor de noten bij het Wiebelbillenlied:
http://www.peuterplace.nl/kindermuziek/Wiebelbillenlied.htm

Dansje:
Bij de woorden go, go, go maak je bij iedere go een langzame heupbeweging.
Na "lager met die billen" ga je in vier tellen tijd al schuddend met je billen omlaag. Na "hoger met je billen" ga je in vier tellen tijd al schuddend met je billen omhoog (al wiebelend door de knieën en weer terug).
Op die plekken wordt niet gezongen. Je ziet dan ook steeds vier tellen rust staan in het notenschrift.
Je kunt de plek opvullen door zelf op een instrumentje mee te spelen of tot vier te tellen.



Jip en Janneke
Over Jip en Janneke zijn verschillende liedjes geschreven. Dit is misschien wel het bekendste liedje:

Ik ben Jip. Ik ben Janneke
en we wonen naast elkaar.
Hij heet Jip, zij heet Janneke
en we spelen soms bij hem en soms bij haar.
We spelen in het huis van mijn mama deze keer
we kunnen niet naar buiten, want het is zulk lelijk weer.
Kom dan Jip, toe dan Janneke,
we springen op de bank op en neer.
HEEL STOUT.

Otje
Ook bij het boek Otje kun je een liedje zingen. Dit liedje hoort bij de tv serie / DVD "Otje".

Otje, ik ben Otje
en m'n vader die heet Tos.
We hebben geen papieren
daarom zijn we steeds de klos
we rijden in ons busje
en we zoeken naar een baan.

De dieren wijzen ons de weg
ik kan ze verstaan
oh, Tos, lieve Tos
gooi de remmen nog niet los
even smoezen met de poezen
even kletsen met de hond.

Snel een klusje voor het musje
van je hup hup in het busje
en dan zwerven we weer rond.

Ik praat met alle dieren
mijn vader vindt dat raar
hij wil me niet geloven
maar wat waar is dat is waar.

Een zwaaien naar de kraaien
en de vlaamse gaaien aaien
remmen los en starten maar
ik hou van alle beesten
van de vogels in het bos.

Otje, ik ben Otje
en m'n vader die heet Tos.

Het grote prentenboekenliedjesboek
Een boek met cd met 19 liedjes naar aanleiding van beroemde prentenboeken van Lemniscaat, zoals Monkie, Max en de Maximonsters, De gele ballon, De Gruffalo...

Muziek op het internet

Muziek bij boeken
* Kinderboeken & muziek. Een handige site met een heleboel leuke muzieklessen/liedjes bij bekende kinder-/prentenboeken. Je kunt een abonnement nemen en zo gebruik maken van een heleboel lessen.
http://www.kinderboekenmuziek.nl

Melodie van een liedje
Op zoek naar de melodie van een leuk liedje wat u op deze site vond? Kijk dan eens op de volgende pagina's vol geluidsbestanden van kinderliedjes.

* Liedjeskist. Een pagina met heel veel kinderliedjes en de muziek. Handig! http://www.liedjeskist.nl/kinderliedjes.htm
* Kinderliedjes op liedjesland.com.
http://www.liedjesland.com/Liedjes/kinderliedjes/kinderliedjes.htm
* Heel veel kinderliedjes, oud en nieuw, op alfabet met muzieknoten en geluidsbestand.
http://docweb.khk.be/Kathleen%20Rymen/liedboek.asp
* Enkele kinderliedjes op Peuterplace.
http://www.peuterplace.nl/kinderliedjes.htm

Pagina's vol met liedjes
* De scouts in België hebben een groot repertoire aan leuke (kamp)liedjes. Kijk hier maar eens: http://info.chiro.be/lied.php?show=online
* Nog meer liedjes van de scouts: http://nl.scoutwiki.org/Lijst_van_liedjes

Liedjesboeken

Mijn tips voor boeken met leuke liedjes voor peuters en kleuters.

1. Het grote liedjesboek van Marianne Busser en Ron Schröder
Leuk boek vol met moderne kinderliedjes. Bij elk liedje staan noten, maar er is ook een cd met de muziek erop verkrijgbaar.
Marianne Busser en Ron Schröder hebben ook een leuk boek vol met versjes, Het grote versjesboek.

2. Liedjes met een hoepeltje erom
Allerlei liedjes. Liedjes van vroeger, moderne liedjes, eenvoudige liedjes. De liedjes staan op thema en bij bijna elk thema is wel een leuk liedje te vinden.
Bij het boek horen ook cd's, er staan geen noten in het boek.
Het boek is samengesteld door Joke Linders en Toin Duijx.

3. Zing je mee boeken
Liedjesboeken van Marianne Busser en Ron Schröder over één thema, bijv. het boek vol met dierenliedjes, het boek met Sinterklaasliedjes.
Bij de boeken zitten cd's.

4. Eigenwijs en Kleuterwijs
Liedbundels voor het basisonderwijs. In Kleuterwijs staan alle liedjes voor peuters en kleuters met daarbij aanleertips en spelletjes. De liedjes staan op thema en zijn met muzieknotatie. Bij de boeken zijn ook cd's verkrijgbaar.
 
5. Bewegen en ontspannen op muziek
Een praktisch handboek met 15 uitgewerkte bewegingsspelletjes, bedoeld voor iedereen die met kinderen werkt in de leeftijd van 3 tot 8 jaar. De spelletjes kunnen gewoon in de klas uitgevoerd worden, bij wijze van warming up of als tussendoortje. Elk spel duurt maximaal 5 minuten